Aufgabe HT 2 - Klausurteil B (Sprachmittlung) · Abitur NRW Niederländisch LK · Haupttermin · fortgeführt 2021

Thema: Sprachmittlung Deutsch → Niederländisch · Aus der Prüfung LK · Haupttermin · fortgeführt (2021)

Aufgabenstellung

Klausurteil B: Sprachmittlung isoliert

Situatie

Het Nederlandse initiatief Over de Muur wil de kennis van en het publieke debat over geschiedenis stimuleren. Samen met andere Europese jongeren word je uitgenodigd voor een workshop in Amsterdam, waar je met een onbevangen blik naar de periode van het Nederlandse kolonialisme kijkt. Om je voor te bereiden op een presentatie die je tijdens deze workshop voor andere jongeren gaat geven, ontvang je een selectie van teksten als achtergrondmateriaal. Eén daarvan wil je verder uitdiepen.

Informatie over de schrijver en de tekst

Remco Raben (*1962) werkt als historicus voor het project “ Dekolonisatie, Geweld en Oorlog in Indonesië 1945 – 1950 ”.

Op de website “ overdemuur.org ” schrijven historici zoals Remco Raben bijdragen om het publieke debat over geschiedenis te verrijken.

Remco Raben: Waarom we allemaal kinderen van de koloniale rekening zijn

We zijn allen kinderen van de kolonie. Sommigen zijn aangenomen, de meesten zijn bastaards. Maar we zijn allen erfgenamen. Een gezellige familie is het niet, want de erfenis is zwaar omstreden. Denk maar aan de debatten over uiteenlopende dingen als alledaags en minder alledaags racisme, onderzoek naar dekolonisatiegeweld, pamfletten over Tempo Doeloe van 5 witte journalisten 1, koloniale heldenverering, de herkomst van museale collecties, Librisliteratuurprijswinnaars 2, enzovoorts. Of, minder grijpbaar, de doorwerking van hiçrarchische wereldbeelden die aan het kolonialisme zijn ontsproten. Ook zijn er steeds meer nieuwe Nederlanders die een geschiedenis van kolonialisme met zich meedragen. Onze samenleving is doordrenkt met het koloniale verleden.

10 Wie zich bezighoudt met de kolonie en alles wat daaruit voortkwam, beseft al snel dat er veel tegenstrijdige manieren zijn om naar dat verleden te kijken. Een eenduidig, alomvattend verhaal van kolonialisme en dekolonisatie bestaat niet, omdat de uitgangsposities van de mensen die deze geschiedenis schrijven zo uiteenlopen. Elk historisch verhaal is natuurlijk afhankelijk van de verteller, maar in de koloniale geschiedenis zijn de fragmentatie en de 15 dissonantie tussen verschillende stemmen veel sterker dan elders. Dat komt doordat het koloniale bewind geschraagd 3 werd door een systeem van fundamentele ongelijkheid op raciale en etnische basis. Het is daarom onvermijdelijk dat de geschiedenis in termen van identiteit of sociale boven- of onderschikking wordt verteld.

Er is nog iets anders aan de hand met koloniale geschiedenis. Kenmerkend voor koloniale 20 regimes is dat tegenstemmen steevast worden gedempt of gemarginaliseerd. Zo werd en wordt de kennis over de koloniale samenleving voor een groot deel bepaald door de geschriften van de Nederlandse koloniale elite. Het gevolg is dat de Nederlandse samenleving lang doof of blind heeft kunnen blijven voor conflicterende visies op het kolonialisme. [...] In de herinnering van veel Nederlanders overheersen immers beelden van orde en regelmaat, 25 het aanleggen van stuwdammen, spoorwegen, volksgezondheidsprogramma’s. Dit soort stemmen kunnen door blijven klinken omdat het protest van gekoloniseerden tijdens de kolonisatie effectief onderdrukt en verzwegen werd en omdat hun verhaal niet strookt met het beeld dat Nederlanders van onze koloniale geschiedenis hebben. De totslaafgemaakten 4 hadden geen stem, de criminelen schreven geen brieven, de suikerarbeiders legden niet uit 30 waarom ze jaar in jaar uit het riet in brand staken 5.

Het mechanisme van verstomming van de antikoloniale stem is overigens nog steeds werkzaam. Postkoloniale critici met een niet-westerse achtergrond krijgen geen ruimte, worden voor gek verklaard of hun inbreng wordt als identiteitspolitiek weggezet. Hun postkoloniale, emancipatieve geluiden vallen vaak slecht bij mensen die denken dat 35 geschiedenis uit simpele feiten bestaat of dat een neutrale geschiedenis mogelijk is. Zij zetten zich af tegen het moralisme, dat ‘onhistorisch’ en ‘niet objectief’ zou zijn en geen begrip zou tonen voor het feit dat er vroeger andere waarden golden. Dat is een valse voorstelling van zaken. In de eerste plaats gaat het argument dat er vroeger andere waarden golden vaak mank. De stemmen van de meest betrokkenen worden daarbij voor het gemak 40 genegeerd. De Nederlandse generaal J.B. van Heutsz 6 vond de annexatie van Aceh 7 gerechtvaardigd, maar voor de Acehse sultan Mohamad Daud 8 was zij een dramatische schending van de onafhankelijkheid. Bovendien is het vasthouden aan het eigen ‘neutrale’ beeld evenzeer een morele keuze, want wie heeft de bronnen geproduceerd, wie schrijft de geschiedenis, vanuit welk standpunt en met welke voelsprieten en alarmbellen?

45 De Nederlandse herinnering aan het kolonialisme, zowel persoonlijk als collectief, gaat nog steeds uit van de ‘eigen’ ervaring en zelfbeelden – die van het goede leven in de kolonie en van de redelijk goedertieren kolonisator die Nederland was. Het historische zelfbeeld is zo sterk verankerd, dat een postkoloniale benadering slechts als bedreigend wordt ervaren. Er mag best wat kritiek op het kolonialisme klinken, maar de erkenning dat het een systeem 50 van fundamentele uitsluiting en racisme was, is nog altijd een stap te ver, juist omdat dit het Nederlandse zelfbeeld schaadt. Dit gunstige zelfbeeld kon ontstaan in het sociale isolement waarin het koloniale bestuur opereerde en waarin zijn beelden en herinneringen ook na de dekolonisatie van generatie op generatie werden doorgegeven.

Bedenk dat slechts een kleine koloniale elite in Indië zich de luxe kon permitteren om een 55 dubbele maatstaf aan te houden, de signalen van onvrede en mishandeling te negeren, en zich in een expat-cocon 9 een genoeglijk leven kon verschaffen. Voor een werkelijke rekenschap (wat iets anders is dan afrekening) is een confrontatie nodig met de mensen die het kolonialisme op een heel andere manier hebben ervaren. Die ontbreekt doorgaans nog steeds.

De dubbele moraal van de koloniaal draagt ver. Maar de wereld beweegt en de Nederlandse 60 samenleving verandert. Veel scherper dan voorheen worden problemen in termen van koloniale doorwerking gedefinieerd. Dat dwingt ons tot reflectie op onze koloniale wortels, onze koloniale waarden en onze omgang met de veranderende wereld. Een confrontatie met de gezichtspunten van anderen is daarbij noodzakelijk. Alleen dat kan inzicht verschaffen in het karakter en de erfenissen van het Nederlandse kolonialisme. Anders zijn we veroordeeld 65 tot de eigen ijsschots en tot een dolend en smeltend voortdobberen in de opwarmende postkoloniale wereldzee.

bron: Raben, Remco: Waarom we allemaal kinderen van de koloniale rekening zijn. Over de muur, 20 december 2018 ( Over de muur: weblog over geschiedenis)

1

Dit is een toespeling op een omstreden boek van de Nederlandse journalist en schrijver Kester Freriks met de titel “ Tempo Doeloe, een omhelzing ” (2018), waarin hij probeert het koloniale verleden in Nederlands-Indië op een positieve manier te bekijken.

2

Dit is een toespeling op de toekenning van de Libris Literatuur Prijs, een belangrijke Nederlandse literatuurprijs, aan de Nederlandse auteur Alfred Birney voor zijn roman “ De tolk van Java ”. In dit boek uit het jaar 2017 wordt het koloniale verleden in Nederlands-Indië kritisch belicht.

3

schragen: ondersteunen

4

de totslaafgemaakten: groep van mensen die slaven werden

5

De suikerarbeiders werkten als dwangarbeiders op plantages en als vorm van protest staken ze regelmatig hun velden in de brand.

6

Joannes Benedictus (Jo) van Heutsz was een Nederlands luitenant-generaal en onder meer gouverneur-generaal van Nederlands-Indië (1904 – 1909).

7

Aceh: een provincie van het huidige Indonesië; variant van de spelling Atjeh

8

Mohamad Daud (1864 – 1939) was de laatste sultan van Atjeh op Sumatra.

9

de expat-cocon: een verzameling van in het buitenland gestationeerde werknemers op een plek

Opdracht:

Zodra je weer terug bent in Duitsland, schrijf je, uitgaande van de tekst “Helden neu verhandeln”: NRW diskutiert über seine kolonialen Denkmäler” van Esra Ayari, een brief aan de redactie van Over de Muur. Daarin preciseer je hoe men in Duitsland de laatste tijd is omgegaan met zichtbare overblijfselen van het koloniale verleden in de openbare ruimte en welke plannen en ideeën er voor de toekomst bestaan. [18 Punkte]

Esra Ayari: „Helden neu verhandeln“: NRW diskutiert über seine kolonialen Denkmäler

Abbauen, zerstören oder – einfach stehen lassen? Im Fall von Kaiser Wilhelm II. (1859 – 1941) dachte sich jemand offenbar: besprühen. Ende Juni färbten Unbekannte das Reiter-Denkmal des einstigen deutschen Regenten in der Nähe des Kölner Doms in unterschiedliche Rot- und Orangetöne. Daneben wurden Transparente und Zettel gefunden. Thema: Die Rolle des Kaisers – und die Kolonialisierung. Der Fall – obwohl noch nicht aufgeklärt – zeigt: Nach den weltweiten Anti-Rassismus-Demos hat auch in NRW die Kolonialismus-Debatte wieder an Fahrt aufgenommen. Die Truppen von Wilhelm hatten 1904 im damals sogenannten Deutsch-Südwestafrika die Herero und Nama bekriegt. Zehntausende wurden ermordet – heute spricht man von Völkermord. Darf so jemand stolz auf einem Pferd in bester Kölner Lage sitzen? Ein Sprecher der Stadt Köln sagt: „Rechtskräftig eingetragene Denkmäler können nicht einfach entfernt oder zerstört werden“. Die Verwaltung diskutiere aber über eine aufklärende Infotafel. Der Kolonialismus hat Spuren in NRW-Städten hinterlassen, in Form von Straßennamen und Denkmälern.

Der Historiker Jürgen Zimmerer von der Universität Hamburg findet es nicht verwunderlich, dass in der Folge der Black-Lives-Matter-Bewegung wieder verstärkt über solche Denkmäler diskutiert wird. Der Kolonialismus sei ein „strukturell-rassistisches Unrechtssystem“ gewesen. Menschen, die unter Rassismus leiden, könnten sich daher verunglimpft fühlen. Vor allem dann, wenn sie an Denkmälern vorbeigehen müssten, die Personen ehren, „die ihre Vorfahren ausgebeutet oder versklavt haben“.

Die Kölner Historikerin Bebero Lehmann startete vor etwa zwei Jahren mit zwei Kolleginnen die Gruppe „Decolonize Cologne“, die kolonialkritische Stadtrundgänge anbietet. Sowohl auf den Straßen als auch auf Instagram und Co. leistet das Trio Bildungsarbeit in puncto Kolonialismus. Lehmann führt vor allem durch das sogenannte Afrika-Viertel in Köln-Nippes. Dort gibt es etwa die „Gustav-Nachtigal-Straße“, benannt nach dem gleichnamigen Afrikaforscher und ehemaligen „Reichskommissar für Deutsch-Südwestafrika“ (1834 – 1885). In dieser Funktion habe er widerrechtlichen Landraub legitimiert, so Lehmann. Vor rund 30 Jahren wurden zwei andere Straßen in Köln, die nach Kolonial-Protagonisten benannt waren, in Usambara- und Namibiastraße umbenannt. Lehmann begrüßt die Umbenennungen, hätte es aber noch besser gefunden, wenn die Straßen nach Anti-Kolonialisten benannt worden wären. „So erinnert man auch an die Kolonialzeit, aber aus der Perspektive des Widerstands.“

Generell sei der Diskurs über Denkmäler und Straßennamen eine gute Entwicklung, aber nur die „sichtbare Spitze im öffentlichen Raum“. Das, was dahinter liege, sei aber wichtiger, glaubt die Historikerin und Journalistin: „Ein rassistisches System, das sich historisch verankert hat und bis heute wirkt.“ Die deutsche Kolonialgeschichte müsse in den Lehrplänen der Schulen und Universitäten als Pflichtprogramm Einzug finden.

Seit vielen Jahren gibt es auch Diskussionen um ein Kolonialkriegerdenkmal in Düsseldorf. Das Denkmal war 1909 zur Erinnerung an in „Deutsch-Südwestafrika“ gefallene Mitglieder eines Düsseldorfer Regimentes errichtet worden. Die kaiserlichen Truppen hatten gegen die Herero und Nama vor mehr als 100 Jahren gekämpft. Caroline Authaler vom Arbeitskreis „Düsseldorf postkolonial“ nennt das Denkmal „hochproblematisch“. Sie wirft der Stadt vor, dass sie im Unterschied zur Kirche bisher „nichts“ getan habe. Eine Stadtsprecherin entgegnet, dass das Thema zunächst in die politischen Gremien eingebracht werden müsse. 2004 hatte die Kirche eine einordnende Plakette angebracht und vergangenes Jahr erneuert. Das reicht Authaler aber nicht aus. Wie also umgehen mit den Denkmälern?

Der Hamburger Forscher Zimmerer spricht sich gegen einen Abbau aus. Das Denkmal müsse als Erinnerungsort weiterhin bestehen – aber mit bewussten Störungen: „Beispielsweise auf den Kopf stellen oder hinlegen, also radikal entheroisieren, um so eine kritische Auseinandersetzung zu erzwingen“. Bei der deutschen Kolonialgeschichte sei dies nicht der Fall. „Jede Generation verhandelt ihre Helden neu.“

Quelle: Ayari, Esra: „Helden neu verhandeln“: NRW diskutiert über seine kolonialen Denkmäler. Ruhr Nachrichten, 24. Juli 2020

Aufgabenstellung: Aufgabe HT 2 - Klausurteil B (Sprachmittlung) · Abitur NRW Niederländisch LK · Haupttermin · fortgeführt 2021

Lösung

Nach den offiziellen Korrekturhinweisen

Zodra je weer terug bent in Duitsland, schrijf je, uitgaande van de tekst “Helden neu verhandeln: NRW diskutiert über seine kolonialen Denkmäler” van Esra Ayari, een brief aan de redactie van Over de Muur. Daarin preciseer je hoe men in Duitsland de laatste tijd is omgegaan met zichtbare overblijfselen van het koloniale verleden in de openbare ruimte en welke plannen en ideeën er voor de toekomst bestaan.

Lösung: Brief aan de redactie van Over de Muur met vermelding van de actuele omgang met koloniale sporen in Duitsland en voorstellen voor de toekomst.

Die ausführliche Erklärung Schritt für Schritt (mit KI) gibt es mit Premium. Premium

Löse sie direkt hier: automatische Korrektur, Hinweise und Lösung Schritt für Schritt.

‹ Aufgabe HT 1 - Klausurteil B (Sprachmittlung) · LK · Haupttermin · fortgeführt 2021 · Aufgabe HT 3 - Klausurteil B (Sprachmittlung) · LK · Haupttermin · fortgeführt 2021 ›

Mehr Aufgaben zu Sprachmittlung Deutsch → Niederländisch