Abitur NRW Niederländisch 2023 · GK · Haupttermin · fortgeführt

Abiturprüfung Niederländisch in Nordrhein-Westfalen 2023, GK · Haupttermin · fortgeführt: 8 Aufgaben mit Lösungen. Mit automatischer Korrektur.

Themen der Prüfung: Textverständnis: Inhalte wiedergeben (Vat samen / Stel voor) · Analyse literarischer Texte (Karakteriseer, literaire middelen) · Analyse von Sachtexten, Karikaturen und Grafiken (standpunt en argumentatie) · Beurteilen und Stellung nehmen im vorgegebenen Textformat (Beoordeel / Bediscussieer) · Sprachmittlung Deutsch → Niederländisch

Aufgabe HT 1 - Klausurteil A - Deelopdracht 1 · Textverständnis: Inhalte wiedergeben (Vat samen / Stel voor)

Situatie

Het KIS ( Kennisplatform Inclusief Samenleven) houdt een lezing voor jongeren met als thema “Tussen de culturen? – Het vinden van een eigen identiteit”. Daarbij lezen auteurs passages uit hun romans voor en praten ze met het publiek over de inhoud. Je doet stage bij het KIS en de organisatoren vragen je te beoordelen of een fragment uit een roman van Johan Fretz zich leent voor de lezing.

Informatie over de auteur en de roman

Johan Fretz (*1985) is een Nederlands auteur. In zijn roman “Onder de paramariboom” staat Johannes centraal, die een Nederlandse vader en een Surinaamse moeder heeft. In dit fragment reist Johannes voor het eerst naar Suriname.

Johan Fretz: Onder de paramariboom

Dus, ik land in Paramaribo 1. Het heeft negenentwintig jaar geduurd, voordat ik hiernaartoe

ben gekomen, en tot voor kort was de reden heel simpel: ik had hier niks te zoeken. Ik was

gemengd, half, gewoon Hollands dus en dat wilde ik ook zijn. Toch zegt de zwarte piloot

die bij de uitgang van het vliegtuig staat: “Welkom thuis, jongen”.

5 Ik verbeter hem niet, knik en loop de trap af. Vreemd eigenlijk: volgens mij heb ik nooit

eerder in mijn leven een zwarte piloot gezien. Mijn voeten raken de grond. That’s one small

step for a man 2 en… Verder niks natuurlijk, dit is alleen in mijn hoofd zoiets als de

maanlanding. Het is alsof alle geluiden in de hitte zijn gesmolten, zo stil is het. De donkere,

heldere hemel hangt als een klamboe 3 over ons heen. Ik zet nog een paar stappen, wil meteen

10 van alles voelen, vooral dat ik hier vandaan kom, maar voel alleen dat ik wil voelen dat ik

hier vandaan kom.

De andere passagiers lopen voor me uit, over de landingsbaan naar de aankomsthal. Ze

praten, maar hun stemmen zijn weggevallen. Ik ben als laatste uitgestapt. De haast om het

toestel te verlaten, juist wanneer het weer veilig aan de grond staat, heb ik nooit begrepen.

15 Ik wacht altijd zo lang mogelijk. Op deze vlucht zaten opvallend veel gelijkgestemden, die

bleven zitten tot het echt niet langer kon. Ik moest denken aan een Surinaamse vriend die

me eens uitlachte toen ik hem in paniek belde omdat ik vijf minuten later zou zijn. Hij riep:

“Hou op met me en zet die witman in jezelf uit!” 4

Boven aan de trap staat de piloot nog altijd in dezelfde plechtige houding: zijn armen op de

20 rug, zijn nek uitgestrekt, zijn hoofd bijna in de wolken, als een giraffe. Misschien blijft hij

in zijn rol tot we uit zicht zijn verdwenen of komt straks uit een geheim compartiment nog

een Egyptische koningin naar buiten.

Blijkbaar beteugelt de hitte niet alleen onze stemmen, maar ook onze lichamen: de

aankomsthal wil maar niet dichterbij komen. Ik kijk naar de anderen. De ánderen. Het zal

25 de tijd zijn waarin ik leef, hoe die tijd de dingen kleurt. Al deze mensen: ik zie nomaden,

die net uit de zee zijn gekropen, zwaar en traag door het water dat zich in hun kleren heeft

gezogen, verdwaasd nog door de barre overtocht. En bovenal zie ik Surinamers, haast

alleen maar Surinamers.

[...]

30 De douanebeambten nemen alle tijd, alsof ze opslag krijgen bij vertraging. Ze kijken

onaangedaan naar de passagiers en bestuderen elk paspoort alsof het een potentieel

vuurwapen is.

“Re-den van be-zoeeek?” vragen ze en: “Waar gaat u slapen?”, niet: “Waar verblijft u?”

Als ik eindelijk aan de beurt ben, zie ik dat de passagier naast me niet alleen een paspoort,

35 maar ook een toeristenkaart op de balie legt. Zo’n kaart heb ik niet. Ik zucht, laat mijn beurt

voorbijgaan en loop terug naar het begin, waar ik nu pas het kleine hok in de hoek zie staan

met daarboven het bordje: VISA: 20 US DOLLAR. In het hokje zit een magere man. Hij

kauwt op iets.

“Alleen cash, meneer,” zegt hij.

40 Ik wroet in al mijn zakken. Ik heb geen cash. “Is hier ook een pinautomaat?”

“Toch wel, meneer. Achter de douane.”

“Dan heb ik een probleem!”

“Meneer,” zegt de man droogjes. “Is het uw eerste keer in Suriname?” Ik knik.

“Mag ik u een tip geven? U hoeft zich hier niet zo druk te maken, het komt vanzelf goed.”

45 Met een bestempeld visum loop ik even later door de schuifdeuren. Ik zwaai de dame gedag

die me zojuist zomaar twintig USD 5 heeft gegeven. Toen ik haar vroeg wanneer ze het terug

wilde, keek ze me aan alsof ik haar beledigd had.

Terwijl ik bij de bagageband op mijn koffer wacht, passeert het backpackmeisje me. Ze zat

bij me in het vliegtuig, twee rijen schuin voor me en viel me meteen al op. Eén van de

50 weinige witte reizigers op de vlucht. Ze staat aan de vooravond van een zelfontplooiingsreis:

een bloem in haar haren, een broek met felle hippiekleuren en een wijd zittend T-shirt.

Tijdens het diner vroeg ze om een vegetarische optie. Toen de stewardess haar stoïcijns

mededeelde dat er alleen kip of vis was, besloot het meisje maar helemaal niets te eten. Ze

zal wel honger hebben. Haar blik kruist de mijne. Ik knik en zeg geluidloos hé, als om te

55 laten weten: wat leuk, wij allebei hier, twee Hollanders in Paramaribo. Ze kijkt dwars door

me heen. Het duurt een paar seconden voor ik besef waarom: voor haar is mijn gezicht op

Zanderij 6 in Paramaribo geen bron van herkenning. Zij is hier alleen, ik ben voor haar een

van de anderen; ik ben een Surinamer, met ander bloed.

bron: Fretz, Johan: Onder de paramariboom. Amsterdam: Lebowski Publishers 2019, p. 13 – 15

1 Paramaribo: hoofdstad van Suriname

2 That’s one small step for a man: beroemde woorden van de astronaut Neil Armstrong bij de eerste maanlanding

3 de klamboe: het muskietennet

4 Hou op met me en zet die witman in jezelf uit! (Surinaams-Nederlands): Hou ermee op en denk niet zoals een witte man!

5 USD (afkorting): US dollars

6 Zanderij: naam van de luchthaven in Paramaribo

Deelopdracht 1 [10 Punkte]

Stel voor in welke situatie de hoofdpersoon zich bevindt.

Aufgabe HT 1 - Klausurteil A - Deelopdracht 2 · Analyse literarischer Texte (Karakteriseer, literaire middelen)

Situatie

Het KIS ( Kennisplatform Inclusief Samenleven) houdt een lezing voor jongeren met als thema “Tussen de culturen? – Het vinden van een eigen identiteit”. Daarbij lezen auteurs passages uit hun romans voor en praten ze met het publiek over de inhoud. Je doet stage bij het KIS en de organisatoren vragen je te beoordelen of een fragment uit een roman van Johan Fretz zich leent voor de lezing.

Informatie over de auteur en de roman

Johan Fretz (*1985) is een Nederlands auteur. In zijn roman “Onder de paramariboom” staat Johannes centraal, die een Nederlandse vader en een Surinaamse moeder heeft. In dit fragment reist Johannes voor het eerst naar Suriname.

Johan Fretz: Onder de paramariboom

Dus, ik land in Paramaribo 1. Het heeft negenentwintig jaar geduurd, voordat ik hiernaartoe

ben gekomen, en tot voor kort was de reden heel simpel: ik had hier niks te zoeken. Ik was

gemengd, half, gewoon Hollands dus en dat wilde ik ook zijn. Toch zegt de zwarte piloot

die bij de uitgang van het vliegtuig staat: “Welkom thuis, jongen”.

5 Ik verbeter hem niet, knik en loop de trap af. Vreemd eigenlijk: volgens mij heb ik nooit

eerder in mijn leven een zwarte piloot gezien. Mijn voeten raken de grond. That’s one small

step for a man 2 en… Verder niks natuurlijk, dit is alleen in mijn hoofd zoiets als de

maanlanding. Het is alsof alle geluiden in de hitte zijn gesmolten, zo stil is het. De donkere,

heldere hemel hangt als een klamboe 3 over ons heen. Ik zet nog een paar stappen, wil meteen

10 van alles voelen, vooral dat ik hier vandaan kom, maar voel alleen dat ik wil voelen dat ik

hier vandaan kom.

De andere passagiers lopen voor me uit, over de landingsbaan naar de aankomsthal. Ze

praten, maar hun stemmen zijn weggevallen. Ik ben als laatste uitgestapt. De haast om het

toestel te verlaten, juist wanneer het weer veilig aan de grond staat, heb ik nooit begrepen.

15 Ik wacht altijd zo lang mogelijk. Op deze vlucht zaten opvallend veel gelijkgestemden, die

bleven zitten tot het echt niet langer kon. Ik moest denken aan een Surinaamse vriend die

me eens uitlachte toen ik hem in paniek belde omdat ik vijf minuten later zou zijn. Hij riep:

“Hou op met me en zet die witman in jezelf uit!” 4

Boven aan de trap staat de piloot nog altijd in dezelfde plechtige houding: zijn armen op de

20 rug, zijn nek uitgestrekt, zijn hoofd bijna in de wolken, als een giraffe. Misschien blijft hij

in zijn rol tot we uit zicht zijn verdwenen of komt straks uit een geheim compartiment nog

een Egyptische koningin naar buiten.

Blijkbaar beteugelt de hitte niet alleen onze stemmen, maar ook onze lichamen: de

aankomsthal wil maar niet dichterbij komen. Ik kijk naar de anderen. De ánderen. Het zal

25 de tijd zijn waarin ik leef, hoe die tijd de dingen kleurt. Al deze mensen: ik zie nomaden,

die net uit de zee zijn gekropen, zwaar en traag door het water dat zich in hun kleren heeft

gezogen, verdwaasd nog door de barre overtocht. En bovenal zie ik Surinamers, haast

alleen maar Surinamers.

[...]

30 De douanebeambten nemen alle tijd, alsof ze opslag krijgen bij vertraging. Ze kijken

onaangedaan naar de passagiers en bestuderen elk paspoort alsof het een potentieel

vuurwapen is.

“Re-den van be-zoeeek?” vragen ze en: “Waar gaat u slapen?”, niet: “Waar verblijft u?”

Als ik eindelijk aan de beurt ben, zie ik dat de passagier naast me niet alleen een paspoort,

35 maar ook een toeristenkaart op de balie legt. Zo’n kaart heb ik niet. Ik zucht, laat mijn beurt

voorbijgaan en loop terug naar het begin, waar ik nu pas het kleine hok in de hoek zie staan

met daarboven het bordje: VISA: 20 US DOLLAR. In het hokje zit een magere man. Hij

kauwt op iets.

“Alleen cash, meneer,” zegt hij.

40 Ik wroet in al mijn zakken. Ik heb geen cash. “Is hier ook een pinautomaat?”

“Toch wel, meneer. Achter de douane.”

“Dan heb ik een probleem!”

“Meneer,” zegt de man droogjes. “Is het uw eerste keer in Suriname?” Ik knik.

“Mag ik u een tip geven? U hoeft zich hier niet zo druk te maken, het komt vanzelf goed.”

45 Met een bestempeld visum loop ik even later door de schuifdeuren. Ik zwaai de dame gedag

die me zojuist zomaar twintig USD 5 heeft gegeven. Toen ik haar vroeg wanneer ze het terug

wilde, keek ze me aan alsof ik haar beledigd had.

Terwijl ik bij de bagageband op mijn koffer wacht, passeert het backpackmeisje me. Ze zat

bij me in het vliegtuig, twee rijen schuin voor me en viel me meteen al op. Eén van de

50 weinige witte reizigers op de vlucht. Ze staat aan de vooravond van een zelfontplooiingsreis:

een bloem in haar haren, een broek met felle hippiekleuren en een wijd zittend T-shirt.

Tijdens het diner vroeg ze om een vegetarische optie. Toen de stewardess haar stoïcijns

mededeelde dat er alleen kip of vis was, besloot het meisje maar helemaal niets te eten. Ze

zal wel honger hebben. Haar blik kruist de mijne. Ik knik en zeg geluidloos hé, als om te

55 laten weten: wat leuk, wij allebei hier, twee Hollanders in Paramaribo. Ze kijkt dwars door

me heen. Het duurt een paar seconden voor ik besef waarom: voor haar is mijn gezicht op

Zanderij 6 in Paramaribo geen bron van herkenning. Zij is hier alleen, ik ben voor haar een

van de anderen; ik ben een Surinamer, met ander bloed.

bron: Fretz, Johan: Onder de paramariboom. Amsterdam: Lebowski Publishers 2019, p. 13 – 15

1 Paramaribo: hoofdstad van Suriname

2 That’s one small step for a man: beroemde woorden van de astronaut Neil Armstrong bij de eerste maanlanding

3 de klamboe: het muskietennet

4 Hou op met me en zet die witman in jezelf uit! (Surinaams-Nederlands): Hou ermee op en denk niet zoals een witte man!

5 USD (afkorting): US dollars

6 Zanderij: naam van de luchthaven in Paramaribo

Deelopdracht 2 [18 Punkte]

Karakteriseer de hoofdpersoon en beschrijf hoe hij zichzelf ziet. Besteed daarbij aandacht aan de gebruikte literaire middelen.

Aufgabe HT 1 - Klausurteil A - Deelopdracht 3 · Beurteilen und Stellung nehmen im vorgegebenen Textformat (Beoordeel / Bediscussieer)

Situatie

Het KIS ( Kennisplatform Inclusief Samenleven) houdt een lezing voor jongeren met als thema “Tussen de culturen? – Het vinden van een eigen identiteit”. Daarbij lezen auteurs passages uit hun romans voor en praten ze met het publiek over de inhoud. Je doet stage bij het KIS en de organisatoren vragen je te beoordelen of een fragment uit een roman van Johan Fretz zich leent voor de lezing.

Informatie over de auteur en de roman

Johan Fretz (*1985) is een Nederlands auteur. In zijn roman “Onder de paramariboom” staat Johannes centraal, die een Nederlandse vader en een Surinaamse moeder heeft. In dit fragment reist Johannes voor het eerst naar Suriname.

Johan Fretz: Onder de paramariboom

Dus, ik land in Paramaribo 1. Het heeft negenentwintig jaar geduurd, voordat ik hiernaartoe

ben gekomen, en tot voor kort was de reden heel simpel: ik had hier niks te zoeken. Ik was

gemengd, half, gewoon Hollands dus en dat wilde ik ook zijn. Toch zegt de zwarte piloot

die bij de uitgang van het vliegtuig staat: “Welkom thuis, jongen”.

5 Ik verbeter hem niet, knik en loop de trap af. Vreemd eigenlijk: volgens mij heb ik nooit

eerder in mijn leven een zwarte piloot gezien. Mijn voeten raken de grond. That’s one small

step for a man 2 en… Verder niks natuurlijk, dit is alleen in mijn hoofd zoiets als de

maanlanding. Het is alsof alle geluiden in de hitte zijn gesmolten, zo stil is het. De donkere,

heldere hemel hangt als een klamboe 3 over ons heen. Ik zet nog een paar stappen, wil meteen

10 van alles voelen, vooral dat ik hier vandaan kom, maar voel alleen dat ik wil voelen dat ik

hier vandaan kom.

De andere passagiers lopen voor me uit, over de landingsbaan naar de aankomsthal. Ze

praten, maar hun stemmen zijn weggevallen. Ik ben als laatste uitgestapt. De haast om het

toestel te verlaten, juist wanneer het weer veilig aan de grond staat, heb ik nooit begrepen.

15 Ik wacht altijd zo lang mogelijk. Op deze vlucht zaten opvallend veel gelijkgestemden, die

bleven zitten tot het echt niet langer kon. Ik moest denken aan een Surinaamse vriend die

me eens uitlachte toen ik hem in paniek belde omdat ik vijf minuten later zou zijn. Hij riep:

“Hou op met me en zet die witman in jezelf uit!” 4

Boven aan de trap staat de piloot nog altijd in dezelfde plechtige houding: zijn armen op de

20 rug, zijn nek uitgestrekt, zijn hoofd bijna in de wolken, als een giraffe. Misschien blijft hij

in zijn rol tot we uit zicht zijn verdwenen of komt straks uit een geheim compartiment nog

een Egyptische koningin naar buiten.

Blijkbaar beteugelt de hitte niet alleen onze stemmen, maar ook onze lichamen: de

aankomsthal wil maar niet dichterbij komen. Ik kijk naar de anderen. De ánderen. Het zal

25 de tijd zijn waarin ik leef, hoe die tijd de dingen kleurt. Al deze mensen: ik zie nomaden,

die net uit de zee zijn gekropen, zwaar en traag door het water dat zich in hun kleren heeft

gezogen, verdwaasd nog door de barre overtocht. En bovenal zie ik Surinamers, haast

alleen maar Surinamers.

[...]

30 De douanebeambten nemen alle tijd, alsof ze opslag krijgen bij vertraging. Ze kijken

onaangedaan naar de passagiers en bestuderen elk paspoort alsof het een potentieel

vuurwapen is.

“Re-den van be-zoeeek?” vragen ze en: “Waar gaat u slapen?”, niet: “Waar verblijft u?”

Als ik eindelijk aan de beurt ben, zie ik dat de passagier naast me niet alleen een paspoort,

35 maar ook een toeristenkaart op de balie legt. Zo’n kaart heb ik niet. Ik zucht, laat mijn beurt

voorbijgaan en loop terug naar het begin, waar ik nu pas het kleine hok in de hoek zie staan

met daarboven het bordje: VISA: 20 US DOLLAR. In het hokje zit een magere man. Hij

kauwt op iets.

“Alleen cash, meneer,” zegt hij.

40 Ik wroet in al mijn zakken. Ik heb geen cash. “Is hier ook een pinautomaat?”

“Toch wel, meneer. Achter de douane.”

“Dan heb ik een probleem!”

“Meneer,” zegt de man droogjes. “Is het uw eerste keer in Suriname?” Ik knik.

“Mag ik u een tip geven? U hoeft zich hier niet zo druk te maken, het komt vanzelf goed.”

45 Met een bestempeld visum loop ik even later door de schuifdeuren. Ik zwaai de dame gedag

die me zojuist zomaar twintig USD 5 heeft gegeven. Toen ik haar vroeg wanneer ze het terug

wilde, keek ze me aan alsof ik haar beledigd had.

Terwijl ik bij de bagageband op mijn koffer wacht, passeert het backpackmeisje me. Ze zat

bij me in het vliegtuig, twee rijen schuin voor me en viel me meteen al op. Eén van de

50 weinige witte reizigers op de vlucht. Ze staat aan de vooravond van een zelfontplooiingsreis:

een bloem in haar haren, een broek met felle hippiekleuren en een wijd zittend T-shirt.

Tijdens het diner vroeg ze om een vegetarische optie. Toen de stewardess haar stoïcijns

mededeelde dat er alleen kip of vis was, besloot het meisje maar helemaal niets te eten. Ze

zal wel honger hebben. Haar blik kruist de mijne. Ik knik en zeg geluidloos hé, als om te

55 laten weten: wat leuk, wij allebei hier, twee Hollanders in Paramaribo. Ze kijkt dwars door

me heen. Het duurt een paar seconden voor ik besef waarom: voor haar is mijn gezicht op

Zanderij 6 in Paramaribo geen bron van herkenning. Zij is hier alleen, ik ben voor haar een

van de anderen; ik ben een Surinamer, met ander bloed.

bron: Fretz, Johan: Onder de paramariboom. Amsterdam: Lebowski Publishers 2019, p. 13 – 15

1 Paramaribo: hoofdstad van Suriname

2 That’s one small step for a man: beroemde woorden van de astronaut Neil Armstrong bij de eerste maanlanding

3 de klamboe: het muskietennet

4 Hou op met me en zet die witman in jezelf uit! (Surinaams-Nederlands): Hou ermee op en denk niet zoals een witte man!

5 USD (afkorting): US dollars

6 Zanderij: naam van de luchthaven in Paramaribo

Deelopdracht 3 [14 Punkte]

Bediscussieer aan de hand van je analyse en je kennis van identiteitsvraagstukken of dit fragment zich leent voor de lezing. Besteed daarbij aandacht aan het citaat: “Ik zet nog een paar stappen, wil meteen van alles voelen, vooral dat ik hier vandaan kom, maar voel alleen dat ik wil voelen dat ik hier vandaan kom”.

Aufgabe HT 1 - Klausurteil B · Sprachmittlung Deutsch → Niederländisch

Situatie

Het KIS ( Kennisplatform Inclusief Samenleven) houdt een lezing voor jongeren met als thema “Tussen de culturen? – Het vinden van een eigen identiteit”. Daarbij lezen auteurs passages uit hun romans voor en praten ze met het publiek over de inhoud. Je doet stage bij het KIS en de organisatoren vragen je te beoordelen of een fragment uit een roman van Johan Fretz zich leent voor de lezing.

Informatie over de auteur en de roman

Johan Fretz (*1985) is een Nederlands auteur. In zijn roman “Onder de paramariboom” staat Johannes centraal, die een Nederlandse vader en een Surinaamse moeder heeft. In dit fragment reist Johannes voor het eerst naar Suriname.

Johan Fretz: Onder de paramariboom

Dus, ik land in Paramaribo 1. Het heeft negenentwintig jaar geduurd, voordat ik hiernaartoe

ben gekomen, en tot voor kort was de reden heel simpel: ik had hier niks te zoeken. Ik was

gemengd, half, gewoon Hollands dus en dat wilde ik ook zijn. Toch zegt de zwarte piloot

die bij de uitgang van het vliegtuig staat: “Welkom thuis, jongen”.

5 Ik verbeter hem niet, knik en loop de trap af. Vreemd eigenlijk: volgens mij heb ik nooit

eerder in mijn leven een zwarte piloot gezien. Mijn voeten raken de grond. That’s one small

step for a man 2 en… Verder niks natuurlijk, dit is alleen in mijn hoofd zoiets als de

maanlanding. Het is alsof alle geluiden in de hitte zijn gesmolten, zo stil is het. De donkere,

heldere hemel hangt als een klamboe 3 over ons heen. Ik zet nog een paar stappen, wil meteen

10 van alles voelen, vooral dat ik hier vandaan kom, maar voel alleen dat ik wil voelen dat ik

hier vandaan kom.

De andere passagiers lopen voor me uit, over de landingsbaan naar de aankomsthal. Ze

praten, maar hun stemmen zijn weggevallen. Ik ben als laatste uitgestapt. De haast om het

toestel te verlaten, juist wanneer het weer veilig aan de grond staat, heb ik nooit begrepen.

15 Ik wacht altijd zo lang mogelijk. Op deze vlucht zaten opvallend veel gelijkgestemden, die

bleven zitten tot het echt niet langer kon. Ik moest denken aan een Surinaamse vriend die

me eens uitlachte toen ik hem in paniek belde omdat ik vijf minuten later zou zijn. Hij riep:

“Hou op met me en zet die witman in jezelf uit!” 4

Boven aan de trap staat de piloot nog altijd in dezelfde plechtige houding: zijn armen op de

20 rug, zijn nek uitgestrekt, zijn hoofd bijna in de wolken, als een giraffe. Misschien blijft hij

in zijn rol tot we uit zicht zijn verdwenen of komt straks uit een geheim compartiment nog

een Egyptische koningin naar buiten.

Blijkbaar beteugelt de hitte niet alleen onze stemmen, maar ook onze lichamen: de

aankomsthal wil maar niet dichterbij komen. Ik kijk naar de anderen. De ánderen. Het zal

25 de tijd zijn waarin ik leef, hoe die tijd de dingen kleurt. Al deze mensen: ik zie nomaden,

die net uit de zee zijn gekropen, zwaar en traag door het water dat zich in hun kleren heeft

gezogen, verdwaasd nog door de barre overtocht. En bovenal zie ik Surinamers, haast

alleen maar Surinamers.

[...]

30 De douanebeambten nemen alle tijd, alsof ze opslag krijgen bij vertraging. Ze kijken

onaangedaan naar de passagiers en bestuderen elk paspoort alsof het een potentieel

vuurwapen is.

“Re-den van be-zoeeek?” vragen ze en: “Waar gaat u slapen?”, niet: “Waar verblijft u?”

Als ik eindelijk aan de beurt ben, zie ik dat de passagier naast me niet alleen een paspoort,

35 maar ook een toeristenkaart op de balie legt. Zo’n kaart heb ik niet. Ik zucht, laat mijn beurt

voorbijgaan en loop terug naar het begin, waar ik nu pas het kleine hok in de hoek zie staan

met daarboven het bordje: VISA: 20 US DOLLAR. In het hokje zit een magere man. Hij

kauwt op iets.

“Alleen cash, meneer,” zegt hij.

40 Ik wroet in al mijn zakken. Ik heb geen cash. “Is hier ook een pinautomaat?”

“Toch wel, meneer. Achter de douane.”

“Dan heb ik een probleem!”

“Meneer,” zegt de man droogjes. “Is het uw eerste keer in Suriname?” Ik knik.

“Mag ik u een tip geven? U hoeft zich hier niet zo druk te maken, het komt vanzelf goed.”

45 Met een bestempeld visum loop ik even later door de schuifdeuren. Ik zwaai de dame gedag

die me zojuist zomaar twintig USD 5 heeft gegeven. Toen ik haar vroeg wanneer ze het terug

wilde, keek ze me aan alsof ik haar beledigd had.

Terwijl ik bij de bagageband op mijn koffer wacht, passeert het backpackmeisje me. Ze zat

bij me in het vliegtuig, twee rijen schuin voor me en viel me meteen al op. Eén van de

50 weinige witte reizigers op de vlucht. Ze staat aan de vooravond van een zelfontplooiingsreis:

een bloem in haar haren, een broek met felle hippiekleuren en een wijd zittend T-shirt.

Tijdens het diner vroeg ze om een vegetarische optie. Toen de stewardess haar stoïcijns

mededeelde dat er alleen kip of vis was, besloot het meisje maar helemaal niets te eten. Ze

zal wel honger hebben. Haar blik kruist de mijne. Ik knik en zeg geluidloos hé, als om te

55 laten weten: wat leuk, wij allebei hier, twee Hollanders in Paramaribo. Ze kijkt dwars door

me heen. Het duurt een paar seconden voor ik besef waarom: voor haar is mijn gezicht op

Zanderij 6 in Paramaribo geen bron van herkenning. Zij is hier alleen, ik ben voor haar een

van de anderen; ik ben een Surinamer, met ander bloed.

bron: Fretz, Johan: Onder de paramariboom. Amsterdam: Lebowski Publishers 2019, p. 13 – 15

1 Paramaribo: hoofdstad van Suriname

2 That’s one small step for a man: beroemde woorden van de astronaut Neil Armstrong bij de eerste maanlanding

3 de klamboe: het muskietennet

4 Hou op met me en zet die witman in jezelf uit! (Surinaams-Nederlands): Hou ermee op en denk niet zoals een witte man!

5 USD (afkorting): US dollars

6 Zanderij: naam van de luchthaven in Paramaribo

Klausurteil B: Sprachmittlung isoliert

Opdracht

Onlangs heb je met Jamila, de projectleidster van het KIS, gesproken over de rol die mensen met een migratieachtergrond spelen in de nationale identiteit van Nederland. Jamila is nu benieuwd hoe de situatie in Duitsland is. Op internet vond je een artikel over het verschijnsel “Alman”. Schrijf een brief aan Jamila waarin je uitlegt wat “Alman” inhoudt en hoe de betekenis van het woord in de loop der tijd is veranderd. (18 Punkte)

Wenisch, Mona: Deutsch, deutscher, Alman

Sie sind immer pünktlich, tragen weiße Socken in Sandalen und schreiben liebend gern Beschwerdezettel in Hausfluren: Almans. Die Bezeichnung für stereotype deutsche Spießbürger hat in den vergangenen Jahren einen Erfolgszug durch das Internet hingelegt – vom Hashtag und Meme bis hinein in die Popkultur und Wirtschaft. Die Betreiber des Instagram-Accounts „alman_memes2.0“ haben aus dem Begriff fast schon eine Marke entwickelt – inklusive zwei Büchern, in denen es um das Kleinstadtleben der Familie Ahlmann geht. Der zweite Band der Reihe ist nun erschienen.

Doch der Ursprung des Wortes geht über reine Witze im Internet hinaus – und erzählt auch eine gesellschaftliche Geschichte, von Selbstermächtigung und Identität. Das Wort stammt aus dem Türkischen und heißt dort einfach „deutsch“ oder auch „Deutscher“. Neben der reinen Übersetzung sei Alman vor allem eine „ironische Bezeichnung für Menschen, die als besonders pünktlich, spießig, prinzipientreu und pingelig gesehen werden – Eigenschaften, die im Alltagsverständnis als besonders,deutsch‘ gelten“, sagt Cihan Sinanoglu, der am Deutschen Zentrum für Integrations- und Migrationsforschung (DeZIM) in Berlin zu Rassismus forscht.

Doch neben der lustigen Verwendung habe das Wort auch eine andere Dimension. „Diesen Begriff zu verwenden, ist auch eine Form der Selbstermächtigung von migrantischen und migrantisierten Jugendlichen“, sagt der Sozialwissenschaftler. „Sie drehen damit den Vorgang der Zuschreibung um. Sonst sind sie es ja immer, denen pauschal bestimmte Eigenschaften zugeschrieben werden.“

Immer öfter benutzen aber auch Menschen ohne Migrationshintergrund das Wort. Moderator Jan Köppen etwa, der einen Beschwerdezettel für seine Nachbarn an die Mülltonnen hängt und sich dabei auf Twitter als Alman bezeichnet. Oder Comedian und Schauspieler Phil Laude, der dem Alman 2019 ein ganzes Lied widmete und darin unter anderem seine Liebe für das Reißverschlussverfahren und seinen Hass für Bahnverspätungen besingt.

Und eben Sina Scherzant und Marius Notter, die hinter dem Instagram-Account „alman_memes2.0“ stecken. In ihrem zweiten Roman „Randale, Randale, Trekkingsandale“ widmen sich die beiden Autoren auf rund 240 Seiten der frisch gewählten Bürgermeisterin Anette Ahlmann, ihrer Familie und dem „Kleinstadt-Wahnsinn“. Rund um die Familie haben sie mittlerweile richtige Alman-Charaktere geschaffen: Ehemann Achim, der die Bundesliga liebt und sein Auto pflegt, Freundin Biggi, die Tupperdosen nicht zurückgibt oder Onkel Ralf, der Verschwörungstheorien nicht abgeneigt ist. Auch wenn sie den Begriff Alman im Internet und ihren Büchern nutzen – Notter und Scherzant wollen sich selbst lieber nicht wie klassische Almans aufführen. „Wir versuchen, das zu vermeiden“, sagt Notter. „Unsere Seite heißt weiterhin so, damit die Leute uns finden, aber der Fokus unserer Memes und Witze hat sich sehr verschoben und zielt schon immer – aber mittlerweile noch viel mehr – auf aktuelle Geschehnisse oder allgemeinere Situationen ab“, sagt Scherzant.

Der Siegeszug des Alman geht indes weiter – und macht auch vor der Wirtschaft nicht mehr halt. Unter dem Namen „Fresh Alman Style“ verkauft die Marke Axe Deospray und Duschgel. „Du liest gerne das Kleingedruckte und bist trotzdem super cool? Dann ist das hier genau dein Duft!“, wird das Produkt auf der Homepage beworben. Dass die Bezeichnung mittlerweile auch in der Popkultur und im Alltag seinen Platz hat, sieht Sinanoglu positiv. „Der Begriff wird in einer spielerischen Form verwendet. Das trägt dazu bei, diese verkrampften Identitätsdiskussionen zu entkrampfen“, sagt der Sozialwissenschaftler. „Wenn,Almans‘ selbst damit anfangen, Bücher über,Almans‘ zu schreiben, dann ist das ein Zeichen dafür, dass alles nicht mehr so schlimm sein kann.“

Dennoch gibt es immer wieder Diskussionen – einige fühlen sich durch die Bezeichnung beleidigt oder diskriminiert. „Jetzt gibt es schon rassistisches Duschbad“, schreibt im Januar ein Twitternutzer zu einem Foto des Axe Duschgels. Sinanoglu tritt solchen Argumenten entschieden entgegen. „Mit Rassismus hat das nichts zu tun. Kein Mensch, der ironisch als,Alman‘ bezeichnet wird, hat deshalb schlechtere Chancen auf dem Arbeitsmarkt oder Wohnungsmarkt. Rassismus hat immer einen strukturellen Charakter“, sagt er. „Mag sein, dass sich manche durch diesen Begriff angesprochen und beleidigt fühlen. Aber ich würde hier für ein bisschen mehr Gelassenheit und Humor plädieren.“

Quelle: Wenisch, Mona: Deutsch, deutscher, Alman. ntv, 02. Mai 2022 (ntv: deutscher Nachrichtensender)

Aufgabe HT 2 - Klausurteil A - Deelopdracht 1 · Textverständnis: Inhalte wiedergeben (Vat samen / Stel voor)

Situatie

Op social media volg je Zeikschrift, een account dat kritisch naar de Nederlandse media kijkt. Voor een interview over de vraag “Moeten we stereotypes in de media verbieden?” is men op zoek naar een expert, en Sahar Noor is een mogelijke kandidate. Omdat je Zeikschrift volgt, word je gevraagd om aan de hand van een column van haar (M 1) te bepalen of zij geschikt is als expert. Als blikvanger bij het interview is een foto uit een reclamefolder (M 2) voorzien.

Klausurteil A

Informatie over de schrijfster en de tekst

Sahar Noor is manager inclusie en diversiteit bij een mediabedrijf in Hilversum. In opinierubrieken schrijft ze geregeld over deze onderwerpen.

M 1: Sahar Noor: Opinie: “Mediamakers, het is geen humor meer om blondjes als dom te stereotyperen”

Een blond meisje achter de kassa dat niet weet hoe ze moet hoofdrekenen. Een zwaarlijvige

beveiliger die niet fit genoeg is om achter een dief aan te rennen. Een drugsdealer met de

naam Mo. Een “Pools uitziende” man die dronken is. Zulke stereotyperingen passeren

wekelijks, zo niet dagelijks de revue 1 in series, reclames en films. Dit gebeurt vooral in

5 producties waar “ humor” centraal staat.

De reden voor deze beeldvorming: stereotypen en humor zouden onlosmakelijk met elkaar

verbonden zijn. In andere woorden: stereotypen zijn functioneel en een onmisbaar onderdeel

van amusement en dus “broodnodig”.

Niet alleen is dat een oncreatieve manier om naar humor te kijken, het is ook schadelijk.

10 Kiezen voor deze beeldvorming gaat voorbij aan de impact van stereotypen op de

maatschappelijke positie van diegenen die gestereotypeerd worden. Het doel “ humor” lijkt

alle middelen te heiligen. De opvatting “ satire moet toch mogen” overschaduwt dat

stereotypering problematische patronen in de samenleving in stand houdt. Stereotypen doen

bijvoorbeeld meer kwaad dan goed voor diegenen die reeds een achterstand op de

15 arbeidsmarkt hebben.

Er is van alles mis met stereotypering. Stereotypen zijn overdreven beelden of opvattingen

over mensen uit een groep. Stereotypen zijn altijd generalisaties, versimpelingen van de

werkelijkheid. Ze brengen een geportretteerde groep terug tot een clichébeeld, ook wanneer

deze stereotypen positief bedoeld zijn. Stereotypen worden bovendien versterkt wanneer je

20 ze herhaalt. Als je op tv alsmaar een blonde vrouw achter de kassa voorgeschoteld krijgt 2

die niet kan hoofdrekenen, dan ga je vanzelf geloven dat blonde vrouwen niet kunnen

hoofdrekenen. “ Niet kunnen hoofdrekenen” en “blond” worden sterke associaties. Lees

over iemand die niet kan hoofdrekenen en je denkt direct aan een blonde vrouw. Als je nu

leest “blonde vrouw” denk je gelijk aan “niet kunnen hoofdrekenen”.

25 Door zulke associaties blijven schadelijke maatschappelijke patronen uit het verleden in stand.

Ook al is niet iedereen zich hiervan bewust, maar dat maakt het nog geen onschuldig

verschijnsel. Stereotypen kunnen namelijk wel tot ongelijke behandeling leiden. Een

supermarktmanager met dit onbewuste vooroordeel zal een blonde vrouw minder snel als

bekwaam beoordelen voor de functie van een kassier.

30 We zien dat stereotyperingen in de media nog steeds een bijzonder grote impact op de

arbeidsmarkt hebben. Zo hebben solliciterende mensen met een migratieachtergrond minder

kans op een e-mail, voicemail of telefoontje dan mensen zonder migratieachtergrond.

Daarnaast zijn er gevallen bekend van sollicitanten met overgewicht die afgewezen worden

voor een functie als postbode, omdat er vanuit wordt gegaan dat zij niet sportief of fit

35 zouden zijn.

Niet alleen negatieve stereotypen hebben zo'n effect, maar ook zogenaamde positieve

stereotypen. Het is bijvoorbeeld een positief stereotype dat moeders lief en zorgzaam zijn.

Mooie eigenschappen, maar deze beeldvorming zorgt er wel voor dat moeders vaak minder

serieus worden genomen op de werkvloer. En wegens dit vooroordeel betalen werkgevers

40 vrouwen minder dan hun mannelijke collega's. Omdat ze vanwege hun “ zorgzaamheid” als

meegaand en minder professioneel worden gezien.

Niet alleen beïnvloeden stereotypen in de media dus de cultuur op de werkvloer, ze vormen

ook een pedagogisch probleem. Onderzoek toont aan dat kinderen rond het tiende levensjaar

zich al in een genderdwangbuis 3 bevinden; ze geloven dat jongens sterk en meisjes zwak

45 zijn. Wanneer jonge meisjes zich deze stereotypen eigen maken, zullen ze minder

zelfvertrouwen ontwikkelen en minder geloven in hun eigen kwaliteiten en talenten. Dit is

een van de redenen waarom nog altijd minder vrouwen kiezen voor een technisch beroep.

Enerzijds zien ze geen representatie van andere vrouwen in die werkzaamheden, anderzijds

worden ze tegengewerkt door stereotype beelden over wat mannenberoepen en

50 vrouwenberoepen zijn.

Vanwege deze impact van stereotype denken is mijn oproep aan alle mediamakers:

reflecteer op je eigen beeldvoering en wees je bewust van je eigen vooroordelen. Ontkracht

stereotypen die de positie onderuithalen van groepen met een achterstand op de arbeidsmarkt.

Denk aan mensen met een zichtbare of niet zichtbare beperking, schoolverlaters, vrouwen,

55 mensen met een migratieachtergrond, overige groepen die om een zichtbaar uiterlijk

kenmerk (bijvoorbeeld een hoofddoek of huidskleur) minder snel aangenomen worden en

iedereen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Stereotype denken is lui denken. Wees niet lui, humor kan ook ontstaan op basis van

verfrissende sketches zonder gemarginaliseerde groepen te ridiculiseren 4. Zet een jongen met

60 bruin haar achter de kassa, laat hem slecht zijn in hoofdrekenen en laat de hoofdrolspeler in

de serie het belang van meer rekenen in het onderwijs benoemen. Je kunt hetzelfde doen en

zeggen, zonder stereotypen die verregaande, negatieve consequenties hebben. Daarom:

ontstereotypeer! Laten we als mediamakers onze verantwoordelijkheid nemen en een

katalysator 5 van gelijke kansen zijn.

bron: Noor, Sahar: Opinie: “ Mediamakers, het is geen humor meer om blondjes als dom te stereotyperen”. Het Parool, 28 december 2021 ( Het Parool: Nederlands dagblad)

Im Original enthaltene fehlerhafte Schreibungen wurden korrigiert.

1 de revue passeren (beeldspraak): hier: voorkomen

2 voorgeschoteld krijgen (beeldspraak): gepresenteerd krijgen

3 zich in een genderdwangbuis bevinden (beeldspraak): gedwongen worden een bepaalde rol aan te nemen

4 ridiculiseren: belachelijk maken

5 een katalysator zijn (beeldspraak): een proces op gang brengen

M 2: Informatie over de afbeelding

Deze afbeelding komt oorspronkelijk uit een reclamefolder van een grote Vlaamse speelgoedwinkel.

bron: Poelmans, Kato: Jongens met poppen, meisjes met racebaan: genderhype breekt door in Sinterklaasboekjes. Het Belang van Limburg, 16 oktober 2019 ( Het Belang van Limburg: Vlaams dagblad)

Opdracht: Schrijf een commentaar naar aanleiding van de column "Mediamakers, het is geen humor meer om blondjes als dom te stereotyperen" van Sahar Noor.

•

Geef weer wat volgens Sahar Noor onder stereotypering in de media moet worden verstaan (M 1). (10 Punkte)

Aufgabe HT 2 - Klausurteil A - Deelopdracht 2 · Analyse von Sachtexten, Karikaturen und Grafiken (standpunt en argumentatie)

Situatie

Op social media volg je Zeikschrift, een account dat kritisch naar de Nederlandse media kijkt. Voor een interview over de vraag “Moeten we stereotypes in de media verbieden?” is men op zoek naar een expert, en Sahar Noor is een mogelijke kandidate. Omdat je Zeikschrift volgt, word je gevraagd om aan de hand van een column van haar (M 1) te bepalen of zij geschikt is als expert. Als blikvanger bij het interview is een foto uit een reclamefolder (M 2) voorzien.

Klausurteil A

Informatie over de schrijfster en de tekst

Sahar Noor is manager inclusie en diversiteit bij een mediabedrijf in Hilversum. In opinierubrieken schrijft ze geregeld over deze onderwerpen.

M 1: Sahar Noor: Opinie: “Mediamakers, het is geen humor meer om blondjes als dom te stereotyperen”

Een blond meisje achter de kassa dat niet weet hoe ze moet hoofdrekenen. Een zwaarlijvige

beveiliger die niet fit genoeg is om achter een dief aan te rennen. Een drugsdealer met de

naam Mo. Een “Pools uitziende” man die dronken is. Zulke stereotyperingen passeren

wekelijks, zo niet dagelijks de revue 1 in series, reclames en films. Dit gebeurt vooral in

5 producties waar “ humor” centraal staat.

De reden voor deze beeldvorming: stereotypen en humor zouden onlosmakelijk met elkaar

verbonden zijn. In andere woorden: stereotypen zijn functioneel en een onmisbaar onderdeel

van amusement en dus “broodnodig”.

Niet alleen is dat een oncreatieve manier om naar humor te kijken, het is ook schadelijk.

10 Kiezen voor deze beeldvorming gaat voorbij aan de impact van stereotypen op de

maatschappelijke positie van diegenen die gestereotypeerd worden. Het doel “ humor” lijkt

alle middelen te heiligen. De opvatting “ satire moet toch mogen” overschaduwt dat

stereotypering problematische patronen in de samenleving in stand houdt. Stereotypen doen

bijvoorbeeld meer kwaad dan goed voor diegenen die reeds een achterstand op de

15 arbeidsmarkt hebben.

Er is van alles mis met stereotypering. Stereotypen zijn overdreven beelden of opvattingen

over mensen uit een groep. Stereotypen zijn altijd generalisaties, versimpelingen van de

werkelijkheid. Ze brengen een geportretteerde groep terug tot een clichébeeld, ook wanneer

deze stereotypen positief bedoeld zijn. Stereotypen worden bovendien versterkt wanneer je

20 ze herhaalt. Als je op tv alsmaar een blonde vrouw achter de kassa voorgeschoteld krijgt 2

die niet kan hoofdrekenen, dan ga je vanzelf geloven dat blonde vrouwen niet kunnen

hoofdrekenen. “ Niet kunnen hoofdrekenen” en “blond” worden sterke associaties. Lees

over iemand die niet kan hoofdrekenen en je denkt direct aan een blonde vrouw. Als je nu

leest “blonde vrouw” denk je gelijk aan “niet kunnen hoofdrekenen”.

25 Door zulke associaties blijven schadelijke maatschappelijke patronen uit het verleden in stand.

Ook al is niet iedereen zich hiervan bewust, maar dat maakt het nog geen onschuldig

verschijnsel. Stereotypen kunnen namelijk wel tot ongelijke behandeling leiden. Een

supermarktmanager met dit onbewuste vooroordeel zal een blonde vrouw minder snel als

bekwaam beoordelen voor de functie van een kassier.

30 We zien dat stereotyperingen in de media nog steeds een bijzonder grote impact op de

arbeidsmarkt hebben. Zo hebben solliciterende mensen met een migratieachtergrond minder

kans op een e-mail, voicemail of telefoontje dan mensen zonder migratieachtergrond.

Daarnaast zijn er gevallen bekend van sollicitanten met overgewicht die afgewezen worden

voor een functie als postbode, omdat er vanuit wordt gegaan dat zij niet sportief of fit

35 zouden zijn.

Niet alleen negatieve stereotypen hebben zo'n effect, maar ook zogenaamde positieve

stereotypen. Het is bijvoorbeeld een positief stereotype dat moeders lief en zorgzaam zijn.

Mooie eigenschappen, maar deze beeldvorming zorgt er wel voor dat moeders vaak minder

serieus worden genomen op de werkvloer. En wegens dit vooroordeel betalen werkgevers

40 vrouwen minder dan hun mannelijke collega's. Omdat ze vanwege hun “ zorgzaamheid” als

meegaand en minder professioneel worden gezien.

Niet alleen beïnvloeden stereotypen in de media dus de cultuur op de werkvloer, ze vormen

ook een pedagogisch probleem. Onderzoek toont aan dat kinderen rond het tiende levensjaar

zich al in een genderdwangbuis 3 bevinden; ze geloven dat jongens sterk en meisjes zwak

45 zijn. Wanneer jonge meisjes zich deze stereotypen eigen maken, zullen ze minder

zelfvertrouwen ontwikkelen en minder geloven in hun eigen kwaliteiten en talenten. Dit is

een van de redenen waarom nog altijd minder vrouwen kiezen voor een technisch beroep.

Enerzijds zien ze geen representatie van andere vrouwen in die werkzaamheden, anderzijds

worden ze tegengewerkt door stereotype beelden over wat mannenberoepen en

50 vrouwenberoepen zijn.

Vanwege deze impact van stereotype denken is mijn oproep aan alle mediamakers:

reflecteer op je eigen beeldvoering en wees je bewust van je eigen vooroordelen. Ontkracht

stereotypen die de positie onderuithalen van groepen met een achterstand op de arbeidsmarkt.

Denk aan mensen met een zichtbare of niet zichtbare beperking, schoolverlaters, vrouwen,

55 mensen met een migratieachtergrond, overige groepen die om een zichtbaar uiterlijk

kenmerk (bijvoorbeeld een hoofddoek of huidskleur) minder snel aangenomen worden en

iedereen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Stereotype denken is lui denken. Wees niet lui, humor kan ook ontstaan op basis van

verfrissende sketches zonder gemarginaliseerde groepen te ridiculiseren 4. Zet een jongen met

60 bruin haar achter de kassa, laat hem slecht zijn in hoofdrekenen en laat de hoofdrolspeler in

de serie het belang van meer rekenen in het onderwijs benoemen. Je kunt hetzelfde doen en

zeggen, zonder stereotypen die verregaande, negatieve consequenties hebben. Daarom:

ontstereotypeer! Laten we als mediamakers onze verantwoordelijkheid nemen en een

katalysator 5 van gelijke kansen zijn.

bron: Noor, Sahar: Opinie: “ Mediamakers, het is geen humor meer om blondjes als dom te stereotyperen”. Het Parool, 28 december 2021 ( Het Parool: Nederlands dagblad)

Im Original enthaltene fehlerhafte Schreibungen wurden korrigiert.

1 de revue passeren (beeldspraak): hier: voorkomen

2 voorgeschoteld krijgen (beeldspraak): gepresenteerd krijgen

3 zich in een genderdwangbuis bevinden (beeldspraak): gedwongen worden een bepaalde rol aan te nemen

4 ridiculiseren: belachelijk maken

5 een katalysator zijn (beeldspraak): een proces op gang brengen

M 2: Informatie over de afbeelding

Deze afbeelding komt oorspronkelijk uit een reclamefolder van een grote Vlaamse speelgoedwinkel.

bron: Poelmans, Kato: Jongens met poppen, meisjes met racebaan: genderhype breekt door in Sinterklaasboekjes. Het Belang van Limburg, 16 oktober 2019 ( Het Belang van Limburg: Vlaams dagblad)

Opdracht: Schrijf een commentaar op de column "Mediamakers, het is geen humor meer om blondjes als dom te stereotyperen" van Sahar Noor.

•

Preciseer wat haar kernboodschap is en welke gevolgen stereotypering kan hebben voor de groepen die gestereotypeerd worden. Betrek daarbij ook hoe Noor haar standpunt onderbouwt (M 1). (18 Punkte)

Aufgabe HT 2 - Klausurteil A - Deelopdracht 3 · Beurteilen und Stellung nehmen im vorgegebenen Textformat (Beoordeel / Bediscussieer)

Situatie

Op social media volg je Zeikschrift, een account dat kritisch naar de Nederlandse media kijkt. Voor een interview over de vraag “Moeten we stereotypes in de media verbieden?” is men op zoek naar een expert, en Sahar Noor is een mogelijke kandidate. Omdat je Zeikschrift volgt, word je gevraagd om aan de hand van een column van haar (M 1) te bepalen of zij geschikt is als expert. Als blikvanger bij het interview is een foto uit een reclamefolder (M 2) voorzien.

Klausurteil A

Informatie over de schrijfster en de tekst

Sahar Noor is manager inclusie en diversiteit bij een mediabedrijf in Hilversum. In opinierubrieken schrijft ze geregeld over deze onderwerpen.

M 1: Sahar Noor: Opinie: “Mediamakers, het is geen humor meer om blondjes als dom te stereotyperen”

Een blond meisje achter de kassa dat niet weet hoe ze moet hoofdrekenen. Een zwaarlijvige

beveiliger die niet fit genoeg is om achter een dief aan te rennen. Een drugsdealer met de

naam Mo. Een “Pools uitziende” man die dronken is. Zulke stereotyperingen passeren

wekelijks, zo niet dagelijks de revue 1 in series, reclames en films. Dit gebeurt vooral in

5 producties waar “ humor” centraal staat.

De reden voor deze beeldvorming: stereotypen en humor zouden onlosmakelijk met elkaar

verbonden zijn. In andere woorden: stereotypen zijn functioneel en een onmisbaar onderdeel

van amusement en dus “broodnodig”.

Niet alleen is dat een oncreatieve manier om naar humor te kijken, het is ook schadelijk.

10 Kiezen voor deze beeldvorming gaat voorbij aan de impact van stereotypen op de

maatschappelijke positie van diegenen die gestereotypeerd worden. Het doel “ humor” lijkt

alle middelen te heiligen. De opvatting “ satire moet toch mogen” overschaduwt dat

stereotypering problematische patronen in de samenleving in stand houdt. Stereotypen doen

bijvoorbeeld meer kwaad dan goed voor diegenen die reeds een achterstand op de

15 arbeidsmarkt hebben.

Er is van alles mis met stereotypering. Stereotypen zijn overdreven beelden of opvattingen

over mensen uit een groep. Stereotypen zijn altijd generalisaties, versimpelingen van de

werkelijkheid. Ze brengen een geportretteerde groep terug tot een clichébeeld, ook wanneer

deze stereotypen positief bedoeld zijn. Stereotypen worden bovendien versterkt wanneer je

20 ze herhaalt. Als je op tv alsmaar een blonde vrouw achter de kassa voorgeschoteld krijgt 2

die niet kan hoofdrekenen, dan ga je vanzelf geloven dat blonde vrouwen niet kunnen

hoofdrekenen. “ Niet kunnen hoofdrekenen” en “blond” worden sterke associaties. Lees

over iemand die niet kan hoofdrekenen en je denkt direct aan een blonde vrouw. Als je nu

leest “blonde vrouw” denk je gelijk aan “niet kunnen hoofdrekenen”.

25 Door zulke associaties blijven schadelijke maatschappelijke patronen uit het verleden in stand.

Ook al is niet iedereen zich hiervan bewust, maar dat maakt het nog geen onschuldig

verschijnsel. Stereotypen kunnen namelijk wel tot ongelijke behandeling leiden. Een

supermarktmanager met dit onbewuste vooroordeel zal een blonde vrouw minder snel als

bekwaam beoordelen voor de functie van een kassier.

30 We zien dat stereotyperingen in de media nog steeds een bijzonder grote impact op de

arbeidsmarkt hebben. Zo hebben solliciterende mensen met een migratieachtergrond minder

kans op een e-mail, voicemail of telefoontje dan mensen zonder migratieachtergrond.

Daarnaast zijn er gevallen bekend van sollicitanten met overgewicht die afgewezen worden

voor een functie als postbode, omdat er vanuit wordt gegaan dat zij niet sportief of fit

35 zouden zijn.

Niet alleen negatieve stereotypen hebben zo'n effect, maar ook zogenaamde positieve

stereotypen. Het is bijvoorbeeld een positief stereotype dat moeders lief en zorgzaam zijn.

Mooie eigenschappen, maar deze beeldvorming zorgt er wel voor dat moeders vaak minder

serieus worden genomen op de werkvloer. En wegens dit vooroordeel betalen werkgevers

40 vrouwen minder dan hun mannelijke collega's. Omdat ze vanwege hun “ zorgzaamheid” als

meegaand en minder professioneel worden gezien.

Niet alleen beïnvloeden stereotypen in de media dus de cultuur op de werkvloer, ze vormen

ook een pedagogisch probleem. Onderzoek toont aan dat kinderen rond het tiende levensjaar

zich al in een genderdwangbuis 3 bevinden; ze geloven dat jongens sterk en meisjes zwak

45 zijn. Wanneer jonge meisjes zich deze stereotypen eigen maken, zullen ze minder

zelfvertrouwen ontwikkelen en minder geloven in hun eigen kwaliteiten en talenten. Dit is

een van de redenen waarom nog altijd minder vrouwen kiezen voor een technisch beroep.

Enerzijds zien ze geen representatie van andere vrouwen in die werkzaamheden, anderzijds

worden ze tegengewerkt door stereotype beelden over wat mannenberoepen en

50 vrouwenberoepen zijn.

Vanwege deze impact van stereotype denken is mijn oproep aan alle mediamakers:

reflecteer op je eigen beeldvoering en wees je bewust van je eigen vooroordelen. Ontkracht

stereotypen die de positie onderuithalen van groepen met een achterstand op de arbeidsmarkt.

Denk aan mensen met een zichtbare of niet zichtbare beperking, schoolverlaters, vrouwen,

55 mensen met een migratieachtergrond, overige groepen die om een zichtbaar uiterlijk

kenmerk (bijvoorbeeld een hoofddoek of huidskleur) minder snel aangenomen worden en

iedereen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Stereotype denken is lui denken. Wees niet lui, humor kan ook ontstaan op basis van

verfrissende sketches zonder gemarginaliseerde groepen te ridiculiseren 4. Zet een jongen met

60 bruin haar achter de kassa, laat hem slecht zijn in hoofdrekenen en laat de hoofdrolspeler in

de serie het belang van meer rekenen in het onderwijs benoemen. Je kunt hetzelfde doen en

zeggen, zonder stereotypen die verregaande, negatieve consequenties hebben. Daarom:

ontstereotypeer! Laten we als mediamakers onze verantwoordelijkheid nemen en een

katalysator 5 van gelijke kansen zijn.

bron: Noor, Sahar: Opinie: “ Mediamakers, het is geen humor meer om blondjes als dom te stereotyperen”. Het Parool, 28 december 2021 ( Het Parool: Nederlands dagblad)

Im Original enthaltene fehlerhafte Schreibungen wurden korrigiert.

1 de revue passeren (beeldspraak): hier: voorkomen

2 voorgeschoteld krijgen (beeldspraak): gepresenteerd krijgen

3 zich in een genderdwangbuis bevinden (beeldspraak): gedwongen worden een bepaalde rol aan te nemen

4 ridiculiseren: belachelijk maken

5 een katalysator zijn (beeldspraak): een proces op gang brengen

M 2: Informatie over de afbeelding

Deze afbeelding komt oorspronkelijk uit een reclamefolder van een grote Vlaamse speelgoedwinkel.

bron: Poelmans, Kato: Jongens met poppen, meisjes met racebaan: genderhype breekt door in Sinterklaasboekjes. Het Belang van Limburg, 16 oktober 2019 ( Het Belang van Limburg: Vlaams dagblad)

Opdracht: Schrijf een commentaar over de column "Mediamakers, het is geen humor meer om blondjes als dom te stereotyperen" van Sahar Noor.

•

Bediscussieer, uitgaande van je analyse en je mediakennis, of de journaliste Sahar Noor uitgenodigd zou moeten worden voor een interview als expert. Ga daarbij ook in op de vraag of de reclamefoto als blikvanger kan werken (M 2). (14 Punkte)

Aufgabe HT 2 - Klausurteil B · Sprachmittlung Deutsch → Niederländisch

Situatie

Op social media volg je Zeikschrift, een account dat kritisch naar de Nederlandse media kijkt. Voor een interview over de vraag “Moeten we stereotypes in de media verbieden?” is men op zoek naar een expert, en Sahar Noor is een mogelijke kandidate. Omdat je Zeikschrift volgt, word je gevraagd om aan de hand van een column van haar (M 1) te bepalen of zij geschikt is als expert. Als blikvanger bij het interview is een foto uit een reclamefolder (M 2) voorzien.

Klausurteil A

Informatie over de schrijfster en de tekst

Sahar Noor is manager inclusie en diversiteit bij een mediabedrijf in Hilversum. In opinierubrieken schrijft ze geregeld over deze onderwerpen.

M 1: Sahar Noor: Opinie: “Mediamakers, het is geen humor meer om blondjes als dom te stereotyperen”

Een blond meisje achter de kassa dat niet weet hoe ze moet hoofdrekenen. Een zwaarlijvige

beveiliger die niet fit genoeg is om achter een dief aan te rennen. Een drugsdealer met de

naam Mo. Een “Pools uitziende” man die dronken is. Zulke stereotyperingen passeren

wekelijks, zo niet dagelijks de revue 1 in series, reclames en films. Dit gebeurt vooral in

5 producties waar “ humor” centraal staat.

De reden voor deze beeldvorming: stereotypen en humor zouden onlosmakelijk met elkaar

verbonden zijn. In andere woorden: stereotypen zijn functioneel en een onmisbaar onderdeel

van amusement en dus “broodnodig”.

Niet alleen is dat een oncreatieve manier om naar humor te kijken, het is ook schadelijk.

10 Kiezen voor deze beeldvorming gaat voorbij aan de impact van stereotypen op de

maatschappelijke positie van diegenen die gestereotypeerd worden. Het doel “ humor” lijkt

alle middelen te heiligen. De opvatting “ satire moet toch mogen” overschaduwt dat

stereotypering problematische patronen in de samenleving in stand houdt. Stereotypen doen

bijvoorbeeld meer kwaad dan goed voor diegenen die reeds een achterstand op de

15 arbeidsmarkt hebben.

Er is van alles mis met stereotypering. Stereotypen zijn overdreven beelden of opvattingen

over mensen uit een groep. Stereotypen zijn altijd generalisaties, versimpelingen van de

werkelijkheid. Ze brengen een geportretteerde groep terug tot een clichébeeld, ook wanneer

deze stereotypen positief bedoeld zijn. Stereotypen worden bovendien versterkt wanneer je

20 ze herhaalt. Als je op tv alsmaar een blonde vrouw achter de kassa voorgeschoteld krijgt 2

die niet kan hoofdrekenen, dan ga je vanzelf geloven dat blonde vrouwen niet kunnen

hoofdrekenen. “ Niet kunnen hoofdrekenen” en “blond” worden sterke associaties. Lees

over iemand die niet kan hoofdrekenen en je denkt direct aan een blonde vrouw. Als je nu

leest “blonde vrouw” denk je gelijk aan “niet kunnen hoofdrekenen”.

25 Door zulke associaties blijven schadelijke maatschappelijke patronen uit het verleden in stand.

Ook al is niet iedereen zich hiervan bewust, maar dat maakt het nog geen onschuldig

verschijnsel. Stereotypen kunnen namelijk wel tot ongelijke behandeling leiden. Een

supermarktmanager met dit onbewuste vooroordeel zal een blonde vrouw minder snel als

bekwaam beoordelen voor de functie van een kassier.

30 We zien dat stereotyperingen in de media nog steeds een bijzonder grote impact op de

arbeidsmarkt hebben. Zo hebben solliciterende mensen met een migratieachtergrond minder

kans op een e-mail, voicemail of telefoontje dan mensen zonder migratieachtergrond.

Daarnaast zijn er gevallen bekend van sollicitanten met overgewicht die afgewezen worden

voor een functie als postbode, omdat er vanuit wordt gegaan dat zij niet sportief of fit

35 zouden zijn.

Niet alleen negatieve stereotypen hebben zo'n effect, maar ook zogenaamde positieve

stereotypen. Het is bijvoorbeeld een positief stereotype dat moeders lief en zorgzaam zijn.

Mooie eigenschappen, maar deze beeldvorming zorgt er wel voor dat moeders vaak minder

serieus worden genomen op de werkvloer. En wegens dit vooroordeel betalen werkgevers

40 vrouwen minder dan hun mannelijke collega's. Omdat ze vanwege hun “ zorgzaamheid” als

meegaand en minder professioneel worden gezien.

Niet alleen beïnvloeden stereotypen in de media dus de cultuur op de werkvloer, ze vormen

ook een pedagogisch probleem. Onderzoek toont aan dat kinderen rond het tiende levensjaar

zich al in een genderdwangbuis 3 bevinden; ze geloven dat jongens sterk en meisjes zwak

45 zijn. Wanneer jonge meisjes zich deze stereotypen eigen maken, zullen ze minder

zelfvertrouwen ontwikkelen en minder geloven in hun eigen kwaliteiten en talenten. Dit is

een van de redenen waarom nog altijd minder vrouwen kiezen voor een technisch beroep.

Enerzijds zien ze geen representatie van andere vrouwen in die werkzaamheden, anderzijds

worden ze tegengewerkt door stereotype beelden over wat mannenberoepen en

50 vrouwenberoepen zijn.

Vanwege deze impact van stereotype denken is mijn oproep aan alle mediamakers:

reflecteer op je eigen beeldvoering en wees je bewust van je eigen vooroordelen. Ontkracht

stereotypen die de positie onderuithalen van groepen met een achterstand op de arbeidsmarkt.

Denk aan mensen met een zichtbare of niet zichtbare beperking, schoolverlaters, vrouwen,

55 mensen met een migratieachtergrond, overige groepen die om een zichtbaar uiterlijk

kenmerk (bijvoorbeeld een hoofddoek of huidskleur) minder snel aangenomen worden en

iedereen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Stereotype denken is lui denken. Wees niet lui, humor kan ook ontstaan op basis van

verfrissende sketches zonder gemarginaliseerde groepen te ridiculiseren 4. Zet een jongen met

60 bruin haar achter de kassa, laat hem slecht zijn in hoofdrekenen en laat de hoofdrolspeler in

de serie het belang van meer rekenen in het onderwijs benoemen. Je kunt hetzelfde doen en

zeggen, zonder stereotypen die verregaande, negatieve consequenties hebben. Daarom:

ontstereotypeer! Laten we als mediamakers onze verantwoordelijkheid nemen en een

katalysator 5 van gelijke kansen zijn.

bron: Noor, Sahar: Opinie: “ Mediamakers, het is geen humor meer om blondjes als dom te stereotyperen”. Het Parool, 28 december 2021 ( Het Parool: Nederlands dagblad)

Im Original enthaltene fehlerhafte Schreibungen wurden korrigiert.

1 de revue passeren (beeldspraak): hier: voorkomen

2 voorgeschoteld krijgen (beeldspraak): gepresenteerd krijgen

3 zich in een genderdwangbuis bevinden (beeldspraak): gedwongen worden een bepaalde rol aan te nemen

4 ridiculiseren: belachelijk maken

5 een katalysator zijn (beeldspraak): een proces op gang brengen

M 2: Informatie over de afbeelding

Deze afbeelding komt oorspronkelijk uit een reclamefolder van een grote Vlaamse speelgoedwinkel.

bron: Poelmans, Kato: Jongens met poppen, meisjes met racebaan: genderhype breekt door in Sinterklaasboekjes. Het Belang van Limburg, 16 oktober 2019 ( Het Belang van Limburg: Vlaams dagblad)

Klausurteil B: Sprachmittlung isoliert

Opdracht: Ook je Nederlandse vriendin Maia leest Zeikschrift. In de rubriek "Wereldwijd" staat een verwijzing naar een Duits informatieportaal over hoe jongeren media gebruiken. Maia heeft hulp nodig bij een artikel over het plaatsen van foto's op social media, want ze wil graag meer weten over de motieven en de risico's. Schrijf haar een brief waarin je samenvat waarom vooral jongeren foto's van zichzelf posten en welke gevaren daaraan verbonden zijn. (18 Punkte)

JFF – Jugend Film Fernsehen e.V.: Mediale Selbstdarstellung

Das Netz bietet seinen Nutzer*innen vielfältige Möglichkeiten, mit einem breiten Publikum nicht nur zu kommunizieren, sondern sich auch öffentlich zu präsentieren. Inzwischen ist die Inszenierung des eigenen Ichs in sozialen Netzwerken weit verbreitet. Auch wenn es zum Teil nur alltägliche Belanglosigkeiten sind, sind sie für die virtuellen Plattformen von Bedeutung.

Sich selbst zum Thema machen, ist allerdings kein neues Phänomen, welches mit dem Internet und den sozialen Netzwerken aufkam. In unserem alltäglichen Leben nutzen wir ebenfalls Mittel zur Selbstdarstellung. Wir schlüpfen in verschiedene Rollen und verhalten uns zum Beispiel gegenüber den Freund*innen anders als gegenüber Familienmitgliedern. Außerdem kleiden und reden wir so, wie es für eine bestimmte Situation und ein bestimmtes Publikum angemessen ist. Durch das Veröffentlichen von Bildern und Videos kann ebenfalls ein gewünschter Eindruck bei einem bestimmten Publikum erzielt werden.

Die Identitätsentwicklung ist ein lebenslanger Prozess, in dem sich die Selbstwahrnehmung, persönliche Eigenschaften und Kompetenzen entwickeln. Gerade im Jugendalter spielt die Identitätsfindung eine zentrale Rolle. Junge Menschen nehmen verschiedene Rollen ein, probieren sich aus und sind auf der Suche nach einem Rollenbild, mit dem sie sich identifizieren können. Da Jugendliche viel Zeit online verbringen, wird die Entwicklung des Selbstbildes durch die Rückmeldung der anderen Nutzer*innen ebenfalls beeinflusst. Gerade in der Pubertät, in der sich der Körper verändert, brauchen sie die Rückmeldung, um eine positive Einstellung zu ihrem Körper entwickeln zu können. Durch Social Media werden junge Menschen ebenfalls zur Selbstreflexion aufgefordert. Um ein Profil zu erstellen, müssen sie sich mit den Fragen „Wer bin ich?“ und „Wer möchte ich sein?“ beschäftigen.

Die Selbstdarstellung spielt bei Jugendlichen in der Online-Welt eine wichtige Rolle, denn Teenager*innen sind fortlaufend auf der Suche nach Bestätigung und Akzeptanz. Ein zentrales Motiv für die Selbstdarstellung im Netz ist Aufmerksamkeit. Gerade junge Menschen wollen auf sich aufmerksam machen und suchen über die Medien soziale Anerkennung. Über die Selbstdarstellung zeigen sie ihre Interessen und setzen sich mit vielfältigen Themen auseinander.

Ein weiteres Motiv der Selbstdarstellung im Internet ist die Bewältigung von Unsicherheit. Menschen, die verunsichert sind, setzen sich verstärkt mit sich selbst auseinander. Über eine positive Rückmeldung können sie so ihr Selbstbewusstsein stärken.

Meist wird die Selbstdarstellung im Netz mit negativen Aspekten verbunden und eher kritisch begutachtet. Vielen Menschen geht es allerdings nicht um die Inszenierung, sondern um die Selbstdarstellung wie im realen Leben. Auch hier wird versucht, sich von der besten Seite zu präsentieren.

Besonders bei Plattformen wie Instagram und TikTok, bei denen Fotos und Videos stark im Mittelpunkt stehen, gibt es auch eine negative Seite der Selbstinszenierung. Oftmals werden gerade Frauen stark idealisiert dargestellt. Diese optimierte Darstellung kann das Selbstwertgefühl junger Menschen stark beeinflussen und das Streben nach einem vermeintlich perfekten Körperbild erhöhen. Mit Bearbeitungsprogrammen oder Filtern versuchen Jugendliche ihre Darstellung ebenfalls zu optimieren. Um Aufmerksamkeit zu erregen und die Anzahl an Kommentaren und Likes zu erhöhen, lassen sich viele junge Menschen auch zu fragwürdigen Handlungen überreden.

Ein weiterer kritischer Aspekt ist die sexualisierte Selbstdarstellung. Um möglichst viele Likes zu erhalten, werden freizügige Bilder ins Netz gestellt. In den sozialen Medien wird gerne das Prinzip „Sex-Sells“ genutzt, um mehr Aufmerksamkeit zu erzeugen. Auch junge Menschen lassen sich daher schnell zur Veröffentlichung von freizügigen Bildern verleiten. Außerdem kann es passieren, dass Kinder und Jugendliche sexualisierte Posen von ihren Idolen übernehmen, ohne sich dessen bewusst zu sein.

Quelle: JFF – Jugend Film Fernsehen e.V.: Mediale Selbstdarstellung. Webhelm

Du kannst auch nach Themen lernen

Übe ein Thema mit gemischten Aufgaben aus den Prüfungen aller Jahre.

Alle 5 Themen ansehen

Andere Prüfungen 2023

GK · Haupttermin · neu einsetzend (2023) · GK · Haupttermin · neu einsetzend · Weiterbildungskolleg (2023) · LK · Haupttermin · fortgeführt (2023)