Abitur NRW Niederländisch 2021 · GK · Haupttermin · neu einsetzend

Abiturprüfung Niederländisch in Nordrhein-Westfalen 2021, GK · Haupttermin · neu einsetzend: 12 Aufgaben mit Lösungen. Mit automatischer Korrektur.

Themen der Prüfung: Textverständnis: Inhalte wiedergeben (Vat samen / Stel voor) · Analyse literarischer Texte (Karakteriseer, literaire middelen) · Analyse von Sachtexten, Karikaturen und Grafiken (standpunt en argumentatie) · Beurteilen und Stellung nehmen im vorgegebenen Textformat (Beoordeel / Bediscussieer) · Sprachmittlung Deutsch → Niederländisch

Aufgabe HT 1 - Klausurteil A - Deelopdracht 1 · Textverständnis: Inhalte wiedergeben (Vat samen / Stel voor)

Situatie

Het Herinneringscentrum Kamp Westerbork spoort jongeren aan om literaire verhalen over het lot van kinderen overal ter wereld tijdens de Tweede Wereldoorlog te lezen en ze online te beoordelen voor andere jongeren. Op internet kom je een fragment uit een roman van Els Beerten tegen, en daarover schrijf je een tekst voor de website van het herinneringscentrum.

Klausurteil A

Informatie over de schrijfster en de roman

Els Beerten (*1959) is een Vlaamse auteur van jeugdboeken. De roman “Allemaal willen we de hemel” speelt zich af tijdens en na de Tweede Wereldoorlog in Vlaanderen. Het verhaal volgt het lot van de leden van de familie Claessen tijdens de Duitse bezetting van België tussen 1940 en 1944. Het fragment uit het hoofdstuk “Spannend” richt zich op de gevolgen van die bezetting. Remi, de jongste zoon, zorgt samen met zijn bijna volwassen broer Jef voor de tuin, een taak die hun vader hun heeft opgedragen.

Els Beerten: Allemaal willen we de hemel

Ik wil radijsjes en radijsjes en radijsjes in de tuin, en als ik dat tegen Jef vertel, lacht hij me uit. Radijsjes doen een maag honger krijgen, zegt hij; dikke kolen, die gaan we planten. Groene en witte en rode kolen. Terwijl hij wéét dat ik geen kool lust. En spruitjes, zegt hij, duizenden spruitjes. Daar moet ik ook al van overgeven. Hij kan op zijn kop gaan staan met 5 zijn kolen en zijn spruitjes. Hij denkt echt dat hij alles mag nu hij een medaille 1 heeft gekregen. Vloeken en pesten en schoppen en ellendige dingen zeggen. Ik ben blij dat ik weer elke dag gewoon naar school kan. Blij dat ik onze Jef zijn zuur gezicht even niet zie.

Tijdens de oorlog bleven we vaak thuis van school. Er hangt gevaar in de lucht, zei mijn moeder dan. En dat ik niet bang moest zijn. Maar ik was nooit bang.

10 Op een keer kwamen vreemde mannen onze klas binnen, ze droegen allemaal een zwart uniform en ze zeiden tegen onze meester dat hij moest meekomen. Hij moest gaan vechten in Duitsland, zeiden de mannen tegen ons, en dat we ons geen zorgen moesten maken, er kwam wel een nieuwe meester.

Onze meester is nooit meer teruggekomen. Op een dag werd er op school verteld dat hij in 15 Duitsland gestorven was, al na een maand of zo na zijn vertrek. Daar schrok ik zo van. Hij moet erg ziek geweest zijn, dat hij zo gauw doodging. En ik had niks aan hem gezien.

De nieuwe was maar een rare. We moesten de hele tijd Duitse liedjes leren. Hij was duizend keer strenger dan de vorige. Dus hebben we al die Duitse liedjes snel geleerd. Toen de oorlog voorbij was, vergat ik ze meteen. Dat vergeten gebeurde gemakkelijk, want telkens als ik er 20 een begon te zingen kreeg ik thuis zo'n mep rond mijn kop dat ik er draaierig van werd. En van zulke meppen vlogen de Duitse liedjes gewoon mijn hoofd uit. Het duurde niet lang of mijn hoofd was weer leeg. Nu ja, niet helemaal leeg, natuurlijk. Dat kan namelijk niet, denk ik toch.

Bij ons is de oorlog al in september afgelopen, maar in Duitsland is hij nog bezig, zegt mijn 25 vader. Maar dat het daar ook niet lang meer zal duren. En dat het dan feest in de hele wereld zal zijn omdat die Duitse smeerlappen dik verloren hebben.

Ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik mis de oorlog. Ik vond het altijd spannend als ze gingen bombarderen. Aan het einde van de straat was een huis met een grote schuilkelder, daar mochten we dan met zijn allen in. En als we daar dan bij elkaar zaten, dan sloeg mijn 30 moeder haar armen om me heen en fluisterde ze verhalen in mijn oor.

Ik ging wel eens aan de Duitse soldaten vragen of ze alstublieft misschien die nacht weer gingen bombarderen. Ze zeiden nooit veel terug. Soms bombardeerden ze die nacht, soms niet. Toen er op een keer een huis in onze straat in brand vloog, heb ik het maar niet meer gevraagd.

35 Het is toch maar goed dat ze weg zijn.

1 Jef heeft een medaille voor een heldhaftige daad gekregen.

bron: Beerten, Els: Allemaal willen we de hemel. Amsterdam: Querido, dertiende druk 2019 (eerste druk 2008), p. 35 – 36

Opdracht – Deelopdracht 1

Vat de tekst samen. (11 Punkte)

Schrijf in het Nederlands een samenvatting, waarin de belangrijkste punten uit het tekstfragment terugkomen.

Aufgabe HT 1 - Klausurteil A - Deelopdracht 2 · Analyse literarischer Texte (Karakteriseer, literaire middelen)

Situatie

Het Herinneringscentrum Kamp Westerbork spoort jongeren aan om literaire verhalen over het lot van kinderen overal ter wereld tijdens de Tweede Wereldoorlog te lezen en ze online te beoordelen voor andere jongeren. Op internet kom je een fragment uit een roman van Els Beerten tegen, en daarover schrijf je een tekst voor de website van het herinneringscentrum.

Klausurteil A

Informatie over de schrijfster en de roman

Els Beerten (*1959) is een Vlaamse auteur van jeugdboeken. De roman “Allemaal willen we de hemel” speelt zich af tijdens en na de Tweede Wereldoorlog in Vlaanderen. Het verhaal volgt het lot van de leden van de familie Claessen tijdens de Duitse bezetting van België tussen 1940 en 1944. Het fragment uit het hoofdstuk “Spannend” richt zich op de gevolgen van die bezetting. Remi, de jongste zoon, zorgt samen met zijn bijna volwassen broer Jef voor de tuin, een taak die hun vader hun heeft opgedragen.

Els Beerten: Allemaal willen we de hemel

Ik wil radijsjes en radijsjes en radijsjes in de tuin, en als ik dat tegen Jef vertel, lacht hij me uit. Radijsjes doen een maag honger krijgen, zegt hij; dikke kolen, die gaan we planten. Groene en witte en rode kolen. Terwijl hij wéét dat ik geen kool lust. En spruitjes, zegt hij, duizenden spruitjes. Daar moet ik ook al van overgeven. Hij kan op zijn kop gaan staan met 5 zijn kolen en zijn spruitjes. Hij denkt echt dat hij alles mag nu hij een medaille 1 heeft gekregen. Vloeken en pesten en schoppen en ellendige dingen zeggen. Ik ben blij dat ik weer elke dag gewoon naar school kan. Blij dat ik onze Jef zijn zuur gezicht even niet zie.

Tijdens de oorlog bleven we vaak thuis van school. Er hangt gevaar in de lucht, zei mijn moeder dan. En dat ik niet bang moest zijn. Maar ik was nooit bang.

10 Op een keer kwamen vreemde mannen onze klas binnen, ze droegen allemaal een zwart uniform en ze zeiden tegen onze meester dat hij moest meekomen. Hij moest gaan vechten in Duitsland, zeiden de mannen tegen ons, en dat we ons geen zorgen moesten maken, er kwam wel een nieuwe meester.

Onze meester is nooit meer teruggekomen. Op een dag werd er op school verteld dat hij in 15 Duitsland gestorven was, al na een maand of zo na zijn vertrek. Daar schrok ik zo van. Hij moet erg ziek geweest zijn, dat hij zo gauw doodging. En ik had niks aan hem gezien.

De nieuwe was maar een rare. We moesten de hele tijd Duitse liedjes leren. Hij was duizend keer strenger dan de vorige. Dus hebben we al die Duitse liedjes snel geleerd. Toen de oorlog voorbij was, vergat ik ze meteen. Dat vergeten gebeurde gemakkelijk, want telkens als ik er 20 een begon te zingen kreeg ik thuis zo'n mep rond mijn kop dat ik er draaierig van werd. En van zulke meppen vlogen de Duitse liedjes gewoon mijn hoofd uit. Het duurde niet lang of mijn hoofd was weer leeg. Nu ja, niet helemaal leeg, natuurlijk. Dat kan namelijk niet, denk ik toch.

Bij ons is de oorlog al in september afgelopen, maar in Duitsland is hij nog bezig, zegt mijn 25 vader. Maar dat het daar ook niet lang meer zal duren. En dat het dan feest in de hele wereld zal zijn omdat die Duitse smeerlappen dik verloren hebben.

Ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik mis de oorlog. Ik vond het altijd spannend als ze gingen bombarderen. Aan het einde van de straat was een huis met een grote schuilkelder, daar mochten we dan met zijn allen in. En als we daar dan bij elkaar zaten, dan sloeg mijn 30 moeder haar armen om me heen en fluisterde ze verhalen in mijn oor.

Ik ging wel eens aan de Duitse soldaten vragen of ze alstublieft misschien die nacht weer gingen bombarderen. Ze zeiden nooit veel terug. Soms bombardeerden ze die nacht, soms niet. Toen er op een keer een huis in onze straat in brand vloog, heb ik het maar niet meer gevraagd.

35 Het is toch maar goed dat ze weg zijn.

1 Jef heeft een medaille voor een heldhaftige daad gekregen.

bron: Beerten, Els: Allemaal willen we de hemel. Amsterdam: Querido, dertiende druk 2019 (eerste druk 2008), p. 35 – 36

Opdracht – Deelopdracht 2

Karakteriseer hoe de jongen Remi de Duitse bezetting ervaart. Betrek hierbij de literaire middelen. (17 Punkte)

Analyseer hoe Remi de bezettingstijd bekijkt en meemaakt, en ga daarbij in op concrete literaire stijlmiddelen (vertelperspectief, taalgebruik, zinsbouw).

Aufgabe HT 1 - Klausurteil A - Deelopdracht 3 · Beurteilen und Stellung nehmen im vorgegebenen Textformat (Beoordeel / Bediscussieer)

Situatie

Het Herinneringscentrum Kamp Westerbork spoort jongeren aan om literaire verhalen over het lot van kinderen overal ter wereld tijdens de Tweede Wereldoorlog te lezen en ze online te beoordelen voor andere jongeren. Op internet kom je een fragment uit een roman van Els Beerten tegen, en daarover schrijf je een tekst voor de website van het herinneringscentrum.

Klausurteil A

Informatie over de schrijfster en de roman

Els Beerten (*1959) is een Vlaamse auteur van jeugdboeken. De roman “Allemaal willen we de hemel” speelt zich af tijdens en na de Tweede Wereldoorlog in Vlaanderen. Het verhaal volgt het lot van de leden van de familie Claessen tijdens de Duitse bezetting van België tussen 1940 en 1944. Het fragment uit het hoofdstuk “Spannend” richt zich op de gevolgen van die bezetting. Remi, de jongste zoon, zorgt samen met zijn bijna volwassen broer Jef voor de tuin, een taak die hun vader hun heeft opgedragen.

Els Beerten: Allemaal willen we de hemel

Ik wil radijsjes en radijsjes en radijsjes in de tuin, en als ik dat tegen Jef vertel, lacht hij me uit. Radijsjes doen een maag honger krijgen, zegt hij; dikke kolen, die gaan we planten. Groene en witte en rode kolen. Terwijl hij wéét dat ik geen kool lust. En spruitjes, zegt hij, duizenden spruitjes. Daar moet ik ook al van overgeven. Hij kan op zijn kop gaan staan met 5 zijn kolen en zijn spruitjes. Hij denkt echt dat hij alles mag nu hij een medaille 1 heeft gekregen. Vloeken en pesten en schoppen en ellendige dingen zeggen. Ik ben blij dat ik weer elke dag gewoon naar school kan. Blij dat ik onze Jef zijn zuur gezicht even niet zie.

Tijdens de oorlog bleven we vaak thuis van school. Er hangt gevaar in de lucht, zei mijn moeder dan. En dat ik niet bang moest zijn. Maar ik was nooit bang.

10 Op een keer kwamen vreemde mannen onze klas binnen, ze droegen allemaal een zwart uniform en ze zeiden tegen onze meester dat hij moest meekomen. Hij moest gaan vechten in Duitsland, zeiden de mannen tegen ons, en dat we ons geen zorgen moesten maken, er kwam wel een nieuwe meester.

Onze meester is nooit meer teruggekomen. Op een dag werd er op school verteld dat hij in 15 Duitsland gestorven was, al na een maand of zo na zijn vertrek. Daar schrok ik zo van. Hij moet erg ziek geweest zijn, dat hij zo gauw doodging. En ik had niks aan hem gezien.

De nieuwe was maar een rare. We moesten de hele tijd Duitse liedjes leren. Hij was duizend keer strenger dan de vorige. Dus hebben we al die Duitse liedjes snel geleerd. Toen de oorlog voorbij was, vergat ik ze meteen. Dat vergeten gebeurde gemakkelijk, want telkens als ik er 20 een begon te zingen kreeg ik thuis zo'n mep rond mijn kop dat ik er draaierig van werd. En van zulke meppen vlogen de Duitse liedjes gewoon mijn hoofd uit. Het duurde niet lang of mijn hoofd was weer leeg. Nu ja, niet helemaal leeg, natuurlijk. Dat kan namelijk niet, denk ik toch.

Bij ons is de oorlog al in september afgelopen, maar in Duitsland is hij nog bezig, zegt mijn 25 vader. Maar dat het daar ook niet lang meer zal duren. En dat het dan feest in de hele wereld zal zijn omdat die Duitse smeerlappen dik verloren hebben.

Ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik mis de oorlog. Ik vond het altijd spannend als ze gingen bombarderen. Aan het einde van de straat was een huis met een grote schuilkelder, daar mochten we dan met zijn allen in. En als we daar dan bij elkaar zaten, dan sloeg mijn 30 moeder haar armen om me heen en fluisterde ze verhalen in mijn oor.

Ik ging wel eens aan de Duitse soldaten vragen of ze alstublieft misschien die nacht weer gingen bombarderen. Ze zeiden nooit veel terug. Soms bombardeerden ze die nacht, soms niet. Toen er op een keer een huis in onze straat in brand vloog, heb ik het maar niet meer gevraagd.

35 Het is toch maar goed dat ze weg zijn.

1 Jef heeft een medaille voor een heldhaftige daad gekregen.

bron: Beerten, Els: Allemaal willen we de hemel. Amsterdam: Querido, dertiende druk 2019 (eerste druk 2008), p. 35 – 36

Opdracht – Deelopdracht 3

Beoordeel aan de hand van je analyse en je kennis van de Tweede Wereldoorlog of het verhaal jonge lezers nieuwe inzichten geeft in het lot van kinderen in oorlogstijd. Besteed daarbij ook aandacht aan de gedachte van Remi “Ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik mis de oorlog”. (14 Punkte)

Neem een afgewogen standpunt in (met voor- en tegenargumenten) over de vraag of de tekst geschikt is om inzicht te geven in het lot van oorlogskinderen, en verwerk daarin de historische context en de betekenis van het citaat.

Aufgabe HT 1 - Klausurteil B · Sprachmittlung Deutsch → Niederländisch

Situatie

Het Herinneringscentrum Kamp Westerbork spoort jongeren aan om literaire verhalen over het lot van kinderen overal ter wereld tijdens de Tweede Wereldoorlog te lezen en ze online te beoordelen voor andere jongeren. Op internet kom je een fragment uit een roman van Els Beerten tegen, en daarover schrijf je een tekst voor de website van het herinneringscentrum.

Klausurteil A

Informatie over de schrijfster en de roman

Els Beerten (*1959) is een Vlaamse auteur van jeugdboeken. De roman “Allemaal willen we de hemel” speelt zich af tijdens en na de Tweede Wereldoorlog in Vlaanderen. Het verhaal volgt het lot van de leden van de familie Claessen tijdens de Duitse bezetting van België tussen 1940 en 1944. Het fragment uit het hoofdstuk “Spannend” richt zich op de gevolgen van die bezetting. Remi, de jongste zoon, zorgt samen met zijn bijna volwassen broer Jef voor de tuin, een taak die hun vader hun heeft opgedragen.

Els Beerten: Allemaal willen we de hemel

Ik wil radijsjes en radijsjes en radijsjes in de tuin, en als ik dat tegen Jef vertel, lacht hij me uit. Radijsjes doen een maag honger krijgen, zegt hij; dikke kolen, die gaan we planten. Groene en witte en rode kolen. Terwijl hij wéét dat ik geen kool lust. En spruitjes, zegt hij, duizenden spruitjes. Daar moet ik ook al van overgeven. Hij kan op zijn kop gaan staan met 5 zijn kolen en zijn spruitjes. Hij denkt echt dat hij alles mag nu hij een medaille 1 heeft gekregen. Vloeken en pesten en schoppen en ellendige dingen zeggen. Ik ben blij dat ik weer elke dag gewoon naar school kan. Blij dat ik onze Jef zijn zuur gezicht even niet zie.

Tijdens de oorlog bleven we vaak thuis van school. Er hangt gevaar in de lucht, zei mijn moeder dan. En dat ik niet bang moest zijn. Maar ik was nooit bang.

10 Op een keer kwamen vreemde mannen onze klas binnen, ze droegen allemaal een zwart uniform en ze zeiden tegen onze meester dat hij moest meekomen. Hij moest gaan vechten in Duitsland, zeiden de mannen tegen ons, en dat we ons geen zorgen moesten maken, er kwam wel een nieuwe meester.

Onze meester is nooit meer teruggekomen. Op een dag werd er op school verteld dat hij in 15 Duitsland gestorven was, al na een maand of zo na zijn vertrek. Daar schrok ik zo van. Hij moet erg ziek geweest zijn, dat hij zo gauw doodging. En ik had niks aan hem gezien.

De nieuwe was maar een rare. We moesten de hele tijd Duitse liedjes leren. Hij was duizend keer strenger dan de vorige. Dus hebben we al die Duitse liedjes snel geleerd. Toen de oorlog voorbij was, vergat ik ze meteen. Dat vergeten gebeurde gemakkelijk, want telkens als ik er 20 een begon te zingen kreeg ik thuis zo'n mep rond mijn kop dat ik er draaierig van werd. En van zulke meppen vlogen de Duitse liedjes gewoon mijn hoofd uit. Het duurde niet lang of mijn hoofd was weer leeg. Nu ja, niet helemaal leeg, natuurlijk. Dat kan namelijk niet, denk ik toch.

Bij ons is de oorlog al in september afgelopen, maar in Duitsland is hij nog bezig, zegt mijn 25 vader. Maar dat het daar ook niet lang meer zal duren. En dat het dan feest in de hele wereld zal zijn omdat die Duitse smeerlappen dik verloren hebben.

Ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik mis de oorlog. Ik vond het altijd spannend als ze gingen bombarderen. Aan het einde van de straat was een huis met een grote schuilkelder, daar mochten we dan met zijn allen in. En als we daar dan bij elkaar zaten, dan sloeg mijn 30 moeder haar armen om me heen en fluisterde ze verhalen in mijn oor.

Ik ging wel eens aan de Duitse soldaten vragen of ze alstublieft misschien die nacht weer gingen bombarderen. Ze zeiden nooit veel terug. Soms bombardeerden ze die nacht, soms niet. Toen er op een keer een huis in onze straat in brand vloog, heb ik het maar niet meer gevraagd.

35 Het is toch maar goed dat ze weg zijn.

1 Jef heeft een medaille voor een heldhaftige daad gekregen.

bron: Beerten, Els: Allemaal willen we de hemel. Amsterdam: Querido, dertiende druk 2019 (eerste druk 2008), p. 35 – 36

Klausurteil B: Sprachmittlung isoliert

Opdracht: Het personeel van kamp Westerbork is enthousiast over je verslag en nodigt je uit om mee te doen aan een workshop over herinneringscultuur. Je stemt toe en bereidt een tekst voor een spreekbeurt voor, waarin je aan de andere deelnemers uitlegt waarom de huidige manier van herdenken volgens Ines Pohl tekortschiet en wat er volgens haar in plaats daarvan allemaal moet gebeuren. [18 Punkte]

Uitgangstekst voor de Sprachmittlung:

Ines Pohl: Kommentar: 75 Jahre nach Auschwitz – Was Deutschland jetzt tun muss

Jahrzehntelang dominierte in meiner Heimat die Scham. Darüber, was die Eltern und Großeltern getan haben und Deutschland für immer zu verantworten hat. Über sechs Millionen Menschen wurden in Auschwitz und vielen anderen Orten ermordet. In einer geradezu industriellen Tötungsmaschinerie, die es bis dahin nicht gegeben hatte. Und welche die Vorstellungskraft bis heute übersteigt.

Dieses Gefühl der Scham war der geistige Kern der Reden, die Politiker und Intellektuelle bei zahllosen Gedenkveranstaltungen vor allem zu den großen runden Jahrestagen hielten. Auch ich selbst, meine Kommilitonen und Kommilitoninnen an der Universität, später die Kollegen in den Redaktionen waren davon getragen: Ich schäme mich dafür, was mein Land getan hat.

In diesem Jahr geht es mir anders. Vielleicht, weil wohl zum letzten Male bei einem runden Jahrestag Zeitzeugen dabei sind und die Gedenkveranstaltungen prägen. Aber vor allem, weil in meinem Land Jüdinnen und Juden wieder in Gefahr sind. Weil am höchsten jüdischen Feiertag eine vollbesetzte Synagoge mit Schnellfeuerwaffen angegriffen wird. Weil Judenwitze wieder normal sind, und „Du Jude“ in Deutschland wieder ein Schimpfwort ist. Schämen reicht nicht, wenn an dem Wochenende, an dem die Welt der Opfer des Holocaust gedenken, Berichte bekannt werden, dass es immer mehr Nazis in der deutschen Bundeswehr gibt. Heute. Jetzt.

In diesem Jahr wird meine Scham dominiert von der Wut, dass all das wieder passiert in meiner Heimat. Wut darüber, dass all das in Deutschland nicht verhindert wird. Reden sind natürlich wichtig – so auch die hervorragende Rede von Bundespräsident Frank-Walter Steinmeier vergangene Woche in Yad Vashem 1. Große Gesten haben die Erinnerungskultur dieses Landes geprägt – beginnend mit dem Kniefall von Willy Brandt 1970 in Warschau.

Aber das alleine reicht nicht mehr. Wenn Deutschland weiter der Verantwortung gerecht werden will, die das Land durch dieses Menschheitsverbrechen auf sich geladen hat, muss mehr Konkretes passieren. Müssen Politiker Antworten finden auf die Frage, was geschehen muss, damit in Deutschland Synagogen nicht mehr bewacht werden müssen. Eltern müssen Antworten finden, wie wir endlich Judenwitze von den Schulhöfen bekommen. Und was leistet eigentlich unser Schulsystem, wenn jeder vierte Zehntklässler mit dem Begriff Auschwitz nichts anfangen kann?

Wir alle – die Zivilgesellschaft wie Politiker und Intellektuelle – müssen das Holocaust-Gedenken aus der Eliten-Ecke herausholen. Vor allem an Schulen muss viel mehr passieren. Denn Antisemitismus und Fremdenfeindlichkeit dürfen keinen Platz haben in unserer Gesellschaft. Ein klares „Nie Wieder“ kann nur mit einer Null-Toleranz-Politik einhergehen.

Es fällt schwerer zu hassen, was man kennt. Auch an diese Erkenntnis kann Deutschland anknüpfen: Was wissen wir eigentlich über den jüdischen Glauben, jüdisches Leben oder die Geschichte der Juden in Europa? Warum gibt es keinen groß angelegten Schüleraustausch mit Israel?

Bald wird es keine Zeitzeugen mehr geben. Und die Täter von einst sind noch eine Generation weiter von jenen entfernt, die Deutschland heute maßgeblich prägen. Deshalb ist keine Zeit zu verlieren – die Bundesregierung muss jetzt handeln. Und daran muss sie gemessen werden.

Quelle: Pohl, Ines: Kommentar: 75 Jahre nach Auschwitz – Was Deutschland jetzt tun muss. Deutsche Welle, 27. Januar 2020.

1 Yad Vashem: Dies ist eine wichtige israelische Gedenkstätte für die Opfer des Holocaust.

Aufgabe HT 2 - Klausurteil A - Deelopdracht 1 · Textverständnis: Inhalte wiedergeben (Vat samen / Stel voor)

Situatie

Nadat je van school bent gekomen, doe je stage bij het Duitsland Instituut in Amsterdam. Daar help je mee aan de organisatie van de week van de talen, een project waarin Nederlandstalige en Duitstalige leerlingen tijdens verschillende workshops met elkaar praten over de plaats van het Nederlands, Duits, Engels en andere talen.

Voor de workshops zijn nog geschikte teksten nodig. Daarom is je gevraagd een commentaar van Dorian Feron nauwkeurig te bekijken. Tijdens een gezamenlijk overleg presenteer je deze tekst aan je collega’s.

Informatie over de schrijver en de tekst

Dorian Feron is een tweetalige Waal die zelf school liep in Vlaanderen. Hij werkt als advocaat. Zijn tekst verscheen in het weekblad “Knack” als gastbijdrage in de rubriek “Opinie”.

Dorian Feron: ‘Het wordt hoog tijd dat Waalse kinderen weer Nederlands leren’

1 “De tweetaligheid is dood en niemand zal haar weer tot leven kunnen wekken!” pronkte

François Bovesse, een Franstalige politicus die later zou uitgroeien tot een groot

verzetsman, vol trots op 14 juli 1932. Het parlement had namelijk net de eentaligheid van

het lager en middelbaar onderwijs goedgekeurd: Vlaamse kinderen zouden voortaan school

5 lopen in het Nederlands en Waalse kinderen in het Frans.

[...]

Helaas interpreteren velen deze regionale eentaligheid – al dan niet bewust – als een

vrijgeleide 1 om de taal van de andere taalgemeenschap niet meer te leren.

Dat blijkt ten overvloede uit het aanbod van taalvakken in de middelbare scholen van de

10 Federatie Wallonië-Brussel 2: de lessen Nederlands – die in Brussel verplicht zijn – zijn in

de Waalse scholen facultatief. Leerlingen kunnen er kiezen tussen Nederlands óf Engels (of

Duits) als verplichte vreemde taal. Concreet betekent dit dat een Waalse leerling zijn

middelbare school kan afsluiten zonder ook maar één uur Nederlands te hebben gevolgd!

Deze vrijheid heeft ertoe geleid dat het aantal leerlingen dat voor Nederlands kiest,

15 drastisch afgenomen is. Terwijl in 2005 nog de helft van de leerlingen voor het Nederlands

koos, schommelt dit cijfer nu rond 35 %. Deze realiteit vertaalt zich in een alarmerende

vaststelling: slechts 8,9 % van de schoolgaande jeugd in Wallonië acht zich in staat om

deftig 3 Nederlands te spreken.

In het kersverse regeerakkoord 4 van de Federatie Wallonië-Brussel kondigt de regering

20 dapper aan om een breed openbaar debat te voeren over de wenselijkheid om Nederlands

(of Duits) verplicht als eerste vreemde taal te kiezen.

Hopelijk leidt dit debat ertoe dat alle Waalse jongeren verplicht Nederlands krijgen op

school. De Waalse en Vlaamse economie zijn nauw met elkaar vervlochten en zullen dit

blijven, ongeacht de grondwettelijke evolutie die het land nog ondergaat. In Brussel is het

25 een heuse krachttour om zonder enige kennis van het Nederlands werk te vinden. Het

Engels is uiteraard niet meer weg te denken uit de zakenwereld, maar wie de moedertaal

van zijn gesprekspartners beheerst, slaagt er toch in om zijn persoonlijke relaties met

collega's of klanten veel beter uit te bouwen. Een taalvoordeel wordt op die manier al gauw

een economisch voordeel.

30 Economische overwegingen mogen echter niet de enige motivatie zijn om Nederlands te

leren. Walen moeten deze taal ook absoluut beheersen om zich een ongefilterd beeld te

kunnen vormen van het noorden van het land. Enkel op die manier zullen Walen

Vlamingen beter begrijpen en kunnen beseffen dat Vlaanderen een uitzonderlijk rijke

cultuur heeft, die zowel volks en feestelijk als avant-gardistisch 5 is.

35 [...]

Vooral de wens van de grote meerderheid van de Franstaligen om de Belgische eenheid te

bewaren – en zonder in een kleingeestig belgicisme 6 te vervallen – zou zich moeten vertalen in

de bereidheid om de taal van de meerderheid van de Belgische bevolking te leren.

De nieuwe regering van de Federatie Wallonië-Brussel heeft de moed gehad om het debat te

40 heropenen. Zij moet er nu voor zorgen dat er een einde wordt gemaakt aan deze incoherentie 7

en dan de Walen van morgen beter het Nederlands beheren. 8 Dit zou ook een sterk signaal

naar Vlaanderen toe zijn en op termijn de band tussen de gemeenschappen lijmen.

bron: Feron, Dorian: ‘Het wordt hoog tijd dat Waalse kinderen weer Nederlands leren’. Knack, 27 september 2019 ( Knack: een Nederlandstalig Belgisch weekblad)

1 het vrijgeleide (beeldtaal): hier: het excuus

2 Federatie Wallonië-Brussel is de officiële naam van de Franstalige Gemeenschap in België.

3 deftig: hier: op een gevorderd niveau

4 Bedoeld is de afspraak van september 2019 voor Wallonië en de Franse Gemeenschap, waarin de drie coalitiepartijen de uitgangspunten van hun gezamenlijke politiek vastleggen.

5 avant-gardistisch: progressief, vooraanstaand

6 het belgicisme: hier: politieke opvatting die de Belgische eenheid vooropzet

7 de incoherentie: gebrek aan samenhang; hier: het niet logisch gedrag van Franstalige mensen in Wallonië

8 beter het Nederlands beheren: hier: beter met het Nederlands in contact brengen

Opdracht: Schrijf de tekst voor een spreekbeurt naar aanleiding van het commentaar "Het wordt hoog tijd dat Waalse kinderen weer Nederlands leren" van Dorian Feron.

•

Geef aan wat het onderwerp is van de tekst van Dorian Feron. (10 Punkte)

Aufgabe HT 2 - Klausurteil A - Deelopdracht 2 · Analyse von Sachtexten, Karikaturen und Grafiken (standpunt en argumentatie)

Situatie

Nadat je van school bent gekomen, doe je stage bij het Duitsland Instituut in Amsterdam. Daar help je mee aan de organisatie van de week van de talen, een project waarin Nederlandstalige en Duitstalige leerlingen tijdens verschillende workshops met elkaar praten over de plaats van het Nederlands, Duits, Engels en andere talen.

Voor de workshops zijn nog geschikte teksten nodig. Daarom is je gevraagd een commentaar van Dorian Feron nauwkeurig te bekijken. Tijdens een gezamenlijk overleg presenteer je deze tekst aan je collega’s.

Informatie over de schrijver en de tekst

Dorian Feron is een tweetalige Waal die zelf school liep in Vlaanderen. Hij werkt als advocaat. Zijn tekst verscheen in het weekblad “Knack” als gastbijdrage in de rubriek “Opinie”.

Dorian Feron: ‘Het wordt hoog tijd dat Waalse kinderen weer Nederlands leren’

1 “De tweetaligheid is dood en niemand zal haar weer tot leven kunnen wekken!” pronkte

François Bovesse, een Franstalige politicus die later zou uitgroeien tot een groot

verzetsman, vol trots op 14 juli 1932. Het parlement had namelijk net de eentaligheid van

het lager en middelbaar onderwijs goedgekeurd: Vlaamse kinderen zouden voortaan school

5 lopen in het Nederlands en Waalse kinderen in het Frans.

[...]

Helaas interpreteren velen deze regionale eentaligheid – al dan niet bewust – als een

vrijgeleide 1 om de taal van de andere taalgemeenschap niet meer te leren.

Dat blijkt ten overvloede uit het aanbod van taalvakken in de middelbare scholen van de

10 Federatie Wallonië-Brussel 2: de lessen Nederlands – die in Brussel verplicht zijn – zijn in

de Waalse scholen facultatief. Leerlingen kunnen er kiezen tussen Nederlands óf Engels (of

Duits) als verplichte vreemde taal. Concreet betekent dit dat een Waalse leerling zijn

middelbare school kan afsluiten zonder ook maar één uur Nederlands te hebben gevolgd!

Deze vrijheid heeft ertoe geleid dat het aantal leerlingen dat voor Nederlands kiest,

15 drastisch afgenomen is. Terwijl in 2005 nog de helft van de leerlingen voor het Nederlands

koos, schommelt dit cijfer nu rond 35 %. Deze realiteit vertaalt zich in een alarmerende

vaststelling: slechts 8,9 % van de schoolgaande jeugd in Wallonië acht zich in staat om

deftig 3 Nederlands te spreken.

In het kersverse regeerakkoord 4 van de Federatie Wallonië-Brussel kondigt de regering

20 dapper aan om een breed openbaar debat te voeren over de wenselijkheid om Nederlands

(of Duits) verplicht als eerste vreemde taal te kiezen.

Hopelijk leidt dit debat ertoe dat alle Waalse jongeren verplicht Nederlands krijgen op

school. De Waalse en Vlaamse economie zijn nauw met elkaar vervlochten en zullen dit

blijven, ongeacht de grondwettelijke evolutie die het land nog ondergaat. In Brussel is het

25 een heuse krachttour om zonder enige kennis van het Nederlands werk te vinden. Het

Engels is uiteraard niet meer weg te denken uit de zakenwereld, maar wie de moedertaal

van zijn gesprekspartners beheerst, slaagt er toch in om zijn persoonlijke relaties met

collega's of klanten veel beter uit te bouwen. Een taalvoordeel wordt op die manier al gauw

een economisch voordeel.

30 Economische overwegingen mogen echter niet de enige motivatie zijn om Nederlands te

leren. Walen moeten deze taal ook absoluut beheersen om zich een ongefilterd beeld te

kunnen vormen van het noorden van het land. Enkel op die manier zullen Walen

Vlamingen beter begrijpen en kunnen beseffen dat Vlaanderen een uitzonderlijk rijke

cultuur heeft, die zowel volks en feestelijk als avant-gardistisch 5 is.

35 [...]

Vooral de wens van de grote meerderheid van de Franstaligen om de Belgische eenheid te

bewaren – en zonder in een kleingeestig belgicisme 6 te vervallen – zou zich moeten vertalen in

de bereidheid om de taal van de meerderheid van de Belgische bevolking te leren.

De nieuwe regering van de Federatie Wallonië-Brussel heeft de moed gehad om het debat te

40 heropenen. Zij moet er nu voor zorgen dat er een einde wordt gemaakt aan deze incoherentie 7

en dan de Walen van morgen beter het Nederlands beheren. 8 Dit zou ook een sterk signaal

naar Vlaanderen toe zijn en op termijn de band tussen de gemeenschappen lijmen.

bron: Feron, Dorian: ‘Het wordt hoog tijd dat Waalse kinderen weer Nederlands leren’. Knack, 27 september 2019 ( Knack: een Nederlandstalig Belgisch weekblad)

1 het vrijgeleide (beeldtaal): hier: het excuus

2 Federatie Wallonië-Brussel is de officiële naam van de Franstalige Gemeenschap in België.

3 deftig: hier: op een gevorderd niveau

4 Bedoeld is de afspraak van september 2019 voor Wallonië en de Franse Gemeenschap, waarin de drie coalitiepartijen de uitgangspunten van hun gezamenlijke politiek vastleggen.

5 avant-gardistisch: progressief, vooraanstaand

6 het belgicisme: hier: politieke opvatting die de Belgische eenheid vooropzet

7 de incoherentie: gebrek aan samenhang; hier: het niet logisch gedrag van Franstalige mensen in Wallonië

8 beter het Nederlands beheren: hier: beter met het Nederlands in contact brengen

Opdracht: Schrijf de tekst voor een spreekbeurt naar aanleiding van het commentaar "Het wordt hoog tijd dat Waalse kinderen weer Nederlands leren" van Dorian Feron.

•

Onderzoek grondig welk standpunt de schrijver precies inneemt en hoe hij zijn argumentatie wat betreft structuur en stijl vormgeeft. (18 Punkte)

Aufgabe HT 2 - Klausurteil A - Deelopdracht 3 · Beurteilen und Stellung nehmen im vorgegebenen Textformat (Beoordeel / Bediscussieer)

Situatie

Nadat je van school bent gekomen, doe je stage bij het Duitsland Instituut in Amsterdam. Daar help je mee aan de organisatie van de week van de talen, een project waarin Nederlandstalige en Duitstalige leerlingen tijdens verschillende workshops met elkaar praten over de plaats van het Nederlands, Duits, Engels en andere talen.

Voor de workshops zijn nog geschikte teksten nodig. Daarom is je gevraagd een commentaar van Dorian Feron nauwkeurig te bekijken. Tijdens een gezamenlijk overleg presenteer je deze tekst aan je collega’s.

Informatie over de schrijver en de tekst

Dorian Feron is een tweetalige Waal die zelf school liep in Vlaanderen. Hij werkt als advocaat. Zijn tekst verscheen in het weekblad “Knack” als gastbijdrage in de rubriek “Opinie”.

Dorian Feron: ‘Het wordt hoog tijd dat Waalse kinderen weer Nederlands leren’

1 “De tweetaligheid is dood en niemand zal haar weer tot leven kunnen wekken!” pronkte

François Bovesse, een Franstalige politicus die later zou uitgroeien tot een groot

verzetsman, vol trots op 14 juli 1932. Het parlement had namelijk net de eentaligheid van

het lager en middelbaar onderwijs goedgekeurd: Vlaamse kinderen zouden voortaan school

5 lopen in het Nederlands en Waalse kinderen in het Frans.

[...]

Helaas interpreteren velen deze regionale eentaligheid – al dan niet bewust – als een

vrijgeleide 1 om de taal van de andere taalgemeenschap niet meer te leren.

Dat blijkt ten overvloede uit het aanbod van taalvakken in de middelbare scholen van de

10 Federatie Wallonië-Brussel 2: de lessen Nederlands – die in Brussel verplicht zijn – zijn in

de Waalse scholen facultatief. Leerlingen kunnen er kiezen tussen Nederlands óf Engels (of

Duits) als verplichte vreemde taal. Concreet betekent dit dat een Waalse leerling zijn

middelbare school kan afsluiten zonder ook maar één uur Nederlands te hebben gevolgd!

Deze vrijheid heeft ertoe geleid dat het aantal leerlingen dat voor Nederlands kiest,

15 drastisch afgenomen is. Terwijl in 2005 nog de helft van de leerlingen voor het Nederlands

koos, schommelt dit cijfer nu rond 35 %. Deze realiteit vertaalt zich in een alarmerende

vaststelling: slechts 8,9 % van de schoolgaande jeugd in Wallonië acht zich in staat om

deftig 3 Nederlands te spreken.

In het kersverse regeerakkoord 4 van de Federatie Wallonië-Brussel kondigt de regering

20 dapper aan om een breed openbaar debat te voeren over de wenselijkheid om Nederlands

(of Duits) verplicht als eerste vreemde taal te kiezen.

Hopelijk leidt dit debat ertoe dat alle Waalse jongeren verplicht Nederlands krijgen op

school. De Waalse en Vlaamse economie zijn nauw met elkaar vervlochten en zullen dit

blijven, ongeacht de grondwettelijke evolutie die het land nog ondergaat. In Brussel is het

25 een heuse krachttour om zonder enige kennis van het Nederlands werk te vinden. Het

Engels is uiteraard niet meer weg te denken uit de zakenwereld, maar wie de moedertaal

van zijn gesprekspartners beheerst, slaagt er toch in om zijn persoonlijke relaties met

collega's of klanten veel beter uit te bouwen. Een taalvoordeel wordt op die manier al gauw

een economisch voordeel.

30 Economische overwegingen mogen echter niet de enige motivatie zijn om Nederlands te

leren. Walen moeten deze taal ook absoluut beheersen om zich een ongefilterd beeld te

kunnen vormen van het noorden van het land. Enkel op die manier zullen Walen

Vlamingen beter begrijpen en kunnen beseffen dat Vlaanderen een uitzonderlijk rijke

cultuur heeft, die zowel volks en feestelijk als avant-gardistisch 5 is.

35 [...]

Vooral de wens van de grote meerderheid van de Franstaligen om de Belgische eenheid te

bewaren – en zonder in een kleingeestig belgicisme 6 te vervallen – zou zich moeten vertalen in

de bereidheid om de taal van de meerderheid van de Belgische bevolking te leren.

De nieuwe regering van de Federatie Wallonië-Brussel heeft de moed gehad om het debat te

40 heropenen. Zij moet er nu voor zorgen dat er een einde wordt gemaakt aan deze incoherentie 7

en dan de Walen van morgen beter het Nederlands beheren. 8 Dit zou ook een sterk signaal

naar Vlaanderen toe zijn en op termijn de band tussen de gemeenschappen lijmen.

bron: Feron, Dorian: ‘Het wordt hoog tijd dat Waalse kinderen weer Nederlands leren’. Knack, 27 september 2019 ( Knack: een Nederlandstalig Belgisch weekblad)

1 het vrijgeleide (beeldtaal): hier: het excuus

2 Federatie Wallonië-Brussel is de officiële naam van de Franstalige Gemeenschap in België.

3 deftig: hier: op een gevorderd niveau

4 Bedoeld is de afspraak van september 2019 voor Wallonië en de Franse Gemeenschap, waarin de drie coalitiepartijen de uitgangspunten van hun gezamenlijke politiek vastleggen.

5 avant-gardistisch: progressief, vooraanstaand

6 het belgicisme: hier: politieke opvatting die de Belgische eenheid vooropzet

7 de incoherentie: gebrek aan samenhang; hier: het niet logisch gedrag van Franstalige mensen in Wallonië

8 beter het Nederlands beheren: hier: beter met het Nederlands in contact brengen

Opdracht: Schrijf de tekst voor een spreekbeurt over het commentaar "Het wordt hoog tijd dat Waalse kinderen weer Nederlands leren" van Dorian Feron.

•

Beoordeel aan de hand van je analyse en je kennis van België in hoeverre het commentaar geschikt is als lesmateriaal voor de week van de talen. Behandel daarbij ook de vraag of de uitspraak "De tweetaligheid is dood" vandaag de dag nog of opnieuw actueel is. (14 Punkte)

Aufgabe HT 2 - Klausurteil B · Sprachmittlung Deutsch → Niederländisch

Situatie

Nadat je van school bent gekomen, doe je stage bij het Duitsland Instituut in Amsterdam. Daar help je mee aan de organisatie van de week van de talen, een project waarin Nederlandstalige en Duitstalige leerlingen tijdens verschillende workshops met elkaar praten over de plaats van het Nederlands, Duits, Engels en andere talen.

Voor de workshops zijn nog geschikte teksten nodig. Daarom is je gevraagd een commentaar van Dorian Feron nauwkeurig te bekijken. Tijdens een gezamenlijk overleg presenteer je deze tekst aan je collega’s.

Informatie over de schrijver en de tekst

Dorian Feron is een tweetalige Waal die zelf school liep in Vlaanderen. Hij werkt als advocaat. Zijn tekst verscheen in het weekblad “Knack” als gastbijdrage in de rubriek “Opinie”.

Dorian Feron: ‘Het wordt hoog tijd dat Waalse kinderen weer Nederlands leren’

1 “De tweetaligheid is dood en niemand zal haar weer tot leven kunnen wekken!” pronkte

François Bovesse, een Franstalige politicus die later zou uitgroeien tot een groot

verzetsman, vol trots op 14 juli 1932. Het parlement had namelijk net de eentaligheid van

het lager en middelbaar onderwijs goedgekeurd: Vlaamse kinderen zouden voortaan school

5 lopen in het Nederlands en Waalse kinderen in het Frans.

[...]

Helaas interpreteren velen deze regionale eentaligheid – al dan niet bewust – als een

vrijgeleide 1 om de taal van de andere taalgemeenschap niet meer te leren.

Dat blijkt ten overvloede uit het aanbod van taalvakken in de middelbare scholen van de

10 Federatie Wallonië-Brussel 2: de lessen Nederlands – die in Brussel verplicht zijn – zijn in

de Waalse scholen facultatief. Leerlingen kunnen er kiezen tussen Nederlands óf Engels (of

Duits) als verplichte vreemde taal. Concreet betekent dit dat een Waalse leerling zijn

middelbare school kan afsluiten zonder ook maar één uur Nederlands te hebben gevolgd!

Deze vrijheid heeft ertoe geleid dat het aantal leerlingen dat voor Nederlands kiest,

15 drastisch afgenomen is. Terwijl in 2005 nog de helft van de leerlingen voor het Nederlands

koos, schommelt dit cijfer nu rond 35 %. Deze realiteit vertaalt zich in een alarmerende

vaststelling: slechts 8,9 % van de schoolgaande jeugd in Wallonië acht zich in staat om

deftig 3 Nederlands te spreken.

In het kersverse regeerakkoord 4 van de Federatie Wallonië-Brussel kondigt de regering

20 dapper aan om een breed openbaar debat te voeren over de wenselijkheid om Nederlands

(of Duits) verplicht als eerste vreemde taal te kiezen.

Hopelijk leidt dit debat ertoe dat alle Waalse jongeren verplicht Nederlands krijgen op

school. De Waalse en Vlaamse economie zijn nauw met elkaar vervlochten en zullen dit

blijven, ongeacht de grondwettelijke evolutie die het land nog ondergaat. In Brussel is het

25 een heuse krachttour om zonder enige kennis van het Nederlands werk te vinden. Het

Engels is uiteraard niet meer weg te denken uit de zakenwereld, maar wie de moedertaal

van zijn gesprekspartners beheerst, slaagt er toch in om zijn persoonlijke relaties met

collega's of klanten veel beter uit te bouwen. Een taalvoordeel wordt op die manier al gauw

een economisch voordeel.

30 Economische overwegingen mogen echter niet de enige motivatie zijn om Nederlands te

leren. Walen moeten deze taal ook absoluut beheersen om zich een ongefilterd beeld te

kunnen vormen van het noorden van het land. Enkel op die manier zullen Walen

Vlamingen beter begrijpen en kunnen beseffen dat Vlaanderen een uitzonderlijk rijke

cultuur heeft, die zowel volks en feestelijk als avant-gardistisch 5 is.

35 [...]

Vooral de wens van de grote meerderheid van de Franstaligen om de Belgische eenheid te

bewaren – en zonder in een kleingeestig belgicisme 6 te vervallen – zou zich moeten vertalen in

de bereidheid om de taal van de meerderheid van de Belgische bevolking te leren.

De nieuwe regering van de Federatie Wallonië-Brussel heeft de moed gehad om het debat te

40 heropenen. Zij moet er nu voor zorgen dat er een einde wordt gemaakt aan deze incoherentie 7

en dan de Walen van morgen beter het Nederlands beheren. 8 Dit zou ook een sterk signaal

naar Vlaanderen toe zijn en op termijn de band tussen de gemeenschappen lijmen.

bron: Feron, Dorian: ‘Het wordt hoog tijd dat Waalse kinderen weer Nederlands leren’. Knack, 27 september 2019 ( Knack: een Nederlandstalig Belgisch weekblad)

1 het vrijgeleide (beeldtaal): hier: het excuus

2 Federatie Wallonië-Brussel is de officiële naam van de Franstalige Gemeenschap in België.

3 deftig: hier: op een gevorderd niveau

4 Bedoeld is de afspraak van september 2019 voor Wallonië en de Franse Gemeenschap, waarin de drie coalitiepartijen de uitgangspunten van hun gezamenlijke politiek vastleggen.

5 avant-gardistisch: progressief, vooraanstaand

6 het belgicisme: hier: politieke opvatting die de Belgische eenheid vooropzet

7 de incoherentie: gebrek aan samenhang; hier: het niet logisch gedrag van Franstalige mensen in Wallonië

8 beter het Nederlands beheren: hier: beter met het Nederlands in contact brengen

Klausurteil B: Sprachmittlung isoliert

Opdracht:

Je houdt nog steeds geregeld contact met Wouter, je voormalige uitwisselingspartner uit Nederland. Jullie praten dan vaak over actuele politieke of maatschappelijke kwesties, zoals nationale identiteit en racisme.

Laatst kwam je op internet een interessant artikel tegen. Presenteer in een brief aan Wouter de auteur van de tekst en haar standpunt over de oorzaken van racisme in Duitsland. [18 Punkte]

Ursula Moffitt: Deutschland ist kein Antirassismus-Vorbild für die USA

1 In den vergangenen Wochen ist Deutschland in sozialen Medien häufig als Vorbild für den Umgang mit den Gräueltaten der Vergangenheit gelobt worden. Diese Wahrnehmung ist nicht neu, aber sie hat an Boden gewonnen, seit Statuen von Südstaaten-Generälen aus dem US-amerikanischen Bürgerkrieg, von Kolonialherren und anderen gestürzt wurden.

5 Seit die Studentenunruhen der 1960er Jahre das belastete Schweigen über die NS-Zeit durchbrochen haben, sind zahlreiche Holocaust-Mahnmale errichtet und ehemalige Kon- zentrationslager in Bildungseinrichtungen umgewandelt worden. Das waren unbestreitbar richtige Entscheidungen. Heute aber ringen wir kollektiv mit der Frage, wie wir die Zu- kunft gemeinsam gestalten sollen. Deutschland beweist dabei derzeit, dass die Wiederut- 10 machung der Sünden der Vergangenheit wenig bewirkt, wenn die Strukturen, die diese Gräueltaten erst möglich gemacht haben, nicht aufgelöst werden.

Als Austauschschülerin in Deutschland, vor etwa 20 Jahren, wohnte ich bei einer deutsch- türkischen Familie, die mir half, mein Bild von Deutschland als Land ohne kulturelle Viel- falt abzulegen. Jahre später zog ich für ein Jahr nach Berlin, aus dem dann acht wurden. Im 15 vergangenen Herbst kehrte ich nach abgeschlossener Promotion¹ in die USA zurück. Das Thema meiner Doktorarbeit war die nationale Identität Deutschlands im Verhältnis zu Ras- sifizierung² und Rassismus.

Während meiner Promotion unterrichtete ich Lehramtsstudierende an der Universität Pots- dam mit Schwerpunkt auf historischen und gegenwärtigen Ungerechtigkeiten. Die meisten 20 Studierenden hatten sich nie zuvor mit der deutschen Kolonialgeschichte auseinandergesetzt. Nur wenige waren bereit, diese Wissenslücke zu schließen. „Ständig sagt man uns, wie schrecklich wir Deutschen während des Zweiten Weltkriegs waren. Warum sollen wir uns mit weiteren dunklen Kapiteln der deutschen Geschichte befassen?“, lautete eine häufig gestellte Frage.

25 Die Auseinandersetzung mit Rassismus wurde zum festen Bestandteil meines Lehrplans, obwohl meine weißen deutschen Kollegen mir vorwarfen, ich würde überreagieren und die Dinge falsch interpretieren. Weiße Deutsche halten US-Amerikanern gerne vor, sie seien von der Diskussion über Race geradezu besessen. („Race“ ist nicht mit „Rasse“ gleichzusetzen, da der Begriff im Englischen eine andere Konnotation hat und sein Gebrauch eben nicht 30 bereits rassistisch ist.) In Deutschland habe ich gelernt, dass gerade die Tatsache, dass Race totgeschwiegen wird, rassistische Trennlinien in der Gesellschaft aufrechterhält. Ich spreche bewusst von „weißen Deutschen“. Zwar wurde der Begriff Rasse nach dem Holocaust aus dem Sprachgebrauch getilgt. Aber die daraus folgende Farbenblindheit hat den Raum für einen systemischen Rassismus geschaffen, der nur schwer benannt, erkannt und verurteilt werden 35 kann.

Jahrhunderte lang hat die ethnische Zugehörigkeit die Politik und das Konzept vom Deutsch- sein bestimmt. 1999 wurde ein Gesetz verabschiedet, das die Staatsbürgerschaft nicht von der Abstammung abhängig machte. Damit wurde erstmals die Vielfalt der Gesellschaft an- erkannt. Erst 2014 wurde die doppelte Staatsbürgerschaft für Kinder von nicht-EU Bürgern 40 eingeführt. Bis dato mussten sie sich zwischen der deutschen und der Staatsangehörigkeit ihrer Eltern entscheiden.

Quelle: Moffitt, Ursula: Deutschland ist kein Antirassismus-Vorbild für die USA. Deutsche Welle, 19. Juli 2020

(Deutsche Welle: Auslandsrundfunk der Bundesrepublik Deutschland)

¹ die Promotion: Verfahren zur Erlangung des akademischen Grades eines Doktors

² Rassifizierung: Kategorisierung und Ausgrenzung von Menschen aufgrund (unterstellter) biologischer Merkmale

Aufgabe HT 3 - Klausurteil A - Deelopdracht 1 · Textverständnis: Inhalte wiedergeben (Vat samen / Stel voor)

Situatie

“Vliegschaamte” is uitgeroepen tot woord van het jaar 2019, omdat steeds meer klimaatbewuste Nederlanders zich onprettig voelen als ze vliegen. De organisatie Stichting Milieu Centraal wil op internet passende cartoons tonen die dit verschijnsel toelichten en laat jongeren tijdens een videoconferentie een keuze maken. Voor deze online bijeenkomst moet je beoordelen hoe geschikt een cartoon (M 2) is. Op de website van de milieuorganisatie vind je aanvullende informatie over vliegschaamte (M 1).

Informatie over auteur en de tekst

Martine Vonk (*1974, †2019) was schrijfster en milieukundige en schreef over duurzaamheid.

M 1: Martine Vonk: Nieuwe woorden: vliegschaamte en treintrots

De bijdrage van de luchtvaart aan de totale CO 2 -uitstoot in Nederland ligt op 6,5 procent.

Omdat het aantal reizigers naar verwachting fors blijft groeien, zal deze bijdrage flink

toenemen.

[...]

5 Elektrisch vliegen lijkt het toverwoord. De ontwikkeling van goede en vooral lichte accu’s

vraagt echter nog veel tijd. Bovendien blijft een nu nieuw opgeleverd vliegtuig de komende

25 jaar vliegen. Zo kan het dus gebeuren dat in vrijwel alle sectoren de uitstoot van

broeikasgassen afneemt, maar die van het vliegverkeer toeneemt.

Dit roept weinig protest op, omdat de meeste mensen maar wat graag gebruik maken van de

10 goedkope vluchten. Maar we zullen het onder ogen moeten zien: de enige manier om de

uitstoot terug te dringen, is simpelweg minder vliegen.

Vaak zoeken mensen naar argumenten om hun vlieggedrag goed te praten. Denk aan: „Ik

ga op de fiets naar mijn werk, dus ik mag in de zomer wel een lange vliegreis maken.” Of:

„Ik eet nog maar drie keer per week vlees, dus kan ik best vliegen.” Als mensen echt

15 zouden uitrekenen hoeveel CO 2 -uitstoot hun vliegreis tot gevolg heeft, zouden ze zien dat

ze, om een vliegreis naar Azië te kunnen compenseren, vijf jaar vegetarisch moeten eten.

[...]

Ik snap heel goed dat mensen reizen voor het avontuur en nieuwe culturen willen leren

kennen. De vraag is alleen of dat altijd ver weg moet en zo vaak. Avontuur zit in het zelf

20 ontdekken en dat kan ook dichterbij. Het lijkt soms wel alsof we tegen elkaar opbieden.

Wie gaat het verst met vakantie? En wie heeft de meest exotische bestemming uitgekozen?

Het is belangrijk dat we ons bewust zijn van de impact van een vliegreis en dat we de

consequenties voor het klimaat serieus afwegen tegen het doel van de reis. Je hoeft niet met

je vriendinnen naar Barcelona. Een weekendje Haarlem of Nijmegen is ook heel leuk.

25 Het gemak waarmee we nu in het vliegtuig stappen, laat een gebrek aan verantwoordelijkheid

zien. Gelukkig lijkt het besef dat vliegen schadelijk is voor het milieu toe te nemen. Sinds

een jaar kennen we daarvoor het woord “vliegschaamte”. Als vliegschaamte leidt tot een

betere afweging van de milieu-impact bij de keuze van de reisbestemming, lijkt me dat heel

goed. Soms rechtvaardigt het doel van de reis het vliegen, maar even zo vaak zal de

30 uitkomst zijn dat de impact van de vliegreis te groot is. Dan is het zoeken naar een andere

bestemming of naar een andere manier van reizen.

Steeds meer mensen ontdekken de trein, die zeker voor Europese vakantiebestemmingen

een goed alternatief is. Ook daar is dit jaar trouwens een nieuw woord voor uitgevonden:

“treintrots”.

35 Vliegschaamte is prima als die leidt tot meer bezinning en minder vliegreizen. Vliegen is

echt niet altijd fout, maar de vanzelfsprekendheid waarmee we nu vliegen, is niet meer te

verantwoorden.

bron: Vonk, Martine: Nieuwe woorden: vliegschaamte en treintrots. Reformatorisch Dagblad, 19 juli 2019 ( Reformatorisch Dagblad: landelijke, christelijke krant)

Im Original enthaltene fehlerhafte Schreibungen wurden korrigiert.

Informatie over de cartoon

De cartoon verscheen online in de tijdschrift De Psycholoog. Arend van Dam maakt “politieke tekeningen” over nationale en wereld-politiek, milieu of samenleving.

M 2: Arend van Dam: Vliegangst en vliegschaamte

bron: Van Dam, Arend: Vliegangst en vliegschaamte. De Psycholoog, 06 september 2019 ( De Psycholoog: vakblad voor psychologen)

Klausurteil A: Leseverstehen und Schreiben integriert

Schrijf aan de hand van M 1 en M 2 een tekst voor een spreekbeurt tijdens de videoconferentie.

•

Geef beknopt de inhoud van de tekst (M 1) weer. (12 Punkte)

Aufgabe HT 3 - Klausurteil A - Deelopdracht 2 · Analyse von Sachtexten, Karikaturen und Grafiken (standpunt en argumentatie)

Situatie

“Vliegschaamte” is uitgeroepen tot woord van het jaar 2019, omdat steeds meer klimaatbewuste Nederlanders zich onprettig voelen als ze vliegen. De organisatie Stichting Milieu Centraal wil op internet passende cartoons tonen die dit verschijnsel toelichten en laat jongeren tijdens een videoconferentie een keuze maken. Voor deze online bijeenkomst moet je beoordelen hoe geschikt een cartoon (M 2) is. Op de website van de milieuorganisatie vind je aanvullende informatie over vliegschaamte (M 1).

Informatie over auteur en de tekst

Martine Vonk (*1974, †2019) was schrijfster en milieukundige en schreef over duurzaamheid.

M 1: Martine Vonk: Nieuwe woorden: vliegschaamte en treintrots

De bijdrage van de luchtvaart aan de totale CO 2 -uitstoot in Nederland ligt op 6,5 procent.

Omdat het aantal reizigers naar verwachting fors blijft groeien, zal deze bijdrage flink

toenemen.

[...]

5 Elektrisch vliegen lijkt het toverwoord. De ontwikkeling van goede en vooral lichte accu’s

vraagt echter nog veel tijd. Bovendien blijft een nu nieuw opgeleverd vliegtuig de komende

25 jaar vliegen. Zo kan het dus gebeuren dat in vrijwel alle sectoren de uitstoot van

broeikasgassen afneemt, maar die van het vliegverkeer toeneemt.

Dit roept weinig protest op, omdat de meeste mensen maar wat graag gebruik maken van de

10 goedkope vluchten. Maar we zullen het onder ogen moeten zien: de enige manier om de

uitstoot terug te dringen, is simpelweg minder vliegen.

Vaak zoeken mensen naar argumenten om hun vlieggedrag goed te praten. Denk aan: „Ik

ga op de fiets naar mijn werk, dus ik mag in de zomer wel een lange vliegreis maken.” Of:

„Ik eet nog maar drie keer per week vlees, dus kan ik best vliegen.” Als mensen echt

15 zouden uitrekenen hoeveel CO 2 -uitstoot hun vliegreis tot gevolg heeft, zouden ze zien dat

ze, om een vliegreis naar Azië te kunnen compenseren, vijf jaar vegetarisch moeten eten.

[...]

Ik snap heel goed dat mensen reizen voor het avontuur en nieuwe culturen willen leren

kennen. De vraag is alleen of dat altijd ver weg moet en zo vaak. Avontuur zit in het zelf

20 ontdekken en dat kan ook dichterbij. Het lijkt soms wel alsof we tegen elkaar opbieden.

Wie gaat het verst met vakantie? En wie heeft de meest exotische bestemming uitgekozen?

Het is belangrijk dat we ons bewust zijn van de impact van een vliegreis en dat we de

consequenties voor het klimaat serieus afwegen tegen het doel van de reis. Je hoeft niet met

je vriendinnen naar Barcelona. Een weekendje Haarlem of Nijmegen is ook heel leuk.

25 Het gemak waarmee we nu in het vliegtuig stappen, laat een gebrek aan verantwoordelijkheid

zien. Gelukkig lijkt het besef dat vliegen schadelijk is voor het milieu toe te nemen. Sinds

een jaar kennen we daarvoor het woord “vliegschaamte”. Als vliegschaamte leidt tot een

betere afweging van de milieu-impact bij de keuze van de reisbestemming, lijkt me dat heel

goed. Soms rechtvaardigt het doel van de reis het vliegen, maar even zo vaak zal de

30 uitkomst zijn dat de impact van de vliegreis te groot is. Dan is het zoeken naar een andere

bestemming of naar een andere manier van reizen.

Steeds meer mensen ontdekken de trein, die zeker voor Europese vakantiebestemmingen

een goed alternatief is. Ook daar is dit jaar trouwens een nieuw woord voor uitgevonden:

“treintrots”.

35 Vliegschaamte is prima als die leidt tot meer bezinning en minder vliegreizen. Vliegen is

echt niet altijd fout, maar de vanzelfsprekendheid waarmee we nu vliegen, is niet meer te

verantwoorden.

bron: Vonk, Martine: Nieuwe woorden: vliegschaamte en treintrots. Reformatorisch Dagblad, 19 juli 2019 ( Reformatorisch Dagblad: landelijke, christelijke krant)

Im Original enthaltene fehlerhafte Schreibungen wurden korrigiert.

Informatie over de cartoon

De cartoon verscheen online in de tijdschrift De Psycholoog. Arend van Dam maakt “politieke tekeningen” over nationale en wereld-politiek, milieu of samenleving.

M 2: Arend van Dam: Vliegangst en vliegschaamte

bron: Van Dam, Arend: Vliegangst en vliegschaamte. De Psycholoog, 06 september 2019 ( De Psycholoog: vakblad voor psychologen)

Opdracht: Schrijf aan de hand van M 1 en M 2 een tekst voor een spreekbeurt die tijdens de videoconferentie wordt gehouden.

Vergelijk wat M 1 en M 2 over het verschijnsel vliegschaamte duidelijk willen maken. Besteed daarbij aandacht aan de structuur van de tekst en aan de visuele opzet van de cartoon. [18 Punkte]

Aufgabe HT 3 - Klausurteil A - Deelopdracht 3 · Beurteilen und Stellung nehmen im vorgegebenen Textformat (Beoordeel / Bediscussieer)

Situatie

“Vliegschaamte” is uitgeroepen tot woord van het jaar 2019, omdat steeds meer klimaatbewuste Nederlanders zich onprettig voelen als ze vliegen. De organisatie Stichting Milieu Centraal wil op internet passende cartoons tonen die dit verschijnsel toelichten en laat jongeren tijdens een videoconferentie een keuze maken. Voor deze online bijeenkomst moet je beoordelen hoe geschikt een cartoon (M 2) is. Op de website van de milieuorganisatie vind je aanvullende informatie over vliegschaamte (M 1).

Informatie over auteur en de tekst

Martine Vonk (*1974, †2019) was schrijfster en milieukundige en schreef over duurzaamheid.

M 1: Martine Vonk: Nieuwe woorden: vliegschaamte en treintrots

De bijdrage van de luchtvaart aan de totale CO 2 -uitstoot in Nederland ligt op 6,5 procent.

Omdat het aantal reizigers naar verwachting fors blijft groeien, zal deze bijdrage flink

toenemen.

[...]

5 Elektrisch vliegen lijkt het toverwoord. De ontwikkeling van goede en vooral lichte accu’s

vraagt echter nog veel tijd. Bovendien blijft een nu nieuw opgeleverd vliegtuig de komende

25 jaar vliegen. Zo kan het dus gebeuren dat in vrijwel alle sectoren de uitstoot van

broeikasgassen afneemt, maar die van het vliegverkeer toeneemt.

Dit roept weinig protest op, omdat de meeste mensen maar wat graag gebruik maken van de

10 goedkope vluchten. Maar we zullen het onder ogen moeten zien: de enige manier om de

uitstoot terug te dringen, is simpelweg minder vliegen.

Vaak zoeken mensen naar argumenten om hun vlieggedrag goed te praten. Denk aan: „Ik

ga op de fiets naar mijn werk, dus ik mag in de zomer wel een lange vliegreis maken.” Of:

„Ik eet nog maar drie keer per week vlees, dus kan ik best vliegen.” Als mensen echt

15 zouden uitrekenen hoeveel CO 2 -uitstoot hun vliegreis tot gevolg heeft, zouden ze zien dat

ze, om een vliegreis naar Azië te kunnen compenseren, vijf jaar vegetarisch moeten eten.

[...]

Ik snap heel goed dat mensen reizen voor het avontuur en nieuwe culturen willen leren

kennen. De vraag is alleen of dat altijd ver weg moet en zo vaak. Avontuur zit in het zelf

20 ontdekken en dat kan ook dichterbij. Het lijkt soms wel alsof we tegen elkaar opbieden.

Wie gaat het verst met vakantie? En wie heeft de meest exotische bestemming uitgekozen?

Het is belangrijk dat we ons bewust zijn van de impact van een vliegreis en dat we de

consequenties voor het klimaat serieus afwegen tegen het doel van de reis. Je hoeft niet met

je vriendinnen naar Barcelona. Een weekendje Haarlem of Nijmegen is ook heel leuk.

25 Het gemak waarmee we nu in het vliegtuig stappen, laat een gebrek aan verantwoordelijkheid

zien. Gelukkig lijkt het besef dat vliegen schadelijk is voor het milieu toe te nemen. Sinds

een jaar kennen we daarvoor het woord “vliegschaamte”. Als vliegschaamte leidt tot een

betere afweging van de milieu-impact bij de keuze van de reisbestemming, lijkt me dat heel

goed. Soms rechtvaardigt het doel van de reis het vliegen, maar even zo vaak zal de

30 uitkomst zijn dat de impact van de vliegreis te groot is. Dan is het zoeken naar een andere

bestemming of naar een andere manier van reizen.

Steeds meer mensen ontdekken de trein, die zeker voor Europese vakantiebestemmingen

een goed alternatief is. Ook daar is dit jaar trouwens een nieuw woord voor uitgevonden:

“treintrots”.

35 Vliegschaamte is prima als die leidt tot meer bezinning en minder vliegreizen. Vliegen is

echt niet altijd fout, maar de vanzelfsprekendheid waarmee we nu vliegen, is niet meer te

verantwoorden.

bron: Vonk, Martine: Nieuwe woorden: vliegschaamte en treintrots. Reformatorisch Dagblad, 19 juli 2019 ( Reformatorisch Dagblad: landelijke, christelijke krant)

Im Original enthaltene fehlerhafte Schreibungen wurden korrigiert.

Informatie over de cartoon

De cartoon verscheen online in de tijdschrift De Psycholoog. Arend van Dam maakt “politieke tekeningen” over nationale en wereld-politiek, milieu of samenleving.

M 2: Arend van Dam: Vliegangst en vliegschaamte

bron: Van Dam, Arend: Vliegangst en vliegschaamte. De Psycholoog, 06 september 2019 ( De Psycholoog: vakblad voor psychologen)

Opdracht: Schrijf aan de hand van M 1 en M 2 de tekst voor een spreekbeurt die je tijdens de videoconferentie houdt.

Bediscussieer aan de hand van je analyse en je voorkennis over klimaatverandering in hoeverre de cartoon geschikt is om het woord vliegschaamte op de website van Stichting Milieu Centraal aanschouwelijk te maken. [12 Punkte]

Aufgabe HT 3 - Klausurteil B · Sprachmittlung Deutsch → Niederländisch

Situatie

“Vliegschaamte” is uitgeroepen tot woord van het jaar 2019, omdat steeds meer klimaatbewuste Nederlanders zich onprettig voelen als ze vliegen. De organisatie Stichting Milieu Centraal wil op internet passende cartoons tonen die dit verschijnsel toelichten en laat jongeren tijdens een videoconferentie een keuze maken. Voor deze online bijeenkomst moet je beoordelen hoe geschikt een cartoon (M 2) is. Op de website van de milieuorganisatie vind je aanvullende informatie over vliegschaamte (M 1).

Informatie over auteur en de tekst

Martine Vonk (*1974, †2019) was schrijfster en milieukundige en schreef over duurzaamheid.

M 1: Martine Vonk: Nieuwe woorden: vliegschaamte en treintrots

De bijdrage van de luchtvaart aan de totale CO 2 -uitstoot in Nederland ligt op 6,5 procent.

Omdat het aantal reizigers naar verwachting fors blijft groeien, zal deze bijdrage flink

toenemen.

[...]

5 Elektrisch vliegen lijkt het toverwoord. De ontwikkeling van goede en vooral lichte accu’s

vraagt echter nog veel tijd. Bovendien blijft een nu nieuw opgeleverd vliegtuig de komende

25 jaar vliegen. Zo kan het dus gebeuren dat in vrijwel alle sectoren de uitstoot van

broeikasgassen afneemt, maar die van het vliegverkeer toeneemt.

Dit roept weinig protest op, omdat de meeste mensen maar wat graag gebruik maken van de

10 goedkope vluchten. Maar we zullen het onder ogen moeten zien: de enige manier om de

uitstoot terug te dringen, is simpelweg minder vliegen.

Vaak zoeken mensen naar argumenten om hun vlieggedrag goed te praten. Denk aan: „Ik

ga op de fiets naar mijn werk, dus ik mag in de zomer wel een lange vliegreis maken.” Of:

„Ik eet nog maar drie keer per week vlees, dus kan ik best vliegen.” Als mensen echt

15 zouden uitrekenen hoeveel CO 2 -uitstoot hun vliegreis tot gevolg heeft, zouden ze zien dat

ze, om een vliegreis naar Azië te kunnen compenseren, vijf jaar vegetarisch moeten eten.

[...]

Ik snap heel goed dat mensen reizen voor het avontuur en nieuwe culturen willen leren

kennen. De vraag is alleen of dat altijd ver weg moet en zo vaak. Avontuur zit in het zelf

20 ontdekken en dat kan ook dichterbij. Het lijkt soms wel alsof we tegen elkaar opbieden.

Wie gaat het verst met vakantie? En wie heeft de meest exotische bestemming uitgekozen?

Het is belangrijk dat we ons bewust zijn van de impact van een vliegreis en dat we de

consequenties voor het klimaat serieus afwegen tegen het doel van de reis. Je hoeft niet met

je vriendinnen naar Barcelona. Een weekendje Haarlem of Nijmegen is ook heel leuk.

25 Het gemak waarmee we nu in het vliegtuig stappen, laat een gebrek aan verantwoordelijkheid

zien. Gelukkig lijkt het besef dat vliegen schadelijk is voor het milieu toe te nemen. Sinds

een jaar kennen we daarvoor het woord “vliegschaamte”. Als vliegschaamte leidt tot een

betere afweging van de milieu-impact bij de keuze van de reisbestemming, lijkt me dat heel

goed. Soms rechtvaardigt het doel van de reis het vliegen, maar even zo vaak zal de

30 uitkomst zijn dat de impact van de vliegreis te groot is. Dan is het zoeken naar een andere

bestemming of naar een andere manier van reizen.

Steeds meer mensen ontdekken de trein, die zeker voor Europese vakantiebestemmingen

een goed alternatief is. Ook daar is dit jaar trouwens een nieuw woord voor uitgevonden:

“treintrots”.

35 Vliegschaamte is prima als die leidt tot meer bezinning en minder vliegreizen. Vliegen is

echt niet altijd fout, maar de vanzelfsprekendheid waarmee we nu vliegen, is niet meer te

verantwoorden.

bron: Vonk, Martine: Nieuwe woorden: vliegschaamte en treintrots. Reformatorisch Dagblad, 19 juli 2019 ( Reformatorisch Dagblad: landelijke, christelijke krant)

Im Original enthaltene fehlerhafte Schreibungen wurden korrigiert.

Informatie over de cartoon

De cartoon verscheen online in de tijdschrift De Psycholoog. Arend van Dam maakt “politieke tekeningen” over nationale en wereld-politiek, milieu of samenleving.

M 2: Arend van Dam: Vliegangst en vliegschaamte

bron: Van Dam, Arend: Vliegangst en vliegschaamte. De Psycholoog, 06 september 2019 ( De Psycholoog: vakblad voor psychologen)

Klausurteil B: Sprachmittlung isoliert

Opdracht:

Bram, je vroegere uitwisselingspartner, zet zich in als milieuactivist. Hij heeft onlangs vakantie gevierd in het dorpje Welda in Westfalen en daar gehoord van nieuwe klimaatvriendelijke initiatieven die hem interesseren. Schrijf Bram een brief waarin je uitlegt wat het idee achter één van deze projecten – de “Mitfahrbank” – is, en waarin je ook de problemen van dit project noemt.

[18 Punkte]

Timo Gemmeke: Modernes Trampen: Warum wird das Angebot so selten angenommen? Problemkind Mitfahrbank

Trampen in modern: Wer sich auf eine Mitfahrbank setzt, hält Ausschau nach dem nächsten Auto und fährt damit in die nächste Stadt, zum Einkaufen, zum Arzt, zu Freunden. Soweit die Theorie – die Praxis sieht häufig anders aus.

Seit 2017 steht auch in Welda eine Mitfahrbank. Die örtliche Seniorenarbeitsgruppe hatte eine Fläche am Ortsausgang hergerichtet und die Bank dort platziert. Und auch in Welda fällt die Bilanz bisher mäßig aus. „Die Bank wird bisher so gut wie gar nicht genutzt“, sagt Ortsvorsteher Hubertus Kuhaupt. Er hatte die Idee zur Mitfahrbank im 850-Seelen-Ort. Und die Rahmenbedingungen, so Kuhaupt, seien grundsätzlich auch gut. „Der Standort, die Bank – alles passt aus unserer Sicht“, erklärt er. Trotzdem laufe es bisher nicht wie geplant.

[...]

Ein Faktor, der dabei häufig genannt wird, ist die Sicherheit. Wer nimmt wen mit? Und geht die Fahrt wirklich dahin, wo sie anfangs hingehen sollte? Fragen wie diese stellen sich mitunter nicht nur Mitfahrer, die allein unterwegs sind. Gerade bei Kindern und Jugendlichen kämen auf Seiten der Eltern häufig Bedenken auf, erklärt Sasse: „Eine Lösung ist es, dass Kinder und Jugendliche die Bänke gar nicht nutzen dürfen.“

Ein anderer Ansatz: eine App, bei der sich die Mitfahrgelegenheiten registrieren müssen, am besten mit persönlichen Daten und Kennzeichen – der Sicherheit wegen. Doch auch diese Variante schließt wieder eine mögliche Zielgruppe aus: „Den älteren Menschen auf dem Land, die kein Smartphone haben, bringt das wenig“, meint Sasse.

In Niedersachsen, wo die Idee der Mitfahrbank in den vergangenen Jahren entstanden ist, setzen einige Kommunen auf ein Registrierungssystem in analoger Form. Wer einen Platz im Auto frei hat und jemanden mitnehmen möchte, kann sich vorher bei der Stadt oder der Kommune registrieren lassen. Liegen die Daten des Fahrers vor, bekommt er eine Plakette für sein Auto, die ihn quasi als „geprüfte Mitfahrgelegenheit“ zertifiziert. Die Registrierung erfolgt in der Regel auf freiwilliger Basis, die Plakette ist fast immer kostenlos.

„Diese Möglichkeit ist im Kreis Höxter auch bekannt, wird bisher allerdings nirgendwo genutzt“, sagt Thomas Fuest, Pressesprecher des Kreises Höxter. Berichten mehrerer niedersächsischer Bürgermeister und Ortsvorsteher zufolge hat aber auch die Plaketten-Variante das Interesse an den Mitfahrbänken nicht merklich erhöht.

Hubertus Kuhaupt sieht das Projekt in Welda trotzdem noch nicht gescheitert. Aus seiner Sicht liegt das Problem auch nicht im Sicherheitsaspekt. „Die Leute hier haben sich in den letzten Jahren so arrangiert, dass diese Lücke in der Mobilität gar nicht vorhanden ist. Wer kann, nimmt den Bus oder bildet eine Fahrgemeinschaft.“

Wegen der guten Radweganbindung würden auch nicht wenige das Fahrrad nutzen, um von A nach B zu kommen. Junge Leute unter 16 Jahren, die außerhalb der Busfahrzeiten unterwegs sind und die Bank aus Sicherheitsgründen nicht nutzen dürfen, „nutzen sie sowieso nicht“.

Kuhaupt hofft, dass bei den Leuten dennoch „irgendwann der Groschen fällt“ 1. Gerade im Bezug auf Umweltfreundlichkeit sei die Mitfahrbank ein zukunftsträchtiges Modell. „Und auch die soziale Komponente ist wichtig: Man ist nicht mehr allein unterwegs.“

Quelle: Gemmeke, Timo: Modernes Trampen: Warum wird das Angebot so selten angenommen? Problemkind Mitfahrbank. Westfalen-Blatt, 08. März 2019.

1 der Groschen fällt: sprachliches Bild dafür, dass jemand etwas plötzlich versteht.

Du kannst auch nach Themen lernen

Übe ein Thema mit gemischten Aufgaben aus den Prüfungen aller Jahre.

Alle 5 Themen ansehen

Andere Prüfungen 2021

GK · Haupttermin · fortgeführt (2021) · GK · Haupttermin · neu einsetzend · Weiterbildungskolleg (2021) · LK · Haupttermin · fortgeführt (2021)