Abitur NRW Niederländisch 2021 · LK · Haupttermin · fortgeführt
Abiturprüfung Niederländisch in Nordrhein-Westfalen 2021, LK · Haupttermin · fortgeführt: 12 Aufgaben mit Lösungen. Mit automatischer Korrektur.
Themen der Prüfung: Textverständnis: Inhalte wiedergeben (Vat samen / Stel voor) · Analyse literarischer Texte (Karakteriseer, literaire middelen) · Analyse von Sachtexten, Karikaturen und Grafiken (standpunt en argumentatie) · Beurteilen und Stellung nehmen im vorgegebenen Textformat (Beoordeel / Bediscussieer) · Sprachmittlung Deutsch → Niederländisch
Aufgabe HT 1 - Deelopdracht 1 (Textverständnis) · Textverständnis: Inhalte wiedergeben (Vat samen / Stel voor)
Situatie
Na het afronden van je school doe je stage bij het Amsterdam Museum. Het museum bereidt een nieuwe fototentoonstelling voor onder de titel “Integreren in Amsterdam: toen, nu en straks”, die moet laten zien hoe verschillende generaties migranten zijn geïntegreerd.
Daarvoor zoekt men passende literaire of niet-literaire teksten om leerlingen uit binnen- en buitenland op een bezoek aan de tentoonstelling voor te bereiden. Jij krijgt de opdracht een fragment uit een roman van Robert Vuijsje te analyseren en aan je collega’s te presenteren.
Informatie over de schrijver en de tekst
Robert Vuijsje (*1970) is een Nederlandse journalist en schrijver. Zijn roman “Salomons oordeel” uit 2019 heeft als thema de zoektocht naar de eigen identiteit.
Alissa, een vrouw met Surinaamse wortels, is getrouwd met Max, een blanke Nederlander. Hun 17 jaar oude zoon Salomon heeft evenals zijn moeder een donkere huidskleur.
Robert Vuijsje: Salomons oordeel
WAT KIJK JE?
Alissa liep met Salomon door de Van Eeghenstraat 1 naar het Vondelpark 2.
‘Kun je nog één keer dat verhaal vertellen?’ vroeg Salomon.
Ze wist wat hij wilde horen. ‘Alweer? Waarom?’
‘Iedere keer dat we hier lopen moet ik eraan denken,’ zei Salomon. ‘Vertel nou maar.’
5 Het verhaal ging over haar eerste week in de Van Eeghenstraat, twintig jaar geleden. Tot
die week had ze haar hele leven in de Bijlmer 3 gewoond.
‘Die tori 4 is ziek grappig 5,’ zei Salomon. ‘Kom dan, ma.’
‘Dit bedoel ik. Waarom praat je zo? Ik kom uit de Bijlmer. Jij niet. Je bent een jongetje uit
Amsterdam-Zuid. 6 ’
10 ‘De Bims 7 zit in me,’ zei Salomon. ‘Mijn roots liggen daar.’
‘Het bevalt me niet. Reden waarom: jij luistert naar mijn verhaal alsof het een aanklacht is.
Tegen deze buurt.’
‘Is dat een probleem?’
Deze buurt, dat was haar man. En zijn vader. ‘Dit is wat jij ook bent. Hier kom je vandaan.’
15 ‘Ja ja, ik weet het,’ zei Salomon. ‘Zeg die tori nou maar.’
Alissa had hem eerder verteld dat het op zulke momenten voelde alsof Salomon met haar
wilde samenspannen tegen zijn vader. Zij waren allebei zwart en zouden dan even samen de
white man uitlachen. Dat voelde niet goed.
‘Zo bedoel ik het niet.’ Salomon praatte weer als een jongetje uit Oud-Zuid. Met de taal die
20 hij gebruikte om iets bij haar gedaan te krijgen. ‘Het is geen uitlachen. Ik vind het gewoon
een geestig verhaal.’
Alissa kon nooit lang nee zeggen, Salomon bleef haar baby. Dus ze vertelde weer. Het ging
over een van de eerste keren dat ze door deze straat liep. In die tijd moest ze nog wennen
aan hoe rustig het hier was en hoe stil. Het was voordat alle buren waren begonnen aan
25 verbouwingen om hun huis uit te breiden met een kelder van dertig meter lang, en aan de
bovenkant een extra verdieping.
Ze woonde net samen met Max en stapte de deur van hun huis uit. Alissa keek om zich
heen en zag niemand. Ineens was het alsof ze van boven neerkeek op de situatie. In haar
hoofd was ze een meisje uit de Bijlmer, ze zag zichzelf lopen met haar roze Nike Air Max 8
30 en een weave 9 met Braziliaans haar en al die gouden ringen en kettingen die ze droeg toen
ze jong was – ze keek ernaar en dacht: wat doe ik hier?
Ze staarde naar de lege stoep en de dure auto’s, maar dan niet de dure auto’s die zij herkende
als statussymbool. In die tijd stonden hier nog Volvo stationwagons 10 en Saabs 11. Ze zag
alle ramen met luxaflex 12 ervoor, waardoor Alissa niet kon zien of er iemand terugkeek.
35 Stonden ze achter die ramen allemaal naar haar te kijken, al die witte mensen die hier
woonden, of zat dat alleen in haar hoofd?
Waar het vandaan kwam wist ze niet, maar plotseling hoorde Alissa zichzelf roepen: ‘Wat
kijk je?’ En nog een keer: ‘Wat kijk je?’ Tot ze dacht: sta ik hier in mijn eentje op straat te
schreeuwen? Tegen wie dan?
40 ‘Die tori bedoelde ik.’ Salomon lachte met een hand voor zijn mond. ‘Kapot grappig. Zo
voel ik me nou ook hier.’
‘Zo voel jij je niet.’ Alissa deed haar best om extra hard te klinken, ze probeerde de strenge
stem te imiteren die haar moeder vroeger gebruikte. ‘Jij bent hier geboren.’
Ze liepen het Vondelpark in, daar had Alissa met Salomon een vast bankje met uitzicht op
45 de grote vijver en daarachter het Openluchttheater.
[...]
‘Ik wil gewoon weten hoe het vroeger ging, voordat ik was geboren,’ zei Salomon. ‘Hoe zat
het met die ene vrouw?’
Waarom had ze hem dit ooit verteld? Alissa kwam hier wonen en in de hele Van Eeghenstraat
50 was één zwarte buurvrouw te vinden. Een dag na Alissa’s verhuizing belde ze aan. Ze heette
Laurence, een naam die ze zelf uitsprak op z’n Frans. Laurence kwam langs om kennis te
maken en iets over zichzelf te vertellen. Haar moeder was in Suriname onderwijzer geweest
en haar vader huisarts. Als kind verhuisde ze van Suriname naar een villadorp buiten Den
Haag, tot ze medicijnen ging studeren. In de eerste vijf minuten benadrukte Laurence drie
55 keer dat haar ouders nog steeds getrouwd waren. In haar familie bestonden geen toestanden
met buitenvrouwen en buitenechtelijke kinderen 13. Zelf was ze getrouwd met een man die
iets hoogs deed bij Unilever 14. En ze werkte als chirurg in het AMC 15.
Alissa wist niet wat ze moest met deze informatie. Wilde Laurence dat ze haar zou
feliciteren? Een paar seconden stonden ze voor de deur op straat. Ze keken elkaar aan,
60 zonder iets te zeggen. Tot Laurence haar wapenfeiten 16 nog een keer voor Alissa begon op
te sommen: haar haar was gestraight 17, ze was zo slank dat je bijna geen bil meer kon zien,
ze had een universitaire opleiding afgerond en nog een om chirurg te worden, ze was
getrouwd met een Hollandse man en vooral: ze viel niet op in deze buurt. Dat beschouwde
Laurence als haar levenswerk. Ze zat niet te wachten op iemand die alles voor haar kwam
65 verpesten. Een losgeslagen zwarte vrouw die ervoor zou zorgen dat alle buren zeiden: je
weet toch hoe die mensen zijn. Laurence had al gehoord dat Alissa oorspronkelijk uit de
Bijlmer kwam, daar was niets mis mee en dat was natuurlijk niet haar eigen schuld, maar
Laurence wilde even duidelijk maken dat ze niet wenste te worden aangesproken op het
wangedrag van een zogenaamde soortgenoot.
70 ‘En wat zei je ook weer tegen die chick 18 ?’ vroeg Salomon.
‘Ik zei niets. Ik deed de deur dicht in haar gezicht.’
‘Maar waarom gingen jullie hier wonen?’ vroeg Salomon. ‘Waarom kwam jij naar Zuid en
ging papa niet naar de Bims?’
bron: Vuijsje, Robert: Salomons oordeel. Amsterdam: Lebowski Publishers, 2019, p. 21 – 24
Verklarende noten
1 Van Eeghenstraat: een straat met dure woonhuizen in Amsterdam-Zuid
2 Vondelpark: een bekend park in Amsterdam-Zuid
3 Het Amsterdamse stadsdeel Bijlmermeer (kort: Bijlmer) met een groot aantal allochtone bewoners stond lange tijd bekend als probleemwijk.
4 de tori (woord uit het Sranan, een in Suriname gesproken taal): het verhaal
5 ziek grappig (straattaal): heel erg grappig
6 In het stadsdeel Amsterdam-Zuid (kort: Oud Zuid) wonen vooral welgestelde Amsterdammers.
7 de Bims (straattaal): Bijlmermeer
8 Nike Air Max (merknaam): sportschoen
9 de weave: haarverlenging
10 de stationwagon (uit het Engels): carrosserievorm met extra grote bagageruimte
11 Volvo en Saab zijn in welgestelde kringen geliefde Zweedse automerken.
12 luxaflex (merknaam): jaloezie
13 Dit is een toespeling op het cliché dat Surinaamse mannen vaak een buitenechtelijke relatie zouden hebben.
14 Unilever: groot Nederlands-Engels concern
15 AMC: afkorting voor Academisch Medisch Centrum, universitair ziekenhuis in Amsterdam
16 het wapenfeit (beeldtaal): belangrijke prestatie
17 straighten (uit het Engels): gekruld haar glad maken
18 de chick (straattaal): vrouw of meisje
Opdracht: Maak een verslag van het fragment uit de roman "Salomons oordeel" van Robert Vuijsje.
•
Geef een samenvatting van de inhoud van de tekst. [10 Punkte]
Aufgabe HT 1 - Deelopdracht 2 (Analyse literarischer Text… · Analyse literarischer Texte (Karakteriseer, literaire middelen)
Situatie
Na het afronden van je school doe je stage bij het Amsterdam Museum. Het museum bereidt een nieuwe fototentoonstelling voor onder de titel “Integreren in Amsterdam: toen, nu en straks”, die moet laten zien hoe verschillende generaties migranten zijn geïntegreerd.
Daarvoor zoekt men passende literaire of niet-literaire teksten om leerlingen uit binnen- en buitenland op een bezoek aan de tentoonstelling voor te bereiden. Jij krijgt de opdracht een fragment uit een roman van Robert Vuijsje te analyseren en aan je collega’s te presenteren.
Informatie over de schrijver en de tekst
Robert Vuijsje (*1970) is een Nederlandse journalist en schrijver. Zijn roman “Salomons oordeel” uit 2019 heeft als thema de zoektocht naar de eigen identiteit.
Alissa, een vrouw met Surinaamse wortels, is getrouwd met Max, een blanke Nederlander. Hun 17 jaar oude zoon Salomon heeft evenals zijn moeder een donkere huidskleur.
Robert Vuijsje: Salomons oordeel
WAT KIJK JE?
Alissa liep met Salomon door de Van Eeghenstraat 1 naar het Vondelpark 2.
‘Kun je nog één keer dat verhaal vertellen?’ vroeg Salomon.
Ze wist wat hij wilde horen. ‘Alweer? Waarom?’
‘Iedere keer dat we hier lopen moet ik eraan denken,’ zei Salomon. ‘Vertel nou maar.’
5 Het verhaal ging over haar eerste week in de Van Eeghenstraat, twintig jaar geleden. Tot
die week had ze haar hele leven in de Bijlmer 3 gewoond.
‘Die tori 4 is ziek grappig 5,’ zei Salomon. ‘Kom dan, ma.’
‘Dit bedoel ik. Waarom praat je zo? Ik kom uit de Bijlmer. Jij niet. Je bent een jongetje uit
Amsterdam-Zuid. 6 ’
10 ‘De Bims 7 zit in me,’ zei Salomon. ‘Mijn roots liggen daar.’
‘Het bevalt me niet. Reden waarom: jij luistert naar mijn verhaal alsof het een aanklacht is.
Tegen deze buurt.’
‘Is dat een probleem?’
Deze buurt, dat was haar man. En zijn vader. ‘Dit is wat jij ook bent. Hier kom je vandaan.’
15 ‘Ja ja, ik weet het,’ zei Salomon. ‘Zeg die tori nou maar.’
Alissa had hem eerder verteld dat het op zulke momenten voelde alsof Salomon met haar
wilde samenspannen tegen zijn vader. Zij waren allebei zwart en zouden dan even samen de
white man uitlachen. Dat voelde niet goed.
‘Zo bedoel ik het niet.’ Salomon praatte weer als een jongetje uit Oud-Zuid. Met de taal die
20 hij gebruikte om iets bij haar gedaan te krijgen. ‘Het is geen uitlachen. Ik vind het gewoon
een geestig verhaal.’
Alissa kon nooit lang nee zeggen, Salomon bleef haar baby. Dus ze vertelde weer. Het ging
over een van de eerste keren dat ze door deze straat liep. In die tijd moest ze nog wennen
aan hoe rustig het hier was en hoe stil. Het was voordat alle buren waren begonnen aan
25 verbouwingen om hun huis uit te breiden met een kelder van dertig meter lang, en aan de
bovenkant een extra verdieping.
Ze woonde net samen met Max en stapte de deur van hun huis uit. Alissa keek om zich
heen en zag niemand. Ineens was het alsof ze van boven neerkeek op de situatie. In haar
hoofd was ze een meisje uit de Bijlmer, ze zag zichzelf lopen met haar roze Nike Air Max 8
30 en een weave 9 met Braziliaans haar en al die gouden ringen en kettingen die ze droeg toen
ze jong was – ze keek ernaar en dacht: wat doe ik hier?
Ze staarde naar de lege stoep en de dure auto’s, maar dan niet de dure auto’s die zij herkende
als statussymbool. In die tijd stonden hier nog Volvo stationwagons 10 en Saabs 11. Ze zag
alle ramen met luxaflex 12 ervoor, waardoor Alissa niet kon zien of er iemand terugkeek.
35 Stonden ze achter die ramen allemaal naar haar te kijken, al die witte mensen die hier
woonden, of zat dat alleen in haar hoofd?
Waar het vandaan kwam wist ze niet, maar plotseling hoorde Alissa zichzelf roepen: ‘Wat
kijk je?’ En nog een keer: ‘Wat kijk je?’ Tot ze dacht: sta ik hier in mijn eentje op straat te
schreeuwen? Tegen wie dan?
40 ‘Die tori bedoelde ik.’ Salomon lachte met een hand voor zijn mond. ‘Kapot grappig. Zo
voel ik me nou ook hier.’
‘Zo voel jij je niet.’ Alissa deed haar best om extra hard te klinken, ze probeerde de strenge
stem te imiteren die haar moeder vroeger gebruikte. ‘Jij bent hier geboren.’
Ze liepen het Vondelpark in, daar had Alissa met Salomon een vast bankje met uitzicht op
45 de grote vijver en daarachter het Openluchttheater.
[...]
‘Ik wil gewoon weten hoe het vroeger ging, voordat ik was geboren,’ zei Salomon. ‘Hoe zat
het met die ene vrouw?’
Waarom had ze hem dit ooit verteld? Alissa kwam hier wonen en in de hele Van Eeghenstraat
50 was één zwarte buurvrouw te vinden. Een dag na Alissa’s verhuizing belde ze aan. Ze heette
Laurence, een naam die ze zelf uitsprak op z’n Frans. Laurence kwam langs om kennis te
maken en iets over zichzelf te vertellen. Haar moeder was in Suriname onderwijzer geweest
en haar vader huisarts. Als kind verhuisde ze van Suriname naar een villadorp buiten Den
Haag, tot ze medicijnen ging studeren. In de eerste vijf minuten benadrukte Laurence drie
55 keer dat haar ouders nog steeds getrouwd waren. In haar familie bestonden geen toestanden
met buitenvrouwen en buitenechtelijke kinderen 13. Zelf was ze getrouwd met een man die
iets hoogs deed bij Unilever 14. En ze werkte als chirurg in het AMC 15.
Alissa wist niet wat ze moest met deze informatie. Wilde Laurence dat ze haar zou
feliciteren? Een paar seconden stonden ze voor de deur op straat. Ze keken elkaar aan,
60 zonder iets te zeggen. Tot Laurence haar wapenfeiten 16 nog een keer voor Alissa begon op
te sommen: haar haar was gestraight 17, ze was zo slank dat je bijna geen bil meer kon zien,
ze had een universitaire opleiding afgerond en nog een om chirurg te worden, ze was
getrouwd met een Hollandse man en vooral: ze viel niet op in deze buurt. Dat beschouwde
Laurence als haar levenswerk. Ze zat niet te wachten op iemand die alles voor haar kwam
65 verpesten. Een losgeslagen zwarte vrouw die ervoor zou zorgen dat alle buren zeiden: je
weet toch hoe die mensen zijn. Laurence had al gehoord dat Alissa oorspronkelijk uit de
Bijlmer kwam, daar was niets mis mee en dat was natuurlijk niet haar eigen schuld, maar
Laurence wilde even duidelijk maken dat ze niet wenste te worden aangesproken op het
wangedrag van een zogenaamde soortgenoot.
70 ‘En wat zei je ook weer tegen die chick 18 ?’ vroeg Salomon.
‘Ik zei niets. Ik deed de deur dicht in haar gezicht.’
‘Maar waarom gingen jullie hier wonen?’ vroeg Salomon. ‘Waarom kwam jij naar Zuid en
ging papa niet naar de Bims?’
bron: Vuijsje, Robert: Salomons oordeel. Amsterdam: Lebowski Publishers, 2019, p. 21 – 24
Verklarende noten
1 Van Eeghenstraat: een straat met dure woonhuizen in Amsterdam-Zuid
2 Vondelpark: een bekend park in Amsterdam-Zuid
3 Het Amsterdamse stadsdeel Bijlmermeer (kort: Bijlmer) met een groot aantal allochtone bewoners stond lange tijd bekend als probleemwijk.
4 de tori (woord uit het Sranan, een in Suriname gesproken taal): het verhaal
5 ziek grappig (straattaal): heel erg grappig
6 In het stadsdeel Amsterdam-Zuid (kort: Oud Zuid) wonen vooral welgestelde Amsterdammers.
7 de Bims (straattaal): Bijlmermeer
8 Nike Air Max (merknaam): sportschoen
9 de weave: haarverlenging
10 de stationwagon (uit het Engels): carrosserievorm met extra grote bagageruimte
11 Volvo en Saab zijn in welgestelde kringen geliefde Zweedse automerken.
12 luxaflex (merknaam): jaloezie
13 Dit is een toespeling op het cliché dat Surinaamse mannen vaak een buitenechtelijke relatie zouden hebben.
14 Unilever: groot Nederlands-Engels concern
15 AMC: afkorting voor Academisch Medisch Centrum, universitair ziekenhuis in Amsterdam
16 het wapenfeit (beeldtaal): belangrijke prestatie
17 straighten (uit het Engels): gekruld haar glad maken
18 de chick (straattaal): vrouw of meisje
Opdracht: Schrijf een verslag over het fragment uit de roman "Salomons oordeel" van Robert Vuijsje.
•
Vergelijk op welke manier Alissa, Salomon en Laurence in het fragment omgaan met hun migratieachtergrond. Betrek hierbij literaire middelen. [18 Punkte]
Aufgabe HT 1 - Deelopdracht 3 (Beurteilen und Stellung ne… · Beurteilen und Stellung nehmen im vorgegebenen Textformat (Beoordeel / Bediscussieer)
Situatie
Na het afronden van je school doe je stage bij het Amsterdam Museum. Het museum bereidt een nieuwe fototentoonstelling voor onder de titel “Integreren in Amsterdam: toen, nu en straks”, die moet laten zien hoe verschillende generaties migranten zijn geïntegreerd.
Daarvoor zoekt men passende literaire of niet-literaire teksten om leerlingen uit binnen- en buitenland op een bezoek aan de tentoonstelling voor te bereiden. Jij krijgt de opdracht een fragment uit een roman van Robert Vuijsje te analyseren en aan je collega’s te presenteren.
Informatie over de schrijver en de tekst
Robert Vuijsje (*1970) is een Nederlandse journalist en schrijver. Zijn roman “Salomons oordeel” uit 2019 heeft als thema de zoektocht naar de eigen identiteit.
Alissa, een vrouw met Surinaamse wortels, is getrouwd met Max, een blanke Nederlander. Hun 17 jaar oude zoon Salomon heeft evenals zijn moeder een donkere huidskleur.
Robert Vuijsje: Salomons oordeel
WAT KIJK JE?
Alissa liep met Salomon door de Van Eeghenstraat 1 naar het Vondelpark 2.
‘Kun je nog één keer dat verhaal vertellen?’ vroeg Salomon.
Ze wist wat hij wilde horen. ‘Alweer? Waarom?’
‘Iedere keer dat we hier lopen moet ik eraan denken,’ zei Salomon. ‘Vertel nou maar.’
5 Het verhaal ging over haar eerste week in de Van Eeghenstraat, twintig jaar geleden. Tot
die week had ze haar hele leven in de Bijlmer 3 gewoond.
‘Die tori 4 is ziek grappig 5,’ zei Salomon. ‘Kom dan, ma.’
‘Dit bedoel ik. Waarom praat je zo? Ik kom uit de Bijlmer. Jij niet. Je bent een jongetje uit
Amsterdam-Zuid. 6 ’
10 ‘De Bims 7 zit in me,’ zei Salomon. ‘Mijn roots liggen daar.’
‘Het bevalt me niet. Reden waarom: jij luistert naar mijn verhaal alsof het een aanklacht is.
Tegen deze buurt.’
‘Is dat een probleem?’
Deze buurt, dat was haar man. En zijn vader. ‘Dit is wat jij ook bent. Hier kom je vandaan.’
15 ‘Ja ja, ik weet het,’ zei Salomon. ‘Zeg die tori nou maar.’
Alissa had hem eerder verteld dat het op zulke momenten voelde alsof Salomon met haar
wilde samenspannen tegen zijn vader. Zij waren allebei zwart en zouden dan even samen de
white man uitlachen. Dat voelde niet goed.
‘Zo bedoel ik het niet.’ Salomon praatte weer als een jongetje uit Oud-Zuid. Met de taal die
20 hij gebruikte om iets bij haar gedaan te krijgen. ‘Het is geen uitlachen. Ik vind het gewoon
een geestig verhaal.’
Alissa kon nooit lang nee zeggen, Salomon bleef haar baby. Dus ze vertelde weer. Het ging
over een van de eerste keren dat ze door deze straat liep. In die tijd moest ze nog wennen
aan hoe rustig het hier was en hoe stil. Het was voordat alle buren waren begonnen aan
25 verbouwingen om hun huis uit te breiden met een kelder van dertig meter lang, en aan de
bovenkant een extra verdieping.
Ze woonde net samen met Max en stapte de deur van hun huis uit. Alissa keek om zich
heen en zag niemand. Ineens was het alsof ze van boven neerkeek op de situatie. In haar
hoofd was ze een meisje uit de Bijlmer, ze zag zichzelf lopen met haar roze Nike Air Max 8
30 en een weave 9 met Braziliaans haar en al die gouden ringen en kettingen die ze droeg toen
ze jong was – ze keek ernaar en dacht: wat doe ik hier?
Ze staarde naar de lege stoep en de dure auto’s, maar dan niet de dure auto’s die zij herkende
als statussymbool. In die tijd stonden hier nog Volvo stationwagons 10 en Saabs 11. Ze zag
alle ramen met luxaflex 12 ervoor, waardoor Alissa niet kon zien of er iemand terugkeek.
35 Stonden ze achter die ramen allemaal naar haar te kijken, al die witte mensen die hier
woonden, of zat dat alleen in haar hoofd?
Waar het vandaan kwam wist ze niet, maar plotseling hoorde Alissa zichzelf roepen: ‘Wat
kijk je?’ En nog een keer: ‘Wat kijk je?’ Tot ze dacht: sta ik hier in mijn eentje op straat te
schreeuwen? Tegen wie dan?
40 ‘Die tori bedoelde ik.’ Salomon lachte met een hand voor zijn mond. ‘Kapot grappig. Zo
voel ik me nou ook hier.’
‘Zo voel jij je niet.’ Alissa deed haar best om extra hard te klinken, ze probeerde de strenge
stem te imiteren die haar moeder vroeger gebruikte. ‘Jij bent hier geboren.’
Ze liepen het Vondelpark in, daar had Alissa met Salomon een vast bankje met uitzicht op
45 de grote vijver en daarachter het Openluchttheater.
[...]
‘Ik wil gewoon weten hoe het vroeger ging, voordat ik was geboren,’ zei Salomon. ‘Hoe zat
het met die ene vrouw?’
Waarom had ze hem dit ooit verteld? Alissa kwam hier wonen en in de hele Van Eeghenstraat
50 was één zwarte buurvrouw te vinden. Een dag na Alissa’s verhuizing belde ze aan. Ze heette
Laurence, een naam die ze zelf uitsprak op z’n Frans. Laurence kwam langs om kennis te
maken en iets over zichzelf te vertellen. Haar moeder was in Suriname onderwijzer geweest
en haar vader huisarts. Als kind verhuisde ze van Suriname naar een villadorp buiten Den
Haag, tot ze medicijnen ging studeren. In de eerste vijf minuten benadrukte Laurence drie
55 keer dat haar ouders nog steeds getrouwd waren. In haar familie bestonden geen toestanden
met buitenvrouwen en buitenechtelijke kinderen 13. Zelf was ze getrouwd met een man die
iets hoogs deed bij Unilever 14. En ze werkte als chirurg in het AMC 15.
Alissa wist niet wat ze moest met deze informatie. Wilde Laurence dat ze haar zou
feliciteren? Een paar seconden stonden ze voor de deur op straat. Ze keken elkaar aan,
60 zonder iets te zeggen. Tot Laurence haar wapenfeiten 16 nog een keer voor Alissa begon op
te sommen: haar haar was gestraight 17, ze was zo slank dat je bijna geen bil meer kon zien,
ze had een universitaire opleiding afgerond en nog een om chirurg te worden, ze was
getrouwd met een Hollandse man en vooral: ze viel niet op in deze buurt. Dat beschouwde
Laurence als haar levenswerk. Ze zat niet te wachten op iemand die alles voor haar kwam
65 verpesten. Een losgeslagen zwarte vrouw die ervoor zou zorgen dat alle buren zeiden: je
weet toch hoe die mensen zijn. Laurence had al gehoord dat Alissa oorspronkelijk uit de
Bijlmer kwam, daar was niets mis mee en dat was natuurlijk niet haar eigen schuld, maar
Laurence wilde even duidelijk maken dat ze niet wenste te worden aangesproken op het
wangedrag van een zogenaamde soortgenoot.
70 ‘En wat zei je ook weer tegen die chick 18 ?’ vroeg Salomon.
‘Ik zei niets. Ik deed de deur dicht in haar gezicht.’
‘Maar waarom gingen jullie hier wonen?’ vroeg Salomon. ‘Waarom kwam jij naar Zuid en
ging papa niet naar de Bims?’
bron: Vuijsje, Robert: Salomons oordeel. Amsterdam: Lebowski Publishers, 2019, p. 21 – 24
Verklarende noten
1 Van Eeghenstraat: een straat met dure woonhuizen in Amsterdam-Zuid
2 Vondelpark: een bekend park in Amsterdam-Zuid
3 Het Amsterdamse stadsdeel Bijlmermeer (kort: Bijlmer) met een groot aantal allochtone bewoners stond lange tijd bekend als probleemwijk.
4 de tori (woord uit het Sranan, een in Suriname gesproken taal): het verhaal
5 ziek grappig (straattaal): heel erg grappig
6 In het stadsdeel Amsterdam-Zuid (kort: Oud Zuid) wonen vooral welgestelde Amsterdammers.
7 de Bims (straattaal): Bijlmermeer
8 Nike Air Max (merknaam): sportschoen
9 de weave: haarverlenging
10 de stationwagon (uit het Engels): carrosserievorm met extra grote bagageruimte
11 Volvo en Saab zijn in welgestelde kringen geliefde Zweedse automerken.
12 luxaflex (merknaam): jaloezie
13 Dit is een toespeling op het cliché dat Surinaamse mannen vaak een buitenechtelijke relatie zouden hebben.
14 Unilever: groot Nederlands-Engels concern
15 AMC: afkorting voor Academisch Medisch Centrum, universitair ziekenhuis in Amsterdam
16 het wapenfeit (beeldtaal): belangrijke prestatie
17 straighten (uit het Engels): gekruld haar glad maken
18 de chick (straattaal): vrouw of meisje
Opdracht: Maak een verslag van het fragment uit de roman "Salomons oordeel" van Robert Vuijsje.
•
Bediscussieer, uitgaande van je analyse en je kennis van migratie en integratie, in hoeverre de tekst geschikt is om jongeren begrip bij te brengen voor het integratieproces van meerdere generaties migranten. Betrek hierbij ook de titel van het hoofdstuk: "Wat kijk je?" [14 Punkte]
Aufgabe HT 1 - Klausurteil B (Sprachmittlung) · Sprachmittlung Deutsch → Niederländisch
Situatie
Na het afronden van je school doe je stage bij het Amsterdam Museum. Het museum bereidt een nieuwe fototentoonstelling voor onder de titel “Integreren in Amsterdam: toen, nu en straks”, die moet laten zien hoe verschillende generaties migranten zijn geïntegreerd.
Daarvoor zoekt men passende literaire of niet-literaire teksten om leerlingen uit binnen- en buitenland op een bezoek aan de tentoonstelling voor te bereiden. Jij krijgt de opdracht een fragment uit een roman van Robert Vuijsje te analyseren en aan je collega’s te presenteren.
Informatie over de schrijver en de tekst
Robert Vuijsje (*1970) is een Nederlandse journalist en schrijver. Zijn roman “Salomons oordeel” uit 2019 heeft als thema de zoektocht naar de eigen identiteit.
Alissa, een vrouw met Surinaamse wortels, is getrouwd met Max, een blanke Nederlander. Hun 17 jaar oude zoon Salomon heeft evenals zijn moeder een donkere huidskleur.
Robert Vuijsje: Salomons oordeel
WAT KIJK JE?
Alissa liep met Salomon door de Van Eeghenstraat 1 naar het Vondelpark 2.
‘Kun je nog één keer dat verhaal vertellen?’ vroeg Salomon.
Ze wist wat hij wilde horen. ‘Alweer? Waarom?’
‘Iedere keer dat we hier lopen moet ik eraan denken,’ zei Salomon. ‘Vertel nou maar.’
5 Het verhaal ging over haar eerste week in de Van Eeghenstraat, twintig jaar geleden. Tot
die week had ze haar hele leven in de Bijlmer 3 gewoond.
‘Die tori 4 is ziek grappig 5,’ zei Salomon. ‘Kom dan, ma.’
‘Dit bedoel ik. Waarom praat je zo? Ik kom uit de Bijlmer. Jij niet. Je bent een jongetje uit
Amsterdam-Zuid. 6 ’
10 ‘De Bims 7 zit in me,’ zei Salomon. ‘Mijn roots liggen daar.’
‘Het bevalt me niet. Reden waarom: jij luistert naar mijn verhaal alsof het een aanklacht is.
Tegen deze buurt.’
‘Is dat een probleem?’
Deze buurt, dat was haar man. En zijn vader. ‘Dit is wat jij ook bent. Hier kom je vandaan.’
15 ‘Ja ja, ik weet het,’ zei Salomon. ‘Zeg die tori nou maar.’
Alissa had hem eerder verteld dat het op zulke momenten voelde alsof Salomon met haar
wilde samenspannen tegen zijn vader. Zij waren allebei zwart en zouden dan even samen de
white man uitlachen. Dat voelde niet goed.
‘Zo bedoel ik het niet.’ Salomon praatte weer als een jongetje uit Oud-Zuid. Met de taal die
20 hij gebruikte om iets bij haar gedaan te krijgen. ‘Het is geen uitlachen. Ik vind het gewoon
een geestig verhaal.’
Alissa kon nooit lang nee zeggen, Salomon bleef haar baby. Dus ze vertelde weer. Het ging
over een van de eerste keren dat ze door deze straat liep. In die tijd moest ze nog wennen
aan hoe rustig het hier was en hoe stil. Het was voordat alle buren waren begonnen aan
25 verbouwingen om hun huis uit te breiden met een kelder van dertig meter lang, en aan de
bovenkant een extra verdieping.
Ze woonde net samen met Max en stapte de deur van hun huis uit. Alissa keek om zich
heen en zag niemand. Ineens was het alsof ze van boven neerkeek op de situatie. In haar
hoofd was ze een meisje uit de Bijlmer, ze zag zichzelf lopen met haar roze Nike Air Max 8
30 en een weave 9 met Braziliaans haar en al die gouden ringen en kettingen die ze droeg toen
ze jong was – ze keek ernaar en dacht: wat doe ik hier?
Ze staarde naar de lege stoep en de dure auto’s, maar dan niet de dure auto’s die zij herkende
als statussymbool. In die tijd stonden hier nog Volvo stationwagons 10 en Saabs 11. Ze zag
alle ramen met luxaflex 12 ervoor, waardoor Alissa niet kon zien of er iemand terugkeek.
35 Stonden ze achter die ramen allemaal naar haar te kijken, al die witte mensen die hier
woonden, of zat dat alleen in haar hoofd?
Waar het vandaan kwam wist ze niet, maar plotseling hoorde Alissa zichzelf roepen: ‘Wat
kijk je?’ En nog een keer: ‘Wat kijk je?’ Tot ze dacht: sta ik hier in mijn eentje op straat te
schreeuwen? Tegen wie dan?
40 ‘Die tori bedoelde ik.’ Salomon lachte met een hand voor zijn mond. ‘Kapot grappig. Zo
voel ik me nou ook hier.’
‘Zo voel jij je niet.’ Alissa deed haar best om extra hard te klinken, ze probeerde de strenge
stem te imiteren die haar moeder vroeger gebruikte. ‘Jij bent hier geboren.’
Ze liepen het Vondelpark in, daar had Alissa met Salomon een vast bankje met uitzicht op
45 de grote vijver en daarachter het Openluchttheater.
[...]
‘Ik wil gewoon weten hoe het vroeger ging, voordat ik was geboren,’ zei Salomon. ‘Hoe zat
het met die ene vrouw?’
Waarom had ze hem dit ooit verteld? Alissa kwam hier wonen en in de hele Van Eeghenstraat
50 was één zwarte buurvrouw te vinden. Een dag na Alissa’s verhuizing belde ze aan. Ze heette
Laurence, een naam die ze zelf uitsprak op z’n Frans. Laurence kwam langs om kennis te
maken en iets over zichzelf te vertellen. Haar moeder was in Suriname onderwijzer geweest
en haar vader huisarts. Als kind verhuisde ze van Suriname naar een villadorp buiten Den
Haag, tot ze medicijnen ging studeren. In de eerste vijf minuten benadrukte Laurence drie
55 keer dat haar ouders nog steeds getrouwd waren. In haar familie bestonden geen toestanden
met buitenvrouwen en buitenechtelijke kinderen 13. Zelf was ze getrouwd met een man die
iets hoogs deed bij Unilever 14. En ze werkte als chirurg in het AMC 15.
Alissa wist niet wat ze moest met deze informatie. Wilde Laurence dat ze haar zou
feliciteren? Een paar seconden stonden ze voor de deur op straat. Ze keken elkaar aan,
60 zonder iets te zeggen. Tot Laurence haar wapenfeiten 16 nog een keer voor Alissa begon op
te sommen: haar haar was gestraight 17, ze was zo slank dat je bijna geen bil meer kon zien,
ze had een universitaire opleiding afgerond en nog een om chirurg te worden, ze was
getrouwd met een Hollandse man en vooral: ze viel niet op in deze buurt. Dat beschouwde
Laurence als haar levenswerk. Ze zat niet te wachten op iemand die alles voor haar kwam
65 verpesten. Een losgeslagen zwarte vrouw die ervoor zou zorgen dat alle buren zeiden: je
weet toch hoe die mensen zijn. Laurence had al gehoord dat Alissa oorspronkelijk uit de
Bijlmer kwam, daar was niets mis mee en dat was natuurlijk niet haar eigen schuld, maar
Laurence wilde even duidelijk maken dat ze niet wenste te worden aangesproken op het
wangedrag van een zogenaamde soortgenoot.
70 ‘En wat zei je ook weer tegen die chick 18 ?’ vroeg Salomon.
‘Ik zei niets. Ik deed de deur dicht in haar gezicht.’
‘Maar waarom gingen jullie hier wonen?’ vroeg Salomon. ‘Waarom kwam jij naar Zuid en
ging papa niet naar de Bims?’
bron: Vuijsje, Robert: Salomons oordeel. Amsterdam: Lebowski Publishers, 2019, p. 21 – 24
Verklarende noten
1 Van Eeghenstraat: een straat met dure woonhuizen in Amsterdam-Zuid
2 Vondelpark: een bekend park in Amsterdam-Zuid
3 Het Amsterdamse stadsdeel Bijlmermeer (kort: Bijlmer) met een groot aantal allochtone bewoners stond lange tijd bekend als probleemwijk.
4 de tori (woord uit het Sranan, een in Suriname gesproken taal): het verhaal
5 ziek grappig (straattaal): heel erg grappig
6 In het stadsdeel Amsterdam-Zuid (kort: Oud Zuid) wonen vooral welgestelde Amsterdammers.
7 de Bims (straattaal): Bijlmermeer
8 Nike Air Max (merknaam): sportschoen
9 de weave: haarverlenging
10 de stationwagon (uit het Engels): carrosserievorm met extra grote bagageruimte
11 Volvo en Saab zijn in welgestelde kringen geliefde Zweedse automerken.
12 luxaflex (merknaam): jaloezie
13 Dit is een toespeling op het cliché dat Surinaamse mannen vaak een buitenechtelijke relatie zouden hebben.
14 Unilever: groot Nederlands-Engels concern
15 AMC: afkorting voor Academisch Medisch Centrum, universitair ziekenhuis in Amsterdam
16 het wapenfeit (beeldtaal): belangrijke prestatie
17 straighten (uit het Engels): gekruld haar glad maken
18 de chick (straattaal): vrouw of meisje
Klausurteil B: Sprachmittlung isoliert
Opdracht:
Lotte uit Nederland, die ook stage loopt in het museum, heeft grote belangstelling voor alle kwesties rond integratie.
Wanneer je stage voorbij is, schrijf je haar vanuit Duitsland een brief. Daarin presenteer je het initiatief “Flüchtling für Flüchtling” en leg je uit wat het volgens vice-voorzitter Tarek Mezal oplevert. [18 Punkte]
Tekstgrondslag: Thomas Kuzaj: Integration durch Sprache
Mezal 1 sitzt in einem Büro in der fünften Etage des Bundeswehr-Hochhauses an der Falkenstraße. 2015 war hier eine Notunterkunft für Flüchtlinge eingerichtet worden. Mittlerweile sind 75 Start-ups und Sozialprojekte, Künstler und Kreative hier eingezogen.
Für das laufende Jahr stellt die Gewoba 2 dem Netzwerk „Visionskultur“ – Leitung: Marc Fucke und Hachem Gharbi – die Räumlichkeiten der ersten sechs Etagen zur Verfügung. Ein „Creative Hub“, ein Ideenzentrum – das ist die Zwischennutzung, bevor die Umgestaltung des Gebäudes zum Wohnhaus beginnt. Der Verein „Flüchtling für Flüchtling“ hat damit erst einmal Büroräume und eine Adresse.
Mezal, im Dezember 1999 in der Stadt Deir ez-Zor in Syrien geboren, ist im August 2015 als unbegleiteter Minderjähriger in Deutschland angekommen. „Als der Krieg anfing, war ich elf. Mit 14 wurde die Schule geschlossen“, sagt er. „Mit 15 Jahren musste ich meine Familie in Syrien verlassen und bin allein übers Mittelmeer und über die Balkanroute hierher geflohen.“
Mezal landete in einer Jugendhilfeeinrichtung in der Bremer Neustadt. „Für mich war das Ankommen sehr schwer, weil ich weder die deutsche Sprache sprechen konnte noch jemanden hatte, der meine Sprache sprach und an den ich mich wenden konnte.“ Er habe sich gedacht: „Ich will die Menschen hier verstehen.“ So begann er schon damit, die deutsche Sprache zu lernen, bevor er einen Schulplatz hatte: „Mit Büchern und Youtube-Videos.“
Und noch etwas kam hinzu: Engagement – in Flüchtlingsvereinen. „Engagement ist auch Integration“, sagt Mezal. Und es hilft, die Sprache zu lernen. „Sprache ist eine Säule der Integration. Sie ist der Schlüssel, in viele Räume zu kommen.“
So wuchs die Idee, „sich gegenseitig zu unterstützen“ und „Hand in Hand in die Gesellschaft zu integrieren“. Daraus wiederum wurde dann der Verein „Flüchtling für Flüchtling“: Gründung im Oktober 2018, Anerkennung der Gemeinnützigkeit im Mai 2019. 115 Mitglieder hat der Verein heute, sagt Mezal. 60 von ihnen sind Aktive. „Wir haben sehr viel Hilfe bekommen. Wir wollen etwas zurückgeben.“
Das ehrenamtlich auf die Beine gestellte Angebot ist groß, Dolmetschen für Neuankömmlinge zählt ebenso dazu wie Hilfe bei Behördengängen. Aber auch Workshops zum Thema „Bewerbung“. In Syrien laufe die Arbeitssuche mehr über direkte Gespräche, so Mezal. „Hier in Deutschland muss man sich bewerben. Und zwar auf Papier.“ Für viele, die hier ankommen, sei das neu.
Der Verein hat eine klare Struktur, die Aufgaben sind aufgeteilt. Die „Bildungsgruppe“ kümmert sich um Deutschkurse auf verschiedenen Niveaustufen – und um wöchentliche Nachhilfe für Schüler von geflüchteten Lehrern. Es gibt auch Arabisch für Deutsche.
Workshops und Vorträge über Arbeitsmarkt, Aus- und Weiterbildung organisiert die „Aufklärungsgruppe“, während die „Aktivitätengruppe“ sich um Dinge kümmert, die „Kulturen verbinden und Zusammenhalt und Freundschaft erzeugen und stärken“: Kochkurse, Ausflüge, Musik.
In der „Sportgruppe“ geht es um Fußball ebenso wie im Schwimmkurse. Die „Beratungsgruppe“ bietet mit der Hilfe einer Rechtsanwältin Informationen zu Fragen des Migrations- und Sozialrechts. Die „Frauengruppe“ organisiert Workshops und Bildungskurse für Frauen. Sprachkurse zum Beispiel gibt es auch mit Kinderbetreuung – um Mütter mit Kindern zu erreichen, die „zu Hause sind und nichts wissen über die deutsche Gesellschaft“, sagt Mezal. Es funktioniert: „Wir boten das an – und auf einmal kamen 50 Anmeldungen.“
Mezal selbst hat auf der Europaschule in Utbremen den mittleren Schulabschluss (MSA) gemacht. Jetzt macht er bei der Arbeiterwohlfahrt eine kaufmännische Ausbildung und im Rahmen einer Doppelqualifikation zugleich seine Fachhochschulreife. Er hat ein unbefristetes Aufenthaltsrecht und möchte sich einbürgern lassen.
„Ich fühle mich sehr wohl in Bremen“, sagt Tarek Mezal. „Es ist das Leben, das ich mir wünsche, ein Leben in Frieden. In meiner Kindheit habe ich sehr viel Krieg gesehen. Bildung und dieses Friedensgefühl, das gibt es nicht überall.“
1 Tarek Mezal ist Vize-Vorsitzender des Vereins „Flüchtling für Flüchtling“.
2 Gewoba: Wohnungsunternehmen mit Hauptsitz in Bremen.
Quelle: Kuzaj, Thomas: Integration durch Sprache. Kreiszeitung, 9. März 2020.
Aufgabe HT 2 - Deelopdracht 1 (Textverständnis) · Textverständnis: Inhalte wiedergeben (Vat samen / Stel voor)
Situatie
Het Nederlandse initiatief Over de Muur wil de kennis van en het publieke debat over geschiedenis stimuleren. Samen met andere Europese jongeren word je uitgenodigd voor een workshop in Amsterdam, waar je met een onbevangen blik naar de periode van het Nederlandse kolonialisme kijkt. Om je voor te bereiden op een presentatie die je tijdens deze workshop voor andere jongeren gaat geven, ontvang je een selectie van teksten als achtergrondmateriaal. Eén daarvan wil je verder uitdiepen.
Informatie over de schrijver en de tekst
Remco Raben (*1962) werkt als historicus voor het project “ Dekolonisatie, Geweld en Oorlog in Indonesië 1945 – 1950 ”.
Op de website “ overdemuur.org ” schrijven historici zoals Remco Raben bijdragen om het publieke debat over geschiedenis te verrijken.
Remco Raben: Waarom we allemaal kinderen van de koloniale rekening zijn
We zijn allen kinderen van de kolonie. Sommigen zijn aangenomen, de meesten zijn bastaards. Maar we zijn allen erfgenamen. Een gezellige familie is het niet, want de erfenis is zwaar omstreden. Denk maar aan de debatten over uiteenlopende dingen als alledaags en minder alledaags racisme, onderzoek naar dekolonisatiegeweld, pamfletten over Tempo Doeloe van 5 witte journalisten 1, koloniale heldenverering, de herkomst van museale collecties, Librisliteratuurprijswinnaars 2, enzovoorts. Of, minder grijpbaar, de doorwerking van hiçrarchische wereldbeelden die aan het kolonialisme zijn ontsproten. Ook zijn er steeds meer nieuwe Nederlanders die een geschiedenis van kolonialisme met zich meedragen. Onze samenleving is doordrenkt met het koloniale verleden.
10 Wie zich bezighoudt met de kolonie en alles wat daaruit voortkwam, beseft al snel dat er veel tegenstrijdige manieren zijn om naar dat verleden te kijken. Een eenduidig, alomvattend verhaal van kolonialisme en dekolonisatie bestaat niet, omdat de uitgangsposities van de mensen die deze geschiedenis schrijven zo uiteenlopen. Elk historisch verhaal is natuurlijk afhankelijk van de verteller, maar in de koloniale geschiedenis zijn de fragmentatie en de 15 dissonantie tussen verschillende stemmen veel sterker dan elders. Dat komt doordat het koloniale bewind geschraagd 3 werd door een systeem van fundamentele ongelijkheid op raciale en etnische basis. Het is daarom onvermijdelijk dat de geschiedenis in termen van identiteit of sociale boven- of onderschikking wordt verteld.
Er is nog iets anders aan de hand met koloniale geschiedenis. Kenmerkend voor koloniale 20 regimes is dat tegenstemmen steevast worden gedempt of gemarginaliseerd. Zo werd en wordt de kennis over de koloniale samenleving voor een groot deel bepaald door de geschriften van de Nederlandse koloniale elite. Het gevolg is dat de Nederlandse samenleving lang doof of blind heeft kunnen blijven voor conflicterende visies op het kolonialisme. [...] In de herinnering van veel Nederlanders overheersen immers beelden van orde en regelmaat, 25 het aanleggen van stuwdammen, spoorwegen, volksgezondheidsprogramma’s. Dit soort stemmen kunnen door blijven klinken omdat het protest van gekoloniseerden tijdens de kolonisatie effectief onderdrukt en verzwegen werd en omdat hun verhaal niet strookt met het beeld dat Nederlanders van onze koloniale geschiedenis hebben. De totslaafgemaakten 4 hadden geen stem, de criminelen schreven geen brieven, de suikerarbeiders legden niet uit 30 waarom ze jaar in jaar uit het riet in brand staken 5.
Het mechanisme van verstomming van de antikoloniale stem is overigens nog steeds werkzaam. Postkoloniale critici met een niet-westerse achtergrond krijgen geen ruimte, worden voor gek verklaard of hun inbreng wordt als identiteitspolitiek weggezet. Hun postkoloniale, emancipatieve geluiden vallen vaak slecht bij mensen die denken dat 35 geschiedenis uit simpele feiten bestaat of dat een neutrale geschiedenis mogelijk is. Zij zetten zich af tegen het moralisme, dat ‘onhistorisch’ en ‘niet objectief’ zou zijn en geen begrip zou tonen voor het feit dat er vroeger andere waarden golden. Dat is een valse voorstelling van zaken. In de eerste plaats gaat het argument dat er vroeger andere waarden golden vaak mank. De stemmen van de meest betrokkenen worden daarbij voor het gemak 40 genegeerd. De Nederlandse generaal J.B. van Heutsz 6 vond de annexatie van Aceh 7 gerechtvaardigd, maar voor de Acehse sultan Mohamad Daud 8 was zij een dramatische schending van de onafhankelijkheid. Bovendien is het vasthouden aan het eigen ‘neutrale’ beeld evenzeer een morele keuze, want wie heeft de bronnen geproduceerd, wie schrijft de geschiedenis, vanuit welk standpunt en met welke voelsprieten en alarmbellen?
45 De Nederlandse herinnering aan het kolonialisme, zowel persoonlijk als collectief, gaat nog steeds uit van de ‘eigen’ ervaring en zelfbeelden – die van het goede leven in de kolonie en van de redelijk goedertieren kolonisator die Nederland was. Het historische zelfbeeld is zo sterk verankerd, dat een postkoloniale benadering slechts als bedreigend wordt ervaren. Er mag best wat kritiek op het kolonialisme klinken, maar de erkenning dat het een systeem 50 van fundamentele uitsluiting en racisme was, is nog altijd een stap te ver, juist omdat dit het Nederlandse zelfbeeld schaadt. Dit gunstige zelfbeeld kon ontstaan in het sociale isolement waarin het koloniale bestuur opereerde en waarin zijn beelden en herinneringen ook na de dekolonisatie van generatie op generatie werden doorgegeven.
Bedenk dat slechts een kleine koloniale elite in Indië zich de luxe kon permitteren om een 55 dubbele maatstaf aan te houden, de signalen van onvrede en mishandeling te negeren, en zich in een expat-cocon 9 een genoeglijk leven kon verschaffen. Voor een werkelijke rekenschap (wat iets anders is dan afrekening) is een confrontatie nodig met de mensen die het kolonialisme op een heel andere manier hebben ervaren. Die ontbreekt doorgaans nog steeds.
De dubbele moraal van de koloniaal draagt ver. Maar de wereld beweegt en de Nederlandse 60 samenleving verandert. Veel scherper dan voorheen worden problemen in termen van koloniale doorwerking gedefinieerd. Dat dwingt ons tot reflectie op onze koloniale wortels, onze koloniale waarden en onze omgang met de veranderende wereld. Een confrontatie met de gezichtspunten van anderen is daarbij noodzakelijk. Alleen dat kan inzicht verschaffen in het karakter en de erfenissen van het Nederlandse kolonialisme. Anders zijn we veroordeeld 65 tot de eigen ijsschots en tot een dolend en smeltend voortdobberen in de opwarmende postkoloniale wereldzee.
bron: Raben, Remco: Waarom we allemaal kinderen van de koloniale rekening zijn. Over de muur, 20 december 2018 ( Over de muur: weblog over geschiedenis)
1
Dit is een toespeling op een omstreden boek van de Nederlandse journalist en schrijver Kester Freriks met de titel “ Tempo Doeloe, een omhelzing ” (2018), waarin hij probeert het koloniale verleden in Nederlands-Indië op een positieve manier te bekijken.
2
Dit is een toespeling op de toekenning van de Libris Literatuur Prijs, een belangrijke Nederlandse literatuurprijs, aan de Nederlandse auteur Alfred Birney voor zijn roman “ De tolk van Java ”. In dit boek uit het jaar 2017 wordt het koloniale verleden in Nederlands-Indië kritisch belicht.
3
schragen: ondersteunen
4
de totslaafgemaakten: groep van mensen die slaven werden
5
De suikerarbeiders werkten als dwangarbeiders op plantages en als vorm van protest staken ze regelmatig hun velden in de brand.
6
Joannes Benedictus (Jo) van Heutsz was een Nederlands luitenant-generaal en onder meer gouverneur-generaal van Nederlands-Indië (1904 – 1909).
7
Aceh: een provincie van het huidige Indonesië; variant van de spelling Atjeh
8
Mohamad Daud (1864 – 1939) was de laatste sultan van Atjeh op Sumatra.
9
de expat-cocon: een verzameling van in het buitenland gestationeerde werknemers op een plek
Opdracht: Schrijf de tekst voor een spreekbeurt over het artikel "Waarom we allemaal kinderen van de koloniale rekening zijn" van Remco Raben.
• Stel de visie op het koloniale verleden voor die in de tekst als problematisch wordt neergezet. [10 Punkte]
Aufgabe HT 2 - Deelopdracht 2 (Analyse von Sachtexten) · Analyse von Sachtexten, Karikaturen und Grafiken (standpunt en argumentatie)
Situatie
Het Nederlandse initiatief Over de Muur wil de kennis van en het publieke debat over geschiedenis stimuleren. Samen met andere Europese jongeren word je uitgenodigd voor een workshop in Amsterdam, waar je met een onbevangen blik naar de periode van het Nederlandse kolonialisme kijkt. Om je voor te bereiden op een presentatie die je tijdens deze workshop voor andere jongeren gaat geven, ontvang je een selectie van teksten als achtergrondmateriaal. Eén daarvan wil je verder uitdiepen.
Informatie over de schrijver en de tekst
Remco Raben (*1962) werkt als historicus voor het project “ Dekolonisatie, Geweld en Oorlog in Indonesië 1945 – 1950 ”.
Op de website “ overdemuur.org ” schrijven historici zoals Remco Raben bijdragen om het publieke debat over geschiedenis te verrijken.
Remco Raben: Waarom we allemaal kinderen van de koloniale rekening zijn
We zijn allen kinderen van de kolonie. Sommigen zijn aangenomen, de meesten zijn bastaards. Maar we zijn allen erfgenamen. Een gezellige familie is het niet, want de erfenis is zwaar omstreden. Denk maar aan de debatten over uiteenlopende dingen als alledaags en minder alledaags racisme, onderzoek naar dekolonisatiegeweld, pamfletten over Tempo Doeloe van 5 witte journalisten 1, koloniale heldenverering, de herkomst van museale collecties, Librisliteratuurprijswinnaars 2, enzovoorts. Of, minder grijpbaar, de doorwerking van hiçrarchische wereldbeelden die aan het kolonialisme zijn ontsproten. Ook zijn er steeds meer nieuwe Nederlanders die een geschiedenis van kolonialisme met zich meedragen. Onze samenleving is doordrenkt met het koloniale verleden.
10 Wie zich bezighoudt met de kolonie en alles wat daaruit voortkwam, beseft al snel dat er veel tegenstrijdige manieren zijn om naar dat verleden te kijken. Een eenduidig, alomvattend verhaal van kolonialisme en dekolonisatie bestaat niet, omdat de uitgangsposities van de mensen die deze geschiedenis schrijven zo uiteenlopen. Elk historisch verhaal is natuurlijk afhankelijk van de verteller, maar in de koloniale geschiedenis zijn de fragmentatie en de 15 dissonantie tussen verschillende stemmen veel sterker dan elders. Dat komt doordat het koloniale bewind geschraagd 3 werd door een systeem van fundamentele ongelijkheid op raciale en etnische basis. Het is daarom onvermijdelijk dat de geschiedenis in termen van identiteit of sociale boven- of onderschikking wordt verteld.
Er is nog iets anders aan de hand met koloniale geschiedenis. Kenmerkend voor koloniale 20 regimes is dat tegenstemmen steevast worden gedempt of gemarginaliseerd. Zo werd en wordt de kennis over de koloniale samenleving voor een groot deel bepaald door de geschriften van de Nederlandse koloniale elite. Het gevolg is dat de Nederlandse samenleving lang doof of blind heeft kunnen blijven voor conflicterende visies op het kolonialisme. [...] In de herinnering van veel Nederlanders overheersen immers beelden van orde en regelmaat, 25 het aanleggen van stuwdammen, spoorwegen, volksgezondheidsprogramma’s. Dit soort stemmen kunnen door blijven klinken omdat het protest van gekoloniseerden tijdens de kolonisatie effectief onderdrukt en verzwegen werd en omdat hun verhaal niet strookt met het beeld dat Nederlanders van onze koloniale geschiedenis hebben. De totslaafgemaakten 4 hadden geen stem, de criminelen schreven geen brieven, de suikerarbeiders legden niet uit 30 waarom ze jaar in jaar uit het riet in brand staken 5.
Het mechanisme van verstomming van de antikoloniale stem is overigens nog steeds werkzaam. Postkoloniale critici met een niet-westerse achtergrond krijgen geen ruimte, worden voor gek verklaard of hun inbreng wordt als identiteitspolitiek weggezet. Hun postkoloniale, emancipatieve geluiden vallen vaak slecht bij mensen die denken dat 35 geschiedenis uit simpele feiten bestaat of dat een neutrale geschiedenis mogelijk is. Zij zetten zich af tegen het moralisme, dat ‘onhistorisch’ en ‘niet objectief’ zou zijn en geen begrip zou tonen voor het feit dat er vroeger andere waarden golden. Dat is een valse voorstelling van zaken. In de eerste plaats gaat het argument dat er vroeger andere waarden golden vaak mank. De stemmen van de meest betrokkenen worden daarbij voor het gemak 40 genegeerd. De Nederlandse generaal J.B. van Heutsz 6 vond de annexatie van Aceh 7 gerechtvaardigd, maar voor de Acehse sultan Mohamad Daud 8 was zij een dramatische schending van de onafhankelijkheid. Bovendien is het vasthouden aan het eigen ‘neutrale’ beeld evenzeer een morele keuze, want wie heeft de bronnen geproduceerd, wie schrijft de geschiedenis, vanuit welk standpunt en met welke voelsprieten en alarmbellen?
45 De Nederlandse herinnering aan het kolonialisme, zowel persoonlijk als collectief, gaat nog steeds uit van de ‘eigen’ ervaring en zelfbeelden – die van het goede leven in de kolonie en van de redelijk goedertieren kolonisator die Nederland was. Het historische zelfbeeld is zo sterk verankerd, dat een postkoloniale benadering slechts als bedreigend wordt ervaren. Er mag best wat kritiek op het kolonialisme klinken, maar de erkenning dat het een systeem 50 van fundamentele uitsluiting en racisme was, is nog altijd een stap te ver, juist omdat dit het Nederlandse zelfbeeld schaadt. Dit gunstige zelfbeeld kon ontstaan in het sociale isolement waarin het koloniale bestuur opereerde en waarin zijn beelden en herinneringen ook na de dekolonisatie van generatie op generatie werden doorgegeven.
Bedenk dat slechts een kleine koloniale elite in Indië zich de luxe kon permitteren om een 55 dubbele maatstaf aan te houden, de signalen van onvrede en mishandeling te negeren, en zich in een expat-cocon 9 een genoeglijk leven kon verschaffen. Voor een werkelijke rekenschap (wat iets anders is dan afrekening) is een confrontatie nodig met de mensen die het kolonialisme op een heel andere manier hebben ervaren. Die ontbreekt doorgaans nog steeds.
De dubbele moraal van de koloniaal draagt ver. Maar de wereld beweegt en de Nederlandse 60 samenleving verandert. Veel scherper dan voorheen worden problemen in termen van koloniale doorwerking gedefinieerd. Dat dwingt ons tot reflectie op onze koloniale wortels, onze koloniale waarden en onze omgang met de veranderende wereld. Een confrontatie met de gezichtspunten van anderen is daarbij noodzakelijk. Alleen dat kan inzicht verschaffen in het karakter en de erfenissen van het Nederlandse kolonialisme. Anders zijn we veroordeeld 65 tot de eigen ijsschots en tot een dolend en smeltend voortdobberen in de opwarmende postkoloniale wereldzee.
bron: Raben, Remco: Waarom we allemaal kinderen van de koloniale rekening zijn. Over de muur, 20 december 2018 ( Over de muur: weblog over geschiedenis)
1
Dit is een toespeling op een omstreden boek van de Nederlandse journalist en schrijver Kester Freriks met de titel “ Tempo Doeloe, een omhelzing ” (2018), waarin hij probeert het koloniale verleden in Nederlands-Indië op een positieve manier te bekijken.
2
Dit is een toespeling op de toekenning van de Libris Literatuur Prijs, een belangrijke Nederlandse literatuurprijs, aan de Nederlandse auteur Alfred Birney voor zijn roman “ De tolk van Java ”. In dit boek uit het jaar 2017 wordt het koloniale verleden in Nederlands-Indië kritisch belicht.
3
schragen: ondersteunen
4
de totslaafgemaakten: groep van mensen die slaven werden
5
De suikerarbeiders werkten als dwangarbeiders op plantages en als vorm van protest staken ze regelmatig hun velden in de brand.
6
Joannes Benedictus (Jo) van Heutsz was een Nederlands luitenant-generaal en onder meer gouverneur-generaal van Nederlands-Indië (1904 – 1909).
7
Aceh: een provincie van het huidige Indonesië; variant van de spelling Atjeh
8
Mohamad Daud (1864 – 1939) was de laatste sultan van Atjeh op Sumatra.
9
de expat-cocon: een verzameling van in het buitenland gestationeerde werknemers op een plek
Opdracht: Schrijf de tekst voor een spreekbeurt naar aanleiding van het artikel "Waarom we allemaal kinderen van de koloniale rekening zijn" van Remco Raben.
• Licht toe welk standpunt Remco Raben inneemt over de juiste manier waarop Nederland met zijn koloniale verleden moet omgaan. Besteed daarbij aandacht aan zijn manier van argumenteren en aan zijn stijl. [20 Punkte]
Aufgabe HT 2 - Deelopdracht 3 (Beurteilen und Stellung ne… · Beurteilen und Stellung nehmen im vorgegebenen Textformat (Beoordeel / Bediscussieer)
Situatie
Het Nederlandse initiatief Over de Muur wil de kennis van en het publieke debat over geschiedenis stimuleren. Samen met andere Europese jongeren word je uitgenodigd voor een workshop in Amsterdam, waar je met een onbevangen blik naar de periode van het Nederlandse kolonialisme kijkt. Om je voor te bereiden op een presentatie die je tijdens deze workshop voor andere jongeren gaat geven, ontvang je een selectie van teksten als achtergrondmateriaal. Eén daarvan wil je verder uitdiepen.
Informatie over de schrijver en de tekst
Remco Raben (*1962) werkt als historicus voor het project “ Dekolonisatie, Geweld en Oorlog in Indonesië 1945 – 1950 ”.
Op de website “ overdemuur.org ” schrijven historici zoals Remco Raben bijdragen om het publieke debat over geschiedenis te verrijken.
Remco Raben: Waarom we allemaal kinderen van de koloniale rekening zijn
We zijn allen kinderen van de kolonie. Sommigen zijn aangenomen, de meesten zijn bastaards. Maar we zijn allen erfgenamen. Een gezellige familie is het niet, want de erfenis is zwaar omstreden. Denk maar aan de debatten over uiteenlopende dingen als alledaags en minder alledaags racisme, onderzoek naar dekolonisatiegeweld, pamfletten over Tempo Doeloe van 5 witte journalisten 1, koloniale heldenverering, de herkomst van museale collecties, Librisliteratuurprijswinnaars 2, enzovoorts. Of, minder grijpbaar, de doorwerking van hiçrarchische wereldbeelden die aan het kolonialisme zijn ontsproten. Ook zijn er steeds meer nieuwe Nederlanders die een geschiedenis van kolonialisme met zich meedragen. Onze samenleving is doordrenkt met het koloniale verleden.
10 Wie zich bezighoudt met de kolonie en alles wat daaruit voortkwam, beseft al snel dat er veel tegenstrijdige manieren zijn om naar dat verleden te kijken. Een eenduidig, alomvattend verhaal van kolonialisme en dekolonisatie bestaat niet, omdat de uitgangsposities van de mensen die deze geschiedenis schrijven zo uiteenlopen. Elk historisch verhaal is natuurlijk afhankelijk van de verteller, maar in de koloniale geschiedenis zijn de fragmentatie en de 15 dissonantie tussen verschillende stemmen veel sterker dan elders. Dat komt doordat het koloniale bewind geschraagd 3 werd door een systeem van fundamentele ongelijkheid op raciale en etnische basis. Het is daarom onvermijdelijk dat de geschiedenis in termen van identiteit of sociale boven- of onderschikking wordt verteld.
Er is nog iets anders aan de hand met koloniale geschiedenis. Kenmerkend voor koloniale 20 regimes is dat tegenstemmen steevast worden gedempt of gemarginaliseerd. Zo werd en wordt de kennis over de koloniale samenleving voor een groot deel bepaald door de geschriften van de Nederlandse koloniale elite. Het gevolg is dat de Nederlandse samenleving lang doof of blind heeft kunnen blijven voor conflicterende visies op het kolonialisme. [...] In de herinnering van veel Nederlanders overheersen immers beelden van orde en regelmaat, 25 het aanleggen van stuwdammen, spoorwegen, volksgezondheidsprogramma’s. Dit soort stemmen kunnen door blijven klinken omdat het protest van gekoloniseerden tijdens de kolonisatie effectief onderdrukt en verzwegen werd en omdat hun verhaal niet strookt met het beeld dat Nederlanders van onze koloniale geschiedenis hebben. De totslaafgemaakten 4 hadden geen stem, de criminelen schreven geen brieven, de suikerarbeiders legden niet uit 30 waarom ze jaar in jaar uit het riet in brand staken 5.
Het mechanisme van verstomming van de antikoloniale stem is overigens nog steeds werkzaam. Postkoloniale critici met een niet-westerse achtergrond krijgen geen ruimte, worden voor gek verklaard of hun inbreng wordt als identiteitspolitiek weggezet. Hun postkoloniale, emancipatieve geluiden vallen vaak slecht bij mensen die denken dat 35 geschiedenis uit simpele feiten bestaat of dat een neutrale geschiedenis mogelijk is. Zij zetten zich af tegen het moralisme, dat ‘onhistorisch’ en ‘niet objectief’ zou zijn en geen begrip zou tonen voor het feit dat er vroeger andere waarden golden. Dat is een valse voorstelling van zaken. In de eerste plaats gaat het argument dat er vroeger andere waarden golden vaak mank. De stemmen van de meest betrokkenen worden daarbij voor het gemak 40 genegeerd. De Nederlandse generaal J.B. van Heutsz 6 vond de annexatie van Aceh 7 gerechtvaardigd, maar voor de Acehse sultan Mohamad Daud 8 was zij een dramatische schending van de onafhankelijkheid. Bovendien is het vasthouden aan het eigen ‘neutrale’ beeld evenzeer een morele keuze, want wie heeft de bronnen geproduceerd, wie schrijft de geschiedenis, vanuit welk standpunt en met welke voelsprieten en alarmbellen?
45 De Nederlandse herinnering aan het kolonialisme, zowel persoonlijk als collectief, gaat nog steeds uit van de ‘eigen’ ervaring en zelfbeelden – die van het goede leven in de kolonie en van de redelijk goedertieren kolonisator die Nederland was. Het historische zelfbeeld is zo sterk verankerd, dat een postkoloniale benadering slechts als bedreigend wordt ervaren. Er mag best wat kritiek op het kolonialisme klinken, maar de erkenning dat het een systeem 50 van fundamentele uitsluiting en racisme was, is nog altijd een stap te ver, juist omdat dit het Nederlandse zelfbeeld schaadt. Dit gunstige zelfbeeld kon ontstaan in het sociale isolement waarin het koloniale bestuur opereerde en waarin zijn beelden en herinneringen ook na de dekolonisatie van generatie op generatie werden doorgegeven.
Bedenk dat slechts een kleine koloniale elite in Indië zich de luxe kon permitteren om een 55 dubbele maatstaf aan te houden, de signalen van onvrede en mishandeling te negeren, en zich in een expat-cocon 9 een genoeglijk leven kon verschaffen. Voor een werkelijke rekenschap (wat iets anders is dan afrekening) is een confrontatie nodig met de mensen die het kolonialisme op een heel andere manier hebben ervaren. Die ontbreekt doorgaans nog steeds.
De dubbele moraal van de koloniaal draagt ver. Maar de wereld beweegt en de Nederlandse 60 samenleving verandert. Veel scherper dan voorheen worden problemen in termen van koloniale doorwerking gedefinieerd. Dat dwingt ons tot reflectie op onze koloniale wortels, onze koloniale waarden en onze omgang met de veranderende wereld. Een confrontatie met de gezichtspunten van anderen is daarbij noodzakelijk. Alleen dat kan inzicht verschaffen in het karakter en de erfenissen van het Nederlandse kolonialisme. Anders zijn we veroordeeld 65 tot de eigen ijsschots en tot een dolend en smeltend voortdobberen in de opwarmende postkoloniale wereldzee.
bron: Raben, Remco: Waarom we allemaal kinderen van de koloniale rekening zijn. Over de muur, 20 december 2018 ( Over de muur: weblog over geschiedenis)
1
Dit is een toespeling op een omstreden boek van de Nederlandse journalist en schrijver Kester Freriks met de titel “ Tempo Doeloe, een omhelzing ” (2018), waarin hij probeert het koloniale verleden in Nederlands-Indië op een positieve manier te bekijken.
2
Dit is een toespeling op de toekenning van de Libris Literatuur Prijs, een belangrijke Nederlandse literatuurprijs, aan de Nederlandse auteur Alfred Birney voor zijn roman “ De tolk van Java ”. In dit boek uit het jaar 2017 wordt het koloniale verleden in Nederlands-Indië kritisch belicht.
3
schragen: ondersteunen
4
de totslaafgemaakten: groep van mensen die slaven werden
5
De suikerarbeiders werkten als dwangarbeiders op plantages en als vorm van protest staken ze regelmatig hun velden in de brand.
6
Joannes Benedictus (Jo) van Heutsz was een Nederlands luitenant-generaal en onder meer gouverneur-generaal van Nederlands-Indië (1904 – 1909).
7
Aceh: een provincie van het huidige Indonesië; variant van de spelling Atjeh
8
Mohamad Daud (1864 – 1939) was de laatste sultan van Atjeh op Sumatra.
9
de expat-cocon: een verzameling van in het buitenland gestationeerde werknemers op een plek
Opdracht: Schrijf de tekst voor een spreekbeurt naar aanleiding van het artikel "Waarom we allemaal kinderen van de koloniale rekening zijn" van Remco Raben.
• Beoordeel, uitgaande van je analyse van de tekst en je kennis van het Nederlandse kolonialisme, of nieuwe generaties de manier waarop Europa met het koloniale verleden omgaat kunnen veranderen. [12 Punkte]
Aufgabe HT 2 - Klausurteil B (Sprachmittlung) · Sprachmittlung Deutsch → Niederländisch
Klausurteil B: Sprachmittlung isoliert
Situatie
Het Nederlandse initiatief Over de Muur wil de kennis van en het publieke debat over geschiedenis stimuleren. Samen met andere Europese jongeren word je uitgenodigd voor een workshop in Amsterdam, waar je met een onbevangen blik naar de periode van het Nederlandse kolonialisme kijkt. Om je voor te bereiden op een presentatie die je tijdens deze workshop voor andere jongeren gaat geven, ontvang je een selectie van teksten als achtergrondmateriaal. Eén daarvan wil je verder uitdiepen.
Informatie over de schrijver en de tekst
Remco Raben (*1962) werkt als historicus voor het project “ Dekolonisatie, Geweld en Oorlog in Indonesië 1945 – 1950 ”.
Op de website “ overdemuur.org ” schrijven historici zoals Remco Raben bijdragen om het publieke debat over geschiedenis te verrijken.
Remco Raben: Waarom we allemaal kinderen van de koloniale rekening zijn
We zijn allen kinderen van de kolonie. Sommigen zijn aangenomen, de meesten zijn bastaards. Maar we zijn allen erfgenamen. Een gezellige familie is het niet, want de erfenis is zwaar omstreden. Denk maar aan de debatten over uiteenlopende dingen als alledaags en minder alledaags racisme, onderzoek naar dekolonisatiegeweld, pamfletten over Tempo Doeloe van 5 witte journalisten 1, koloniale heldenverering, de herkomst van museale collecties, Librisliteratuurprijswinnaars 2, enzovoorts. Of, minder grijpbaar, de doorwerking van hiçrarchische wereldbeelden die aan het kolonialisme zijn ontsproten. Ook zijn er steeds meer nieuwe Nederlanders die een geschiedenis van kolonialisme met zich meedragen. Onze samenleving is doordrenkt met het koloniale verleden.
10 Wie zich bezighoudt met de kolonie en alles wat daaruit voortkwam, beseft al snel dat er veel tegenstrijdige manieren zijn om naar dat verleden te kijken. Een eenduidig, alomvattend verhaal van kolonialisme en dekolonisatie bestaat niet, omdat de uitgangsposities van de mensen die deze geschiedenis schrijven zo uiteenlopen. Elk historisch verhaal is natuurlijk afhankelijk van de verteller, maar in de koloniale geschiedenis zijn de fragmentatie en de 15 dissonantie tussen verschillende stemmen veel sterker dan elders. Dat komt doordat het koloniale bewind geschraagd 3 werd door een systeem van fundamentele ongelijkheid op raciale en etnische basis. Het is daarom onvermijdelijk dat de geschiedenis in termen van identiteit of sociale boven- of onderschikking wordt verteld.
Er is nog iets anders aan de hand met koloniale geschiedenis. Kenmerkend voor koloniale 20 regimes is dat tegenstemmen steevast worden gedempt of gemarginaliseerd. Zo werd en wordt de kennis over de koloniale samenleving voor een groot deel bepaald door de geschriften van de Nederlandse koloniale elite. Het gevolg is dat de Nederlandse samenleving lang doof of blind heeft kunnen blijven voor conflicterende visies op het kolonialisme. [...] In de herinnering van veel Nederlanders overheersen immers beelden van orde en regelmaat, 25 het aanleggen van stuwdammen, spoorwegen, volksgezondheidsprogramma’s. Dit soort stemmen kunnen door blijven klinken omdat het protest van gekoloniseerden tijdens de kolonisatie effectief onderdrukt en verzwegen werd en omdat hun verhaal niet strookt met het beeld dat Nederlanders van onze koloniale geschiedenis hebben. De totslaafgemaakten 4 hadden geen stem, de criminelen schreven geen brieven, de suikerarbeiders legden niet uit 30 waarom ze jaar in jaar uit het riet in brand staken 5.
Het mechanisme van verstomming van de antikoloniale stem is overigens nog steeds werkzaam. Postkoloniale critici met een niet-westerse achtergrond krijgen geen ruimte, worden voor gek verklaard of hun inbreng wordt als identiteitspolitiek weggezet. Hun postkoloniale, emancipatieve geluiden vallen vaak slecht bij mensen die denken dat 35 geschiedenis uit simpele feiten bestaat of dat een neutrale geschiedenis mogelijk is. Zij zetten zich af tegen het moralisme, dat ‘onhistorisch’ en ‘niet objectief’ zou zijn en geen begrip zou tonen voor het feit dat er vroeger andere waarden golden. Dat is een valse voorstelling van zaken. In de eerste plaats gaat het argument dat er vroeger andere waarden golden vaak mank. De stemmen van de meest betrokkenen worden daarbij voor het gemak 40 genegeerd. De Nederlandse generaal J.B. van Heutsz 6 vond de annexatie van Aceh 7 gerechtvaardigd, maar voor de Acehse sultan Mohamad Daud 8 was zij een dramatische schending van de onafhankelijkheid. Bovendien is het vasthouden aan het eigen ‘neutrale’ beeld evenzeer een morele keuze, want wie heeft de bronnen geproduceerd, wie schrijft de geschiedenis, vanuit welk standpunt en met welke voelsprieten en alarmbellen?
45 De Nederlandse herinnering aan het kolonialisme, zowel persoonlijk als collectief, gaat nog steeds uit van de ‘eigen’ ervaring en zelfbeelden – die van het goede leven in de kolonie en van de redelijk goedertieren kolonisator die Nederland was. Het historische zelfbeeld is zo sterk verankerd, dat een postkoloniale benadering slechts als bedreigend wordt ervaren. Er mag best wat kritiek op het kolonialisme klinken, maar de erkenning dat het een systeem 50 van fundamentele uitsluiting en racisme was, is nog altijd een stap te ver, juist omdat dit het Nederlandse zelfbeeld schaadt. Dit gunstige zelfbeeld kon ontstaan in het sociale isolement waarin het koloniale bestuur opereerde en waarin zijn beelden en herinneringen ook na de dekolonisatie van generatie op generatie werden doorgegeven.
Bedenk dat slechts een kleine koloniale elite in Indië zich de luxe kon permitteren om een 55 dubbele maatstaf aan te houden, de signalen van onvrede en mishandeling te negeren, en zich in een expat-cocon 9 een genoeglijk leven kon verschaffen. Voor een werkelijke rekenschap (wat iets anders is dan afrekening) is een confrontatie nodig met de mensen die het kolonialisme op een heel andere manier hebben ervaren. Die ontbreekt doorgaans nog steeds.
De dubbele moraal van de koloniaal draagt ver. Maar de wereld beweegt en de Nederlandse 60 samenleving verandert. Veel scherper dan voorheen worden problemen in termen van koloniale doorwerking gedefinieerd. Dat dwingt ons tot reflectie op onze koloniale wortels, onze koloniale waarden en onze omgang met de veranderende wereld. Een confrontatie met de gezichtspunten van anderen is daarbij noodzakelijk. Alleen dat kan inzicht verschaffen in het karakter en de erfenissen van het Nederlandse kolonialisme. Anders zijn we veroordeeld 65 tot de eigen ijsschots en tot een dolend en smeltend voortdobberen in de opwarmende postkoloniale wereldzee.
bron: Raben, Remco: Waarom we allemaal kinderen van de koloniale rekening zijn. Over de muur, 20 december 2018 ( Over de muur: weblog over geschiedenis)
1
Dit is een toespeling op een omstreden boek van de Nederlandse journalist en schrijver Kester Freriks met de titel “ Tempo Doeloe, een omhelzing ” (2018), waarin hij probeert het koloniale verleden in Nederlands-Indië op een positieve manier te bekijken.
2
Dit is een toespeling op de toekenning van de Libris Literatuur Prijs, een belangrijke Nederlandse literatuurprijs, aan de Nederlandse auteur Alfred Birney voor zijn roman “ De tolk van Java ”. In dit boek uit het jaar 2017 wordt het koloniale verleden in Nederlands-Indië kritisch belicht.
3
schragen: ondersteunen
4
de totslaafgemaakten: groep van mensen die slaven werden
5
De suikerarbeiders werkten als dwangarbeiders op plantages en als vorm van protest staken ze regelmatig hun velden in de brand.
6
Joannes Benedictus (Jo) van Heutsz was een Nederlands luitenant-generaal en onder meer gouverneur-generaal van Nederlands-Indië (1904 – 1909).
7
Aceh: een provincie van het huidige Indonesië; variant van de spelling Atjeh
8
Mohamad Daud (1864 – 1939) was de laatste sultan van Atjeh op Sumatra.
9
de expat-cocon: een verzameling van in het buitenland gestationeerde werknemers op een plek
Opdracht:
Zodra je weer terug bent in Duitsland, schrijf je, uitgaande van de tekst “Helden neu verhandeln”: NRW diskutiert über seine kolonialen Denkmäler” van Esra Ayari, een brief aan de redactie van Over de Muur. Daarin preciseer je hoe men in Duitsland de laatste tijd is omgegaan met zichtbare overblijfselen van het koloniale verleden in de openbare ruimte en welke plannen en ideeën er voor de toekomst bestaan. [18 Punkte]
Esra Ayari: „Helden neu verhandeln“: NRW diskutiert über seine kolonialen Denkmäler
Abbauen, zerstören oder – einfach stehen lassen? Im Fall von Kaiser Wilhelm II. (1859 – 1941) dachte sich jemand offenbar: besprühen. Ende Juni färbten Unbekannte das Reiter-Denkmal des einstigen deutschen Regenten in der Nähe des Kölner Doms in unterschiedliche Rot- und Orangetöne. Daneben wurden Transparente und Zettel gefunden. Thema: Die Rolle des Kaisers – und die Kolonialisierung. Der Fall – obwohl noch nicht aufgeklärt – zeigt: Nach den weltweiten Anti-Rassismus-Demos hat auch in NRW die Kolonialismus-Debatte wieder an Fahrt aufgenommen. Die Truppen von Wilhelm hatten 1904 im damals sogenannten Deutsch-Südwestafrika die Herero und Nama bekriegt. Zehntausende wurden ermordet – heute spricht man von Völkermord. Darf so jemand stolz auf einem Pferd in bester Kölner Lage sitzen? Ein Sprecher der Stadt Köln sagt: „Rechtskräftig eingetragene Denkmäler können nicht einfach entfernt oder zerstört werden“. Die Verwaltung diskutiere aber über eine aufklärende Infotafel. Der Kolonialismus hat Spuren in NRW-Städten hinterlassen, in Form von Straßennamen und Denkmälern.
Der Historiker Jürgen Zimmerer von der Universität Hamburg findet es nicht verwunderlich, dass in der Folge der Black-Lives-Matter-Bewegung wieder verstärkt über solche Denkmäler diskutiert wird. Der Kolonialismus sei ein „strukturell-rassistisches Unrechtssystem“ gewesen. Menschen, die unter Rassismus leiden, könnten sich daher verunglimpft fühlen. Vor allem dann, wenn sie an Denkmälern vorbeigehen müssten, die Personen ehren, „die ihre Vorfahren ausgebeutet oder versklavt haben“.
Die Kölner Historikerin Bebero Lehmann startete vor etwa zwei Jahren mit zwei Kolleginnen die Gruppe „Decolonize Cologne“, die kolonialkritische Stadtrundgänge anbietet. Sowohl auf den Straßen als auch auf Instagram und Co. leistet das Trio Bildungsarbeit in puncto Kolonialismus. Lehmann führt vor allem durch das sogenannte Afrika-Viertel in Köln-Nippes. Dort gibt es etwa die „Gustav-Nachtigal-Straße“, benannt nach dem gleichnamigen Afrikaforscher und ehemaligen „Reichskommissar für Deutsch-Südwestafrika“ (1834 – 1885). In dieser Funktion habe er widerrechtlichen Landraub legitimiert, so Lehmann. Vor rund 30 Jahren wurden zwei andere Straßen in Köln, die nach Kolonial-Protagonisten benannt waren, in Usambara- und Namibiastraße umbenannt. Lehmann begrüßt die Umbenennungen, hätte es aber noch besser gefunden, wenn die Straßen nach Anti-Kolonialisten benannt worden wären. „So erinnert man auch an die Kolonialzeit, aber aus der Perspektive des Widerstands.“
Generell sei der Diskurs über Denkmäler und Straßennamen eine gute Entwicklung, aber nur die „sichtbare Spitze im öffentlichen Raum“. Das, was dahinter liege, sei aber wichtiger, glaubt die Historikerin und Journalistin: „Ein rassistisches System, das sich historisch verankert hat und bis heute wirkt.“ Die deutsche Kolonialgeschichte müsse in den Lehrplänen der Schulen und Universitäten als Pflichtprogramm Einzug finden.
Seit vielen Jahren gibt es auch Diskussionen um ein Kolonialkriegerdenkmal in Düsseldorf. Das Denkmal war 1909 zur Erinnerung an in „Deutsch-Südwestafrika“ gefallene Mitglieder eines Düsseldorfer Regimentes errichtet worden. Die kaiserlichen Truppen hatten gegen die Herero und Nama vor mehr als 100 Jahren gekämpft. Caroline Authaler vom Arbeitskreis „Düsseldorf postkolonial“ nennt das Denkmal „hochproblematisch“. Sie wirft der Stadt vor, dass sie im Unterschied zur Kirche bisher „nichts“ getan habe. Eine Stadtsprecherin entgegnet, dass das Thema zunächst in die politischen Gremien eingebracht werden müsse. 2004 hatte die Kirche eine einordnende Plakette angebracht und vergangenes Jahr erneuert. Das reicht Authaler aber nicht aus. Wie also umgehen mit den Denkmälern?
Der Hamburger Forscher Zimmerer spricht sich gegen einen Abbau aus. Das Denkmal müsse als Erinnerungsort weiterhin bestehen – aber mit bewussten Störungen: „Beispielsweise auf den Kopf stellen oder hinlegen, also radikal entheroisieren, um so eine kritische Auseinandersetzung zu erzwingen“. Bei der deutschen Kolonialgeschichte sei dies nicht der Fall. „Jede Generation verhandelt ihre Helden neu.“
Quelle: Ayari, Esra: „Helden neu verhandeln“: NRW diskutiert über seine kolonialen Denkmäler. Ruhr Nachrichten, 24. Juli 2020
Aufgabe HT 3 - Deelopdracht 1 (Textverständnis) · Textverständnis: Inhalte wiedergeben (Vat samen / Stel voor)
Situatie
Het gedenkcentrum van Kamp Vught, dicht bij de Nederlandse stad Den Bosch, biedt onderwijsprogramma’s aan voor jongeren en jongvolwassenen uit uiteenlopende landen. Rond de Nationale Dodenherdenking, die elk jaar op 4 mei wordt gehouden, doe je mee aan een workshop getiteld “De Tweede Wereldoorlog in de journalistiek vandaag”.
Elke deelnemer moet een presentatie houden over een omstreden kant van het thema. Tijdens je onderzoek kom je twee krantenartikelen tegen over de excuses van de Nederlandse premier Mark Rutte.
Informatie over de teksten
“Waardevolle excuses van premier Rutte” (M 1) stond in het “ Reformatorisch Dagblad ” als redactioneel commentaar.
“ ‘Excuses van de Nederlandse regering is een historisch moment’ ” (M 2) uit “ Trouw ” is een interview van journaliste Harriët Salm met de bekende historicus Frank van Vree.
M 1: Waardevolle excuses van premier Rutte
Het is goed dat premier Mark Rutte zondag excuses heeft aangeboden voor het Nederlandse
overheidshandelen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Te lang is na de oorlog het beeld
gecultiveerd van Nederlanders die ook maar slachtoffer waren en zich waar het kon met hand
en tand verzetten.
5 We weten inmiddels beter. Er was verzet, maar het gros van de Nederlanders en de
functionarissen maakte zich uit eigenbelang klein. Van de 140.000 joden die hier in 1940
woonden, waren er vijf jaar later 102.000 gedood. Nederlandse ambtenaren speelden daarin
een rol. Nu de laatste overlevenden van de Holocaust er nog zijn, is dat eindelijk officieel
bij monde 1 van de premier erkend.
10 Het is waar dat de Nederlandse overheid tijdens de bezetting geen directe
verantwoordelijkheid droeg voor het ambtelijke apparaat. Dat stond in die jaren immers
onder gezag van de Duitse bezetters. Rutte bood feitelijk dus excuses aan voor iets waar
Nederland niet de volle verantwoordelijkheid voor draagt. Terecht merkte de premier echter
op dat de overheidsinstanties, op het moment dat het gezag een bedreiging werd, als
15 “hoeders van recht en veiligheid” tekortschoten. Niemand is waar dan ook geroepen het
gezag blindelings te volgen: er kunnen waarden zijn die zwaarder wegen.
De excuses komen laat, hoewel er van officiële zijde al wel eerder kanttekeningen zijn
gezet bij de rol van Nederlanders tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zo gaf koningin Beatrix
tijdens een staatsbezoek aan Israël in 1995 toe dat joodse Nederlanders tijdens de bezetting
20 weinig steun van landgenoten hadden gekregen. Premier Wim Kok verontschuldigde zich
in 2000 voor de kille ontvangst die Holocaustslachtoffers na de oorlog in Nederland kregen.
De excuses van Rutte markeren echter een “historisch moment, een mijlpaal”, zoals Eddo
Verdoner van het Centraal Joods Overleg 2 zei. De voorzitter van het Auschwitz Comité 3,
Jacques Grishaver, noemde de verontschuldigingen “werkelijk fantastisch.” De reacties
25 tekenen het belang om fouten ruimhartig te erkennen: de meeste overlevenden horen ze
helaas niet meer, maar ze hebben nog wel degelijk zin en nut.
Het is in zekere zin makkelijk oordelen over de tekortkomingen van anderen, 75 jaar
geleden. Maar ze vormen natuurlijk ook een spiegel die laat zien dat er tussen goed en
kwaad heel veel gevaarlijk grijs kan zitten: nu net zo goed als toen. Het hoeden van recht en
30 veiligheid, waarover Rutte sprak, klinkt gewichtig genoeg om te parkeren als iets voor
anderen. Maar de praktijk begint natuurlijk gewoon in huis, in de wijk en in de kerk. Het is
veel dichterbij dan we vaak voor waar willen hebben.
1 bij monde van de premier: door de premier zelf
2 Centraal Joods Overleg: samenwerkingsverband van joodse organisaties in Nederland
3 Nederlands Auschwitz Comité: stichting van Nederlandse overlevenden van het concentratiekamp Auschwitz-Birkenau
bron: Waardevolle excuses van premier Rutte. Reformatorisch Dagblad, 27 januari 2020 ( Reformatorisch Dagblad: een christelijk-conservatieve Nederlandse krant)
Im Original enthaltene fehlerhafte Schreibungen wurden korrigiert.
M 2: Harriët Salm: ‘Excuses van de Nederlandse regering is een historisch moment’
Komen Rutte’s excuses voor het handelen van de overheid tijdens de Tweede Wereldoorlog niet veel te laat?
In een toespraak bij de Nationale Holocaust Herdenking in Amsterdam heeft premier Mark Rutte excuses aangeboden namens de Nederlandse regering voor ‘het overheidshandelen’
5 tijdens de Tweede Wereldoorlog. “De bittere consequenties van registratie en deportatie werden niet tijdig en niet voldoende onderkend”, verwees hij naar de jodenvervolging. Frank van Vree, directeur van het Niod Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies, duidt de betekenis.
U was zelf aanwezig gisteren bij de Auschwitz-herdenking in Amsterdam. Was dit in
10 uw ogen een historisch moment, 75 jaar na de bevrijding van Auschwitz?
“Ja, dit is de eerste keer dat de politiek verantwoordelijkheid neemt voor het optreden van ambtelijke apparaten waar zij overigens tijdens de oorlog formeel gezien geen zeggenschap over had. Dit past in een ontwikkeling die we de laatste tijd ook op andere plekken zien, zoals bij de Nederlandse Spoorwegen, die excuses hebben aangeboden voor het vervoeren
15 van slachtoffers van de Holocaust en ook tot betaling zijn overgegaan. 1 ”
We leven in een tijd waarin het een trend is om excuses te maken?
“De erkenning van wat er in het oorlogsverleden gebeurd is, gaat in golven, zo zie ik dat. We zitten nu in de vierde golf. Deze laatste, vierde golf begon in mijn ogen met de kwestie van de erfpacht 2 in Amsterdam in 2013. Toen kwam naar buiten dat de gemeente
20 Amsterdam erfpacht is blijven heffen tijdens de oorlog. Overlevenden van de kampen kwamen terug en moesten allerlei boetes betalen. Onder burgemeester Eberhard van der Laan 3 is dat eindelijk uitgezocht. Er is toen ook besloten om geld vrij te maken voor een schadefonds. Maar er zijn veel meer voorbeelden. Het lijkt wel of allerlei instellingen op dit moment naar hun eigen geschiedenis kijken.”
25 Aan wie denkt u nu?
“Om een ander voorbeeld te noemen: wij doen op dit moment onderzoek naar de psychiatrie en gehandicaptenzorg in de Tweede Wereldoorlog. Ook daar willen instellingen nu weten wat ze hebben gedaan in de oorlog. We zitten in een soort nieuwe fase van in de spiegel kijken. Die excuses vandaag kwamen dus niet onverwacht.”
30 [...]
Kan die late reactie ook komen doordat de regering formeel niet voor het ambtelijk apparaat onder de Duitse bezetting verantwoordelijk was?
“Dat zou kunnen. Het ambtelijk apparaat stond natuurlijk ook onder Duitse heerschappij. Dat is een groot verschil met bijvoorbeeld de geschiedenis in Indonesië, waar de
35 Nederlandse overheid wel verantwoordelijk was voor wat er gebeurde. Je biedt dus nu excuses aan voor iets waar je niet volledig verantwoordelijk voor bent, dat heeft iets ingewikkelds.”
[...]
U vindt het dus niet te laat?
40 “Het is zeker ironisch, of misschien beter: wrang, dat dit gebeurt terwijl er bijna niemand meer in leven is die de concentratiekampen zelf heeft meegemaakt. Ik werd vlak voor de herdenking voorgesteld aan een man die in Auschwitz zat – hij was de enige dit jaar, zo werd mij verteld. Tegelijk vind ik dat ook wel weer iets moois hebben: dat ten minste één overlevende dit nog hoort uit de mond van de minister-president. Het is letterlijk het laatste
45 moment dat dit nog kan, dat heeft iets symbolisch. Het is wel laat, ja, maar het is nu in elk geval gebeurd.”
1 Deze regeling over een eenmalig compensatiebedrag is in november 2018 besloten.
2 Een erfpacht is een soort huur voor een stuk grond, soms ook met een gebouw. De erfpachter betaalt een jaarlijks bedrag aan de eigenaar, bijvoorbeeld de gemeente. Wie niet betaalt, krijgt een boete.
3 Eberhard van der Laan (1955 – 2017), politicus van de sociaaldemocratische Partij van de Arbeid (PvdA), burgemeester van Amsterdam van 2010 tot 2017
bron: Salm, Harriët: ‘Excuses van de Nederlandse regering is een historisch moment’. Trouw, 27 januari 2020 ( Trouw: een Nederlandse krant)
Im Original enthaltene fehlerhafte Schreibungen wurden korrigiert.
Opdracht: Schrijf de tekst voor een spreekbeurt over de excuses en over de verwerking ervan in de krant.
Geef weer voor wat en bij welke gelegenheid premier Rutte excuses heeft aangeboden en op welke wijze de Nederlandse staat zich eerder al verontschuldigde. (10 Punkte)
Aufgabe HT 3 - Deelopdracht 2 (Analyse von Sachtexten) · Analyse von Sachtexten, Karikaturen und Grafiken (standpunt en argumentatie)
Situatie
Het gedenkcentrum van Kamp Vught, dicht bij de Nederlandse stad Den Bosch, biedt onderwijsprogramma’s aan voor jongeren en jongvolwassenen uit uiteenlopende landen. Rond de Nationale Dodenherdenking, die elk jaar op 4 mei wordt gehouden, doe je mee aan een workshop getiteld “De Tweede Wereldoorlog in de journalistiek vandaag”.
Elke deelnemer moet een presentatie houden over een omstreden kant van het thema. Tijdens je onderzoek kom je twee krantenartikelen tegen over de excuses van de Nederlandse premier Mark Rutte.
Informatie over de teksten
“Waardevolle excuses van premier Rutte” (M 1) stond in het “ Reformatorisch Dagblad ” als redactioneel commentaar.
“ ‘Excuses van de Nederlandse regering is een historisch moment’ ” (M 2) uit “ Trouw ” is een interview van journaliste Harriët Salm met de bekende historicus Frank van Vree.
M 1: Waardevolle excuses van premier Rutte
Het is goed dat premier Mark Rutte zondag excuses heeft aangeboden voor het Nederlandse
overheidshandelen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Te lang is na de oorlog het beeld
gecultiveerd van Nederlanders die ook maar slachtoffer waren en zich waar het kon met hand
en tand verzetten.
5 We weten inmiddels beter. Er was verzet, maar het gros van de Nederlanders en de
functionarissen maakte zich uit eigenbelang klein. Van de 140.000 joden die hier in 1940
woonden, waren er vijf jaar later 102.000 gedood. Nederlandse ambtenaren speelden daarin
een rol. Nu de laatste overlevenden van de Holocaust er nog zijn, is dat eindelijk officieel
bij monde 1 van de premier erkend.
10 Het is waar dat de Nederlandse overheid tijdens de bezetting geen directe
verantwoordelijkheid droeg voor het ambtelijke apparaat. Dat stond in die jaren immers
onder gezag van de Duitse bezetters. Rutte bood feitelijk dus excuses aan voor iets waar
Nederland niet de volle verantwoordelijkheid voor draagt. Terecht merkte de premier echter
op dat de overheidsinstanties, op het moment dat het gezag een bedreiging werd, als
15 “hoeders van recht en veiligheid” tekortschoten. Niemand is waar dan ook geroepen het
gezag blindelings te volgen: er kunnen waarden zijn die zwaarder wegen.
De excuses komen laat, hoewel er van officiële zijde al wel eerder kanttekeningen zijn
gezet bij de rol van Nederlanders tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zo gaf koningin Beatrix
tijdens een staatsbezoek aan Israël in 1995 toe dat joodse Nederlanders tijdens de bezetting
20 weinig steun van landgenoten hadden gekregen. Premier Wim Kok verontschuldigde zich
in 2000 voor de kille ontvangst die Holocaustslachtoffers na de oorlog in Nederland kregen.
De excuses van Rutte markeren echter een “historisch moment, een mijlpaal”, zoals Eddo
Verdoner van het Centraal Joods Overleg 2 zei. De voorzitter van het Auschwitz Comité 3,
Jacques Grishaver, noemde de verontschuldigingen “werkelijk fantastisch.” De reacties
25 tekenen het belang om fouten ruimhartig te erkennen: de meeste overlevenden horen ze
helaas niet meer, maar ze hebben nog wel degelijk zin en nut.
Het is in zekere zin makkelijk oordelen over de tekortkomingen van anderen, 75 jaar
geleden. Maar ze vormen natuurlijk ook een spiegel die laat zien dat er tussen goed en
kwaad heel veel gevaarlijk grijs kan zitten: nu net zo goed als toen. Het hoeden van recht en
30 veiligheid, waarover Rutte sprak, klinkt gewichtig genoeg om te parkeren als iets voor
anderen. Maar de praktijk begint natuurlijk gewoon in huis, in de wijk en in de kerk. Het is
veel dichterbij dan we vaak voor waar willen hebben.
1 bij monde van de premier: door de premier zelf
2 Centraal Joods Overleg: samenwerkingsverband van joodse organisaties in Nederland
3 Nederlands Auschwitz Comité: stichting van Nederlandse overlevenden van het concentratiekamp Auschwitz-Birkenau
bron: Waardevolle excuses van premier Rutte. Reformatorisch Dagblad, 27 januari 2020 ( Reformatorisch Dagblad: een christelijk-conservatieve Nederlandse krant)
Im Original enthaltene fehlerhafte Schreibungen wurden korrigiert.
M 2: Harriët Salm: ‘Excuses van de Nederlandse regering is een historisch moment’
Komen Rutte’s excuses voor het handelen van de overheid tijdens de Tweede Wereldoorlog niet veel te laat?
In een toespraak bij de Nationale Holocaust Herdenking in Amsterdam heeft premier Mark Rutte excuses aangeboden namens de Nederlandse regering voor ‘het overheidshandelen’
5 tijdens de Tweede Wereldoorlog. “De bittere consequenties van registratie en deportatie werden niet tijdig en niet voldoende onderkend”, verwees hij naar de jodenvervolging. Frank van Vree, directeur van het Niod Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies, duidt de betekenis.
U was zelf aanwezig gisteren bij de Auschwitz-herdenking in Amsterdam. Was dit in
10 uw ogen een historisch moment, 75 jaar na de bevrijding van Auschwitz?
“Ja, dit is de eerste keer dat de politiek verantwoordelijkheid neemt voor het optreden van ambtelijke apparaten waar zij overigens tijdens de oorlog formeel gezien geen zeggenschap over had. Dit past in een ontwikkeling die we de laatste tijd ook op andere plekken zien, zoals bij de Nederlandse Spoorwegen, die excuses hebben aangeboden voor het vervoeren
15 van slachtoffers van de Holocaust en ook tot betaling zijn overgegaan. 1 ”
We leven in een tijd waarin het een trend is om excuses te maken?
“De erkenning van wat er in het oorlogsverleden gebeurd is, gaat in golven, zo zie ik dat. We zitten nu in de vierde golf. Deze laatste, vierde golf begon in mijn ogen met de kwestie van de erfpacht 2 in Amsterdam in 2013. Toen kwam naar buiten dat de gemeente
20 Amsterdam erfpacht is blijven heffen tijdens de oorlog. Overlevenden van de kampen kwamen terug en moesten allerlei boetes betalen. Onder burgemeester Eberhard van der Laan 3 is dat eindelijk uitgezocht. Er is toen ook besloten om geld vrij te maken voor een schadefonds. Maar er zijn veel meer voorbeelden. Het lijkt wel of allerlei instellingen op dit moment naar hun eigen geschiedenis kijken.”
25 Aan wie denkt u nu?
“Om een ander voorbeeld te noemen: wij doen op dit moment onderzoek naar de psychiatrie en gehandicaptenzorg in de Tweede Wereldoorlog. Ook daar willen instellingen nu weten wat ze hebben gedaan in de oorlog. We zitten in een soort nieuwe fase van in de spiegel kijken. Die excuses vandaag kwamen dus niet onverwacht.”
30 [...]
Kan die late reactie ook komen doordat de regering formeel niet voor het ambtelijk apparaat onder de Duitse bezetting verantwoordelijk was?
“Dat zou kunnen. Het ambtelijk apparaat stond natuurlijk ook onder Duitse heerschappij. Dat is een groot verschil met bijvoorbeeld de geschiedenis in Indonesië, waar de
35 Nederlandse overheid wel verantwoordelijk was voor wat er gebeurde. Je biedt dus nu excuses aan voor iets waar je niet volledig verantwoordelijk voor bent, dat heeft iets ingewikkelds.”
[...]
U vindt het dus niet te laat?
40 “Het is zeker ironisch, of misschien beter: wrang, dat dit gebeurt terwijl er bijna niemand meer in leven is die de concentratiekampen zelf heeft meegemaakt. Ik werd vlak voor de herdenking voorgesteld aan een man die in Auschwitz zat – hij was de enige dit jaar, zo werd mij verteld. Tegelijk vind ik dat ook wel weer iets moois hebben: dat ten minste één overlevende dit nog hoort uit de mond van de minister-president. Het is letterlijk het laatste
45 moment dat dit nog kan, dat heeft iets symbolisch. Het is wel laat, ja, maar het is nu in elk geval gebeurd.”
1 Deze regeling over een eenmalig compensatiebedrag is in november 2018 besloten.
2 Een erfpacht is een soort huur voor een stuk grond, soms ook met een gebouw. De erfpachter betaalt een jaarlijks bedrag aan de eigenaar, bijvoorbeeld de gemeente. Wie niet betaalt, krijgt een boete.
3 Eberhard van der Laan (1955 – 2017), politicus van de sociaaldemocratische Partij van de Arbeid (PvdA), burgemeester van Amsterdam van 2010 tot 2017
bron: Salm, Harriët: ‘Excuses van de Nederlandse regering is een historisch moment’. Trouw, 27 januari 2020 ( Trouw: een Nederlandse krant)
Im Original enthaltene fehlerhafte Schreibungen wurden korrigiert.
Opdracht: Schrijf de tekst voor een spreekbeurt over de excuses en over hoe de krant daarmee is omgegaan.
Preciseer welke argumenten vóór en tégen de excuses van Rutte in de krantenartikels worden aangevoerd en op welke manier men daarbij redeneert. (18 Punkte)
Aufgabe HT 3 - Deelopdracht 3 (Beurteilen und Stellung ne… · Beurteilen und Stellung nehmen im vorgegebenen Textformat (Beoordeel / Bediscussieer)
Situatie
Het gedenkcentrum van Kamp Vught, dicht bij de Nederlandse stad Den Bosch, biedt onderwijsprogramma’s aan voor jongeren en jongvolwassenen uit uiteenlopende landen. Rond de Nationale Dodenherdenking, die elk jaar op 4 mei wordt gehouden, doe je mee aan een workshop getiteld “De Tweede Wereldoorlog in de journalistiek vandaag”.
Elke deelnemer moet een presentatie houden over een omstreden kant van het thema. Tijdens je onderzoek kom je twee krantenartikelen tegen over de excuses van de Nederlandse premier Mark Rutte.
Informatie over de teksten
“Waardevolle excuses van premier Rutte” (M 1) stond in het “ Reformatorisch Dagblad ” als redactioneel commentaar.
“ ‘Excuses van de Nederlandse regering is een historisch moment’ ” (M 2) uit “ Trouw ” is een interview van journaliste Harriët Salm met de bekende historicus Frank van Vree.
M 1: Waardevolle excuses van premier Rutte
Het is goed dat premier Mark Rutte zondag excuses heeft aangeboden voor het Nederlandse
overheidshandelen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Te lang is na de oorlog het beeld
gecultiveerd van Nederlanders die ook maar slachtoffer waren en zich waar het kon met hand
en tand verzetten.
5 We weten inmiddels beter. Er was verzet, maar het gros van de Nederlanders en de
functionarissen maakte zich uit eigenbelang klein. Van de 140.000 joden die hier in 1940
woonden, waren er vijf jaar later 102.000 gedood. Nederlandse ambtenaren speelden daarin
een rol. Nu de laatste overlevenden van de Holocaust er nog zijn, is dat eindelijk officieel
bij monde 1 van de premier erkend.
10 Het is waar dat de Nederlandse overheid tijdens de bezetting geen directe
verantwoordelijkheid droeg voor het ambtelijke apparaat. Dat stond in die jaren immers
onder gezag van de Duitse bezetters. Rutte bood feitelijk dus excuses aan voor iets waar
Nederland niet de volle verantwoordelijkheid voor draagt. Terecht merkte de premier echter
op dat de overheidsinstanties, op het moment dat het gezag een bedreiging werd, als
15 “hoeders van recht en veiligheid” tekortschoten. Niemand is waar dan ook geroepen het
gezag blindelings te volgen: er kunnen waarden zijn die zwaarder wegen.
De excuses komen laat, hoewel er van officiële zijde al wel eerder kanttekeningen zijn
gezet bij de rol van Nederlanders tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zo gaf koningin Beatrix
tijdens een staatsbezoek aan Israël in 1995 toe dat joodse Nederlanders tijdens de bezetting
20 weinig steun van landgenoten hadden gekregen. Premier Wim Kok verontschuldigde zich
in 2000 voor de kille ontvangst die Holocaustslachtoffers na de oorlog in Nederland kregen.
De excuses van Rutte markeren echter een “historisch moment, een mijlpaal”, zoals Eddo
Verdoner van het Centraal Joods Overleg 2 zei. De voorzitter van het Auschwitz Comité 3,
Jacques Grishaver, noemde de verontschuldigingen “werkelijk fantastisch.” De reacties
25 tekenen het belang om fouten ruimhartig te erkennen: de meeste overlevenden horen ze
helaas niet meer, maar ze hebben nog wel degelijk zin en nut.
Het is in zekere zin makkelijk oordelen over de tekortkomingen van anderen, 75 jaar
geleden. Maar ze vormen natuurlijk ook een spiegel die laat zien dat er tussen goed en
kwaad heel veel gevaarlijk grijs kan zitten: nu net zo goed als toen. Het hoeden van recht en
30 veiligheid, waarover Rutte sprak, klinkt gewichtig genoeg om te parkeren als iets voor
anderen. Maar de praktijk begint natuurlijk gewoon in huis, in de wijk en in de kerk. Het is
veel dichterbij dan we vaak voor waar willen hebben.
1 bij monde van de premier: door de premier zelf
2 Centraal Joods Overleg: samenwerkingsverband van joodse organisaties in Nederland
3 Nederlands Auschwitz Comité: stichting van Nederlandse overlevenden van het concentratiekamp Auschwitz-Birkenau
bron: Waardevolle excuses van premier Rutte. Reformatorisch Dagblad, 27 januari 2020 ( Reformatorisch Dagblad: een christelijk-conservatieve Nederlandse krant)
Im Original enthaltene fehlerhafte Schreibungen wurden korrigiert.
M 2: Harriët Salm: ‘Excuses van de Nederlandse regering is een historisch moment’
Komen Rutte’s excuses voor het handelen van de overheid tijdens de Tweede Wereldoorlog niet veel te laat?
In een toespraak bij de Nationale Holocaust Herdenking in Amsterdam heeft premier Mark Rutte excuses aangeboden namens de Nederlandse regering voor ‘het overheidshandelen’
5 tijdens de Tweede Wereldoorlog. “De bittere consequenties van registratie en deportatie werden niet tijdig en niet voldoende onderkend”, verwees hij naar de jodenvervolging. Frank van Vree, directeur van het Niod Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies, duidt de betekenis.
U was zelf aanwezig gisteren bij de Auschwitz-herdenking in Amsterdam. Was dit in
10 uw ogen een historisch moment, 75 jaar na de bevrijding van Auschwitz?
“Ja, dit is de eerste keer dat de politiek verantwoordelijkheid neemt voor het optreden van ambtelijke apparaten waar zij overigens tijdens de oorlog formeel gezien geen zeggenschap over had. Dit past in een ontwikkeling die we de laatste tijd ook op andere plekken zien, zoals bij de Nederlandse Spoorwegen, die excuses hebben aangeboden voor het vervoeren
15 van slachtoffers van de Holocaust en ook tot betaling zijn overgegaan. 1 ”
We leven in een tijd waarin het een trend is om excuses te maken?
“De erkenning van wat er in het oorlogsverleden gebeurd is, gaat in golven, zo zie ik dat. We zitten nu in de vierde golf. Deze laatste, vierde golf begon in mijn ogen met de kwestie van de erfpacht 2 in Amsterdam in 2013. Toen kwam naar buiten dat de gemeente
20 Amsterdam erfpacht is blijven heffen tijdens de oorlog. Overlevenden van de kampen kwamen terug en moesten allerlei boetes betalen. Onder burgemeester Eberhard van der Laan 3 is dat eindelijk uitgezocht. Er is toen ook besloten om geld vrij te maken voor een schadefonds. Maar er zijn veel meer voorbeelden. Het lijkt wel of allerlei instellingen op dit moment naar hun eigen geschiedenis kijken.”
25 Aan wie denkt u nu?
“Om een ander voorbeeld te noemen: wij doen op dit moment onderzoek naar de psychiatrie en gehandicaptenzorg in de Tweede Wereldoorlog. Ook daar willen instellingen nu weten wat ze hebben gedaan in de oorlog. We zitten in een soort nieuwe fase van in de spiegel kijken. Die excuses vandaag kwamen dus niet onverwacht.”
30 [...]
Kan die late reactie ook komen doordat de regering formeel niet voor het ambtelijk apparaat onder de Duitse bezetting verantwoordelijk was?
“Dat zou kunnen. Het ambtelijk apparaat stond natuurlijk ook onder Duitse heerschappij. Dat is een groot verschil met bijvoorbeeld de geschiedenis in Indonesië, waar de
35 Nederlandse overheid wel verantwoordelijk was voor wat er gebeurde. Je biedt dus nu excuses aan voor iets waar je niet volledig verantwoordelijk voor bent, dat heeft iets ingewikkelds.”
[...]
U vindt het dus niet te laat?
40 “Het is zeker ironisch, of misschien beter: wrang, dat dit gebeurt terwijl er bijna niemand meer in leven is die de concentratiekampen zelf heeft meegemaakt. Ik werd vlak voor de herdenking voorgesteld aan een man die in Auschwitz zat – hij was de enige dit jaar, zo werd mij verteld. Tegelijk vind ik dat ook wel weer iets moois hebben: dat ten minste één overlevende dit nog hoort uit de mond van de minister-president. Het is letterlijk het laatste
45 moment dat dit nog kan, dat heeft iets symbolisch. Het is wel laat, ja, maar het is nu in elk geval gebeurd.”
1 Deze regeling over een eenmalig compensatiebedrag is in november 2018 besloten.
2 Een erfpacht is een soort huur voor een stuk grond, soms ook met een gebouw. De erfpachter betaalt een jaarlijks bedrag aan de eigenaar, bijvoorbeeld de gemeente. Wie niet betaalt, krijgt een boete.
3 Eberhard van der Laan (1955 – 2017), politicus van de sociaaldemocratische Partij van de Arbeid (PvdA), burgemeester van Amsterdam van 2010 tot 2017
bron: Salm, Harriët: ‘Excuses van de Nederlandse regering is een historisch moment’. Trouw, 27 januari 2020 ( Trouw: een Nederlandse krant)
Im Original enthaltene fehlerhafte Schreibungen wurden korrigiert.
Opdracht: Schrijf de tekst voor een spreekbeurt over de excuses en over de manier waarop de krant daarover bericht heeft.
Beoordeel, uitgaand van je analyse en je kennis van de jodenvervolging in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog, zowel de excuses van de premier als de weergave ervan in de krantenartikelen. (14 Punkte)
Aufgabe HT 3 - Klausurteil B (Sprachmittlung) · Sprachmittlung Deutsch → Niederländisch
Situatie
Het gedenkcentrum van Kamp Vught, dicht bij de Nederlandse stad Den Bosch, biedt onderwijsprogramma’s aan voor jongeren en jongvolwassenen uit uiteenlopende landen. Rond de Nationale Dodenherdenking, die elk jaar op 4 mei wordt gehouden, doe je mee aan een workshop getiteld “De Tweede Wereldoorlog in de journalistiek vandaag”.
Elke deelnemer moet een presentatie houden over een omstreden kant van het thema. Tijdens je onderzoek kom je twee krantenartikelen tegen over de excuses van de Nederlandse premier Mark Rutte.
Informatie over de teksten
“Waardevolle excuses van premier Rutte” (M 1) stond in het “ Reformatorisch Dagblad ” als redactioneel commentaar.
“ ‘Excuses van de Nederlandse regering is een historisch moment’ ” (M 2) uit “ Trouw ” is een interview van journaliste Harriët Salm met de bekende historicus Frank van Vree.
M 1: Waardevolle excuses van premier Rutte
Het is goed dat premier Mark Rutte zondag excuses heeft aangeboden voor het Nederlandse
overheidshandelen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Te lang is na de oorlog het beeld
gecultiveerd van Nederlanders die ook maar slachtoffer waren en zich waar het kon met hand
en tand verzetten.
5 We weten inmiddels beter. Er was verzet, maar het gros van de Nederlanders en de
functionarissen maakte zich uit eigenbelang klein. Van de 140.000 joden die hier in 1940
woonden, waren er vijf jaar later 102.000 gedood. Nederlandse ambtenaren speelden daarin
een rol. Nu de laatste overlevenden van de Holocaust er nog zijn, is dat eindelijk officieel
bij monde 1 van de premier erkend.
10 Het is waar dat de Nederlandse overheid tijdens de bezetting geen directe
verantwoordelijkheid droeg voor het ambtelijke apparaat. Dat stond in die jaren immers
onder gezag van de Duitse bezetters. Rutte bood feitelijk dus excuses aan voor iets waar
Nederland niet de volle verantwoordelijkheid voor draagt. Terecht merkte de premier echter
op dat de overheidsinstanties, op het moment dat het gezag een bedreiging werd, als
15 “hoeders van recht en veiligheid” tekortschoten. Niemand is waar dan ook geroepen het
gezag blindelings te volgen: er kunnen waarden zijn die zwaarder wegen.
De excuses komen laat, hoewel er van officiële zijde al wel eerder kanttekeningen zijn
gezet bij de rol van Nederlanders tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zo gaf koningin Beatrix
tijdens een staatsbezoek aan Israël in 1995 toe dat joodse Nederlanders tijdens de bezetting
20 weinig steun van landgenoten hadden gekregen. Premier Wim Kok verontschuldigde zich
in 2000 voor de kille ontvangst die Holocaustslachtoffers na de oorlog in Nederland kregen.
De excuses van Rutte markeren echter een “historisch moment, een mijlpaal”, zoals Eddo
Verdoner van het Centraal Joods Overleg 2 zei. De voorzitter van het Auschwitz Comité 3,
Jacques Grishaver, noemde de verontschuldigingen “werkelijk fantastisch.” De reacties
25 tekenen het belang om fouten ruimhartig te erkennen: de meeste overlevenden horen ze
helaas niet meer, maar ze hebben nog wel degelijk zin en nut.
Het is in zekere zin makkelijk oordelen over de tekortkomingen van anderen, 75 jaar
geleden. Maar ze vormen natuurlijk ook een spiegel die laat zien dat er tussen goed en
kwaad heel veel gevaarlijk grijs kan zitten: nu net zo goed als toen. Het hoeden van recht en
30 veiligheid, waarover Rutte sprak, klinkt gewichtig genoeg om te parkeren als iets voor
anderen. Maar de praktijk begint natuurlijk gewoon in huis, in de wijk en in de kerk. Het is
veel dichterbij dan we vaak voor waar willen hebben.
1 bij monde van de premier: door de premier zelf
2 Centraal Joods Overleg: samenwerkingsverband van joodse organisaties in Nederland
3 Nederlands Auschwitz Comité: stichting van Nederlandse overlevenden van het concentratiekamp Auschwitz-Birkenau
bron: Waardevolle excuses van premier Rutte. Reformatorisch Dagblad, 27 januari 2020 ( Reformatorisch Dagblad: een christelijk-conservatieve Nederlandse krant)
Im Original enthaltene fehlerhafte Schreibungen wurden korrigiert.
M 2: Harriët Salm: ‘Excuses van de Nederlandse regering is een historisch moment’
Komen Rutte’s excuses voor het handelen van de overheid tijdens de Tweede Wereldoorlog niet veel te laat?
In een toespraak bij de Nationale Holocaust Herdenking in Amsterdam heeft premier Mark Rutte excuses aangeboden namens de Nederlandse regering voor ‘het overheidshandelen’
5 tijdens de Tweede Wereldoorlog. “De bittere consequenties van registratie en deportatie werden niet tijdig en niet voldoende onderkend”, verwees hij naar de jodenvervolging. Frank van Vree, directeur van het Niod Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies, duidt de betekenis.
U was zelf aanwezig gisteren bij de Auschwitz-herdenking in Amsterdam. Was dit in
10 uw ogen een historisch moment, 75 jaar na de bevrijding van Auschwitz?
“Ja, dit is de eerste keer dat de politiek verantwoordelijkheid neemt voor het optreden van ambtelijke apparaten waar zij overigens tijdens de oorlog formeel gezien geen zeggenschap over had. Dit past in een ontwikkeling die we de laatste tijd ook op andere plekken zien, zoals bij de Nederlandse Spoorwegen, die excuses hebben aangeboden voor het vervoeren
15 van slachtoffers van de Holocaust en ook tot betaling zijn overgegaan. 1 ”
We leven in een tijd waarin het een trend is om excuses te maken?
“De erkenning van wat er in het oorlogsverleden gebeurd is, gaat in golven, zo zie ik dat. We zitten nu in de vierde golf. Deze laatste, vierde golf begon in mijn ogen met de kwestie van de erfpacht 2 in Amsterdam in 2013. Toen kwam naar buiten dat de gemeente
20 Amsterdam erfpacht is blijven heffen tijdens de oorlog. Overlevenden van de kampen kwamen terug en moesten allerlei boetes betalen. Onder burgemeester Eberhard van der Laan 3 is dat eindelijk uitgezocht. Er is toen ook besloten om geld vrij te maken voor een schadefonds. Maar er zijn veel meer voorbeelden. Het lijkt wel of allerlei instellingen op dit moment naar hun eigen geschiedenis kijken.”
25 Aan wie denkt u nu?
“Om een ander voorbeeld te noemen: wij doen op dit moment onderzoek naar de psychiatrie en gehandicaptenzorg in de Tweede Wereldoorlog. Ook daar willen instellingen nu weten wat ze hebben gedaan in de oorlog. We zitten in een soort nieuwe fase van in de spiegel kijken. Die excuses vandaag kwamen dus niet onverwacht.”
30 [...]
Kan die late reactie ook komen doordat de regering formeel niet voor het ambtelijk apparaat onder de Duitse bezetting verantwoordelijk was?
“Dat zou kunnen. Het ambtelijk apparaat stond natuurlijk ook onder Duitse heerschappij. Dat is een groot verschil met bijvoorbeeld de geschiedenis in Indonesië, waar de
35 Nederlandse overheid wel verantwoordelijk was voor wat er gebeurde. Je biedt dus nu excuses aan voor iets waar je niet volledig verantwoordelijk voor bent, dat heeft iets ingewikkelds.”
[...]
U vindt het dus niet te laat?
40 “Het is zeker ironisch, of misschien beter: wrang, dat dit gebeurt terwijl er bijna niemand meer in leven is die de concentratiekampen zelf heeft meegemaakt. Ik werd vlak voor de herdenking voorgesteld aan een man die in Auschwitz zat – hij was de enige dit jaar, zo werd mij verteld. Tegelijk vind ik dat ook wel weer iets moois hebben: dat ten minste één overlevende dit nog hoort uit de mond van de minister-president. Het is letterlijk het laatste
45 moment dat dit nog kan, dat heeft iets symbolisch. Het is wel laat, ja, maar het is nu in elk geval gebeurd.”
1 Deze regeling over een eenmalig compensatiebedrag is in november 2018 besloten.
2 Een erfpacht is een soort huur voor een stuk grond, soms ook met een gebouw. De erfpachter betaalt een jaarlijks bedrag aan de eigenaar, bijvoorbeeld de gemeente. Wie niet betaalt, krijgt een boete.
3 Eberhard van der Laan (1955 – 2017), politicus van de sociaaldemocratische Partij van de Arbeid (PvdA), burgemeester van Amsterdam van 2010 tot 2017
bron: Salm, Harriët: ‘Excuses van de Nederlandse regering is een historisch moment’. Trouw, 27 januari 2020 ( Trouw: een Nederlandse krant)
Im Original enthaltene fehlerhafte Schreibungen wurden korrigiert.
Klausurteil B: Sprachmittlung isoliert
Opdracht:
Sinds de workshop in Vught heb je contact gehouden met Tess, een Nederlandse studente uit Groningen. Jullie delen met elkaar nieuws over actuele ontwikkelingen in de herdenkingscultuur in Nederland en Duitsland.
Beschrijf in een brief aan Tess het theaterproject van de Mittelschule in Mammendorf en de manieren waarop de leerlingen hun boodschap aan het publiek willen overbrengen. [18 Punkte]
Ausgangstext (Deutsch)
Florian J. Haamann: Die dunkelste Stunde
Mit einer eindrücklichen Inszenierung erinnern Mammendorfer Mittelschüler an den Auschwitzprozess
Es sind bedrückende, immer wieder aufs Neue verstörende und betroffen machende Bilder, die auf der Leinwand aufleuchten: ausgemergelte Körper, Menschen, die ihr wichtigstes Hab und Gut bei sich tragen. Die Blicke verängstigt, irritiert, unsicher. Unerträglich. Und im Hintergrund die Schienen. Immer wieder die Schienen. Mit historischen Fotografien von der Ankunft jüdischer Opfer der Nationalsozialisten an der Rampe von Auschwitz, mit denen die Schüler der Klasse M 10 der Mammendorfer Mittelschule ihren Besuchern die Verbrechen, die hier heute verhandelt werden, noch einmal vor Augen führen. Zwei Szenen aus Peter Weiss’ „Die Ermittlung“ haben sie sich ausgesucht und daraus ihre Inszenierung unter dem Titel „The darkest place“ entwickelt, die sie nun in der Aula ihrer Schule aufführen.
Mit ernstem Blick und aufgewühlter, anfangs noch nervöser Stimme eröffnet Omid Jafari als Richter die Verhandlung, fest auf seinen schwarz verkleideten Tisch gestützt, ganz so, als sei die Last dieses Verfahrens zu schwer, um sie aufrecht zu schultern. Immerhin erzählt das Dokumentartheaterstück Ausschnitte aus dem ersten Frankfurter Auschwitzprozess von 1963 bis 1965. Das Bühnenbild, das zwei Schüler gemeinsam mit einem Lehrer entwickelt haben, ist schlicht und ruhig gehalten. Neben dem Richterpult stehen zwei Tische, an denen Verteidiger (David Elßel) und Staatsanwalt (Marco Sieghart) sitzen, an den Seiten dienen zwei Langbänke aus der Turnhalle als Anklage- und Zeugenbank. Im Freiraum dazwischen stammeln die Täter ihre Ausreden und die Opfer erzählen von ihren schmerzlichen Erinnerungen, die Scheinwerfer sind stets auf Gesicht und Oberkörper gerichtet.
Immer wieder unterbricht Marco Sieghart als Staatsanwalt energisch die Täter in ihren Ausflüchten und versucht, sie zu klaren Aussagen und Geständnissen zu drängen. Vergebens. Ob er denn die Kamine gesehen habe und was er gedacht habe, das dort passiert, fragt er einen Angeklagten, damals Aufseher an der Rampe, mittlerweile Oberinspektor bei der Bundesbahn. „Ich hörte, das sind Bäckereien, und dachte, da wird Tag und Nacht Brot gebacken. Immerhin war es ein großes Lager“.
Worum es den Schülern mit ihrer Aufführung geht, das erklärt Mandela in einem Videoeinspieler zu Beginn. Um die Frage nämlich, welche Schuld Menschen auf sich laden, wenn sie Befehle ausführen, die sich an geltendes Recht halten, die aber menschlich und moralisch nicht vertretbar sind. Das Stück arbeitet gut und schülergerecht heraus, wie sich jeder der Angeklagten drauf herausredet, ja nur eine kleine, unbedeutende Rolle eingenommen zu haben. Das man ja nichts gegen „diese Menschen“ hatte, manche ja sogar eigentlich hätte helfen wollen, wären da nicht die anderen gewesen. Genauso nachvollziehbar wie die Täterseite ist aber auch die der Opfer herausgearbeitet. Sie erzählen von den schmerzhaften Trennungen von der Familie gleich an der Rampe im Lager bis hin zu Bestechungsversuchen vor der Verhandlung, wenn sie denn ein gutes Wort für die Angeklagten einlegen. Unterstützt wird die Atmosphäre durch den Einsatz von Musik, so singt Zalia Sully Jono McCleerys „Darkest Light“, die Fotoauswahl wird mit der Titelmelodie aus Schindlers Liste unterlegt. Zum Abschluss des Stückes erinnern drei Schülerinnen an die rechtsmotivierten Anschläge in Halle, Hanau und auf Walter Lübcke.
Du kannst auch nach Themen lernen
Übe ein Thema mit gemischten Aufgaben aus den Prüfungen aller Jahre.
- Textverständnis: Inhalte wiedergeben (Vat samen / Stel voor) · 32 Aufgaben · 95 % Wahrscheinlichkeit
- Beurteilen und Stellung nehmen im vorgegebenen Textformat (Beoordeel / Bediscussieer) · 32 Aufgaben · 95 % Wahrscheinlichkeit
- Sprachmittlung Deutsch → Niederländisch · 32 Aufgaben · 95 % Wahrscheinlichkeit
- Analyse von Sachtexten, Karikaturen und Grafiken (standpunt en argumentatie) · 18 Aufgaben · 95 % Wahrscheinlichkeit
- Analyse literarischer Texte (Karakteriseer, literaire middelen) · 14 Aufgaben · 95 % Wahrscheinlichkeit
Andere Prüfungen 2021
GK · Haupttermin · fortgeführt (2021) · GK · Haupttermin · neu einsetzend (2021) · GK · Haupttermin · neu einsetzend · Weiterbildungskolleg (2021)