Abitur NRW Niederländisch 2023 · LK · Haupttermin · fortgeführt

Abiturprüfung Niederländisch in Nordrhein-Westfalen 2023, LK · Haupttermin · fortgeführt: 8 Aufgaben mit Lösungen. Mit automatischer Korrektur.

Themen der Prüfung: Textverständnis: Inhalte wiedergeben (Vat samen / Stel voor) · Analyse literarischer Texte (Karakteriseer, literaire middelen) · Analyse von Sachtexten, Karikaturen und Grafiken (standpunt en argumentatie) · Beurteilen und Stellung nehmen im vorgegebenen Textformat (Beoordeel / Bediscussieer) · Sprachmittlung Deutsch → Niederländisch

Aufgabe HT 1 - Opdracht 1 · Textverständnis: Inhalte wiedergeben (Vat samen / Stel voor)

Klausurteil A

Informatie over de auteur en de tekst

„Schutkleur“ is de eerste roman die Bernadette Heiligers (*1952, Curaçao) in het Nederlands heeft geschreven. Het boek volgt Corine, een Curaçaose vrouw, die op het eiland gesprekken voert met uiteenlopende inwoners. In dit fragment ontmoet ze Wilfried, een bekende die enkele jaren geleden vanuit Nederland naar Curaçao is verhuisd. Naast zijn werk als hoofdopzichter bij een aannemersbedrijf heeft hij een eigen restaurant, een grillterras. Op dat terras hebben ze afgesproken.

Bernadette Heiligers: Schutkleur

Wilfried komt breed glimlachend bij Corine zitten. Ondanks de dunne, zurige damp die in

de hitte altijd om hem heen hangt, mag Corine hem erg graag.

“Zie je die auto daar?” glundert hij. “Van mij.”

“Ik dacht dat je in een vrachtwagen reed.”

5 “Ook. Ook. Maar van de marinade 1 heb ik een spiksplinternieuwe auto gekocht. Dat had ik

me drie jaar geleden niet kunnen voorstellen. In Schiedam was het vijf kilometer op de fiets

naar mijn werk en terug.”

Corine beseft hoe weinig ze eigenlijk van hem weet. Schiedam? Hoe is hij hier terechtgekomen?

“Ik was hier op vakantie,” zegt Wilfried. “Ze waren net het zwembad bij het hotel aan het

10 repareren. Ik vroeg de aannemer voor de grap of hij nog een paar handen kon gebruiken.

Wist ik veel dat hij het serieus nam. Van het een kwam het ander en binnen een paar weken

was ik hier terug. Maar ik voel me niet op mijn gemak bij Heldringa Constructie. Nooit

eerder een leidinggevende functie gehad en hier ineens, pats boem, word ik opzichter.”

[...]

15 “Als je van dit terras een auto kan kopen, kan je er straks misschien ook van leven,” zegt

Corine. “Dan kan je helemaal uit de bouw stappen.”

“Maar ik zie mezelf niet voorgoed blijven. De mentaliteit van de mensen hier joh... Die is

niet bepaald... nou ja.”

Corine herkent de aarzeling in zijn ogen terwijl hij haar onderzoekend aankijkt.

20 “Wat is ermee?”

“Ach, een zootje slome lapzwansen zijn 't hier,” valt Wilfried uit. “Moet je hierachter zien.

Daar hebben ze vijf krotjes kriskras op een stuk grond neergezet. Gewoon vóór, achter en

naast het hoofdhuis.”

“Zo raar is dat niet hoor,” zegt Corine. “Het komt wel vaker voor dat volwassen kinderen een

25 huisje optrekken in de kurá 2 van hun ouders. Vooral buiten de stad.”

“Dat zal best,” werpt Wilfried tegen. “Nu zijn ze kwaad dat ik die lap grond ernaast wil

gebruiken om er appartementen aan de zeekant op te zetten. Geen greintje dankbaarheid dat

ik in deze droge uithoek investeer.”

“Waarom zouden ze blij zijn als je hun vrije uitzicht wegneemt?”

30 “Wie zegt dat het uitzicht van hen is?” vraagt Wilfried. “Er is toch een kadasterkantoor op

het eiland? Ik zei dus, laat maar eens zien dat jullie hier mogen wonen en hoe de grens

precies loopt. Er kwam een vaag verhaal over erfenissen en geiten die in de omringende

mondi 3 naar eten moeten zoeken.”

“Tja, als er steeds stukken mondi verdwijnen, wordt het moeilijk om geiten te houden. Die

35 beesten zijn voor deze mensen ook een soort investering, Wilfried.”

“Je wil die paar geiten toch niet vergelijken met een degelijk stuk ontwikkeling? Dat is nou

precies jullie probleem, Corine. Altijd maar op de rem trappen. Wel van alles willen, maar

er iets voor overhebben? Ho maar. [...] Denk je dat er dan nog één investeerder zijn geld

steekt in de ontwikkeling van het kustgebied? Als je eiland aan de grond zit, moet je een

40 toontje lager zingen.”

“Ai nee, Wilfried, jullie sluiten Scheveningen toch ook niet af als rijke sjeiks daar hotels

willen neerzetten?”

Zelfs hierboven, op de klip, hoor je de golven ruisend het strand op rollen en weer opgezogen

worden door de zee. Vanavond had Wilfried dat geluid graag wat zachter willen zetten.

45 Corine valt hem tegen. Hij neemt zich voor om zich wat voorzichtiger uit te laten als hij

onder de lokale mensen is, maar als hij haar vanuit zijn ooghoeken zo onbevangen naar hem

ziet kijken, gaat hij er toch op in.

“In Nederland zou dat niet hoeven, die stranden afsluiten. Maar hier zetten die lui hun

schreeuwerige muziek keihard aan. Of ze staan met drie generaties uitgebreid op het strand

50 te koken. Je drijft haast weg op die vette geur van kippenpoten. Het kan ze allemaal niks

schelen. Onaangepast gedrag, noem ik dat.”

“Ik probeer me voor te stellen hoe jullie je in Scheveningen aan de sjeiks zouden

aanpassen,” plaagt Corine. “Alle vrouwen in zedige badpakken, niet meer zoenen in het

openbaar en geen alcohol op het strand.”

55 “Doe niet zo stom. Wij leggen hier toch geen achterlijke normen aan jullie op? Ik heb het

over gewone omgangsvormen.”

“Europese omgangsvormen, bedoel je.”

“En wat dan nog? Nu even eerlijk, Corine. Je wilt toch niet ontkennen dat Europeanen

beschaafder zijn? Natuurlijk zijn er uitzonderingen. Jou heb ik hoog zitten. In Nederland

60 gestudeerd, meen ik. Ach, hè, zo bedoel ik het niet. Sommige mensen hier hebben van

zichzelf al een zekere beschaving. Maar ik bedoel in het algemeen. Toch?”

Laat maar waaien, spreekt Corine zichzelf toe. Waarom gaat mijn hart zo stom tekeer? “Ze

doen het niet expres,” zegt oom Henry altijd. Corine betwijfelt of oom Henry wel zo nuchter

is als hij zich voordoet. In 1999 werd hij door een Rotterdamse documentairemaker

65 geïnterviewd over “De ontmoeting van culturen”. De ontmoeting hield in dat de Europeanen

het Caribische gebied vijfhonderd jaar eerder hadden veroverd.

Oom Henry dacht dat hij zijn emoties in bedwang kon houden als hij goed was voorbereid.

Hij schreef van tevoren enkele zinnen op en oefende de hele dag. Zelfs Corine kon de zinnen

dromen. Maar bij de opname vielen de woorden als vierkante stenen uit oom Henry’s mond.

70 “De Europeanen,” begon hij met overslaande stem, “zijn onuitgenodigd alle continenten

binnengetrokken en hebben gepakt wat ze pakken konden. Ze zijn zo zeker van hun

superioriteit dat ze die misdaden niet als misdaden zien. Kijk in hun geschiedenisboeken.

Daarin beschrijven ze zichzelf als helden en hun slachtoffers als ellendelingen.”

“Nou Corine, zeg eens wat,” zegt Wilfried.

75 “Het wordt al laat. Zullen we afrekenen? Ik moet naar huis.”

“Hè, zie je wel? Nu lijkt het net alsof ik zo’n ongevoelige makamba 4 ben.”

“Dat ben je helemaal niet, Wilfried. Daar word ik juist zo moedeloos van. Dat er hele goede

mensen zijn, die au fond 5 hetzelfde denken als hele foute mensen.”

1 de marinade: bedoeld zijn hier de inkomsten van het grillterras

2 kurá (Papiamentu, taal in Curaçao): binnenplaats, een open ruimte omringd door gebouwen, vaak tussen voor- en achterhuis

3 mondi (Papiamentu): wild gebied op het eiland

4 makamba (Papiamentu): scheldwoord voor Nederlander

5 au fond (Frans): in feite, in werkelijkheid

bron: Heiligers, Bernadette: Schutkleur. Haarlem: In de Knipscheer 2015, p. 105 – 110

Situatie

Caraïbisch uitzicht is een weblog voor jongeren dat boeken over het Caribisch gebied onder de aandacht wil brengen. Wekelijks wordt aan jongeren gevraagd wat ze van bepaalde boeken vinden. Deze week staat een fragment uit een roman van Bernadette Heiligers centraal. Je besluit hierover een artikel voor de weblog te schrijven.

Opdracht: Schrijf een artikel over het fragment uit de roman "Schutkleur" van Bernadette Heiligers.

• Vat het gesprek samen dat Corine en Wilfried met elkaar voeren. (8 Punkte)

Aufgabe HT 1 - Opdracht 2 · Analyse literarischer Texte (Karakteriseer, literaire middelen)

Klausurteil A

Informatie over de auteur en de tekst

„Schutkleur“ is de eerste roman die Bernadette Heiligers (*1952, Curaçao) in het Nederlands heeft geschreven. Het boek volgt Corine, een Curaçaose vrouw, die op het eiland gesprekken voert met uiteenlopende inwoners. In dit fragment ontmoet ze Wilfried, een bekende die enkele jaren geleden vanuit Nederland naar Curaçao is verhuisd. Naast zijn werk als hoofdopzichter bij een aannemersbedrijf heeft hij een eigen restaurant, een grillterras. Op dat terras hebben ze afgesproken.

Bernadette Heiligers: Schutkleur

Wilfried komt breed glimlachend bij Corine zitten. Ondanks de dunne, zurige damp die in

de hitte altijd om hem heen hangt, mag Corine hem erg graag.

“Zie je die auto daar?” glundert hij. “Van mij.”

“Ik dacht dat je in een vrachtwagen reed.”

5 “Ook. Ook. Maar van de marinade 1 heb ik een spiksplinternieuwe auto gekocht. Dat had ik

me drie jaar geleden niet kunnen voorstellen. In Schiedam was het vijf kilometer op de fiets

naar mijn werk en terug.”

Corine beseft hoe weinig ze eigenlijk van hem weet. Schiedam? Hoe is hij hier terechtgekomen?

“Ik was hier op vakantie,” zegt Wilfried. “Ze waren net het zwembad bij het hotel aan het

10 repareren. Ik vroeg de aannemer voor de grap of hij nog een paar handen kon gebruiken.

Wist ik veel dat hij het serieus nam. Van het een kwam het ander en binnen een paar weken

was ik hier terug. Maar ik voel me niet op mijn gemak bij Heldringa Constructie. Nooit

eerder een leidinggevende functie gehad en hier ineens, pats boem, word ik opzichter.”

[...]

15 “Als je van dit terras een auto kan kopen, kan je er straks misschien ook van leven,” zegt

Corine. “Dan kan je helemaal uit de bouw stappen.”

“Maar ik zie mezelf niet voorgoed blijven. De mentaliteit van de mensen hier joh... Die is

niet bepaald... nou ja.”

Corine herkent de aarzeling in zijn ogen terwijl hij haar onderzoekend aankijkt.

20 “Wat is ermee?”

“Ach, een zootje slome lapzwansen zijn 't hier,” valt Wilfried uit. “Moet je hierachter zien.

Daar hebben ze vijf krotjes kriskras op een stuk grond neergezet. Gewoon vóór, achter en

naast het hoofdhuis.”

“Zo raar is dat niet hoor,” zegt Corine. “Het komt wel vaker voor dat volwassen kinderen een

25 huisje optrekken in de kurá 2 van hun ouders. Vooral buiten de stad.”

“Dat zal best,” werpt Wilfried tegen. “Nu zijn ze kwaad dat ik die lap grond ernaast wil

gebruiken om er appartementen aan de zeekant op te zetten. Geen greintje dankbaarheid dat

ik in deze droge uithoek investeer.”

“Waarom zouden ze blij zijn als je hun vrije uitzicht wegneemt?”

30 “Wie zegt dat het uitzicht van hen is?” vraagt Wilfried. “Er is toch een kadasterkantoor op

het eiland? Ik zei dus, laat maar eens zien dat jullie hier mogen wonen en hoe de grens

precies loopt. Er kwam een vaag verhaal over erfenissen en geiten die in de omringende

mondi 3 naar eten moeten zoeken.”

“Tja, als er steeds stukken mondi verdwijnen, wordt het moeilijk om geiten te houden. Die

35 beesten zijn voor deze mensen ook een soort investering, Wilfried.”

“Je wil die paar geiten toch niet vergelijken met een degelijk stuk ontwikkeling? Dat is nou

precies jullie probleem, Corine. Altijd maar op de rem trappen. Wel van alles willen, maar

er iets voor overhebben? Ho maar. [...] Denk je dat er dan nog één investeerder zijn geld

steekt in de ontwikkeling van het kustgebied? Als je eiland aan de grond zit, moet je een

40 toontje lager zingen.”

“Ai nee, Wilfried, jullie sluiten Scheveningen toch ook niet af als rijke sjeiks daar hotels

willen neerzetten?”

Zelfs hierboven, op de klip, hoor je de golven ruisend het strand op rollen en weer opgezogen

worden door de zee. Vanavond had Wilfried dat geluid graag wat zachter willen zetten.

45 Corine valt hem tegen. Hij neemt zich voor om zich wat voorzichtiger uit te laten als hij

onder de lokale mensen is, maar als hij haar vanuit zijn ooghoeken zo onbevangen naar hem

ziet kijken, gaat hij er toch op in.

“In Nederland zou dat niet hoeven, die stranden afsluiten. Maar hier zetten die lui hun

schreeuwerige muziek keihard aan. Of ze staan met drie generaties uitgebreid op het strand

50 te koken. Je drijft haast weg op die vette geur van kippenpoten. Het kan ze allemaal niks

schelen. Onaangepast gedrag, noem ik dat.”

“Ik probeer me voor te stellen hoe jullie je in Scheveningen aan de sjeiks zouden

aanpassen,” plaagt Corine. “Alle vrouwen in zedige badpakken, niet meer zoenen in het

openbaar en geen alcohol op het strand.”

55 “Doe niet zo stom. Wij leggen hier toch geen achterlijke normen aan jullie op? Ik heb het

over gewone omgangsvormen.”

“Europese omgangsvormen, bedoel je.”

“En wat dan nog? Nu even eerlijk, Corine. Je wilt toch niet ontkennen dat Europeanen

beschaafder zijn? Natuurlijk zijn er uitzonderingen. Jou heb ik hoog zitten. In Nederland

60 gestudeerd, meen ik. Ach, hè, zo bedoel ik het niet. Sommige mensen hier hebben van

zichzelf al een zekere beschaving. Maar ik bedoel in het algemeen. Toch?”

Laat maar waaien, spreekt Corine zichzelf toe. Waarom gaat mijn hart zo stom tekeer? “Ze

doen het niet expres,” zegt oom Henry altijd. Corine betwijfelt of oom Henry wel zo nuchter

is als hij zich voordoet. In 1999 werd hij door een Rotterdamse documentairemaker

65 geïnterviewd over “De ontmoeting van culturen”. De ontmoeting hield in dat de Europeanen

het Caribische gebied vijfhonderd jaar eerder hadden veroverd.

Oom Henry dacht dat hij zijn emoties in bedwang kon houden als hij goed was voorbereid.

Hij schreef van tevoren enkele zinnen op en oefende de hele dag. Zelfs Corine kon de zinnen

dromen. Maar bij de opname vielen de woorden als vierkante stenen uit oom Henry’s mond.

70 “De Europeanen,” begon hij met overslaande stem, “zijn onuitgenodigd alle continenten

binnengetrokken en hebben gepakt wat ze pakken konden. Ze zijn zo zeker van hun

superioriteit dat ze die misdaden niet als misdaden zien. Kijk in hun geschiedenisboeken.

Daarin beschrijven ze zichzelf als helden en hun slachtoffers als ellendelingen.”

“Nou Corine, zeg eens wat,” zegt Wilfried.

75 “Het wordt al laat. Zullen we afrekenen? Ik moet naar huis.”

“Hè, zie je wel? Nu lijkt het net alsof ik zo’n ongevoelige makamba 4 ben.”

“Dat ben je helemaal niet, Wilfried. Daar word ik juist zo moedeloos van. Dat er hele goede

mensen zijn, die au fond 5 hetzelfde denken als hele foute mensen.”

1 de marinade: bedoeld zijn hier de inkomsten van het grillterras

2 kurá (Papiamentu, taal in Curaçao): binnenplaats, een open ruimte omringd door gebouwen, vaak tussen voor- en achterhuis

3 mondi (Papiamentu): wild gebied op het eiland

4 makamba (Papiamentu): scheldwoord voor Nederlander

5 au fond (Frans): in feite, in werkelijkheid

bron: Heiligers, Bernadette: Schutkleur. Haarlem: In de Knipscheer 2015, p. 105 – 110

Opdracht: Schrijf een artikel naar aanleiding van het fragment uit de roman "Schutkleur" van Bernadette Heiligers.

• Karakteriseer hoe Wilfried zich opstelt ten opzichte van de bevolking van Curaçao en hoe de verhouding tussen de twee personages is. Besteed daarbij aandacht aan Heiligers’ taalgebruik en andere literaire middelen. (20 Punkte)

Aufgabe HT 1 - Opdracht 3 · Beurteilen und Stellung nehmen im vorgegebenen Textformat (Beoordeel / Bediscussieer)

Klausurteil A

Informatie over de auteur en de tekst

„Schutkleur“ is de eerste roman die Bernadette Heiligers (*1952, Curaçao) in het Nederlands heeft geschreven. Het boek volgt Corine, een Curaçaose vrouw, die op het eiland gesprekken voert met uiteenlopende inwoners. In dit fragment ontmoet ze Wilfried, een bekende die enkele jaren geleden vanuit Nederland naar Curaçao is verhuisd. Naast zijn werk als hoofdopzichter bij een aannemersbedrijf heeft hij een eigen restaurant, een grillterras. Op dat terras hebben ze afgesproken.

Bernadette Heiligers: Schutkleur

Wilfried komt breed glimlachend bij Corine zitten. Ondanks de dunne, zurige damp die in

de hitte altijd om hem heen hangt, mag Corine hem erg graag.

“Zie je die auto daar?” glundert hij. “Van mij.”

“Ik dacht dat je in een vrachtwagen reed.”

5 “Ook. Ook. Maar van de marinade 1 heb ik een spiksplinternieuwe auto gekocht. Dat had ik

me drie jaar geleden niet kunnen voorstellen. In Schiedam was het vijf kilometer op de fiets

naar mijn werk en terug.”

Corine beseft hoe weinig ze eigenlijk van hem weet. Schiedam? Hoe is hij hier terechtgekomen?

“Ik was hier op vakantie,” zegt Wilfried. “Ze waren net het zwembad bij het hotel aan het

10 repareren. Ik vroeg de aannemer voor de grap of hij nog een paar handen kon gebruiken.

Wist ik veel dat hij het serieus nam. Van het een kwam het ander en binnen een paar weken

was ik hier terug. Maar ik voel me niet op mijn gemak bij Heldringa Constructie. Nooit

eerder een leidinggevende functie gehad en hier ineens, pats boem, word ik opzichter.”

[...]

15 “Als je van dit terras een auto kan kopen, kan je er straks misschien ook van leven,” zegt

Corine. “Dan kan je helemaal uit de bouw stappen.”

“Maar ik zie mezelf niet voorgoed blijven. De mentaliteit van de mensen hier joh... Die is

niet bepaald... nou ja.”

Corine herkent de aarzeling in zijn ogen terwijl hij haar onderzoekend aankijkt.

20 “Wat is ermee?”

“Ach, een zootje slome lapzwansen zijn 't hier,” valt Wilfried uit. “Moet je hierachter zien.

Daar hebben ze vijf krotjes kriskras op een stuk grond neergezet. Gewoon vóór, achter en

naast het hoofdhuis.”

“Zo raar is dat niet hoor,” zegt Corine. “Het komt wel vaker voor dat volwassen kinderen een

25 huisje optrekken in de kurá 2 van hun ouders. Vooral buiten de stad.”

“Dat zal best,” werpt Wilfried tegen. “Nu zijn ze kwaad dat ik die lap grond ernaast wil

gebruiken om er appartementen aan de zeekant op te zetten. Geen greintje dankbaarheid dat

ik in deze droge uithoek investeer.”

“Waarom zouden ze blij zijn als je hun vrije uitzicht wegneemt?”

30 “Wie zegt dat het uitzicht van hen is?” vraagt Wilfried. “Er is toch een kadasterkantoor op

het eiland? Ik zei dus, laat maar eens zien dat jullie hier mogen wonen en hoe de grens

precies loopt. Er kwam een vaag verhaal over erfenissen en geiten die in de omringende

mondi 3 naar eten moeten zoeken.”

“Tja, als er steeds stukken mondi verdwijnen, wordt het moeilijk om geiten te houden. Die

35 beesten zijn voor deze mensen ook een soort investering, Wilfried.”

“Je wil die paar geiten toch niet vergelijken met een degelijk stuk ontwikkeling? Dat is nou

precies jullie probleem, Corine. Altijd maar op de rem trappen. Wel van alles willen, maar

er iets voor overhebben? Ho maar. [...] Denk je dat er dan nog één investeerder zijn geld

steekt in de ontwikkeling van het kustgebied? Als je eiland aan de grond zit, moet je een

40 toontje lager zingen.”

“Ai nee, Wilfried, jullie sluiten Scheveningen toch ook niet af als rijke sjeiks daar hotels

willen neerzetten?”

Zelfs hierboven, op de klip, hoor je de golven ruisend het strand op rollen en weer opgezogen

worden door de zee. Vanavond had Wilfried dat geluid graag wat zachter willen zetten.

45 Corine valt hem tegen. Hij neemt zich voor om zich wat voorzichtiger uit te laten als hij

onder de lokale mensen is, maar als hij haar vanuit zijn ooghoeken zo onbevangen naar hem

ziet kijken, gaat hij er toch op in.

“In Nederland zou dat niet hoeven, die stranden afsluiten. Maar hier zetten die lui hun

schreeuwerige muziek keihard aan. Of ze staan met drie generaties uitgebreid op het strand

50 te koken. Je drijft haast weg op die vette geur van kippenpoten. Het kan ze allemaal niks

schelen. Onaangepast gedrag, noem ik dat.”

“Ik probeer me voor te stellen hoe jullie je in Scheveningen aan de sjeiks zouden

aanpassen,” plaagt Corine. “Alle vrouwen in zedige badpakken, niet meer zoenen in het

openbaar en geen alcohol op het strand.”

55 “Doe niet zo stom. Wij leggen hier toch geen achterlijke normen aan jullie op? Ik heb het

over gewone omgangsvormen.”

“Europese omgangsvormen, bedoel je.”

“En wat dan nog? Nu even eerlijk, Corine. Je wilt toch niet ontkennen dat Europeanen

beschaafder zijn? Natuurlijk zijn er uitzonderingen. Jou heb ik hoog zitten. In Nederland

60 gestudeerd, meen ik. Ach, hè, zo bedoel ik het niet. Sommige mensen hier hebben van

zichzelf al een zekere beschaving. Maar ik bedoel in het algemeen. Toch?”

Laat maar waaien, spreekt Corine zichzelf toe. Waarom gaat mijn hart zo stom tekeer? “Ze

doen het niet expres,” zegt oom Henry altijd. Corine betwijfelt of oom Henry wel zo nuchter

is als hij zich voordoet. In 1999 werd hij door een Rotterdamse documentairemaker

65 geïnterviewd over “De ontmoeting van culturen”. De ontmoeting hield in dat de Europeanen

het Caribische gebied vijfhonderd jaar eerder hadden veroverd.

Oom Henry dacht dat hij zijn emoties in bedwang kon houden als hij goed was voorbereid.

Hij schreef van tevoren enkele zinnen op en oefende de hele dag. Zelfs Corine kon de zinnen

dromen. Maar bij de opname vielen de woorden als vierkante stenen uit oom Henry’s mond.

70 “De Europeanen,” begon hij met overslaande stem, “zijn onuitgenodigd alle continenten

binnengetrokken en hebben gepakt wat ze pakken konden. Ze zijn zo zeker van hun

superioriteit dat ze die misdaden niet als misdaden zien. Kijk in hun geschiedenisboeken.

Daarin beschrijven ze zichzelf als helden en hun slachtoffers als ellendelingen.”

“Nou Corine, zeg eens wat,” zegt Wilfried.

75 “Het wordt al laat. Zullen we afrekenen? Ik moet naar huis.”

“Hè, zie je wel? Nu lijkt het net alsof ik zo’n ongevoelige makamba 4 ben.”

“Dat ben je helemaal niet, Wilfried. Daar word ik juist zo moedeloos van. Dat er hele goede

mensen zijn, die au fond 5 hetzelfde denken als hele foute mensen.”

1 de marinade: bedoeld zijn hier de inkomsten van het grillterras

2 kurá (Papiamentu, taal in Curaçao): binnenplaats, een open ruimte omringd door gebouwen, vaak tussen voor- en achterhuis

3 mondi (Papiamentu): wild gebied op het eiland

4 makamba (Papiamentu): scheldwoord voor Nederlander

5 au fond (Frans): in feite, in werkelijkheid

bron: Heiligers, Bernadette: Schutkleur. Haarlem: In de Knipscheer 2015, p. 105 – 110

Opdracht: Schrijf een artikel naar aanleiding van het fragment uit de roman "Schutkleur" van Bernadette Heiligers.

• Beoordeel aan de hand van je analyse en je kennis van het Caribische gebied in hoeverre het fragment geschikt is om jongeren inzicht te bieden in de hedendaagse verhouding tussen de bevolkingsgroepen op Curaçao. Betrek hierbij de uitspraak over Europeanen: “Ze zijn zo zeker van hun superioriteit dat ze die misdaden niet als misdaden zien.” (14 Punkte)

Aufgabe HT 1 - Klausurteil B · Sprachmittlung Deutsch → Niederländisch

Klausurteil B: Sprachmittlung isoliert

Opdracht:

Door middel van een weblog heb je contact gekregen met Rachel uit Utrecht. Ze vraagt zich af of er in Duitsland ook gediscussieerd wordt over alledaags racisme. Kort geleden ben je een Duits voorbeeld tegengekomen: een attractie in een pretpark in Sachsen-Anhalt. Schrijf Rachel een brief over de attractie en over de reacties van verschillende mensen daarop.

Gebruik de tekstfragmenten en de informatie over de attractie als basis voor je brief:

Klausurteil A

Informatie over de auteur en de tekst

„Schutkleur“ is de eerste roman die Bernadette Heiligers (*1952, Curaçao) in het Nederlands heeft geschreven. Het boek volgt Corine, een Curaçaose vrouw, die op het eiland gesprekken voert met uiteenlopende inwoners. In dit fragment ontmoet ze Wilfried, een bekende die enkele jaren geleden vanuit Nederland naar Curaçao is verhuisd. Naast zijn werk als hoofdopzichter bij een aannemersbedrijf heeft hij een eigen restaurant, een grillterras. Op dat terras hebben ze afgesproken.

Bernadette Heiligers: Schutkleur

Wilfried komt breed glimlachend bij Corine zitten. Ondanks de dunne, zurige damp die in

de hitte altijd om hem heen hangt, mag Corine hem erg graag.

“Zie je die auto daar?” glundert hij. “Van mij.”

“Ik dacht dat je in een vrachtwagen reed.”

5 “Ook. Ook. Maar van de marinade 1 heb ik een spiksplinternieuwe auto gekocht. Dat had ik

me drie jaar geleden niet kunnen voorstellen. In Schiedam was het vijf kilometer op de fiets

naar mijn werk en terug.”

Corine beseft hoe weinig ze eigenlijk van hem weet. Schiedam? Hoe is hij hier terechtgekomen?

“Ik was hier op vakantie,” zegt Wilfried. “Ze waren net het zwembad bij het hotel aan het

10 repareren. Ik vroeg de aannemer voor de grap of hij nog een paar handen kon gebruiken.

Wist ik veel dat hij het serieus nam. Van het een kwam het ander en binnen een paar weken

was ik hier terug. Maar ik voel me niet op mijn gemak bij Heldringa Constructie. Nooit

eerder een leidinggevende functie gehad en hier ineens, pats boem, word ik opzichter.”

[...]

15 “Als je van dit terras een auto kan kopen, kan je er straks misschien ook van leven,” zegt

Corine. “Dan kan je helemaal uit de bouw stappen.”

“Maar ik zie mezelf niet voorgoed blijven. De mentaliteit van de mensen hier joh... Die is

niet bepaald... nou ja.”

Corine herkent de aarzeling in zijn ogen terwijl hij haar onderzoekend aankijkt.

20 “Wat is ermee?”

“Ach, een zootje slome lapzwansen zijn 't hier,” valt Wilfried uit. “Moet je hierachter zien.

Daar hebben ze vijf krotjes kriskras op een stuk grond neergezet. Gewoon vóór, achter en

naast het hoofdhuis.”

“Zo raar is dat niet hoor,” zegt Corine. “Het komt wel vaker voor dat volwassen kinderen een

25 huisje optrekken in de kurá 2 van hun ouders. Vooral buiten de stad.”

“Dat zal best,” werpt Wilfried tegen. “Nu zijn ze kwaad dat ik die lap grond ernaast wil

gebruiken om er appartementen aan de zeekant op te zetten. Geen greintje dankbaarheid dat

ik in deze droge uithoek investeer.”

“Waarom zouden ze blij zijn als je hun vrije uitzicht wegneemt?”

30 “Wie zegt dat het uitzicht van hen is?” vraagt Wilfried. “Er is toch een kadasterkantoor op

het eiland? Ik zei dus, laat maar eens zien dat jullie hier mogen wonen en hoe de grens

precies loopt. Er kwam een vaag verhaal over erfenissen en geiten die in de omringende

mondi 3 naar eten moeten zoeken.”

“Tja, als er steeds stukken mondi verdwijnen, wordt het moeilijk om geiten te houden. Die

35 beesten zijn voor deze mensen ook een soort investering, Wilfried.”

“Je wil die paar geiten toch niet vergelijken met een degelijk stuk ontwikkeling? Dat is nou

precies jullie probleem, Corine. Altijd maar op de rem trappen. Wel van alles willen, maar

er iets voor overhebben? Ho maar. [...] Denk je dat er dan nog één investeerder zijn geld

steekt in de ontwikkeling van het kustgebied? Als je eiland aan de grond zit, moet je een

40 toontje lager zingen.”

“Ai nee, Wilfried, jullie sluiten Scheveningen toch ook niet af als rijke sjeiks daar hotels

willen neerzetten?”

Zelfs hierboven, op de klip, hoor je de golven ruisend het strand op rollen en weer opgezogen

worden door de zee. Vanavond had Wilfried dat geluid graag wat zachter willen zetten.

45 Corine valt hem tegen. Hij neemt zich voor om zich wat voorzichtiger uit te laten als hij

onder de lokale mensen is, maar als hij haar vanuit zijn ooghoeken zo onbevangen naar hem

ziet kijken, gaat hij er toch op in.

“In Nederland zou dat niet hoeven, die stranden afsluiten. Maar hier zetten die lui hun

schreeuwerige muziek keihard aan. Of ze staan met drie generaties uitgebreid op het strand

50 te koken. Je drijft haast weg op die vette geur van kippenpoten. Het kan ze allemaal niks

schelen. Onaangepast gedrag, noem ik dat.”

“Ik probeer me voor te stellen hoe jullie je in Scheveningen aan de sjeiks zouden

aanpassen,” plaagt Corine. “Alle vrouwen in zedige badpakken, niet meer zoenen in het

openbaar en geen alcohol op het strand.”

55 “Doe niet zo stom. Wij leggen hier toch geen achterlijke normen aan jullie op? Ik heb het

over gewone omgangsvormen.”

“Europese omgangsvormen, bedoel je.”

“En wat dan nog? Nu even eerlijk, Corine. Je wilt toch niet ontkennen dat Europeanen

beschaafder zijn? Natuurlijk zijn er uitzonderingen. Jou heb ik hoog zitten. In Nederland

60 gestudeerd, meen ik. Ach, hè, zo bedoel ik het niet. Sommige mensen hier hebben van

zichzelf al een zekere beschaving. Maar ik bedoel in het algemeen. Toch?”

Laat maar waaien, spreekt Corine zichzelf toe. Waarom gaat mijn hart zo stom tekeer? “Ze

doen het niet expres,” zegt oom Henry altijd. Corine betwijfelt of oom Henry wel zo nuchter

is als hij zich voordoet. In 1999 werd hij door een Rotterdamse documentairemaker

65 geïnterviewd over “De ontmoeting van culturen”. De ontmoeting hield in dat de Europeanen

het Caribische gebied vijfhonderd jaar eerder hadden veroverd.

Oom Henry dacht dat hij zijn emoties in bedwang kon houden als hij goed was voorbereid.

Hij schreef van tevoren enkele zinnen op en oefende de hele dag. Zelfs Corine kon de zinnen

dromen. Maar bij de opname vielen de woorden als vierkante stenen uit oom Henry’s mond.

70 “De Europeanen,” begon hij met overslaande stem, “zijn onuitgenodigd alle continenten

binnengetrokken en hebben gepakt wat ze pakken konden. Ze zijn zo zeker van hun

superioriteit dat ze die misdaden niet als misdaden zien. Kijk in hun geschiedenisboeken.

Daarin beschrijven ze zichzelf als helden en hun slachtoffers als ellendelingen.”

“Nou Corine, zeg eens wat,” zegt Wilfried.

75 “Het wordt al laat. Zullen we afrekenen? Ik moet naar huis.”

“Hè, zie je wel? Nu lijkt het net alsof ik zo’n ongevoelige makamba 4 ben.”

“Dat ben je helemaal niet, Wilfried. Daar word ik juist zo moedeloos van. Dat er hele goede

mensen zijn, die au fond 5 hetzelfde denken als hele foute mensen.”

1 de marinade: bedoeld zijn hier de inkomsten van het grillterras

2 kurá (Papiamentu, taal in Curaçao): binnenplaats, een open ruimte omringd door gebouwen, vaak tussen voor- en achterhuis

3 mondi (Papiamentu): wild gebied op het eiland

4 makamba (Papiamentu): scheldwoord voor Nederlander

5 au fond (Frans): in feite, in werkelijkheid

bron: Heiligers, Bernadette: Schutkleur. Haarlem: In de Knipscheer 2015, p. 105 – 110

Aufgabe HT 2 - Opdracht 1 · Textverständnis: Inhalte wiedergeben (Vat samen / Stel voor)

Klausurteil A

Informatie over de schrijver

Jurriën Hamer (*1988) buigt zich over uiteenlopende thema's rond ethiek, rechten en een samenleving in verandering. Voor de Volkskrant en andere kwaliteitskranten schrijft hij met regelmaat columns.

M 1: Jurriën Hamer: Onze band met vlees gaat veel verder dan alleen de smaak

Vanaf mijn kindertijd tot vrijdagavond 31 december 2021 at ik vlees. Veel vlees. Ik at rijk

gevulde kroketten en sappige burgers. Ik at stoere T-bonesteaks en ouderwets draadjesvlees.

Ik at dijen en poten en zelfs een keer een neus. Ik hield zoveel van vlees, dat ik zo nu en

dan mijn weerzin tegen de vorm, verpakking en geur van een Bifi-worstje 1 opzij zette, en er

5 een bestelde bij de railcatering 2. Ik gaf mijn vlees koosnaampjes. ‘Boeufje’ 3, zei ik vaak, en

‘filetje’ of ‘knakje’.

[...]

Toch kon ik mijn schuldgevoelens steeds moeilijker onderdrukken. Na het eten van een

berg kip voelde ik me vies en slecht, als een alcoholist die ’s ochtends na een nacht drinken

walgt van zichzelf. Het vlees had me weer in verzoeking gebracht. Mijn idealen hadden

10 weer een wedstrijdje wilskracht verloren.

In alle eerlijkheid: deze emotionele omslag was niet toe te schrijven aan een opbloeiende

liefde voor het dier. Al mijn leven lang boterden 4 dieren en ik alleen als zij dood waren en

ik ze opat. Honden vreesde ik, katten maakten me nerveus en ik schrok al terug van een

15 onrustig bokje op de kinderboerderij.

Maar bovenop de dierenellende kwam de klimaatellende. De ecologische prijs van de

vleesindustrie is afschuwelijk hoog, van de broeikasstront van koeien tot al die kostbare

grond die gebruikt wordt om veevoer te verbouwen. En dat argument resoneerde niet alleen

met mijn verstand, maar ook met mijn hart. Ik was er vast van overtuigd dat de moderne mens

20 haar hand heeft overspeeld 5, en dat matiging het enige antwoord is. En dat betekende ook

dat ik dierbare zaken op moest geven. Zoals het eten van dieren.

[...]

Op mijn 33ste, na dertig jaar vleesconsumptie en dertien jaar schuldgevoel, deed ik een laatste,

ultieme poging om het vleselijke juk van me af te werpen. Ik kondigde aan vanaf 1 januari 2022

25 geen vlees meer te eten. En de weken daarvoor gingen mijn partner en ik op afscheidstournee.

We zouden in het gezelschap van familie en vrienden nog één keer ál het vlees eten waar we

naar verlangden. Een groots afscheid voor een groots genot.

[...]

Nu, een maand later, denk ik dat het gelukt is. Iedere verslaafde weet dat je een terugval nooit

30 helemaal kan uitsluiten, maar het vlees en ik zijn klaar met elkaar. Terwijl ik dit schrijf, gaat

er een zucht van verlichting door me heen, gepaard met een gevoel van verwondering. Want

waarom slaagde mijn plannetje nu wel? Waarom is de begerige draak waar ik jarenlang

tegen vocht ineens verslagen? Ik stuit op een tamelijk filosofische vraag: hoe veranderde ik

mijn leven?

35 Eén ding weet ik zeker: het is nooit een kwestie van gewoon kiezen. Levensveranderende

keuzes ontstaan niet zomaar, maar komen ergens vandaan. Ze kennen een voorgeschiedenis,

een historie, met allerlei omstandigheden die de uitslag bepaalden. Ik denk dus dat de

afscheidstournee mij in de juiste omstandigheden bracht.

Allereerst vanwege de sociale druk. We kondigden de tournee met enthousiasme aan, en

40 wezen onze naasten er voortdurend op dat dit onze laatste stamppot met spek was, en dat

ons laatste borrelworstje. Onze allerlaatste vleselijke gang was een door vrienden voorbereid

ritueel, waar zij de getuigen van waren. Als je na zoveel heisa en grote praatjes niet stopt,

sla je een modderfiguur 6.

Bovendien genoot ik al een beetje van mijn morele superioriteit. Ik vond het erg lekker om,

45 alleen al door de juiste belofte te doen, me eventjes een beter mens te voelen dan mijn

vleesetende kennissen. Ik keek er met name naar uit om bij mijn ene prekerig-veganistische

vriend langs te gaan, en hem eindelijk als medestrijder de hand te schudden.

Ten slotte was de afscheidstournee een feestelijke manier om te stoppen. Ik werd altijd zo sip

van de gedachte dat ik, zo’n harde werker en zorgzame vader, ook al geen vlees meer mocht

50 eten. Alsof ik naast alle stress en slapeloze nachten niet genoeg ellende doorstond. Maar van

een afscheidsfeest werd ik blij. Vlees en ik konden dan niet als vijanden uit elkaar gaan,

maar misschien wel als vrienden. Ik vond het fijn om tegen vlees te zeggen: boeufje, we

hebben een mooie tijd gehad samen, maar nu is het wel welletjes geweest.

Gevoelig voor peer pressure 7, ijdel en vol zelfmedelijden, vond ik een uitweg.

55 Het is natuurlijk nog vers, maar ik voel me niet echt een vegetariër – terwijl ik dat technisch

gezien wel ben. Ik kijk nog steeds een beetje op tegen de gewetensvolle medemensen die al

veel eerder stopten met vlees en geen afscheidstournee nodig hadden. Die principiëler in

elkaar staken en met gemak de slager de rug toekeerden.

Maar als ik om me heen kijk, vermoed ik dat deze helden zwaar in de minderheid zijn. Nog

60 altijd heeft nauwelijks 5% van de Nederlanders het vlees definitief afgezworen. En dat terwijl

we in een ideale wereld niet alleen allemaal vegetariër zouden zijn, maar zelfs veganist. Ik

vermoed dat de meeste mensen zijn zoals ik was: verslingerd aan de geneugten van vlees.

En misschien, heel misschien, eten zij hun broodje kroket ook met een knagend schuldgevoel.

Misschien willen zij ook wel een keer stoppen, en weten ze dat het tijdperk van de vegetariër

65 al even geleden is begonnen. Misschien zijn ze net als ik niet vatbaar voor een vermanende

donderpreek, maar is er wel degelijk een oplossing.

Ik weet niet of ze ook op afscheidstournee moeten. Wat voor mij werkte, werkt wellicht niet

voor hen. Maar onze band met vlees gaat veel verder dan de smaak. Het is complexer met

ons vervlochten. Dus onderzoek je vleselijke vervlechting – dan kom je er misschien vanaf.

1 het Bifi-worstje: vleessnack

2 railcatering (Engels): verkoop van eten en drinken in de trein

3 boeuf bourguignon (Frans): vleesgerecht

4 boteren (beeldspraak): een goede relatie met elkaar hebben

5 zijn hand overspelen (beeldspraak): een te groot risico nemen; te ver gaan

6 een modderfiguur slaan (beeldspraak): een belachelijke of domme indruk maken

7 peer pressure (Engels): groepsdruk

bron: Hamer, Jurriën: Onze band met vlees gaat veel verder dan alleen de smaak. de Volkskrant, 28 januari 2022

( de Volkskrant: Nederlands dagblad)

M 2: De impact van een plantaardig voedingspatroon

bron: Brouwer, Berthe: De impact van een plantaardig voedingspatroon. Website van de milieuorganisatie Natuur en Milieu, 23 september 2020

Opdracht (Deel 1)

Gebruik het artikel “Onze band met vlees gaat veel verder dan alleen de smaak” van Jurriën Hamer en schrijf een brief aan de redactie van Natuur en Milieu.

Geef weer op welke manier het eetgedrag van de auteur is veranderd (M 1). [10 Punkte]

Aufgabe HT 2 - Opdracht 2 · Analyse von Sachtexten, Karikaturen und Grafiken (standpunt en argumentatie)

Klausurteil A

Informatie over de schrijver

Jurriën Hamer (*1988) buigt zich over uiteenlopende thema's rond ethiek, rechten en een samenleving in verandering. Voor de Volkskrant en andere kwaliteitskranten schrijft hij met regelmaat columns.

M 1: Jurriën Hamer: Onze band met vlees gaat veel verder dan alleen de smaak

Vanaf mijn kindertijd tot vrijdagavond 31 december 2021 at ik vlees. Veel vlees. Ik at rijk

gevulde kroketten en sappige burgers. Ik at stoere T-bonesteaks en ouderwets draadjesvlees.

Ik at dijen en poten en zelfs een keer een neus. Ik hield zoveel van vlees, dat ik zo nu en

dan mijn weerzin tegen de vorm, verpakking en geur van een Bifi-worstje 1 opzij zette, en er

5 een bestelde bij de railcatering 2. Ik gaf mijn vlees koosnaampjes. ‘Boeufje’ 3, zei ik vaak, en

‘filetje’ of ‘knakje’.

[...]

Toch kon ik mijn schuldgevoelens steeds moeilijker onderdrukken. Na het eten van een

berg kip voelde ik me vies en slecht, als een alcoholist die ’s ochtends na een nacht drinken

walgt van zichzelf. Het vlees had me weer in verzoeking gebracht. Mijn idealen hadden

10 weer een wedstrijdje wilskracht verloren.

In alle eerlijkheid: deze emotionele omslag was niet toe te schrijven aan een opbloeiende

liefde voor het dier. Al mijn leven lang boterden 4 dieren en ik alleen als zij dood waren en

ik ze opat. Honden vreesde ik, katten maakten me nerveus en ik schrok al terug van een

15 onrustig bokje op de kinderboerderij.

Maar bovenop de dierenellende kwam de klimaatellende. De ecologische prijs van de

vleesindustrie is afschuwelijk hoog, van de broeikasstront van koeien tot al die kostbare

grond die gebruikt wordt om veevoer te verbouwen. En dat argument resoneerde niet alleen

met mijn verstand, maar ook met mijn hart. Ik was er vast van overtuigd dat de moderne mens

20 haar hand heeft overspeeld 5, en dat matiging het enige antwoord is. En dat betekende ook

dat ik dierbare zaken op moest geven. Zoals het eten van dieren.

[...]

Op mijn 33ste, na dertig jaar vleesconsumptie en dertien jaar schuldgevoel, deed ik een laatste,

ultieme poging om het vleselijke juk van me af te werpen. Ik kondigde aan vanaf 1 januari 2022

25 geen vlees meer te eten. En de weken daarvoor gingen mijn partner en ik op afscheidstournee.

We zouden in het gezelschap van familie en vrienden nog één keer ál het vlees eten waar we

naar verlangden. Een groots afscheid voor een groots genot.

[...]

Nu, een maand later, denk ik dat het gelukt is. Iedere verslaafde weet dat je een terugval nooit

30 helemaal kan uitsluiten, maar het vlees en ik zijn klaar met elkaar. Terwijl ik dit schrijf, gaat

er een zucht van verlichting door me heen, gepaard met een gevoel van verwondering. Want

waarom slaagde mijn plannetje nu wel? Waarom is de begerige draak waar ik jarenlang

tegen vocht ineens verslagen? Ik stuit op een tamelijk filosofische vraag: hoe veranderde ik

mijn leven?

35 Eén ding weet ik zeker: het is nooit een kwestie van gewoon kiezen. Levensveranderende

keuzes ontstaan niet zomaar, maar komen ergens vandaan. Ze kennen een voorgeschiedenis,

een historie, met allerlei omstandigheden die de uitslag bepaalden. Ik denk dus dat de

afscheidstournee mij in de juiste omstandigheden bracht.

Allereerst vanwege de sociale druk. We kondigden de tournee met enthousiasme aan, en

40 wezen onze naasten er voortdurend op dat dit onze laatste stamppot met spek was, en dat

ons laatste borrelworstje. Onze allerlaatste vleselijke gang was een door vrienden voorbereid

ritueel, waar zij de getuigen van waren. Als je na zoveel heisa en grote praatjes niet stopt,

sla je een modderfiguur 6.

Bovendien genoot ik al een beetje van mijn morele superioriteit. Ik vond het erg lekker om,

45 alleen al door de juiste belofte te doen, me eventjes een beter mens te voelen dan mijn

vleesetende kennissen. Ik keek er met name naar uit om bij mijn ene prekerig-veganistische

vriend langs te gaan, en hem eindelijk als medestrijder de hand te schudden.

Ten slotte was de afscheidstournee een feestelijke manier om te stoppen. Ik werd altijd zo sip

van de gedachte dat ik, zo’n harde werker en zorgzame vader, ook al geen vlees meer mocht

50 eten. Alsof ik naast alle stress en slapeloze nachten niet genoeg ellende doorstond. Maar van

een afscheidsfeest werd ik blij. Vlees en ik konden dan niet als vijanden uit elkaar gaan,

maar misschien wel als vrienden. Ik vond het fijn om tegen vlees te zeggen: boeufje, we

hebben een mooie tijd gehad samen, maar nu is het wel welletjes geweest.

Gevoelig voor peer pressure 7, ijdel en vol zelfmedelijden, vond ik een uitweg.

55 Het is natuurlijk nog vers, maar ik voel me niet echt een vegetariër – terwijl ik dat technisch

gezien wel ben. Ik kijk nog steeds een beetje op tegen de gewetensvolle medemensen die al

veel eerder stopten met vlees en geen afscheidstournee nodig hadden. Die principiëler in

elkaar staken en met gemak de slager de rug toekeerden.

Maar als ik om me heen kijk, vermoed ik dat deze helden zwaar in de minderheid zijn. Nog

60 altijd heeft nauwelijks 5% van de Nederlanders het vlees definitief afgezworen. En dat terwijl

we in een ideale wereld niet alleen allemaal vegetariër zouden zijn, maar zelfs veganist. Ik

vermoed dat de meeste mensen zijn zoals ik was: verslingerd aan de geneugten van vlees.

En misschien, heel misschien, eten zij hun broodje kroket ook met een knagend schuldgevoel.

Misschien willen zij ook wel een keer stoppen, en weten ze dat het tijdperk van de vegetariër

65 al even geleden is begonnen. Misschien zijn ze net als ik niet vatbaar voor een vermanende

donderpreek, maar is er wel degelijk een oplossing.

Ik weet niet of ze ook op afscheidstournee moeten. Wat voor mij werkte, werkt wellicht niet

voor hen. Maar onze band met vlees gaat veel verder dan de smaak. Het is complexer met

ons vervlochten. Dus onderzoek je vleselijke vervlechting – dan kom je er misschien vanaf.

1 het Bifi-worstje: vleessnack

2 railcatering (Engels): verkoop van eten en drinken in de trein

3 boeuf bourguignon (Frans): vleesgerecht

4 boteren (beeldspraak): een goede relatie met elkaar hebben

5 zijn hand overspelen (beeldspraak): een te groot risico nemen; te ver gaan

6 een modderfiguur slaan (beeldspraak): een belachelijke of domme indruk maken

7 peer pressure (Engels): groepsdruk

bron: Hamer, Jurriën: Onze band met vlees gaat veel verder dan alleen de smaak. de Volkskrant, 28 januari 2022

( de Volkskrant: Nederlands dagblad)

M 2: De impact van een plantaardig voedingspatroon

bron: Brouwer, Berthe: De impact van een plantaardig voedingspatroon. Website van de milieuorganisatie Natuur en Milieu, 23 september 2020

Opdracht (Deel 2)

Stel aan de hand van het artikel “Onze band met vlees gaat veel verder dan alleen de smaak” van Jurriën Hamer een brief op aan de redactie van Natuur en Milieu.

Onderzoek diepgaand wat de boodschap van Jurriën Hamer is en welke factoren volgens hem hebben bijgedragen aan de aanpassing van zijn eetgedrag. Besteed daarbij aandacht aan de stijl van de tekst (M 1). [18 Punkte]

Aufgabe HT 2 - Opdracht 3 · Beurteilen und Stellung nehmen im vorgegebenen Textformat (Beoordeel / Bediscussieer)

Klausurteil A

Informatie over de schrijver

Jurriën Hamer (*1988) buigt zich over uiteenlopende thema's rond ethiek, rechten en een samenleving in verandering. Voor de Volkskrant en andere kwaliteitskranten schrijft hij met regelmaat columns.

M 1: Jurriën Hamer: Onze band met vlees gaat veel verder dan alleen de smaak

Vanaf mijn kindertijd tot vrijdagavond 31 december 2021 at ik vlees. Veel vlees. Ik at rijk

gevulde kroketten en sappige burgers. Ik at stoere T-bonesteaks en ouderwets draadjesvlees.

Ik at dijen en poten en zelfs een keer een neus. Ik hield zoveel van vlees, dat ik zo nu en

dan mijn weerzin tegen de vorm, verpakking en geur van een Bifi-worstje 1 opzij zette, en er

5 een bestelde bij de railcatering 2. Ik gaf mijn vlees koosnaampjes. ‘Boeufje’ 3, zei ik vaak, en

‘filetje’ of ‘knakje’.

[...]

Toch kon ik mijn schuldgevoelens steeds moeilijker onderdrukken. Na het eten van een

berg kip voelde ik me vies en slecht, als een alcoholist die ’s ochtends na een nacht drinken

walgt van zichzelf. Het vlees had me weer in verzoeking gebracht. Mijn idealen hadden

10 weer een wedstrijdje wilskracht verloren.

In alle eerlijkheid: deze emotionele omslag was niet toe te schrijven aan een opbloeiende

liefde voor het dier. Al mijn leven lang boterden 4 dieren en ik alleen als zij dood waren en

ik ze opat. Honden vreesde ik, katten maakten me nerveus en ik schrok al terug van een

15 onrustig bokje op de kinderboerderij.

Maar bovenop de dierenellende kwam de klimaatellende. De ecologische prijs van de

vleesindustrie is afschuwelijk hoog, van de broeikasstront van koeien tot al die kostbare

grond die gebruikt wordt om veevoer te verbouwen. En dat argument resoneerde niet alleen

met mijn verstand, maar ook met mijn hart. Ik was er vast van overtuigd dat de moderne mens

20 haar hand heeft overspeeld 5, en dat matiging het enige antwoord is. En dat betekende ook

dat ik dierbare zaken op moest geven. Zoals het eten van dieren.

[...]

Op mijn 33ste, na dertig jaar vleesconsumptie en dertien jaar schuldgevoel, deed ik een laatste,

ultieme poging om het vleselijke juk van me af te werpen. Ik kondigde aan vanaf 1 januari 2022

25 geen vlees meer te eten. En de weken daarvoor gingen mijn partner en ik op afscheidstournee.

We zouden in het gezelschap van familie en vrienden nog één keer ál het vlees eten waar we

naar verlangden. Een groots afscheid voor een groots genot.

[...]

Nu, een maand later, denk ik dat het gelukt is. Iedere verslaafde weet dat je een terugval nooit

30 helemaal kan uitsluiten, maar het vlees en ik zijn klaar met elkaar. Terwijl ik dit schrijf, gaat

er een zucht van verlichting door me heen, gepaard met een gevoel van verwondering. Want

waarom slaagde mijn plannetje nu wel? Waarom is de begerige draak waar ik jarenlang

tegen vocht ineens verslagen? Ik stuit op een tamelijk filosofische vraag: hoe veranderde ik

mijn leven?

35 Eén ding weet ik zeker: het is nooit een kwestie van gewoon kiezen. Levensveranderende

keuzes ontstaan niet zomaar, maar komen ergens vandaan. Ze kennen een voorgeschiedenis,

een historie, met allerlei omstandigheden die de uitslag bepaalden. Ik denk dus dat de

afscheidstournee mij in de juiste omstandigheden bracht.

Allereerst vanwege de sociale druk. We kondigden de tournee met enthousiasme aan, en

40 wezen onze naasten er voortdurend op dat dit onze laatste stamppot met spek was, en dat

ons laatste borrelworstje. Onze allerlaatste vleselijke gang was een door vrienden voorbereid

ritueel, waar zij de getuigen van waren. Als je na zoveel heisa en grote praatjes niet stopt,

sla je een modderfiguur 6.

Bovendien genoot ik al een beetje van mijn morele superioriteit. Ik vond het erg lekker om,

45 alleen al door de juiste belofte te doen, me eventjes een beter mens te voelen dan mijn

vleesetende kennissen. Ik keek er met name naar uit om bij mijn ene prekerig-veganistische

vriend langs te gaan, en hem eindelijk als medestrijder de hand te schudden.

Ten slotte was de afscheidstournee een feestelijke manier om te stoppen. Ik werd altijd zo sip

van de gedachte dat ik, zo’n harde werker en zorgzame vader, ook al geen vlees meer mocht

50 eten. Alsof ik naast alle stress en slapeloze nachten niet genoeg ellende doorstond. Maar van

een afscheidsfeest werd ik blij. Vlees en ik konden dan niet als vijanden uit elkaar gaan,

maar misschien wel als vrienden. Ik vond het fijn om tegen vlees te zeggen: boeufje, we

hebben een mooie tijd gehad samen, maar nu is het wel welletjes geweest.

Gevoelig voor peer pressure 7, ijdel en vol zelfmedelijden, vond ik een uitweg.

55 Het is natuurlijk nog vers, maar ik voel me niet echt een vegetariër – terwijl ik dat technisch

gezien wel ben. Ik kijk nog steeds een beetje op tegen de gewetensvolle medemensen die al

veel eerder stopten met vlees en geen afscheidstournee nodig hadden. Die principiëler in

elkaar staken en met gemak de slager de rug toekeerden.

Maar als ik om me heen kijk, vermoed ik dat deze helden zwaar in de minderheid zijn. Nog

60 altijd heeft nauwelijks 5% van de Nederlanders het vlees definitief afgezworen. En dat terwijl

we in een ideale wereld niet alleen allemaal vegetariër zouden zijn, maar zelfs veganist. Ik

vermoed dat de meeste mensen zijn zoals ik was: verslingerd aan de geneugten van vlees.

En misschien, heel misschien, eten zij hun broodje kroket ook met een knagend schuldgevoel.

Misschien willen zij ook wel een keer stoppen, en weten ze dat het tijdperk van de vegetariër

65 al even geleden is begonnen. Misschien zijn ze net als ik niet vatbaar voor een vermanende

donderpreek, maar is er wel degelijk een oplossing.

Ik weet niet of ze ook op afscheidstournee moeten. Wat voor mij werkte, werkt wellicht niet

voor hen. Maar onze band met vlees gaat veel verder dan de smaak. Het is complexer met

ons vervlochten. Dus onderzoek je vleselijke vervlechting – dan kom je er misschien vanaf.

1 het Bifi-worstje: vleessnack

2 railcatering (Engels): verkoop van eten en drinken in de trein

3 boeuf bourguignon (Frans): vleesgerecht

4 boteren (beeldspraak): een goede relatie met elkaar hebben

5 zijn hand overspelen (beeldspraak): een te groot risico nemen; te ver gaan

6 een modderfiguur slaan (beeldspraak): een belachelijke of domme indruk maken

7 peer pressure (Engels): groepsdruk

bron: Hamer, Jurriën: Onze band met vlees gaat veel verder dan alleen de smaak. de Volkskrant, 28 januari 2022

( de Volkskrant: Nederlands dagblad)

M 2: De impact van een plantaardig voedingspatroon

bron: Brouwer, Berthe: De impact van een plantaardig voedingspatroon. Website van de milieuorganisatie Natuur en Milieu, 23 september 2020

Opdracht (Deel 3)

Schrijf, uitgaande van het artikel “Onze band met vlees gaat veel verder dan alleen de smaak” van Jurriën Hamer, een brief aan de redactie van Natuur en Milieu.

Bediscussieer aan de hand van je analyse en je eigen kennis van klimaatverandering in hoeverre de tekst van Jurriën Hamer geschikt is voor de brochure. Behandel hierbij ook de grafiek (M 2). [14 Punkte]

Aufgabe HT 2 - Klausurteil B · Sprachmittlung Deutsch → Niederländisch

Klausurteil A

Informatie over de schrijver

Jurriën Hamer (*1988) buigt zich over uiteenlopende thema's rond ethiek, rechten en een samenleving in verandering. Voor de Volkskrant en andere kwaliteitskranten schrijft hij met regelmaat columns.

M 1: Jurriën Hamer: Onze band met vlees gaat veel verder dan alleen de smaak

Vanaf mijn kindertijd tot vrijdagavond 31 december 2021 at ik vlees. Veel vlees. Ik at rijk

gevulde kroketten en sappige burgers. Ik at stoere T-bonesteaks en ouderwets draadjesvlees.

Ik at dijen en poten en zelfs een keer een neus. Ik hield zoveel van vlees, dat ik zo nu en

dan mijn weerzin tegen de vorm, verpakking en geur van een Bifi-worstje 1 opzij zette, en er

5 een bestelde bij de railcatering 2. Ik gaf mijn vlees koosnaampjes. ‘Boeufje’ 3, zei ik vaak, en

‘filetje’ of ‘knakje’.

[...]

Toch kon ik mijn schuldgevoelens steeds moeilijker onderdrukken. Na het eten van een

berg kip voelde ik me vies en slecht, als een alcoholist die ’s ochtends na een nacht drinken

walgt van zichzelf. Het vlees had me weer in verzoeking gebracht. Mijn idealen hadden

10 weer een wedstrijdje wilskracht verloren.

In alle eerlijkheid: deze emotionele omslag was niet toe te schrijven aan een opbloeiende

liefde voor het dier. Al mijn leven lang boterden 4 dieren en ik alleen als zij dood waren en

ik ze opat. Honden vreesde ik, katten maakten me nerveus en ik schrok al terug van een

15 onrustig bokje op de kinderboerderij.

Maar bovenop de dierenellende kwam de klimaatellende. De ecologische prijs van de

vleesindustrie is afschuwelijk hoog, van de broeikasstront van koeien tot al die kostbare

grond die gebruikt wordt om veevoer te verbouwen. En dat argument resoneerde niet alleen

met mijn verstand, maar ook met mijn hart. Ik was er vast van overtuigd dat de moderne mens

20 haar hand heeft overspeeld 5, en dat matiging het enige antwoord is. En dat betekende ook

dat ik dierbare zaken op moest geven. Zoals het eten van dieren.

[...]

Op mijn 33ste, na dertig jaar vleesconsumptie en dertien jaar schuldgevoel, deed ik een laatste,

ultieme poging om het vleselijke juk van me af te werpen. Ik kondigde aan vanaf 1 januari 2022

25 geen vlees meer te eten. En de weken daarvoor gingen mijn partner en ik op afscheidstournee.

We zouden in het gezelschap van familie en vrienden nog één keer ál het vlees eten waar we

naar verlangden. Een groots afscheid voor een groots genot.

[...]

Nu, een maand later, denk ik dat het gelukt is. Iedere verslaafde weet dat je een terugval nooit

30 helemaal kan uitsluiten, maar het vlees en ik zijn klaar met elkaar. Terwijl ik dit schrijf, gaat

er een zucht van verlichting door me heen, gepaard met een gevoel van verwondering. Want

waarom slaagde mijn plannetje nu wel? Waarom is de begerige draak waar ik jarenlang

tegen vocht ineens verslagen? Ik stuit op een tamelijk filosofische vraag: hoe veranderde ik

mijn leven?

35 Eén ding weet ik zeker: het is nooit een kwestie van gewoon kiezen. Levensveranderende

keuzes ontstaan niet zomaar, maar komen ergens vandaan. Ze kennen een voorgeschiedenis,

een historie, met allerlei omstandigheden die de uitslag bepaalden. Ik denk dus dat de

afscheidstournee mij in de juiste omstandigheden bracht.

Allereerst vanwege de sociale druk. We kondigden de tournee met enthousiasme aan, en

40 wezen onze naasten er voortdurend op dat dit onze laatste stamppot met spek was, en dat

ons laatste borrelworstje. Onze allerlaatste vleselijke gang was een door vrienden voorbereid

ritueel, waar zij de getuigen van waren. Als je na zoveel heisa en grote praatjes niet stopt,

sla je een modderfiguur 6.

Bovendien genoot ik al een beetje van mijn morele superioriteit. Ik vond het erg lekker om,

45 alleen al door de juiste belofte te doen, me eventjes een beter mens te voelen dan mijn

vleesetende kennissen. Ik keek er met name naar uit om bij mijn ene prekerig-veganistische

vriend langs te gaan, en hem eindelijk als medestrijder de hand te schudden.

Ten slotte was de afscheidstournee een feestelijke manier om te stoppen. Ik werd altijd zo sip

van de gedachte dat ik, zo’n harde werker en zorgzame vader, ook al geen vlees meer mocht

50 eten. Alsof ik naast alle stress en slapeloze nachten niet genoeg ellende doorstond. Maar van

een afscheidsfeest werd ik blij. Vlees en ik konden dan niet als vijanden uit elkaar gaan,

maar misschien wel als vrienden. Ik vond het fijn om tegen vlees te zeggen: boeufje, we

hebben een mooie tijd gehad samen, maar nu is het wel welletjes geweest.

Gevoelig voor peer pressure 7, ijdel en vol zelfmedelijden, vond ik een uitweg.

55 Het is natuurlijk nog vers, maar ik voel me niet echt een vegetariër – terwijl ik dat technisch

gezien wel ben. Ik kijk nog steeds een beetje op tegen de gewetensvolle medemensen die al

veel eerder stopten met vlees en geen afscheidstournee nodig hadden. Die principiëler in

elkaar staken en met gemak de slager de rug toekeerden.

Maar als ik om me heen kijk, vermoed ik dat deze helden zwaar in de minderheid zijn. Nog

60 altijd heeft nauwelijks 5% van de Nederlanders het vlees definitief afgezworen. En dat terwijl

we in een ideale wereld niet alleen allemaal vegetariër zouden zijn, maar zelfs veganist. Ik

vermoed dat de meeste mensen zijn zoals ik was: verslingerd aan de geneugten van vlees.

En misschien, heel misschien, eten zij hun broodje kroket ook met een knagend schuldgevoel.

Misschien willen zij ook wel een keer stoppen, en weten ze dat het tijdperk van de vegetariër

65 al even geleden is begonnen. Misschien zijn ze net als ik niet vatbaar voor een vermanende

donderpreek, maar is er wel degelijk een oplossing.

Ik weet niet of ze ook op afscheidstournee moeten. Wat voor mij werkte, werkt wellicht niet

voor hen. Maar onze band met vlees gaat veel verder dan de smaak. Het is complexer met

ons vervlochten. Dus onderzoek je vleselijke vervlechting – dan kom je er misschien vanaf.

1 het Bifi-worstje: vleessnack

2 railcatering (Engels): verkoop van eten en drinken in de trein

3 boeuf bourguignon (Frans): vleesgerecht

4 boteren (beeldspraak): een goede relatie met elkaar hebben

5 zijn hand overspelen (beeldspraak): een te groot risico nemen; te ver gaan

6 een modderfiguur slaan (beeldspraak): een belachelijke of domme indruk maken

7 peer pressure (Engels): groepsdruk

bron: Hamer, Jurriën: Onze band met vlees gaat veel verder dan alleen de smaak. de Volkskrant, 28 januari 2022

( de Volkskrant: Nederlands dagblad)

M 2: De impact van een plantaardig voedingspatroon

bron: Brouwer, Berthe: De impact van een plantaardig voedingspatroon. Website van de milieuorganisatie Natuur en Milieu, 23 september 2020

Klausurteil B: Sprachmittlung isoliert

Opdracht: In de rubriek “duurzame mode” op de website van Natuur en Milieu worden lezers uit andere landen opgeroepen om tips en informatie uit te wisselen. Schrijf voor deze rubriek een verslag waarin je uitlegt welk probleem fast fashion veroorzaakt en op welke manier Duitsland duurzaamheidsinitiatieven in de modesector steunt. [18 Punkte]

Brontekst (Klausurteil B)

Claudia Ehrenstein: Deutschlands langsame Strategie gegen Fast Fashion

1 In immer kürzeren Abständen bringen Hersteller ihre Kollektionen auf den Markt. Um ein Kilogramm Kleidung zu produzieren, werden bis zu einem Kilogramm Chemikalien eingesetzt, etwa um Fasern zu färben oder Stoffe zu imprägnieren. 25 Prozent aller weltweit verwendeten Pestizide entfallen allein auf den Anbau von Baumwolle, die nur drei Prozent der landwirtschaftlichen Fläche beansprucht. Für eine Jeans werden bis zu 8000 Liter Wasser verbraucht.

6 In Containern reist die Ware bis zu 20.000 Kilometer um den Globus – bis sie die Verbraucher erreicht. Rund 15 Kilogramm Kleidung konsumiert jeder Bundesbürger im Jahr, fast doppelt so viel wie der weltweite Durchschnitt. Viele Kleidungsstücke bleiben im Schrank und werden nie getragen oder sie sind schnell verschlissen. Fast Fashion lebt von Überfluss und Kurzlebigkeit. Aber es gibt eine Gegenbewegung, die radikal auf Nachhaltigkeit setzt: Slow Fashion.

12 Nachhaltige Kleidung soll umweltfreundlich und zu fairen Löhnen produziert werden, möglichst lange halten und am Ende auch noch recycelbar sein. Weniger ist mehr, lautet das Motto. Es sind kleine Label mit einer Mission und dem Anspruch, die Welt zumindest ein wenig besser zu machen. Angefangen bei den Bauern, die Bio-Baumwolle produzieren, bis zu ausrangierten Jeans, die zu neuer Kleidung verarbeitet werden.

17 Noch erfordert es einen gewissen Suchaufwand, diese nachhaltigen Marken im Einzelhandel aufzuspüren; einfacher ist es, auf spezialisierten Online-Plattformen einzukaufen. Ansonsten gibt es bereits eine Vielzahl von Textilsiegeln einzelner privater Organisationen und Verbände, an denen sich Verbraucher orientieren können. Eine Übersicht, wofür die einzelnen Siegel stehen, bietet die von Ministerien betriebene Internetseite siegelklarheit.de.

22 An diesem Punkt setzt jetzt die Politik an. Als Reaktion auf das Rana Plaza-Unglück 1 hat der damalige deutsche Entwicklungsminister Gerd Müller (CSU) ein erstes staatlich kontrolliertes Siegel für nachhaltige Kleidung eingeführt. Zu den Vergabekriterien des „Grünen Knopfs“ gehört das Verbot von Kinderarbeit, die Zahlung von Mindestlöhnen und der Verzicht auf gefährliche Chemikalien. Mehr als 150 Millionen Textilien mit „grünem Knopf“ wurden bislang verkauft.

28 Kathrin Krause von der Verbraucherzentrale Bundesverband (vzbv) sieht in dem freiwilligen Siegel den Startpunkt für einen Veränderungsprozess, der sich mit dem 2021 verabschiedeten „Lieferkettensorgfaltspflichtengesetz“ fortsetzt. Es verlangt von deutschen Textilunternehmen vom kommenden Jahr an, ihre globalen Lieferketten zu überprüfen und diese im Sinne der Nachhaltigkeit zu optimieren.

33 Für die Branche sei das ein „Meilenstein“, sagt Krause. Das Gesetz schreibe bewusst keine „Erfolgspflicht“ vor. Eine „Bemühenspflicht“ verlange vielmehr ein stetiges Engagement der Unternehmen, so Krause, weil der Einsatz für Menschenrechte, etwa wenn es um faire Löhne und humane Arbeitsbedingungen geht, nie enden dürfe. [...]

37 Um Textilien insgesamt nachhaltiger produzieren zu können, braucht es weitere Innovationen. Maike Rabe, Professorin für Textilveredlung und Ökologie an der Hochschule Niederrhein in Mönchengladbach, sieht die deutsche Textilbranche vor Ort gut aufgestellt. So finde sich das weltweit größte Angebot von Produkten aus nachhaltig angebauter Baumwolle im deutschen Handel. Es würden erfolgreich Garne aus recycelten Alttextilien gewonnen. Die Unternehmen in Deutschland stellen allerdings vor allem sogenannte technische Textilien für Anwendungen in der Industrie, in Fahrzeugen oder auch Medizinprodukten her.

44 „Diese Firmen produzieren nach höchsten Standards der EU in Bezug auf Ressourcenverbrauch, Emissionen oder auch soziale Standards“, sagt Rabe. „Der deutsche Textilmaschinenbau und auch die in Deutschland ansässige chemische Industrie geben in Bezug auf Nachhaltigkeitsziele durchaus den Ton an.“ Viele technische Lösungen für eine nachhaltigere Produktion seien vorhanden, müssten aber viel konsequenter umgesetzt werden.

49 Bekleidung oder Heimtextilien wie Gardinen oder Bettwäsche dagegen werden größtenteils außerhalb Deutschlands und auch außerhalb der EU produziert. Nahezu 30 Prozent aller Bekleidungsteile treffen nicht die Bedürfnisse und den Geschmack der Konsumenten, werden quasi nur auf Verdacht produziert und müssen entsorgt werden. Hier sieht Rabe ein großes Potenzial: „Der größte Nachhaltigkeitshebel liegt im Abbau der Überproduktion.“ On-Demand-Fertigung, Digitalisierung und flexible Microfactories, so Rabe, sollten mit hohem Nachdruck vorangetrieben werden, um diesen Hebel ansetzen zu können.

1 Rana-Plaza-Unglück: 2013 starben in Bangladesch mehr als tausend Menschen durch den Einsturz einer Textilfabrik.

Quelle: Ehrenstein, Claudia: Deutschlands langsame Strategie gegen Fast Fashion. Welt, 30. April 2022 (Die Welt: überregionale deutsche Tageszeitung)

Du kannst auch nach Themen lernen

Übe ein Thema mit gemischten Aufgaben aus den Prüfungen aller Jahre.

Alle 5 Themen ansehen

Andere Prüfungen 2023

GK · Haupttermin · fortgeführt (2023) · GK · Haupttermin · neu einsetzend (2023) · GK · Haupttermin · neu einsetzend · Weiterbildungskolleg (2023)