Abitur NRW Niederländisch 2021 · GK · Haupttermin · neu einsetzend · Weiterbildungskolleg

Abiturprüfung Niederländisch in Nordrhein-Westfalen 2021, GK · Haupttermin · neu einsetzend · Weiterbildungskolleg: 12 Aufgaben mit Lösungen. Kostenlos.

Themen der Prüfung: Textverständnis: Inhalte wiedergeben (Vat samen / Stel voor) · Analyse literarischer Texte (Karakteriseer, literaire middelen) · Analyse von Sachtexten, Karikaturen und Grafiken (standpunt en argumentatie) · Beurteilen und Stellung nehmen im vorgegebenen Textformat (Beoordeel / Bediscussieer) · Sprachmittlung Deutsch → Niederländisch

Aufgabe HT 1 - Teilaufgabe 1 · Textverständnis: Inhalte wiedergeben (Vat samen / Stel voor)

Situatie

Het Herinneringscentrum Kamp Westerbork spoort jongeren aan om literaire verhalen over het lot van kinderen wereldwijd tijdens de Tweede Wereldoorlog te lezen en die online voor leeftijdsgenoten te beoordelen. Op internet vind je een fragment uit een roman van Els Beerten, waarover je een tekst schrijft voor de website van het herinneringscentrum.

Informatie over de schrijfster en de roman

Els Beerten (*1959) schrijft jeugdliteratuur en komt uit Vlaanderen. De roman “Allemaal willen we de hemel” speelt zich af tijdens en na de Tweede Wereldoorlog in Vlaanderen. Het draait om het lot van de leden van de familie Claessen tijdens de Duitse bezetting van België tussen 1940 en 1944. Het fragment uit het hoofdstuk “Spannend” richt zich op de gevolgen van die bezetting. Remi, de jongste zoon van het gezin, zorgt samen met zijn bijna volwassen broer Jef voor de tuin. Die taak hebben ze van hun vader gekregen.

Els Beerten: Allemaal willen we de hemel

Ik wil radijsjes en radijsjes en radijsjes in de tuin, en als ik dat tegen Jef vertel, lacht hij me uit. Radijsjes doen een maag honger krijgen, zegt hij; dikke kolen, die gaan we planten. Groene en witte en rode kolen. Terwijl hij wéét dat ik geen kool lust. En spruitjes, zegt hij, duizenden spruitjes. Daar moet ik ook al van overgeven. Hij kan op zijn kop gaan staan met zijn kolen en zijn spruitjes. Hij denkt echt dat hij alles mag nu hij een medaille 1 heeft gekregen. Vloeken en pesten en schoppen en ellendige dingen zeggen. Ik ben blij dat ik weer elke dag gewoon naar school kan. Blij dat ik onze Jef zijn zuur gezicht even niet zie.

Tijdens de oorlog bleven we vaak thuis van school. Er hangt gevaar in de lucht, zei mijn moeder dan. En dat ik niet bang moest zijn. Maar ik was nooit bang.

Op een keer kwamen vreemde mannen onze klas binnen, ze droegen allemaal een zwart uniform en ze zeiden tegen onze meester dat hij moest meekomen. Hij moest gaan vechten in Duitsland, zeiden de mannen tegen ons, en dat we ons geen zorgen moesten maken, er kwam wel een nieuwe meester.

Onze meester is nooit meer teruggekomen. Op een dag werd er op school verteld dat hij in Duitsland gestorven was, al na een maand of zo na zijn vertrek. Daar schrok ik zo van. Hij moet erg ziek geweest zijn, dat hij zo gauw doodging. En ik had niks aan hem gezien.

De nieuwe was maar een rare. We moesten de hele tijd Duitse liedjes leren. Hij was duizend keer strenger dan de vorige. Dus hebben we al die Duitse liedjes snel geleerd. Toen de oorlog voorbij was, vergat ik ze meteen. Dat vergeten gebeurde gemakkelijk, want telkens als ik er een begon te zingen kreeg ik thuis zo'n mep rond mijn kop dat ik er draaierig van werd. En van zulke meppen vlogen de Duitse liedjes gewoon mijn hoofd uit. Het duurde niet lang of mijn hoofd was weer leeg. Nu ja, niet helemaal leeg, natuurlijk. Dat kan namelijk niet, denk ik toch.

Bij ons is de oorlog al in september afgelopen, maar in Duitsland is hij nog bezig, zegt mijn vader. Maar dat het daar ook niet lang meer zal duren. En dat het dan feest in de hele wereld zal zijn omdat die Duitse smeerlappen dik verloren hebben.

Ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik mis de oorlog. Ik vond het altijd spannend als ze gingen bombarderen. Aan het einde van de straat was een huis met een grote schuilkelder, daar mochten we dan met zijn allen in. En als we daar dan bij elkaar zaten, dan sloeg mijn moeder haar armen om me heen en fluisterde ze verhalen in mijn oor.

Ik ging wel eens aan de Duitse soldaten vragen of ze alstublieft misschien die nacht weer gingen bombarderen. Ze zeiden nooit veel terug. Soms bombardeerden ze die nacht, soms niet. Toen er op een keer een huis in onze straat in brand vloog, heb ik het maar niet meer gevraagd.

Het is toch maar goed dat ze weg zijn.

1 Jef heeft een medaille voor een heldhaftige daad gekregen.

bron: Beerten, Els: Allemaal willen we de hemel. Amsterdam: Querido, dertiende druk 2019 (eerste druk 2008), p. 35 – 36

Opdracht: Maak een verslag over het fragment uit "Allemaal willen we de hemel" van Els Beerten.

•

Geef een samenvatting van de tekst. (11 Punkte)

Aufgabe HT 1 - Teilaufgabe 2 · Analyse literarischer Texte (Karakteriseer, literaire middelen)

Situatie

Het Herinneringscentrum Kamp Westerbork spoort jongeren aan om literaire verhalen over het lot van kinderen wereldwijd tijdens de Tweede Wereldoorlog te lezen en die online voor leeftijdsgenoten te beoordelen. Op internet vind je een fragment uit een roman van Els Beerten, waarover je een tekst schrijft voor de website van het herinneringscentrum.

Informatie over de schrijfster en de roman

Els Beerten (*1959) schrijft jeugdliteratuur en komt uit Vlaanderen. De roman “Allemaal willen we de hemel” speelt zich af tijdens en na de Tweede Wereldoorlog in Vlaanderen. Het draait om het lot van de leden van de familie Claessen tijdens de Duitse bezetting van België tussen 1940 en 1944. Het fragment uit het hoofdstuk “Spannend” richt zich op de gevolgen van die bezetting. Remi, de jongste zoon van het gezin, zorgt samen met zijn bijna volwassen broer Jef voor de tuin. Die taak hebben ze van hun vader gekregen.

Els Beerten: Allemaal willen we de hemel

Ik wil radijsjes en radijsjes en radijsjes in de tuin, en als ik dat tegen Jef vertel, lacht hij me uit. Radijsjes doen een maag honger krijgen, zegt hij; dikke kolen, die gaan we planten. Groene en witte en rode kolen. Terwijl hij wéét dat ik geen kool lust. En spruitjes, zegt hij, duizenden spruitjes. Daar moet ik ook al van overgeven. Hij kan op zijn kop gaan staan met zijn kolen en zijn spruitjes. Hij denkt echt dat hij alles mag nu hij een medaille 1 heeft gekregen. Vloeken en pesten en schoppen en ellendige dingen zeggen. Ik ben blij dat ik weer elke dag gewoon naar school kan. Blij dat ik onze Jef zijn zuur gezicht even niet zie.

Tijdens de oorlog bleven we vaak thuis van school. Er hangt gevaar in de lucht, zei mijn moeder dan. En dat ik niet bang moest zijn. Maar ik was nooit bang.

Op een keer kwamen vreemde mannen onze klas binnen, ze droegen allemaal een zwart uniform en ze zeiden tegen onze meester dat hij moest meekomen. Hij moest gaan vechten in Duitsland, zeiden de mannen tegen ons, en dat we ons geen zorgen moesten maken, er kwam wel een nieuwe meester.

Onze meester is nooit meer teruggekomen. Op een dag werd er op school verteld dat hij in Duitsland gestorven was, al na een maand of zo na zijn vertrek. Daar schrok ik zo van. Hij moet erg ziek geweest zijn, dat hij zo gauw doodging. En ik had niks aan hem gezien.

De nieuwe was maar een rare. We moesten de hele tijd Duitse liedjes leren. Hij was duizend keer strenger dan de vorige. Dus hebben we al die Duitse liedjes snel geleerd. Toen de oorlog voorbij was, vergat ik ze meteen. Dat vergeten gebeurde gemakkelijk, want telkens als ik er een begon te zingen kreeg ik thuis zo'n mep rond mijn kop dat ik er draaierig van werd. En van zulke meppen vlogen de Duitse liedjes gewoon mijn hoofd uit. Het duurde niet lang of mijn hoofd was weer leeg. Nu ja, niet helemaal leeg, natuurlijk. Dat kan namelijk niet, denk ik toch.

Bij ons is de oorlog al in september afgelopen, maar in Duitsland is hij nog bezig, zegt mijn vader. Maar dat het daar ook niet lang meer zal duren. En dat het dan feest in de hele wereld zal zijn omdat die Duitse smeerlappen dik verloren hebben.

Ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik mis de oorlog. Ik vond het altijd spannend als ze gingen bombarderen. Aan het einde van de straat was een huis met een grote schuilkelder, daar mochten we dan met zijn allen in. En als we daar dan bij elkaar zaten, dan sloeg mijn moeder haar armen om me heen en fluisterde ze verhalen in mijn oor.

Ik ging wel eens aan de Duitse soldaten vragen of ze alstublieft misschien die nacht weer gingen bombarderen. Ze zeiden nooit veel terug. Soms bombardeerden ze die nacht, soms niet. Toen er op een keer een huis in onze straat in brand vloog, heb ik het maar niet meer gevraagd.

Het is toch maar goed dat ze weg zijn.

1 Jef heeft een medaille voor een heldhaftige daad gekregen.

bron: Beerten, Els: Allemaal willen we de hemel. Amsterdam: Querido, dertiende druk 2019 (eerste druk 2008), p. 35 – 36

Opdracht: Stel een verslag op over het tekstfragment uit "Allemaal willen we de hemel" van Els Beerten.

•

Karakteriseer hoe de jongen Remi de Duitse bezetting ervaart. Betrek hierbij de literaire middelen. (17 Punkte)

Aufgabe HT 1 - Teilaufgabe 3 · Beurteilen und Stellung nehmen im vorgegebenen Textformat (Beoordeel / Bediscussieer)

Situatie

Het Herinneringscentrum Kamp Westerbork spoort jongeren aan om literaire verhalen over het lot van kinderen wereldwijd tijdens de Tweede Wereldoorlog te lezen en die online voor leeftijdsgenoten te beoordelen. Op internet vind je een fragment uit een roman van Els Beerten, waarover je een tekst schrijft voor de website van het herinneringscentrum.

Informatie over de schrijfster en de roman

Els Beerten (*1959) schrijft jeugdliteratuur en komt uit Vlaanderen. De roman “Allemaal willen we de hemel” speelt zich af tijdens en na de Tweede Wereldoorlog in Vlaanderen. Het draait om het lot van de leden van de familie Claessen tijdens de Duitse bezetting van België tussen 1940 en 1944. Het fragment uit het hoofdstuk “Spannend” richt zich op de gevolgen van die bezetting. Remi, de jongste zoon van het gezin, zorgt samen met zijn bijna volwassen broer Jef voor de tuin. Die taak hebben ze van hun vader gekregen.

Els Beerten: Allemaal willen we de hemel

Ik wil radijsjes en radijsjes en radijsjes in de tuin, en als ik dat tegen Jef vertel, lacht hij me uit. Radijsjes doen een maag honger krijgen, zegt hij; dikke kolen, die gaan we planten. Groene en witte en rode kolen. Terwijl hij wéét dat ik geen kool lust. En spruitjes, zegt hij, duizenden spruitjes. Daar moet ik ook al van overgeven. Hij kan op zijn kop gaan staan met zijn kolen en zijn spruitjes. Hij denkt echt dat hij alles mag nu hij een medaille 1 heeft gekregen. Vloeken en pesten en schoppen en ellendige dingen zeggen. Ik ben blij dat ik weer elke dag gewoon naar school kan. Blij dat ik onze Jef zijn zuur gezicht even niet zie.

Tijdens de oorlog bleven we vaak thuis van school. Er hangt gevaar in de lucht, zei mijn moeder dan. En dat ik niet bang moest zijn. Maar ik was nooit bang.

Op een keer kwamen vreemde mannen onze klas binnen, ze droegen allemaal een zwart uniform en ze zeiden tegen onze meester dat hij moest meekomen. Hij moest gaan vechten in Duitsland, zeiden de mannen tegen ons, en dat we ons geen zorgen moesten maken, er kwam wel een nieuwe meester.

Onze meester is nooit meer teruggekomen. Op een dag werd er op school verteld dat hij in Duitsland gestorven was, al na een maand of zo na zijn vertrek. Daar schrok ik zo van. Hij moet erg ziek geweest zijn, dat hij zo gauw doodging. En ik had niks aan hem gezien.

De nieuwe was maar een rare. We moesten de hele tijd Duitse liedjes leren. Hij was duizend keer strenger dan de vorige. Dus hebben we al die Duitse liedjes snel geleerd. Toen de oorlog voorbij was, vergat ik ze meteen. Dat vergeten gebeurde gemakkelijk, want telkens als ik er een begon te zingen kreeg ik thuis zo'n mep rond mijn kop dat ik er draaierig van werd. En van zulke meppen vlogen de Duitse liedjes gewoon mijn hoofd uit. Het duurde niet lang of mijn hoofd was weer leeg. Nu ja, niet helemaal leeg, natuurlijk. Dat kan namelijk niet, denk ik toch.

Bij ons is de oorlog al in september afgelopen, maar in Duitsland is hij nog bezig, zegt mijn vader. Maar dat het daar ook niet lang meer zal duren. En dat het dan feest in de hele wereld zal zijn omdat die Duitse smeerlappen dik verloren hebben.

Ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik mis de oorlog. Ik vond het altijd spannend als ze gingen bombarderen. Aan het einde van de straat was een huis met een grote schuilkelder, daar mochten we dan met zijn allen in. En als we daar dan bij elkaar zaten, dan sloeg mijn moeder haar armen om me heen en fluisterde ze verhalen in mijn oor.

Ik ging wel eens aan de Duitse soldaten vragen of ze alstublieft misschien die nacht weer gingen bombarderen. Ze zeiden nooit veel terug. Soms bombardeerden ze die nacht, soms niet. Toen er op een keer een huis in onze straat in brand vloog, heb ik het maar niet meer gevraagd.

Het is toch maar goed dat ze weg zijn.

1 Jef heeft een medaille voor een heldhaftige daad gekregen.

bron: Beerten, Els: Allemaal willen we de hemel. Amsterdam: Querido, dertiende druk 2019 (eerste druk 2008), p. 35 – 36

Opdracht: Maak een verslag over het tekstfragment uit "Allemaal willen we de hemel" van Els Beerten.

•

Beoordeel aan de hand van je analyse en je kennis van de Tweede Wereldoorlog of het verhaal jonge lezers nieuwe inzichten geeft in het lot van kinderen in oorlogstijd. Bespreek hierbij ook de gedachte van Remi “Ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik mis de oorlog”. (14 Punkte)

Aufgabe HT 1 - Klausurteil B · Sprachmittlung Deutsch → Niederländisch

Situatie

Het Herinneringscentrum Kamp Westerbork spoort jongeren aan om literaire verhalen over het lot van kinderen wereldwijd tijdens de Tweede Wereldoorlog te lezen en die online voor leeftijdsgenoten te beoordelen. Op internet vind je een fragment uit een roman van Els Beerten, waarover je een tekst schrijft voor de website van het herinneringscentrum.

Informatie over de schrijfster en de roman

Els Beerten (*1959) schrijft jeugdliteratuur en komt uit Vlaanderen. De roman “Allemaal willen we de hemel” speelt zich af tijdens en na de Tweede Wereldoorlog in Vlaanderen. Het draait om het lot van de leden van de familie Claessen tijdens de Duitse bezetting van België tussen 1940 en 1944. Het fragment uit het hoofdstuk “Spannend” richt zich op de gevolgen van die bezetting. Remi, de jongste zoon van het gezin, zorgt samen met zijn bijna volwassen broer Jef voor de tuin. Die taak hebben ze van hun vader gekregen.

Els Beerten: Allemaal willen we de hemel

Ik wil radijsjes en radijsjes en radijsjes in de tuin, en als ik dat tegen Jef vertel, lacht hij me uit. Radijsjes doen een maag honger krijgen, zegt hij; dikke kolen, die gaan we planten. Groene en witte en rode kolen. Terwijl hij wéét dat ik geen kool lust. En spruitjes, zegt hij, duizenden spruitjes. Daar moet ik ook al van overgeven. Hij kan op zijn kop gaan staan met zijn kolen en zijn spruitjes. Hij denkt echt dat hij alles mag nu hij een medaille 1 heeft gekregen. Vloeken en pesten en schoppen en ellendige dingen zeggen. Ik ben blij dat ik weer elke dag gewoon naar school kan. Blij dat ik onze Jef zijn zuur gezicht even niet zie.

Tijdens de oorlog bleven we vaak thuis van school. Er hangt gevaar in de lucht, zei mijn moeder dan. En dat ik niet bang moest zijn. Maar ik was nooit bang.

Op een keer kwamen vreemde mannen onze klas binnen, ze droegen allemaal een zwart uniform en ze zeiden tegen onze meester dat hij moest meekomen. Hij moest gaan vechten in Duitsland, zeiden de mannen tegen ons, en dat we ons geen zorgen moesten maken, er kwam wel een nieuwe meester.

Onze meester is nooit meer teruggekomen. Op een dag werd er op school verteld dat hij in Duitsland gestorven was, al na een maand of zo na zijn vertrek. Daar schrok ik zo van. Hij moet erg ziek geweest zijn, dat hij zo gauw doodging. En ik had niks aan hem gezien.

De nieuwe was maar een rare. We moesten de hele tijd Duitse liedjes leren. Hij was duizend keer strenger dan de vorige. Dus hebben we al die Duitse liedjes snel geleerd. Toen de oorlog voorbij was, vergat ik ze meteen. Dat vergeten gebeurde gemakkelijk, want telkens als ik er een begon te zingen kreeg ik thuis zo'n mep rond mijn kop dat ik er draaierig van werd. En van zulke meppen vlogen de Duitse liedjes gewoon mijn hoofd uit. Het duurde niet lang of mijn hoofd was weer leeg. Nu ja, niet helemaal leeg, natuurlijk. Dat kan namelijk niet, denk ik toch.

Bij ons is de oorlog al in september afgelopen, maar in Duitsland is hij nog bezig, zegt mijn vader. Maar dat het daar ook niet lang meer zal duren. En dat het dan feest in de hele wereld zal zijn omdat die Duitse smeerlappen dik verloren hebben.

Ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik mis de oorlog. Ik vond het altijd spannend als ze gingen bombarderen. Aan het einde van de straat was een huis met een grote schuilkelder, daar mochten we dan met zijn allen in. En als we daar dan bij elkaar zaten, dan sloeg mijn moeder haar armen om me heen en fluisterde ze verhalen in mijn oor.

Ik ging wel eens aan de Duitse soldaten vragen of ze alstublieft misschien die nacht weer gingen bombarderen. Ze zeiden nooit veel terug. Soms bombardeerden ze die nacht, soms niet. Toen er op een keer een huis in onze straat in brand vloog, heb ik het maar niet meer gevraagd.

Het is toch maar goed dat ze weg zijn.

1 Jef heeft een medaille voor een heldhaftige daad gekregen.

bron: Beerten, Els: Allemaal willen we de hemel. Amsterdam: Querido, dertiende druk 2019 (eerste druk 2008), p. 35 – 36

Klausurteil B: Sprachmittlung isoliert

Opdracht: De medewerkers van kamp Westerbork zijn enthousiast over je verslag en nodigen je uit voor een workshop over herinneringscultuur. Je gaat erop in en schrijft als voorbereiding een tekst voor een spreekbeurt waarin je de andere deelnemers uitlegt waarom de huidige manier van herdenken volgens Ines Pohl niet meer volstaat en wat er in plaats daarvan allemaal moet gebeuren. (18 Punkte)

Ines Pohl: Kommentar: 75 Jahre nach Auschwitz – Was Deutschland jetzt tun muss

1 Jahrzehntelang dominierte in meiner Heimat die Scham. Darüber, was die Eltern und Großeltern getan haben und Deutschland für immer zu verantworten hat. Über sechs Millionen Menschen wurden in Auschwitz und vielen anderen Orten ermordet. In einer geradezu industriellen Tötungsmaschinerie, die es bis dahin nicht gegeben hatte. Und welche die Vorstellungskraft bis heute übersteigt.

6 Dieses Gefühl der Scham war der geistige Kern der Reden, die Politiker und Intellektuelle bei zahllosen Gedenkveranstaltungen vor allem zu den großen runden Jahrestagen hielten. Auch ich selbst, meine Kommilitonen und Kommilitoninnen an der Universität, später die Kollegen in den Redaktionen waren davon getragen: Ich schäme mich dafür, was mein Land getan hat.

11 In diesem Jahr geht es mir anders. Vielleicht, weil wohl zum letzten Male bei einem runden Jahrestag Zeitzeugen dabei sind und die Gedenkveranstaltungen prägen. Aber vor allem, weil in meinem Land Jüdinnen und Juden wieder in Gefahr sind. Weil am höchsten jüdischen Feiertag eine vollbesetzte Synagoge mit Schnellfeuerwaffen angegriffen wird. Weil Judenwitze wieder normal sind, und „Du Jude“ in Deutschland wieder ein Schimpfwort ist. Schämen reicht nicht, wenn an dem Wochenende, an dem die Welt der Opfer des Holocaust gedenken, Berichte bekannt werden, dass es immer mehr Nazis in der deutschen Bundeswehr gibt. Heute. Jetzt.

19 In diesem Jahr wird meine Scham dominiert von der Wut, dass all das wieder passiert in meiner Heimat. Wut darüber, dass all das in Deutschland nicht verhindert wird. Reden sind natürlich wichtig – so auch die hervorragende Rede von Bundespräsident Frank-Walter Steinmeier vergangene Woche in Yad Vashem 1. Große Gesten haben die Erinnerungskultur dieses Landes geprägt – beginnend mit dem Kniefall von Willy Brandt 1970 in Warschau.

24 Aber das alleine reicht nicht mehr. Wenn Deutschland weiter der Verantwortung gerecht werden will, die das Land durch dieses Menschheitsverbrechen auf sich geladen hat, muss mehr Konkretes passieren. Müssen Politiker Antworten finden auf die Frage, was geschehen muss, damit in Deutschland Synagogen nicht mehr bewacht werden müssen. Eltern müssen Antworten finden, wie wir endlich Judenwitze von den Schulhöfen bekommen. Und was leistet eigentlich unser Schulsystem, wenn jeder vierte Zehntklässler mit dem Begriff Auschwitz nichts anfangen kann?

31 Wir alle – die Zivilgesellschaft wie Politiker und Intellektuelle – müssen das Holocaust-Gedenken aus der Eliten-Ecke herausholen. Vor allem an Schulen muss viel mehr passieren. Denn Antisemitismus und Fremdenfeindlichkeit dürfen keinen Platz haben in unserer Gesellschaft. Ein klares „Nie Wieder“ kann nur mit einer Null-Toleranz-Politik einhergehen.

35 Es fällt schwerer zu hassen, was man kennt. Auch an diese Erkenntnis kann Deutschland anknüpfen: Was wissen wir eigentlich über den jüdischen Glauben, jüdisches Leben oder die Geschichte der Juden in Europa? Warum gibt es keinen groß angelegten Schüleraustausch mit Israel?

39 Bald wird es keine Zeitzeugen mehr geben. Und die Täter von einst sind noch eine Generation weiter von jenen entfernt, die Deutschland heute maßgeblich prägen. Deshalb ist keine Zeit zu verlieren – die Bundesregierung muss jetzt handeln. Und daran muss sie gemessen werden.

1 Yad Vashem: Dies ist eine wichtige israelische Gedenkstätte für die Opfer des Holocaust.

Quelle: Pohl, Ines: Kommentar: 75 Jahre nach Auschwitz – Was Deutschland jetzt tun muss. Deutsche Welle, 27. Januar 2020

Aufgabe HT 2 - Teilaufgabe 1 · Textverständnis: Inhalte wiedergeben (Vat samen / Stel voor)

Situatie

Na het afronden van je schooltijd doe je stage bij het Duitsland Instituut in Amsterdam. Je helpt er mee om de week van de talen voor te bereiden, een project waarin Nederlandstalige en Duitstalige leerlingen tijdens verschillende workshops met elkaar praten over de plaats van het Nederlands, Duits, Engels en andere talen.

Er wordt nog gezocht naar passende teksten voor de workshops. Daarom is je gevraagd een commentaar van Dorian Feron grondig te bekijken. Tijdens een gezamenlijk overleg presenteer je deze tekst aan je collega’s.

Informatie over de schrijver en de tekst

Dorian Feron is een tweetalige Waal die in Vlaanderen naar school ging en als advocaat werkt. Zijn tekst is als gastbijdrage verschenen in de rubriek “Opinie” van het weekblad “Knack”.

Dorian Feron: ‘Het wordt hoog tijd dat Waalse kinderen weer Nederlands leren’

“De tweetaligheid is dood en niemand zal haar weer tot leven kunnen wekken!” pronkte

François Bovesse, een Franstalige politicus die later zou uitgroeien tot een groot

verzetsman, vol trots op 14 juli 1932. Het parlement had namelijk net de eentaligheid van

het lager en middelbaar onderwijs goedgekeurd: Vlaamse kinderen zouden voortaan school

5 lopen in het Nederlands en Waalse kinderen in het Frans.

[...]

Helaas interpreteren velen deze regionale eentaligheid – al dan niet bewust – als een

vrijgeleide 1 om de taal van de andere taalgemeenschap niet meer te leren.

Dat blijkt ten overvloede uit het aanbod van taalvakken in de middelbare scholen van de

10 Federatie Wallonië-Brussel 2: de lessen Nederlands – die in Brussel verplicht zijn – zijn in

de Waalse scholen facultatief. Leerlingen kunnen er kiezen tussen Nederlands óf Engels (of

Duits) als verplichte vreemde taal. Concreet betekent dit dat een Waalse leerling zijn

middelbare school kan afsluiten zonder ook maar één uur Nederlands te hebben gevolgd!

Deze vrijheid heeft ertoe geleid dat het aantal leerlingen dat voor Nederlands kiest,

15 drastisch afgenomen is. Terwijl in 2005 nog de helft van de leerlingen voor het Nederlands

koos, schommelt dit cijfer nu rond 35 %. Deze realiteit vertaalt zich in een alarmerende

vaststelling: slechts 8,9 % van de schoolgaande jeugd in Wallonië acht zich in staat om

deftig 3 Nederlands te spreken.

In het kersverse regeerakkoord 4 van de Federatie Wallonië-Brussel kondigt de regering

20 dapper aan om een breed openbaar debat te voeren over de wenselijkheid om Nederlands

(of Duits) verplicht als eerste vreemde taal te kiezen.

Hopelijk leidt dit debat ertoe dat alle Waalse jongeren verplicht Nederlands krijgen op

school. De Waalse en Vlaamse economie zijn nauw met elkaar vervlochten en zullen dit

blijven, ongeacht de grondwettelijke evolutie die het land nog ondergaat. In Brussel is het

25 een heuse krachttoer om zonder enige kennis van het Nederlands werk te vinden. Het

Engels is uiteraard niet meer weg te denken uit de zakenwereld, maar wie de moedertaal

van zijn gesprekspartners beheerst, slaagt er toch in om zijn persoonlijke relaties met

collega’s of klanten veel beter uit te bouwen. Een taalvoordeel wordt op die manier al gauw

een economisch voordeel.

30 Economische overwegingen mogen echter niet de enige motivatie zijn om Nederlands te

leren. Walen moeten deze taal ook absoluut beheersen om zich een ongefilterd beeld te

kunnen vormen van het noorden van het land. Enkel op die manier zullen Walen

Vlamingen beter begrijpen en kunnen beseffen dat Vlaanderen een uitzonderlijk rijke

cultuur heeft, die zowel volks en feestelijk als avant-gardistisch 5 is.

35 [...]

Vooral de wens van de grote meerderheid van de Franstaligen om de Belgische eenheid te

bewaren – en zonder in een kleingeestig belgisisme 6 te vervallen – zou zich moeten vertalen in

de bereidheid om de taal van de meerderheid van de Belgische bevolking te leren.

De nieuwe regering van de Federatie Wallonië-Brussel heeft de moed gehad om het debat te

40 heropenen. Zij moet er nu voor zorgen dat er een einde wordt gemaakt aan deze incoherentie 7

en dan de Walen van morgen beter het Nederlands beheren. 8 Dit zou ook een sterk signaal

naar Vlaanderen toe zijn en op termijn de band tussen de gemeenschappen lijmen.

bron: Feron, Dorian: ‘Het wordt hoog tijd dat Waalse kinderen weer Nederlands leren’. Knack, 27 september 2019 ( Knack: een Nederlandstalig Belgisch weekblad)

1 het vrijgeleide (beeldtaal): hier: het excuus

2 Federatie Wallonië-Brussel is de officiële naam van de Franstalige Gemeenschap in België.

3 deftig: hier: op een gevorderd niveau

4 Bedoeld is de afspraak van september 2019 voor Wallonië en de Franse Gemeenschap, waarin de drie coalitiepartijen de uitgangspunten van hun gezamenlijke politiek vastleggen.

5 avant-gardistisch: progressief, vooraanstaand

6 het belgisisme: hier: politieke opvatting die de Belgische eenheid vooropzet

7 de incoherentie: gebrek aan samenhang; hier: het niet logisch gedrag van Franstalige mensen in Wallonië

8 beter het Nederlands beheren: hier: beter met het Nederlands in contact brengen

Opdracht: Schrijf de tekst voor een spreekbeurt over het commentaar ‘Het wordt hoog tijd dat Waalse kinderen weer Nederlands leren’ van Dorian Feron.

• Geef weer wat het onderwerp is van de tekst van Dorian Feron. (10 Punkte)

Aufgabe HT 2 - Teilaufgabe 2 · Analyse von Sachtexten, Karikaturen und Grafiken (standpunt en argumentatie)

Situatie

Na het afronden van je schooltijd doe je stage bij het Duitsland Instituut in Amsterdam. Je helpt er mee om de week van de talen voor te bereiden, een project waarin Nederlandstalige en Duitstalige leerlingen tijdens verschillende workshops met elkaar praten over de plaats van het Nederlands, Duits, Engels en andere talen.

Er wordt nog gezocht naar passende teksten voor de workshops. Daarom is je gevraagd een commentaar van Dorian Feron grondig te bekijken. Tijdens een gezamenlijk overleg presenteer je deze tekst aan je collega’s.

Informatie over de schrijver en de tekst

Dorian Feron is een tweetalige Waal die in Vlaanderen naar school ging en als advocaat werkt. Zijn tekst is als gastbijdrage verschenen in de rubriek “Opinie” van het weekblad “Knack”.

Dorian Feron: ‘Het wordt hoog tijd dat Waalse kinderen weer Nederlands leren’

“De tweetaligheid is dood en niemand zal haar weer tot leven kunnen wekken!” pronkte

François Bovesse, een Franstalige politicus die later zou uitgroeien tot een groot

verzetsman, vol trots op 14 juli 1932. Het parlement had namelijk net de eentaligheid van

het lager en middelbaar onderwijs goedgekeurd: Vlaamse kinderen zouden voortaan school

5 lopen in het Nederlands en Waalse kinderen in het Frans.

[...]

Helaas interpreteren velen deze regionale eentaligheid – al dan niet bewust – als een

vrijgeleide 1 om de taal van de andere taalgemeenschap niet meer te leren.

Dat blijkt ten overvloede uit het aanbod van taalvakken in de middelbare scholen van de

10 Federatie Wallonië-Brussel 2: de lessen Nederlands – die in Brussel verplicht zijn – zijn in

de Waalse scholen facultatief. Leerlingen kunnen er kiezen tussen Nederlands óf Engels (of

Duits) als verplichte vreemde taal. Concreet betekent dit dat een Waalse leerling zijn

middelbare school kan afsluiten zonder ook maar één uur Nederlands te hebben gevolgd!

Deze vrijheid heeft ertoe geleid dat het aantal leerlingen dat voor Nederlands kiest,

15 drastisch afgenomen is. Terwijl in 2005 nog de helft van de leerlingen voor het Nederlands

koos, schommelt dit cijfer nu rond 35 %. Deze realiteit vertaalt zich in een alarmerende

vaststelling: slechts 8,9 % van de schoolgaande jeugd in Wallonië acht zich in staat om

deftig 3 Nederlands te spreken.

In het kersverse regeerakkoord 4 van de Federatie Wallonië-Brussel kondigt de regering

20 dapper aan om een breed openbaar debat te voeren over de wenselijkheid om Nederlands

(of Duits) verplicht als eerste vreemde taal te kiezen.

Hopelijk leidt dit debat ertoe dat alle Waalse jongeren verplicht Nederlands krijgen op

school. De Waalse en Vlaamse economie zijn nauw met elkaar vervlochten en zullen dit

blijven, ongeacht de grondwettelijke evolutie die het land nog ondergaat. In Brussel is het

25 een heuse krachttoer om zonder enige kennis van het Nederlands werk te vinden. Het

Engels is uiteraard niet meer weg te denken uit de zakenwereld, maar wie de moedertaal

van zijn gesprekspartners beheerst, slaagt er toch in om zijn persoonlijke relaties met

collega’s of klanten veel beter uit te bouwen. Een taalvoordeel wordt op die manier al gauw

een economisch voordeel.

30 Economische overwegingen mogen echter niet de enige motivatie zijn om Nederlands te

leren. Walen moeten deze taal ook absoluut beheersen om zich een ongefilterd beeld te

kunnen vormen van het noorden van het land. Enkel op die manier zullen Walen

Vlamingen beter begrijpen en kunnen beseffen dat Vlaanderen een uitzonderlijk rijke

cultuur heeft, die zowel volks en feestelijk als avant-gardistisch 5 is.

35 [...]

Vooral de wens van de grote meerderheid van de Franstaligen om de Belgische eenheid te

bewaren – en zonder in een kleingeestig belgisisme 6 te vervallen – zou zich moeten vertalen in

de bereidheid om de taal van de meerderheid van de Belgische bevolking te leren.

De nieuwe regering van de Federatie Wallonië-Brussel heeft de moed gehad om het debat te

40 heropenen. Zij moet er nu voor zorgen dat er een einde wordt gemaakt aan deze incoherentie 7

en dan de Walen van morgen beter het Nederlands beheren. 8 Dit zou ook een sterk signaal

naar Vlaanderen toe zijn en op termijn de band tussen de gemeenschappen lijmen.

bron: Feron, Dorian: ‘Het wordt hoog tijd dat Waalse kinderen weer Nederlands leren’. Knack, 27 september 2019 ( Knack: een Nederlandstalig Belgisch weekblad)

1 het vrijgeleide (beeldtaal): hier: het excuus

2 Federatie Wallonië-Brussel is de officiële naam van de Franstalige Gemeenschap in België.

3 deftig: hier: op een gevorderd niveau

4 Bedoeld is de afspraak van september 2019 voor Wallonië en de Franse Gemeenschap, waarin de drie coalitiepartijen de uitgangspunten van hun gezamenlijke politiek vastleggen.

5 avant-gardistisch: progressief, vooraanstaand

6 het belgisisme: hier: politieke opvatting die de Belgische eenheid vooropzet

7 de incoherentie: gebrek aan samenhang; hier: het niet logisch gedrag van Franstalige mensen in Wallonië

8 beter het Nederlands beheren: hier: beter met het Nederlands in contact brengen

Opdracht: Maak de tekst voor een spreekbeurt over het commentaar ‘Het wordt hoog tijd dat Waalse kinderen weer Nederlands leren’ van Dorian Feron.

• Onderzoek grondig welk standpunt de schrijver precies inneemt en hoe hij zijn argumentatie met betrekking tot opbouw en stijl vorm geeft. (18 Punkte)

Aufgabe HT 2 - Teilaufgabe 3 · Beurteilen und Stellung nehmen im vorgegebenen Textformat (Beoordeel / Bediscussieer)

Situatie

Na het afronden van je schooltijd doe je stage bij het Duitsland Instituut in Amsterdam. Je helpt er mee om de week van de talen voor te bereiden, een project waarin Nederlandstalige en Duitstalige leerlingen tijdens verschillende workshops met elkaar praten over de plaats van het Nederlands, Duits, Engels en andere talen.

Er wordt nog gezocht naar passende teksten voor de workshops. Daarom is je gevraagd een commentaar van Dorian Feron grondig te bekijken. Tijdens een gezamenlijk overleg presenteer je deze tekst aan je collega’s.

Informatie over de schrijver en de tekst

Dorian Feron is een tweetalige Waal die in Vlaanderen naar school ging en als advocaat werkt. Zijn tekst is als gastbijdrage verschenen in de rubriek “Opinie” van het weekblad “Knack”.

Dorian Feron: ‘Het wordt hoog tijd dat Waalse kinderen weer Nederlands leren’

“De tweetaligheid is dood en niemand zal haar weer tot leven kunnen wekken!” pronkte

François Bovesse, een Franstalige politicus die later zou uitgroeien tot een groot

verzetsman, vol trots op 14 juli 1932. Het parlement had namelijk net de eentaligheid van

het lager en middelbaar onderwijs goedgekeurd: Vlaamse kinderen zouden voortaan school

5 lopen in het Nederlands en Waalse kinderen in het Frans.

[...]

Helaas interpreteren velen deze regionale eentaligheid – al dan niet bewust – als een

vrijgeleide 1 om de taal van de andere taalgemeenschap niet meer te leren.

Dat blijkt ten overvloede uit het aanbod van taalvakken in de middelbare scholen van de

10 Federatie Wallonië-Brussel 2: de lessen Nederlands – die in Brussel verplicht zijn – zijn in

de Waalse scholen facultatief. Leerlingen kunnen er kiezen tussen Nederlands óf Engels (of

Duits) als verplichte vreemde taal. Concreet betekent dit dat een Waalse leerling zijn

middelbare school kan afsluiten zonder ook maar één uur Nederlands te hebben gevolgd!

Deze vrijheid heeft ertoe geleid dat het aantal leerlingen dat voor Nederlands kiest,

15 drastisch afgenomen is. Terwijl in 2005 nog de helft van de leerlingen voor het Nederlands

koos, schommelt dit cijfer nu rond 35 %. Deze realiteit vertaalt zich in een alarmerende

vaststelling: slechts 8,9 % van de schoolgaande jeugd in Wallonië acht zich in staat om

deftig 3 Nederlands te spreken.

In het kersverse regeerakkoord 4 van de Federatie Wallonië-Brussel kondigt de regering

20 dapper aan om een breed openbaar debat te voeren over de wenselijkheid om Nederlands

(of Duits) verplicht als eerste vreemde taal te kiezen.

Hopelijk leidt dit debat ertoe dat alle Waalse jongeren verplicht Nederlands krijgen op

school. De Waalse en Vlaamse economie zijn nauw met elkaar vervlochten en zullen dit

blijven, ongeacht de grondwettelijke evolutie die het land nog ondergaat. In Brussel is het

25 een heuse krachttoer om zonder enige kennis van het Nederlands werk te vinden. Het

Engels is uiteraard niet meer weg te denken uit de zakenwereld, maar wie de moedertaal

van zijn gesprekspartners beheerst, slaagt er toch in om zijn persoonlijke relaties met

collega’s of klanten veel beter uit te bouwen. Een taalvoordeel wordt op die manier al gauw

een economisch voordeel.

30 Economische overwegingen mogen echter niet de enige motivatie zijn om Nederlands te

leren. Walen moeten deze taal ook absoluut beheersen om zich een ongefilterd beeld te

kunnen vormen van het noorden van het land. Enkel op die manier zullen Walen

Vlamingen beter begrijpen en kunnen beseffen dat Vlaanderen een uitzonderlijk rijke

cultuur heeft, die zowel volks en feestelijk als avant-gardistisch 5 is.

35 [...]

Vooral de wens van de grote meerderheid van de Franstaligen om de Belgische eenheid te

bewaren – en zonder in een kleingeestig belgisisme 6 te vervallen – zou zich moeten vertalen in

de bereidheid om de taal van de meerderheid van de Belgische bevolking te leren.

De nieuwe regering van de Federatie Wallonië-Brussel heeft de moed gehad om het debat te

40 heropenen. Zij moet er nu voor zorgen dat er een einde wordt gemaakt aan deze incoherentie 7

en dan de Walen van morgen beter het Nederlands beheren. 8 Dit zou ook een sterk signaal

naar Vlaanderen toe zijn en op termijn de band tussen de gemeenschappen lijmen.

bron: Feron, Dorian: ‘Het wordt hoog tijd dat Waalse kinderen weer Nederlands leren’. Knack, 27 september 2019 ( Knack: een Nederlandstalig Belgisch weekblad)

1 het vrijgeleide (beeldtaal): hier: het excuus

2 Federatie Wallonië-Brussel is de officiële naam van de Franstalige Gemeenschap in België.

3 deftig: hier: op een gevorderd niveau

4 Bedoeld is de afspraak van september 2019 voor Wallonië en de Franse Gemeenschap, waarin de drie coalitiepartijen de uitgangspunten van hun gezamenlijke politiek vastleggen.

5 avant-gardistisch: progressief, vooraanstaand

6 het belgisisme: hier: politieke opvatting die de Belgische eenheid vooropzet

7 de incoherentie: gebrek aan samenhang; hier: het niet logisch gedrag van Franstalige mensen in Wallonië

8 beter het Nederlands beheren: hier: beter met het Nederlands in contact brengen

Opdracht: Schrijf de tekst voor een spreekbeurt over het commentaar ‘Het wordt hoog tijd dat Waalse kinderen weer Nederlands leren’ van Dorian Feron.

• Beoordeel met behulp van je analyse en je kennis van België in hoeverre het commentaar geschikt is als lesmateriaal tijdens de week van de talen. Bespreek daarbij ook of de uitspraak “De tweetaligheid is dood” vandaag nog of opnieuw actueel is. (14 Punkte)

Aufgabe HT 2 - Klausurteil B · Sprachmittlung Deutsch → Niederländisch

Situatie

Na het afronden van je schooltijd doe je stage bij het Duitsland Instituut in Amsterdam. Je helpt er mee om de week van de talen voor te bereiden, een project waarin Nederlandstalige en Duitstalige leerlingen tijdens verschillende workshops met elkaar praten over de plaats van het Nederlands, Duits, Engels en andere talen.

Er wordt nog gezocht naar passende teksten voor de workshops. Daarom is je gevraagd een commentaar van Dorian Feron grondig te bekijken. Tijdens een gezamenlijk overleg presenteer je deze tekst aan je collega’s.

Informatie over de schrijver en de tekst

Dorian Feron is een tweetalige Waal die in Vlaanderen naar school ging en als advocaat werkt. Zijn tekst is als gastbijdrage verschenen in de rubriek “Opinie” van het weekblad “Knack”.

Dorian Feron: ‘Het wordt hoog tijd dat Waalse kinderen weer Nederlands leren’

“De tweetaligheid is dood en niemand zal haar weer tot leven kunnen wekken!” pronkte

François Bovesse, een Franstalige politicus die later zou uitgroeien tot een groot

verzetsman, vol trots op 14 juli 1932. Het parlement had namelijk net de eentaligheid van

het lager en middelbaar onderwijs goedgekeurd: Vlaamse kinderen zouden voortaan school

5 lopen in het Nederlands en Waalse kinderen in het Frans.

[...]

Helaas interpreteren velen deze regionale eentaligheid – al dan niet bewust – als een

vrijgeleide 1 om de taal van de andere taalgemeenschap niet meer te leren.

Dat blijkt ten overvloede uit het aanbod van taalvakken in de middelbare scholen van de

10 Federatie Wallonië-Brussel 2: de lessen Nederlands – die in Brussel verplicht zijn – zijn in

de Waalse scholen facultatief. Leerlingen kunnen er kiezen tussen Nederlands óf Engels (of

Duits) als verplichte vreemde taal. Concreet betekent dit dat een Waalse leerling zijn

middelbare school kan afsluiten zonder ook maar één uur Nederlands te hebben gevolgd!

Deze vrijheid heeft ertoe geleid dat het aantal leerlingen dat voor Nederlands kiest,

15 drastisch afgenomen is. Terwijl in 2005 nog de helft van de leerlingen voor het Nederlands

koos, schommelt dit cijfer nu rond 35 %. Deze realiteit vertaalt zich in een alarmerende

vaststelling: slechts 8,9 % van de schoolgaande jeugd in Wallonië acht zich in staat om

deftig 3 Nederlands te spreken.

In het kersverse regeerakkoord 4 van de Federatie Wallonië-Brussel kondigt de regering

20 dapper aan om een breed openbaar debat te voeren over de wenselijkheid om Nederlands

(of Duits) verplicht als eerste vreemde taal te kiezen.

Hopelijk leidt dit debat ertoe dat alle Waalse jongeren verplicht Nederlands krijgen op

school. De Waalse en Vlaamse economie zijn nauw met elkaar vervlochten en zullen dit

blijven, ongeacht de grondwettelijke evolutie die het land nog ondergaat. In Brussel is het

25 een heuse krachttoer om zonder enige kennis van het Nederlands werk te vinden. Het

Engels is uiteraard niet meer weg te denken uit de zakenwereld, maar wie de moedertaal

van zijn gesprekspartners beheerst, slaagt er toch in om zijn persoonlijke relaties met

collega’s of klanten veel beter uit te bouwen. Een taalvoordeel wordt op die manier al gauw

een economisch voordeel.

30 Economische overwegingen mogen echter niet de enige motivatie zijn om Nederlands te

leren. Walen moeten deze taal ook absoluut beheersen om zich een ongefilterd beeld te

kunnen vormen van het noorden van het land. Enkel op die manier zullen Walen

Vlamingen beter begrijpen en kunnen beseffen dat Vlaanderen een uitzonderlijk rijke

cultuur heeft, die zowel volks en feestelijk als avant-gardistisch 5 is.

35 [...]

Vooral de wens van de grote meerderheid van de Franstaligen om de Belgische eenheid te

bewaren – en zonder in een kleingeestig belgisisme 6 te vervallen – zou zich moeten vertalen in

de bereidheid om de taal van de meerderheid van de Belgische bevolking te leren.

De nieuwe regering van de Federatie Wallonië-Brussel heeft de moed gehad om het debat te

40 heropenen. Zij moet er nu voor zorgen dat er een einde wordt gemaakt aan deze incoherentie 7

en dan de Walen van morgen beter het Nederlands beheren. 8 Dit zou ook een sterk signaal

naar Vlaanderen toe zijn en op termijn de band tussen de gemeenschappen lijmen.

bron: Feron, Dorian: ‘Het wordt hoog tijd dat Waalse kinderen weer Nederlands leren’. Knack, 27 september 2019 ( Knack: een Nederlandstalig Belgisch weekblad)

1 het vrijgeleide (beeldtaal): hier: het excuus

2 Federatie Wallonië-Brussel is de officiële naam van de Franstalige Gemeenschap in België.

3 deftig: hier: op een gevorderd niveau

4 Bedoeld is de afspraak van september 2019 voor Wallonië en de Franse Gemeenschap, waarin de drie coalitiepartijen de uitgangspunten van hun gezamenlijke politiek vastleggen.

5 avant-gardistisch: progressief, vooraanstaand

6 het belgisisme: hier: politieke opvatting die de Belgische eenheid vooropzet

7 de incoherentie: gebrek aan samenhang; hier: het niet logisch gedrag van Franstalige mensen in Wallonië

8 beter het Nederlands beheren: hier: beter met het Nederlands in contact brengen

Je houdt nog geregeld contact met Wouter, je oude uitwisselingspartner uit Nederland. Jullie praten dan vaak over actuele politieke of maatschappelijke kwesties, zoals nationale identiteit en racisme.

Kort geleden heb je op internet een interessant artikel ontdekt. In een brief aan Wouter introduceer je de auteur van de tekst en haar visie op de oorzaken van racisme in Duitsland.

Schrijf Wouter een brief naar aanleiding van het artikel van Ursula Moffitt over racisme in Duitsland.

Aufgabe HT 3 - Teilaufgabe 1 · Textverständnis: Inhalte wiedergeben (Vat samen / Stel voor)

Situatie

Het woord “vliegschaamte” is tot woord van het jaar 2019 uitgeroepen, omdat steeds meer Nederlanders met oog voor het klimaat zich onprettig voelen als ze vliegen. Stichting Milieu Centraal wil op internet cartoons tonen die dit verschijnsel goed duidelijk maken en vraagt jongeren om tijdens een videoconferentie een keuze te maken. Voor deze online bijeenkomst moet jij beoordelen of een cartoon (M 2) geschikt is. Op de website van de organisatie vind je aanvullende informatie over vliegschaamte (M 1).

Klausurteil A

Informatie over auteur en de tekst

Martine Vonk (*1974, †2019) was schrijfster en milieukundige en schreef over duurzaamheid.

M 1: Martine Vonk: Nieuwe woorden: vliegschaamte en treintrots

De bijdrage van de luchtvaart aan de totale CO 2 -uitstoot in Nederland ligt op 6,5 procent. Omdat het aantal reizigers naar verwachting fors blijft groeien, zal deze bijdrage flink toenemen.

[…]

5 Elektrisch vliegen lijkt het toverwoord. De ontwikkeling van goede en vooral lichte accu’s vraagt echter nog veel tijd. Bovendien blijft een nu nieuw opgeleverd vliegtuig de komende 25 jaar vliegen. Zo kan het dus gebeuren dat in vrijwel alle sectoren de uitstoot van broeikasgassen afneemt, maar die van het vliegverkeer toeneemt.

Dit roept weinig protest op, omdat de meeste mensen maar wat graag gebruik maken van de 10 goedkope vluchten. Maar we zullen het onder ogen moeten zien: de enige manier om de uitstoot terug te dringen, is simpelweg minder vliegen.

Vaak zoeken mensen naar argumenten om hun vlieggedrag goed te praten. Denk aan: „Ik ga op de fiets naar mijn werk, dus ik mag in de zomer wel een lange vliegreis maken.” Of: „Ik eet nog maar drie keer per week vlees, dus kan ik best vliegen.” Als mensen echt 15 zouden uitrekenen hoeveel CO 2 -uitstoot hun vliegreis tot gevolg heeft, zouden ze zien dat ze, om een vliegreis naar Azië te kunnen compenseren, vijf jaar vegetarisch moeten eten.

[…]

Ik snap heel goed dat mensen reizen voor het avontuur en nieuwe culturen willen leren kennen. De vraag is alleen of dat altijd ver weg moet en zo vaak. Avontuur zit in het zelf 20 ontdekken en dat kan ook dichterbij. Het lijkt soms wel alsof we tegen elkaar opbieden. Wie gaat het verst met vakantie? En wie heeft de meest exotische bestemming uitgekozen?

Het is belangrijk dat we ons bewust zijn van de impact van een vliegreis en dat we de consequenties voor het klimaat serieus afwegen tegen het doel van de reis. Je hoeft niet met je vriendinnen naar Barcelona. Een weekendje Haarlem of Nijmegen is ook heel leuk.

25 Het gemak waarmee we nu in het vliegtuig stappen, laat een gebrek aan verantwoordelijkheid zien. Gelukkig lijkt het besef dat vliegen schadelijk is voor het milieu toe te nemen. Sinds een jaar kennen we daarvoor het woord “vliegschaamte”. Als vliegschaamte leidt tot een betere afweging van de milieu-impact bij de keuze van de reisbestemming, lijkt me dat heel goed. Soms rechtvaardigt het doel van de reis het vliegen, maar even zo vaak zal de 30 uitkomst zijn dat de impact van de vliegreis te groot is. Dan is het zoeken naar een andere bestemming of naar een andere manier van reizen.

Steeds meer mensen ontdekken de trein, die zeker voor Europese vakantiebestemmingen een goed alternatief is. Ook daar is dit jaar trouwens een nieuw woord voor uitgevonden: “treintrots”.

35 Vliegschaamte is prima als die leidt tot meer bezinning en minder vliegreizen. Vliegen is echt niet altijd fout, maar de vanzelfsprekendheid waarmee we nu vliegen, is niet meer te verantwoorden.

bron: Vonk, Martine: Nieuwe woorden: vliegschaamte en treintrots. Reformatorisch Dagblad, 19 juli 2019 ( Reformatorisch Dagblad: landelijke, christelijke krant)

Im Original enthaltene fehlerhafte Schreibungen wurden korrigiert.

Informatie over de cartoon

De cartoon verscheen online in de tijdschrift De Psycholoog. Arend van Dam maakt “politieke tekeningen” over nationale en wereld-politiek, milieu of samenleving.

M 2: Arend van Dam: Vliegangst en vliegschaamte

Opdracht: Schrijf aan de hand van M 1 en M 2 een tekst voor een spreekbeurt tijdens de videoconferentie.

•

Geef in het kort de inhoud van de tekst (M 1) weer. [12 Punkte]

Aufgabe HT 3 - Teilaufgabe 2 · Analyse von Sachtexten, Karikaturen und Grafiken (standpunt en argumentatie)

Situatie

Het woord “vliegschaamte” is tot woord van het jaar 2019 uitgeroepen, omdat steeds meer Nederlanders met oog voor het klimaat zich onprettig voelen als ze vliegen. Stichting Milieu Centraal wil op internet cartoons tonen die dit verschijnsel goed duidelijk maken en vraagt jongeren om tijdens een videoconferentie een keuze te maken. Voor deze online bijeenkomst moet jij beoordelen of een cartoon (M 2) geschikt is. Op de website van de organisatie vind je aanvullende informatie over vliegschaamte (M 1).

Klausurteil A

Informatie over auteur en de tekst

Martine Vonk (*1974, †2019) was schrijfster en milieukundige en schreef over duurzaamheid.

M 1: Martine Vonk: Nieuwe woorden: vliegschaamte en treintrots

De bijdrage van de luchtvaart aan de totale CO 2 -uitstoot in Nederland ligt op 6,5 procent. Omdat het aantal reizigers naar verwachting fors blijft groeien, zal deze bijdrage flink toenemen.

[…]

5 Elektrisch vliegen lijkt het toverwoord. De ontwikkeling van goede en vooral lichte accu’s vraagt echter nog veel tijd. Bovendien blijft een nu nieuw opgeleverd vliegtuig de komende 25 jaar vliegen. Zo kan het dus gebeuren dat in vrijwel alle sectoren de uitstoot van broeikasgassen afneemt, maar die van het vliegverkeer toeneemt.

Dit roept weinig protest op, omdat de meeste mensen maar wat graag gebruik maken van de 10 goedkope vluchten. Maar we zullen het onder ogen moeten zien: de enige manier om de uitstoot terug te dringen, is simpelweg minder vliegen.

Vaak zoeken mensen naar argumenten om hun vlieggedrag goed te praten. Denk aan: „Ik ga op de fiets naar mijn werk, dus ik mag in de zomer wel een lange vliegreis maken.” Of: „Ik eet nog maar drie keer per week vlees, dus kan ik best vliegen.” Als mensen echt 15 zouden uitrekenen hoeveel CO 2 -uitstoot hun vliegreis tot gevolg heeft, zouden ze zien dat ze, om een vliegreis naar Azië te kunnen compenseren, vijf jaar vegetarisch moeten eten.

[…]

Ik snap heel goed dat mensen reizen voor het avontuur en nieuwe culturen willen leren kennen. De vraag is alleen of dat altijd ver weg moet en zo vaak. Avontuur zit in het zelf 20 ontdekken en dat kan ook dichterbij. Het lijkt soms wel alsof we tegen elkaar opbieden. Wie gaat het verst met vakantie? En wie heeft de meest exotische bestemming uitgekozen?

Het is belangrijk dat we ons bewust zijn van de impact van een vliegreis en dat we de consequenties voor het klimaat serieus afwegen tegen het doel van de reis. Je hoeft niet met je vriendinnen naar Barcelona. Een weekendje Haarlem of Nijmegen is ook heel leuk.

25 Het gemak waarmee we nu in het vliegtuig stappen, laat een gebrek aan verantwoordelijkheid zien. Gelukkig lijkt het besef dat vliegen schadelijk is voor het milieu toe te nemen. Sinds een jaar kennen we daarvoor het woord “vliegschaamte”. Als vliegschaamte leidt tot een betere afweging van de milieu-impact bij de keuze van de reisbestemming, lijkt me dat heel goed. Soms rechtvaardigt het doel van de reis het vliegen, maar even zo vaak zal de 30 uitkomst zijn dat de impact van de vliegreis te groot is. Dan is het zoeken naar een andere bestemming of naar een andere manier van reizen.

Steeds meer mensen ontdekken de trein, die zeker voor Europese vakantiebestemmingen een goed alternatief is. Ook daar is dit jaar trouwens een nieuw woord voor uitgevonden: “treintrots”.

35 Vliegschaamte is prima als die leidt tot meer bezinning en minder vliegreizen. Vliegen is echt niet altijd fout, maar de vanzelfsprekendheid waarmee we nu vliegen, is niet meer te verantwoorden.

bron: Vonk, Martine: Nieuwe woorden: vliegschaamte en treintrots. Reformatorisch Dagblad, 19 juli 2019 ( Reformatorisch Dagblad: landelijke, christelijke krant)

Im Original enthaltene fehlerhafte Schreibungen wurden korrigiert.

Informatie over de cartoon

De cartoon verscheen online in de tijdschrift De Psycholoog. Arend van Dam maakt “politieke tekeningen” over nationale en wereld-politiek, milieu of samenleving.

M 2: Arend van Dam: Vliegangst en vliegschaamte

Opdracht: Schrijf met behulp van M 1 en M 2 de tekst voor een spreekbeurt die je tijdens de videoconferentie houdt.

•

Vergelijk de boodschappen die M 1 en M 2 overbrengen over het verschijnsel vliegschaamte. Besteed daarbij aandacht aan de structuur van de tekst en aan de visuele opzet van de cartoon. [18 Punkte]

Aufgabe HT 3 - Teilaufgabe 3 · Beurteilen und Stellung nehmen im vorgegebenen Textformat (Beoordeel / Bediscussieer)

Situatie

Het woord “vliegschaamte” is tot woord van het jaar 2019 uitgeroepen, omdat steeds meer Nederlanders met oog voor het klimaat zich onprettig voelen als ze vliegen. Stichting Milieu Centraal wil op internet cartoons tonen die dit verschijnsel goed duidelijk maken en vraagt jongeren om tijdens een videoconferentie een keuze te maken. Voor deze online bijeenkomst moet jij beoordelen of een cartoon (M 2) geschikt is. Op de website van de organisatie vind je aanvullende informatie over vliegschaamte (M 1).

Klausurteil A

Informatie over auteur en de tekst

Martine Vonk (*1974, †2019) was schrijfster en milieukundige en schreef over duurzaamheid.

M 1: Martine Vonk: Nieuwe woorden: vliegschaamte en treintrots

De bijdrage van de luchtvaart aan de totale CO 2 -uitstoot in Nederland ligt op 6,5 procent. Omdat het aantal reizigers naar verwachting fors blijft groeien, zal deze bijdrage flink toenemen.

[…]

5 Elektrisch vliegen lijkt het toverwoord. De ontwikkeling van goede en vooral lichte accu’s vraagt echter nog veel tijd. Bovendien blijft een nu nieuw opgeleverd vliegtuig de komende 25 jaar vliegen. Zo kan het dus gebeuren dat in vrijwel alle sectoren de uitstoot van broeikasgassen afneemt, maar die van het vliegverkeer toeneemt.

Dit roept weinig protest op, omdat de meeste mensen maar wat graag gebruik maken van de 10 goedkope vluchten. Maar we zullen het onder ogen moeten zien: de enige manier om de uitstoot terug te dringen, is simpelweg minder vliegen.

Vaak zoeken mensen naar argumenten om hun vlieggedrag goed te praten. Denk aan: „Ik ga op de fiets naar mijn werk, dus ik mag in de zomer wel een lange vliegreis maken.” Of: „Ik eet nog maar drie keer per week vlees, dus kan ik best vliegen.” Als mensen echt 15 zouden uitrekenen hoeveel CO 2 -uitstoot hun vliegreis tot gevolg heeft, zouden ze zien dat ze, om een vliegreis naar Azië te kunnen compenseren, vijf jaar vegetarisch moeten eten.

[…]

Ik snap heel goed dat mensen reizen voor het avontuur en nieuwe culturen willen leren kennen. De vraag is alleen of dat altijd ver weg moet en zo vaak. Avontuur zit in het zelf 20 ontdekken en dat kan ook dichterbij. Het lijkt soms wel alsof we tegen elkaar opbieden. Wie gaat het verst met vakantie? En wie heeft de meest exotische bestemming uitgekozen?

Het is belangrijk dat we ons bewust zijn van de impact van een vliegreis en dat we de consequenties voor het klimaat serieus afwegen tegen het doel van de reis. Je hoeft niet met je vriendinnen naar Barcelona. Een weekendje Haarlem of Nijmegen is ook heel leuk.

25 Het gemak waarmee we nu in het vliegtuig stappen, laat een gebrek aan verantwoordelijkheid zien. Gelukkig lijkt het besef dat vliegen schadelijk is voor het milieu toe te nemen. Sinds een jaar kennen we daarvoor het woord “vliegschaamte”. Als vliegschaamte leidt tot een betere afweging van de milieu-impact bij de keuze van de reisbestemming, lijkt me dat heel goed. Soms rechtvaardigt het doel van de reis het vliegen, maar even zo vaak zal de 30 uitkomst zijn dat de impact van de vliegreis te groot is. Dan is het zoeken naar een andere bestemming of naar een andere manier van reizen.

Steeds meer mensen ontdekken de trein, die zeker voor Europese vakantiebestemmingen een goed alternatief is. Ook daar is dit jaar trouwens een nieuw woord voor uitgevonden: “treintrots”.

35 Vliegschaamte is prima als die leidt tot meer bezinning en minder vliegreizen. Vliegen is echt niet altijd fout, maar de vanzelfsprekendheid waarmee we nu vliegen, is niet meer te verantwoorden.

bron: Vonk, Martine: Nieuwe woorden: vliegschaamte en treintrots. Reformatorisch Dagblad, 19 juli 2019 ( Reformatorisch Dagblad: landelijke, christelijke krant)

Im Original enthaltene fehlerhafte Schreibungen wurden korrigiert.

Informatie over de cartoon

De cartoon verscheen online in de tijdschrift De Psycholoog. Arend van Dam maakt “politieke tekeningen” over nationale en wereld-politiek, milieu of samenleving.

M 2: Arend van Dam: Vliegangst en vliegschaamte

Opdracht: Gebruik M 1 en M 2 om de tekst te schrijven voor een spreekbeurt tijdens de videoconferentie.

•

Bediscussieer aan de hand van je analyse en je kennis van klimaatverandering in hoeverre de cartoon geschikt is om het woord vliegschaamte op de website van Stichting Milieu Centraal zichtbaar en begrijpelijk te maken. [12 Punkte]

Aufgabe HT 3 - Klausurteil B · Sprachmittlung Deutsch → Niederländisch

Situatie

Het woord “vliegschaamte” is tot woord van het jaar 2019 uitgeroepen, omdat steeds meer Nederlanders met oog voor het klimaat zich onprettig voelen als ze vliegen. Stichting Milieu Centraal wil op internet cartoons tonen die dit verschijnsel goed duidelijk maken en vraagt jongeren om tijdens een videoconferentie een keuze te maken. Voor deze online bijeenkomst moet jij beoordelen of een cartoon (M 2) geschikt is. Op de website van de organisatie vind je aanvullende informatie over vliegschaamte (M 1).

Klausurteil A

Informatie over auteur en de tekst

Martine Vonk (*1974, †2019) was schrijfster en milieukundige en schreef over duurzaamheid.

M 1: Martine Vonk: Nieuwe woorden: vliegschaamte en treintrots

De bijdrage van de luchtvaart aan de totale CO 2 -uitstoot in Nederland ligt op 6,5 procent. Omdat het aantal reizigers naar verwachting fors blijft groeien, zal deze bijdrage flink toenemen.

[…]

5 Elektrisch vliegen lijkt het toverwoord. De ontwikkeling van goede en vooral lichte accu’s vraagt echter nog veel tijd. Bovendien blijft een nu nieuw opgeleverd vliegtuig de komende 25 jaar vliegen. Zo kan het dus gebeuren dat in vrijwel alle sectoren de uitstoot van broeikasgassen afneemt, maar die van het vliegverkeer toeneemt.

Dit roept weinig protest op, omdat de meeste mensen maar wat graag gebruik maken van de 10 goedkope vluchten. Maar we zullen het onder ogen moeten zien: de enige manier om de uitstoot terug te dringen, is simpelweg minder vliegen.

Vaak zoeken mensen naar argumenten om hun vlieggedrag goed te praten. Denk aan: „Ik ga op de fiets naar mijn werk, dus ik mag in de zomer wel een lange vliegreis maken.” Of: „Ik eet nog maar drie keer per week vlees, dus kan ik best vliegen.” Als mensen echt 15 zouden uitrekenen hoeveel CO 2 -uitstoot hun vliegreis tot gevolg heeft, zouden ze zien dat ze, om een vliegreis naar Azië te kunnen compenseren, vijf jaar vegetarisch moeten eten.

[…]

Ik snap heel goed dat mensen reizen voor het avontuur en nieuwe culturen willen leren kennen. De vraag is alleen of dat altijd ver weg moet en zo vaak. Avontuur zit in het zelf 20 ontdekken en dat kan ook dichterbij. Het lijkt soms wel alsof we tegen elkaar opbieden. Wie gaat het verst met vakantie? En wie heeft de meest exotische bestemming uitgekozen?

Het is belangrijk dat we ons bewust zijn van de impact van een vliegreis en dat we de consequenties voor het klimaat serieus afwegen tegen het doel van de reis. Je hoeft niet met je vriendinnen naar Barcelona. Een weekendje Haarlem of Nijmegen is ook heel leuk.

25 Het gemak waarmee we nu in het vliegtuig stappen, laat een gebrek aan verantwoordelijkheid zien. Gelukkig lijkt het besef dat vliegen schadelijk is voor het milieu toe te nemen. Sinds een jaar kennen we daarvoor het woord “vliegschaamte”. Als vliegschaamte leidt tot een betere afweging van de milieu-impact bij de keuze van de reisbestemming, lijkt me dat heel goed. Soms rechtvaardigt het doel van de reis het vliegen, maar even zo vaak zal de 30 uitkomst zijn dat de impact van de vliegreis te groot is. Dan is het zoeken naar een andere bestemming of naar een andere manier van reizen.

Steeds meer mensen ontdekken de trein, die zeker voor Europese vakantiebestemmingen een goed alternatief is. Ook daar is dit jaar trouwens een nieuw woord voor uitgevonden: “treintrots”.

35 Vliegschaamte is prima als die leidt tot meer bezinning en minder vliegreizen. Vliegen is echt niet altijd fout, maar de vanzelfsprekendheid waarmee we nu vliegen, is niet meer te verantwoorden.

bron: Vonk, Martine: Nieuwe woorden: vliegschaamte en treintrots. Reformatorisch Dagblad, 19 juli 2019 ( Reformatorisch Dagblad: landelijke, christelijke krant)

Im Original enthaltene fehlerhafte Schreibungen wurden korrigiert.

Informatie over de cartoon

De cartoon verscheen online in de tijdschrift De Psycholoog. Arend van Dam maakt “politieke tekeningen” over nationale en wereld-politiek, milieu of samenleving.

M 2: Arend van Dam: Vliegangst en vliegschaamte

Klausurteil B: Sprachmittlung isoliert

Opdracht:

Bram, je vroegere uitwisselingspartner, zet zich in voor het milieu. Hij is onlangs op vakantie geweest in het dorpje Welda in Westfalen en heeft daar gehoord over nieuwe, klimaatvriendelijke projecten die hem interesseren. Schrijf Bram een brief waarin je uitlegt wat het idee is achter één van die projecten – de "Mitfahrbank" – en waarin je ook de problemen van dit project noemt. (18 Punkte)

Timo Gemmeke: Modernes Trampen: Warum wird das Angebot so selten angenommen? Problemkind Mitfahrbank

Trampen in modern: Wer sich auf eine Mitfahrbank setzt, hält Ausschau nach dem nächsten Auto und fährt damit in die nächste Stadt, zum Einkaufen, zum Arzt, zu Freunden. Soweit die Theorie – die Praxis sieht häufig anders aus.

Seit 2017 steht auch in Welda eine Mitfahrbank. Die örtliche Seniorenarbeitsgruppe hatte eine Fläche am Ortsausgang hergerichtet und die Bank dort platziert. Und auch in Welda fällt die Bilanz bisher mäßig aus. „Die Bank wird bisher so gut wie gar nicht genutzt“, sagt Ortsvorsteher Hubertus Kuhaupt. Er hatte die Idee zur Mitfahrbank im 850-Seelen-Ort. Und die Rahmenbedingungen, so Kuhaupt, seien grundsätzlich auch gut. „Der Standort, die Bank – alles passt aus unserer Sicht“, erklärt er. Trotzdem laufe es bisher nicht wie geplant.

[...]

Ein Faktor, der dabei häufig genannt wird, ist die Sicherheit. Wer nimmt wen mit? Und geht die Fahrt wirklich dahin, wo sie anfangs hingehen sollte? Fragen wie diese stellen sich mitunter nicht nur Mitfahrer, die allein unterwegs sind. Gerade bei Kindern und Jugendlichen kämen auf Seiten der Eltern häufig Bedenken auf, erklärt Sasse: „Eine Lösung ist es, dass Kinder und Jugendliche die Bänke gar nicht nutzen dürfen.“

Ein anderer Ansatz: eine App, bei der sich die Mitfahrgelegenheiten registrieren müssen, am besten mit persönlichen Daten und Kennzeichen – der Sicherheit wegen. Doch auch diese Variante schließt wieder eine mögliche Zielgruppe aus: „Den älteren Menschen auf dem Land, die kein Smartphone haben, bringt das wenig“, meint Sasse.

In Niedersachsen, wo die Idee der Mitfahrbank in den vergangenen Jahren entstanden ist, setzen einige Kommunen auf ein Registrierungssystem in analoger Form. Wer einen Platz im Auto frei hat und jemanden mitnehmen möchte, kann sich vorher bei der Stadt oder der Kommune registrieren lassen. Liegen die Daten des Fahrers vor, bekommt er eine Plakette für sein Auto, die ihn quasi als „geprüfte Mitfahrgelegenheit“ zertifiziert. Die Registrierung erfolgt in der Regel auf freiwilliger Basis, die Plakette ist fast immer kostenlos.

„Diese Möglichkeit ist im Kreis Höxter auch bekannt, wird bisher allerdings nirgendwo genutzt“, sagt Thomas Fuest, Pressesprecher des Kreises Höxter. Berichten mehrerer niedersächsischer Bürgermeister und Ortsvorsteher zufolge hat aber auch die Plaketten-Variante das Interesse an den Mitfahrbänken nicht merklich erhöht.

Hubertus Kuhaupt sieht das Projekt in Welda trotzdem noch nicht gescheitert. Aus seiner Sicht liegt das Problem auch nicht im Sicherheitsaspekt. „Die Leute hier haben sich in den letzten Jahren so arrangiert, dass diese Lücke in der Mobilität gar nicht vorhanden ist. Wer kann, nimmt den Bus oder bildet eine Fahrgemeinschaft.“

Wegen der guten Radweganbindung würden auch nicht wenige das Fahrrad nutzen, um von A nach B zu kommen. Junge Leute unter 16 Jahren, die außerhalb der Busfahrzeiten unterwegs sind und die Bank aus Sicherheitsgründen nicht nutzen dürfen, „nutzen sie sowieso nicht“.

Kuhaupt hofft, dass bei den Leuten dennoch „irgendwann der Groschen fällt“ 1. Gerade im Bezug auf Umweltfreundlichkeit sei die Mitfahrbank ein zukunftsträchtiges Modell. „Und auch die soziale Komponente ist wichtig: Man ist nicht mehr allein unterwegs.“

Quelle: Gemmeke, Timo: Modernes Trampen: Warum wird das Angebot so selten angenommen? Problemkind Mitfahrbank. Westfalen-Blatt, 08. März 2019 (Westfalen-Blatt: regionale deutsche Tageszeitung)

1 der Groschen fällt: sprachliches Bild dafür, dass jemand etwas plötzlich versteht

Du kannst auch nach Themen lernen

Übe ein Thema mit gemischten Aufgaben aus den Prüfungen aller Jahre.

Alle 5 Themen ansehen

Andere Prüfungen 2021

GK · Haupttermin · fortgeführt (2021) · GK · Haupttermin · neu einsetzend (2021) · LK · Haupttermin · fortgeführt (2021)