Abitur NRW Niederländisch 2022 · GK · Haupttermin · fortgeführt
Abiturprüfung Niederländisch in Nordrhein-Westfalen 2022, GK · Haupttermin · fortgeführt: 12 Aufgaben mit Lösungen. Mit automatischer Korrektur.
Themen der Prüfung: Textverständnis: Inhalte wiedergeben (Vat samen / Stel voor) · Analyse literarischer Texte (Karakteriseer, literaire middelen) · Analyse von Sachtexten, Karikaturen und Grafiken (standpunt en argumentatie) · Beurteilen und Stellung nehmen im vorgegebenen Textformat (Beoordeel / Bediscussieer) · Sprachmittlung Deutsch → Niederländisch
Aufgabe HT 1 - Klausurteil A (Teilaufgabe 1) · Textverständnis: Inhalte wiedergeben (Vat samen / Stel voor)
Situatie
Jongin is een interactief online platform waar jongeren van 10 tot 23 jaar met elkaar kunnen praten over uiteenlopende thema’s. In de rubriek Hopeloos verliefd staan uiteenlopende bijdragen, zoals blogs, korte artikelen, filmpjes en verhalen. Je wilt zelf een bijdrage plaatsen over een fragment uit de roman “Darko’s lessen” van Michelle van Dijk.
Informatie over de schrijfster en de roman
Michelle van Dijk (*1981) is een Nederlandse schrijfster. Ze werkt ook in het voortgezet onderwijs. In 2017 verscheen haar debuutroman “Darko’s lessen”.
De hoofdfiguren in de roman zijn Darko (20), een vluchteling uit Servië, en Janna (34), zijn lerares Nederlands met wie hij nog als leerling op school een relatie begint. Omdat hij een baan vindt waarmee hij snel geld kan verdienen, verlaat hij de school. Na een twee maanden durende intense relatie negeert Janna plotseling alle pogingen van Darko om met haar contact op te nemen.
Michelle van Dijk: Darko’s lessen
1 Janna, iedereen weet wat ik zou moeten doen nu jij nog steeds niets van je laat horen en ik nog steeds wanhopig op je wacht, maar ze kletsen uit hun nek 1, weet je, niemand weet een gebroken hart te lijmen. Dus ik besloot je op te zoeken. Waarschijnlijk wilde je dat niet en misschien had je daar goede redenen voor, maar dan had je me die verdomme toch wel mogen
5 vertellen. Eerst liep ik door je buurt, twee, drie keer, langs je huis. Geen teken van leven, geen licht, geen raam open, geen krant die nog uit de brievenbus stak. Ik ging naar de kroegen waar wij elkaar ooit ontmoetten, ook de foute, maar daar was jij niet, daar kende ik niemand, daar zag ik niets anders dan de immer aanwezige treurigheid van singles op jacht. Dus ik ging naar je werk.
10 […]
Ik zocht je op omdat het moest. Natuurlijk deed ik alsof ik een goede reden had. Ik stuurde een berichtje naar Hashan, een oud-klasgenoot die nog wel bij jou op school zit: ‘Ben je vandaag op school? Ik kom even langs. Ik ben in de buurt. Wat eten, roken?’
‘Om drie uur klaar,’ liet hij weten, dus ik was om half drie op de school.
15 Lichte paniek overviel me bij de ingang. Ik was helemaal vergeten dat er toegangspoortjes waren en dat ik geen leerlingkaart meer had. Maar ik ben nog steeds een leerling, dus ik weet hoe het werkt: lief lachen en ‘kaart vergeten’ mompelen. En daar was ik ineens op onze verdieping.
20 Sinds wij elkaar kenden, ik bedoel Janna, sinds ik elk stukje van jouw lichaam ken, sinds ik je liefheb, sinds ik zo fucking verliefd ben, heb ik me vaak afgevraagd of ik jou ook al leuk vond voordat ik je in de kroeg zag. Of jij mij. Ik heb veel magie toegekend aan lesmomenten die misschien toch echt gewoon werk voor jou, gewoon school voor mij waren. In dit lokaal, dacht ik, in dit lokaal zag ik je voor het eerst, of hier op de gang las je de berichtjes van mij die je een maand geleden nog wel beantwoordde: Ik wil je. Nu.
25 Ik gluurde naar binnen, maar in ons lokaal waren geen leerlingen. Aan het eind van de gang had Hashan les, dacht ik, nog twintig minuten, dus ik liep wat rond, dook de wc in toen er een leraar aan leek te komen. Iedereen weet van jou en mij, al kent misschien niet iedereen mijn gezicht. Toen pakte ik de lift naar de zesde verdieping, waar de vergaderruimtes zijn en de kantine. Ik kocht een bekertje drinkyoghurt en dronk het leeg terwijl ik naar de stad
30 staarde. Je kan het vanaf deze hoogte altijd zien als er onweer aankomt. Het lijkt of de flats dan bukken voor de wolken.
Ik draaide me om toen je m’n naam zei en: ‘Wat doe je hier?’
35 Ik had niet bedacht wat ik zou zeggen. Ik dacht dat ik het wel wist. Je keek zo boos, Janna. Toen ik zei dat ik met Hashan wat ging eten, keek je afkeurend. Fout antwoord. Vrouwen eten niet om drie uur ’s middags, mannen eten altijd, maar wat doet het ertoe, deze dingen, mannen en vrouwen, eten, bijzaken. Maar je had je rode jurk aan, Janna. Ik was van slag 2. Ik vroeg me af waarom. In die jurk, nee, uit die jurk, zo ging het toen en waarom droeg je dan nu die jurk, die rode, je wist niet dat ik zou komen, voor wie dan?
40 Op dat moment was ik gesprongen als iemand het raam voor me geopend had. Je draaide je om en wilde alweer weglopen. Je afwijzing kwam aan als een mokerslag 3. Ik dacht dat dit de laatste keer zou zijn, de laatste kans. Dus daar deed ik al die idiote dingen die mannen ook in films doen, ik riep je, ik rende achter je aan, ik smeekte, ik vroeg of je me please please nog een kans wilde geven. En ik ging maar door, ik kon niet stoppen zolang jij me niet definitief, in woorden zou zeggen dat het over was, zeg het dan, Janna, zeg dan dat het
45 over is. En wat deed jij? Je zei dat je me zou bellen, echt, dat zei je voordat je wegliep.
Dat is nu drie dagen geleden. Je hebt me niet gebeld. Ik heb met Hashan kip gegeten bij de Kentucky 4. Bel me please, anders moet ik dat nog een keer doen.
bron: Van Dijk, Michelle: Darko’s lessen. Rotterdam: Douane 2017, p. 97 – 99
1 uit je nek kletsen: onzin vertellen
2 van slag zijn: in de war zijn
3 de mokerslag: der Hammerschlag
4 Kentucky Fried Chicken: fast-food restaurant
Klausurteil A: Leseverstehen und Schreiben integriert
Schrijf voor de rubriek Hopeloos verliefd van het jongerenplatform Jongin een artikel over het tekstfragment uit "Darko's lessen" van Michelle van Dijk.
•
Noem kort op wat zich in het fragment afspeelt. [10 Punkte]
Aufgabe HT 1 - Klausurteil A (Teilaufgabe 2) · Analyse literarischer Texte (Karakteriseer, literaire middelen)
Situatie
Jongin is een interactief online platform waar jongeren van 10 tot 23 jaar met elkaar kunnen praten over uiteenlopende thema’s. In de rubriek Hopeloos verliefd staan uiteenlopende bijdragen, zoals blogs, korte artikelen, filmpjes en verhalen. Je wilt zelf een bijdrage plaatsen over een fragment uit de roman “Darko’s lessen” van Michelle van Dijk.
Informatie over de schrijfster en de roman
Michelle van Dijk (*1981) is een Nederlandse schrijfster. Ze werkt ook in het voortgezet onderwijs. In 2017 verscheen haar debuutroman “Darko’s lessen”.
De hoofdfiguren in de roman zijn Darko (20), een vluchteling uit Servië, en Janna (34), zijn lerares Nederlands met wie hij nog als leerling op school een relatie begint. Omdat hij een baan vindt waarmee hij snel geld kan verdienen, verlaat hij de school. Na een twee maanden durende intense relatie negeert Janna plotseling alle pogingen van Darko om met haar contact op te nemen.
Michelle van Dijk: Darko’s lessen
1 Janna, iedereen weet wat ik zou moeten doen nu jij nog steeds niets van je laat horen en ik nog steeds wanhopig op je wacht, maar ze kletsen uit hun nek 1, weet je, niemand weet een gebroken hart te lijmen. Dus ik besloot je op te zoeken. Waarschijnlijk wilde je dat niet en misschien had je daar goede redenen voor, maar dan had je me die verdomme toch wel mogen
5 vertellen. Eerst liep ik door je buurt, twee, drie keer, langs je huis. Geen teken van leven, geen licht, geen raam open, geen krant die nog uit de brievenbus stak. Ik ging naar de kroegen waar wij elkaar ooit ontmoetten, ook de foute, maar daar was jij niet, daar kende ik niemand, daar zag ik niets anders dan de immer aanwezige treurigheid van singles op jacht. Dus ik ging naar je werk.
10 […]
Ik zocht je op omdat het moest. Natuurlijk deed ik alsof ik een goede reden had. Ik stuurde een berichtje naar Hashan, een oud-klasgenoot die nog wel bij jou op school zit: ‘Ben je vandaag op school? Ik kom even langs. Ik ben in de buurt. Wat eten, roken?’
‘Om drie uur klaar,’ liet hij weten, dus ik was om half drie op de school.
15 Lichte paniek overviel me bij de ingang. Ik was helemaal vergeten dat er toegangspoortjes waren en dat ik geen leerlingkaart meer had. Maar ik ben nog steeds een leerling, dus ik weet hoe het werkt: lief lachen en ‘kaart vergeten’ mompelen. En daar was ik ineens op onze verdieping.
20 Sinds wij elkaar kenden, ik bedoel Janna, sinds ik elk stukje van jouw lichaam ken, sinds ik je liefheb, sinds ik zo fucking verliefd ben, heb ik me vaak afgevraagd of ik jou ook al leuk vond voordat ik je in de kroeg zag. Of jij mij. Ik heb veel magie toegekend aan lesmomenten die misschien toch echt gewoon werk voor jou, gewoon school voor mij waren. In dit lokaal, dacht ik, in dit lokaal zag ik je voor het eerst, of hier op de gang las je de berichtjes van mij die je een maand geleden nog wel beantwoordde: Ik wil je. Nu.
25 Ik gluurde naar binnen, maar in ons lokaal waren geen leerlingen. Aan het eind van de gang had Hashan les, dacht ik, nog twintig minuten, dus ik liep wat rond, dook de wc in toen er een leraar aan leek te komen. Iedereen weet van jou en mij, al kent misschien niet iedereen mijn gezicht. Toen pakte ik de lift naar de zesde verdieping, waar de vergaderruimtes zijn en de kantine. Ik kocht een bekertje drinkyoghurt en dronk het leeg terwijl ik naar de stad
30 staarde. Je kan het vanaf deze hoogte altijd zien als er onweer aankomt. Het lijkt of de flats dan bukken voor de wolken.
Ik draaide me om toen je m’n naam zei en: ‘Wat doe je hier?’
35 Ik had niet bedacht wat ik zou zeggen. Ik dacht dat ik het wel wist. Je keek zo boos, Janna. Toen ik zei dat ik met Hashan wat ging eten, keek je afkeurend. Fout antwoord. Vrouwen eten niet om drie uur ’s middags, mannen eten altijd, maar wat doet het ertoe, deze dingen, mannen en vrouwen, eten, bijzaken. Maar je had je rode jurk aan, Janna. Ik was van slag 2. Ik vroeg me af waarom. In die jurk, nee, uit die jurk, zo ging het toen en waarom droeg je dan nu die jurk, die rode, je wist niet dat ik zou komen, voor wie dan?
40 Op dat moment was ik gesprongen als iemand het raam voor me geopend had. Je draaide je om en wilde alweer weglopen. Je afwijzing kwam aan als een mokerslag 3. Ik dacht dat dit de laatste keer zou zijn, de laatste kans. Dus daar deed ik al die idiote dingen die mannen ook in films doen, ik riep je, ik rende achter je aan, ik smeekte, ik vroeg of je me please please nog een kans wilde geven. En ik ging maar door, ik kon niet stoppen zolang jij me niet definitief, in woorden zou zeggen dat het over was, zeg het dan, Janna, zeg dan dat het
45 over is. En wat deed jij? Je zei dat je me zou bellen, echt, dat zei je voordat je wegliep.
Dat is nu drie dagen geleden. Je hebt me niet gebeld. Ik heb met Hashan kip gegeten bij de Kentucky 4. Bel me please, anders moet ik dat nog een keer doen.
bron: Van Dijk, Michelle: Darko’s lessen. Rotterdam: Douane 2017, p. 97 – 99
1 uit je nek kletsen: onzin vertellen
2 van slag zijn: in de war zijn
3 de mokerslag: der Hammerschlag
4 Kentucky Fried Chicken: fast-food restaurant
Klausurteil A: Leseverstehen und Schreiben integriert
Schrijf voor de rubriek Hopeloos verliefd van het jongerenplatform Jongin een artikel over het tekstfragment uit "Darko's lessen" van Michelle van Dijk.
•
Karakteriseer wat Darko voelt en hoe Janna zich tegenover Darko opstelt. Betrek hierbij ook de literaire middelen. [18 Punkte]
Aufgabe HT 1 - Klausurteil A (Teilaufgabe 3) · Beurteilen und Stellung nehmen im vorgegebenen Textformat (Beoordeel / Bediscussieer)
Situatie
Jongin is een interactief online platform waar jongeren van 10 tot 23 jaar met elkaar kunnen praten over uiteenlopende thema’s. In de rubriek Hopeloos verliefd staan uiteenlopende bijdragen, zoals blogs, korte artikelen, filmpjes en verhalen. Je wilt zelf een bijdrage plaatsen over een fragment uit de roman “Darko’s lessen” van Michelle van Dijk.
Informatie over de schrijfster en de roman
Michelle van Dijk (*1981) is een Nederlandse schrijfster. Ze werkt ook in het voortgezet onderwijs. In 2017 verscheen haar debuutroman “Darko’s lessen”.
De hoofdfiguren in de roman zijn Darko (20), een vluchteling uit Servië, en Janna (34), zijn lerares Nederlands met wie hij nog als leerling op school een relatie begint. Omdat hij een baan vindt waarmee hij snel geld kan verdienen, verlaat hij de school. Na een twee maanden durende intense relatie negeert Janna plotseling alle pogingen van Darko om met haar contact op te nemen.
Michelle van Dijk: Darko’s lessen
1 Janna, iedereen weet wat ik zou moeten doen nu jij nog steeds niets van je laat horen en ik nog steeds wanhopig op je wacht, maar ze kletsen uit hun nek 1, weet je, niemand weet een gebroken hart te lijmen. Dus ik besloot je op te zoeken. Waarschijnlijk wilde je dat niet en misschien had je daar goede redenen voor, maar dan had je me die verdomme toch wel mogen
5 vertellen. Eerst liep ik door je buurt, twee, drie keer, langs je huis. Geen teken van leven, geen licht, geen raam open, geen krant die nog uit de brievenbus stak. Ik ging naar de kroegen waar wij elkaar ooit ontmoetten, ook de foute, maar daar was jij niet, daar kende ik niemand, daar zag ik niets anders dan de immer aanwezige treurigheid van singles op jacht. Dus ik ging naar je werk.
10 […]
Ik zocht je op omdat het moest. Natuurlijk deed ik alsof ik een goede reden had. Ik stuurde een berichtje naar Hashan, een oud-klasgenoot die nog wel bij jou op school zit: ‘Ben je vandaag op school? Ik kom even langs. Ik ben in de buurt. Wat eten, roken?’
‘Om drie uur klaar,’ liet hij weten, dus ik was om half drie op de school.
15 Lichte paniek overviel me bij de ingang. Ik was helemaal vergeten dat er toegangspoortjes waren en dat ik geen leerlingkaart meer had. Maar ik ben nog steeds een leerling, dus ik weet hoe het werkt: lief lachen en ‘kaart vergeten’ mompelen. En daar was ik ineens op onze verdieping.
20 Sinds wij elkaar kenden, ik bedoel Janna, sinds ik elk stukje van jouw lichaam ken, sinds ik je liefheb, sinds ik zo fucking verliefd ben, heb ik me vaak afgevraagd of ik jou ook al leuk vond voordat ik je in de kroeg zag. Of jij mij. Ik heb veel magie toegekend aan lesmomenten die misschien toch echt gewoon werk voor jou, gewoon school voor mij waren. In dit lokaal, dacht ik, in dit lokaal zag ik je voor het eerst, of hier op de gang las je de berichtjes van mij die je een maand geleden nog wel beantwoordde: Ik wil je. Nu.
25 Ik gluurde naar binnen, maar in ons lokaal waren geen leerlingen. Aan het eind van de gang had Hashan les, dacht ik, nog twintig minuten, dus ik liep wat rond, dook de wc in toen er een leraar aan leek te komen. Iedereen weet van jou en mij, al kent misschien niet iedereen mijn gezicht. Toen pakte ik de lift naar de zesde verdieping, waar de vergaderruimtes zijn en de kantine. Ik kocht een bekertje drinkyoghurt en dronk het leeg terwijl ik naar de stad
30 staarde. Je kan het vanaf deze hoogte altijd zien als er onweer aankomt. Het lijkt of de flats dan bukken voor de wolken.
Ik draaide me om toen je m’n naam zei en: ‘Wat doe je hier?’
35 Ik had niet bedacht wat ik zou zeggen. Ik dacht dat ik het wel wist. Je keek zo boos, Janna. Toen ik zei dat ik met Hashan wat ging eten, keek je afkeurend. Fout antwoord. Vrouwen eten niet om drie uur ’s middags, mannen eten altijd, maar wat doet het ertoe, deze dingen, mannen en vrouwen, eten, bijzaken. Maar je had je rode jurk aan, Janna. Ik was van slag 2. Ik vroeg me af waarom. In die jurk, nee, uit die jurk, zo ging het toen en waarom droeg je dan nu die jurk, die rode, je wist niet dat ik zou komen, voor wie dan?
40 Op dat moment was ik gesprongen als iemand het raam voor me geopend had. Je draaide je om en wilde alweer weglopen. Je afwijzing kwam aan als een mokerslag 3. Ik dacht dat dit de laatste keer zou zijn, de laatste kans. Dus daar deed ik al die idiote dingen die mannen ook in films doen, ik riep je, ik rende achter je aan, ik smeekte, ik vroeg of je me please please nog een kans wilde geven. En ik ging maar door, ik kon niet stoppen zolang jij me niet definitief, in woorden zou zeggen dat het over was, zeg het dan, Janna, zeg dan dat het
45 over is. En wat deed jij? Je zei dat je me zou bellen, echt, dat zei je voordat je wegliep.
Dat is nu drie dagen geleden. Je hebt me niet gebeld. Ik heb met Hashan kip gegeten bij de Kentucky 4. Bel me please, anders moet ik dat nog een keer doen.
bron: Van Dijk, Michelle: Darko’s lessen. Rotterdam: Douane 2017, p. 97 – 99
1 uit je nek kletsen: onzin vertellen
2 van slag zijn: in de war zijn
3 de mokerslag: der Hammerschlag
4 Kentucky Fried Chicken: fast-food restaurant
Klausurteil A: Leseverstehen und Schreiben integriert
Schrijf voor de rubriek Hopeloos verliefd van het jongerenplatform Jongin een artikel over het fragment uit "Darko's lessen" van Michelle van Dijk.
•
Bediscussieer, uitgaand van je analyse en je kennis van liefde en partnerschap, of het fragment geschikt is om jonge lezers inzicht te bieden in het thema Hopeloos verliefd. Betrek hierbij ook de titel van de roman. [14 Punkte]
Aufgabe HT 1 - Klausurteil B · Sprachmittlung Deutsch → Niederländisch
Situatie
Jongin is een interactief online platform waar jongeren van 10 tot 23 jaar met elkaar kunnen praten over uiteenlopende thema’s. In de rubriek Hopeloos verliefd staan uiteenlopende bijdragen, zoals blogs, korte artikelen, filmpjes en verhalen. Je wilt zelf een bijdrage plaatsen over een fragment uit de roman “Darko’s lessen” van Michelle van Dijk.
Informatie over de schrijfster en de roman
Michelle van Dijk (*1981) is een Nederlandse schrijfster. Ze werkt ook in het voortgezet onderwijs. In 2017 verscheen haar debuutroman “Darko’s lessen”.
De hoofdfiguren in de roman zijn Darko (20), een vluchteling uit Servië, en Janna (34), zijn lerares Nederlands met wie hij nog als leerling op school een relatie begint. Omdat hij een baan vindt waarmee hij snel geld kan verdienen, verlaat hij de school. Na een twee maanden durende intense relatie negeert Janna plotseling alle pogingen van Darko om met haar contact op te nemen.
Michelle van Dijk: Darko’s lessen
1 Janna, iedereen weet wat ik zou moeten doen nu jij nog steeds niets van je laat horen en ik nog steeds wanhopig op je wacht, maar ze kletsen uit hun nek 1, weet je, niemand weet een gebroken hart te lijmen. Dus ik besloot je op te zoeken. Waarschijnlijk wilde je dat niet en misschien had je daar goede redenen voor, maar dan had je me die verdomme toch wel mogen
5 vertellen. Eerst liep ik door je buurt, twee, drie keer, langs je huis. Geen teken van leven, geen licht, geen raam open, geen krant die nog uit de brievenbus stak. Ik ging naar de kroegen waar wij elkaar ooit ontmoetten, ook de foute, maar daar was jij niet, daar kende ik niemand, daar zag ik niets anders dan de immer aanwezige treurigheid van singles op jacht. Dus ik ging naar je werk.
10 […]
Ik zocht je op omdat het moest. Natuurlijk deed ik alsof ik een goede reden had. Ik stuurde een berichtje naar Hashan, een oud-klasgenoot die nog wel bij jou op school zit: ‘Ben je vandaag op school? Ik kom even langs. Ik ben in de buurt. Wat eten, roken?’
‘Om drie uur klaar,’ liet hij weten, dus ik was om half drie op de school.
15 Lichte paniek overviel me bij de ingang. Ik was helemaal vergeten dat er toegangspoortjes waren en dat ik geen leerlingkaart meer had. Maar ik ben nog steeds een leerling, dus ik weet hoe het werkt: lief lachen en ‘kaart vergeten’ mompelen. En daar was ik ineens op onze verdieping.
20 Sinds wij elkaar kenden, ik bedoel Janna, sinds ik elk stukje van jouw lichaam ken, sinds ik je liefheb, sinds ik zo fucking verliefd ben, heb ik me vaak afgevraagd of ik jou ook al leuk vond voordat ik je in de kroeg zag. Of jij mij. Ik heb veel magie toegekend aan lesmomenten die misschien toch echt gewoon werk voor jou, gewoon school voor mij waren. In dit lokaal, dacht ik, in dit lokaal zag ik je voor het eerst, of hier op de gang las je de berichtjes van mij die je een maand geleden nog wel beantwoordde: Ik wil je. Nu.
25 Ik gluurde naar binnen, maar in ons lokaal waren geen leerlingen. Aan het eind van de gang had Hashan les, dacht ik, nog twintig minuten, dus ik liep wat rond, dook de wc in toen er een leraar aan leek te komen. Iedereen weet van jou en mij, al kent misschien niet iedereen mijn gezicht. Toen pakte ik de lift naar de zesde verdieping, waar de vergaderruimtes zijn en de kantine. Ik kocht een bekertje drinkyoghurt en dronk het leeg terwijl ik naar de stad
30 staarde. Je kan het vanaf deze hoogte altijd zien als er onweer aankomt. Het lijkt of de flats dan bukken voor de wolken.
Ik draaide me om toen je m’n naam zei en: ‘Wat doe je hier?’
35 Ik had niet bedacht wat ik zou zeggen. Ik dacht dat ik het wel wist. Je keek zo boos, Janna. Toen ik zei dat ik met Hashan wat ging eten, keek je afkeurend. Fout antwoord. Vrouwen eten niet om drie uur ’s middags, mannen eten altijd, maar wat doet het ertoe, deze dingen, mannen en vrouwen, eten, bijzaken. Maar je had je rode jurk aan, Janna. Ik was van slag 2. Ik vroeg me af waarom. In die jurk, nee, uit die jurk, zo ging het toen en waarom droeg je dan nu die jurk, die rode, je wist niet dat ik zou komen, voor wie dan?
40 Op dat moment was ik gesprongen als iemand het raam voor me geopend had. Je draaide je om en wilde alweer weglopen. Je afwijzing kwam aan als een mokerslag 3. Ik dacht dat dit de laatste keer zou zijn, de laatste kans. Dus daar deed ik al die idiote dingen die mannen ook in films doen, ik riep je, ik rende achter je aan, ik smeekte, ik vroeg of je me please please nog een kans wilde geven. En ik ging maar door, ik kon niet stoppen zolang jij me niet definitief, in woorden zou zeggen dat het over was, zeg het dan, Janna, zeg dan dat het
45 over is. En wat deed jij? Je zei dat je me zou bellen, echt, dat zei je voordat je wegliep.
Dat is nu drie dagen geleden. Je hebt me niet gebeld. Ik heb met Hashan kip gegeten bij de Kentucky 4. Bel me please, anders moet ik dat nog een keer doen.
bron: Van Dijk, Michelle: Darko’s lessen. Rotterdam: Douane 2017, p. 97 – 99
1 uit je nek kletsen: onzin vertellen
2 van slag zijn: in de war zijn
3 de mokerslag: der Hammerschlag
4 Kentucky Fried Chicken: fast-food restaurant
Klausurteil B: Sprachmittlung isoliert
Opdracht: Je artikel valt bij de jonge lezers van Jongin goed in de smaak, en daarom besluit je voor dezelfde rubriek nog een bijdrage te maken, nu over een artikel uit de Süddeutsche Zeitung over interculturele liefdesrelaties. Schrijf een verslag waarin je de relatie van Judith en Elia Gad en de moeilijkheden voor partners met verschillende culturele achtergronden, zoals die in de tekst worden beschreven, presenteert. (18 Punkte)
Anna Elisa Jakob: Interkulturelle Beziehung: Liebe ohne Grenzen
Angenommen, man lädt jemanden zum Tee, der Tisch ist voll, doch dann möchte niemand etwas trinken. Eine eindeutige Situation fühlt sich plötzlich falsch an. Wer hat hier etwas missverstanden – die Gäste oder der Gastgeber? Judith und Elia Gad sind seit sechs Jahren verheiratet, sie ist aus Deutschland, er aus Ägypten. Kennengelernt haben sie sich in einer Ferienfreizeit, als Judith 17 war und Elia gerade zum Germanistikstudium nach Deutschland gezogen war. Die Sache mit dem Tee liegt nun schon einige Jahre zurück, damals waren die beiden gerade nach Ägypten gezogen und Judith wollte Kollegen ihres Mannes kennenlernen.
Als diese den Tee ablehnten, trug sie die Kanne zurück in die Küche, fühlte sich fremd und missverstanden. Damals war ihr noch nicht klar, dass es in Ägypten für den Gast als höflich gilt, mehrmals abzulehnen, und für den Gastgeber, mehrmals anzubieten. Als Judith arabisch lernte, wusste sie zwar, dass man sich dort einen blumigen Tag wünscht, anstatt einfach einen guten Morgen. Doch welche Unterschiede die Tonalität machte, die fremden Metaphern, die kleinen Gesten – all das lernte sie erst durch die vielen Missverständnisse im Alltag. Als man ihr in Ägypten sagte, sie hätte ein Gesicht wie der Vollmond, war sie über den Vergleich mit einem „Mondgesicht“ wenig erfreut. Bis ihr Elia erklärte, dass der Mond in einem Wüstenland nun mal sehr geschätzt werde – „Sonne und Hitze haben wir ja genug“.
Sieben Jahre lang lebten die beiden in Ägypten, heute wohnt das Paar in Karlsfeld. Als sie in den Räumlichkeiten des Dachauer Forums 1 zu erzählen beginnen, sind zwar nicht viele Leute da, aber sie teilen ähnliche Geschichten. Zwei von ihnen leben selbst in „binationalen Beziehungen“, machen sich an diesem Abend viele Notizen. Denn Judith und Elia sprechen nicht allein über ihre persönliche Beziehung, sondern versuchen über Hindernisse und Chancen von Partnerschaften zu reden, in denen mehrere Kulturen aufeinandertreffen.
Die beiden haben an einem Buch über interkulturelle Paare mitgewirkt, immer wieder erzählen sie ihre Geschichte auf Seminaren. […]
Elia arbeitet für eine Reiseagentur, übersetzt fremdsprachige Bücher, kennt die Theorien über verschiedene Kulturen und Bräuche – und schüttelt trotzdem ungläubig den Kopf, wenn Judith neben ihm über gewisse Situationen spricht. Denn was Judith als Gastgeberin mit der Teekanne erlebte, erfuhr er andersherum, als er das erste Mal zu Gast bei einer deutschen Familie war – und abends hungrig ins Bett ging, weil er das Abendessen aus Höflichkeit abgelehnt hatte.
Das Wort „Kulturschock“ nimmt er bei all diesen Erinnerungen oft in den Mund. Zum Beispiel, als Judith vor ein paar Jahren operiert wurde und er die ganze Zeit bei ihr im Krankenhaus bleiben wollte, wie er es traditionell aus Ägypten kannte. In Deutschland verwies man hingegen auf die offiziellen Besuchszeiten.
Judith ist Sozialpädagogin, hat einige Jahre in einem Kindergarten gearbeitet. Viele Theorien, die das Paar an diesem Abend vorstellt, beruhen auf den Unterschieden in der Erziehung, die verschiedene Kulturen prägen – und letztendlich auch die Beziehung zwischen zwei Menschen. Eine Kultur mit hohem Individualismus, wie sie vor allem in Europa, den USA und Australien gilt, erzieht den Menschen zu größtmöglicher Autonomie. Das Kind soll auch mal alleine sein können, Privatsphäre haben, es werden eigene Entscheidungen gefordert, gelobt und gestraft. In Kulturen mit hohem Kollektivismus, wie es sie in den meisten Gesellschaften der Welt gibt, funktioniert Erziehung vielmehr durch Scham. Ein Kind ist selten allein, Familie und Nachbarn erziehen es im Kollektiv, und so werden auch Entscheidungen getroffen. Probleme löst häufig ein Vermittler, der die Entschuldigung übergibt. In der Beziehung zu Judith musste Elia einen Ersatz für diese vermittelnde Person suchen – und entschied sich für Blumen und Schokolade.
Quelle: Jakob, Anna Elisa: Interkulturelle Beziehung: Liebe ohne Grenzen. Süddeutsche Zeitung, 23. Februar 2020.
¹ Dachauer Forum: Bildungseinrichtung für Erwachsene im Landkreis Dachau
Aufgabe HT 2 - Klausurteil A (Teilaufgabe 1) · Textverständnis: Inhalte wiedergeben (Vat samen / Stel voor)
Situatie
Je vriend Daan uit Nederland vertegenwoordigt de jongeren van de stad Hoorn in de provincie Noord-Holland. Hij werkt aan het thema “Verwerking van het vroegere kolonialisme in Nederland”.
Samen met het jeugdparlement wil hij zorgen voor meer aandacht voor het slavernijverleden van de oude havenstad Hoorn. Daarvoor wil hij in het centrum informatieborden met karikaturen ophangen om de aandacht te trekken. Als vriend uit het buitenland word je daarom gevraagd je mening te geven over de recente discussie (M 1) en over een bepaalde karikatuur (M 2).
Klausurteil A
Informatie over de auteur en de tekst
De redactie van RTL Nieuws – een Nederlands nieuwsprogramma – publiceerde deze tekst op haar website in verband met een publiek debat over Jan Pieterszoon Coen in Nederland. Ook elders in Europa en de Verenigde Staten werd de afgelopen tijd over de toekomst van koloniale standbeelden gediscussieerd.
M 1: Moet standbeeld JP Coen weg? Dit is waarom (en waarom niet)
Weinig historische figuren liggen momenteel zo onder vuur als Jan Pieterszoon Coen. Wat maakt zijn standbeeld in Hoorn omstreden en waarom willen sommigen dat het juist wél blijft staan?
Vrijdag wordt gedemonstreerd in Hoorn door tegen- én voorstanders van het standbeeld. Niet op het plein zelf waar het beeld staat, dat is al te vol met terrassen, maar elders in de binnenstad. Hoorn verwacht zo’n 600 demonstranten.
Coen was een van de eerste gouverneurs van wat later Indonesië is gaan heten, zegt Gert Oostindie, hoogleraar koloniale en postkoloniale geschiedenis aan de Universiteit Leiden. “Hij is in feite de grondlegger van de Nederlandse kolonie en lang – letterlijk – op een voetstuk gezet.”
Dat zijn naam en daarmee zijn beeltenis de afgelopen jaren in opspraak is geraakt, komt volgens Oostindie omdat we nu anders tegen de koloniale geschiedenis aankijken dan 30 of 100 jaar geleden.
“Aan het einde van de 19e eeuw zijn in Nederland veel beelden neergezet, als onderdeel van de natievorming, om te laten zien dat men trots was op wat Nederland had bereikt, inclusief het kolonialisme. Tegenwoordig zijn we veel kritischer op het kolonialisme; degene die eerst alle lof kreeg, is nu de grote boosdoener.”
In het geval van Coen is dat zeker niet onterecht. “Hij staat bekend als ‘de slachter van Banda’”, zegt Oostindie. “Een van de Molukse eilanden 2 waar nootmuskaat verbouwd werd. Nederland wilde een monopolie op de handel daarin en dacht dat te krijgen, maar de lokale bevolking bleef ook met andere partijen handel drijven.”
Dat leidde tot een conflict waarbij een aantal VOC-militairen in een hinderlaag werd gelokt en de dood vonden. Coen leidde daarna de aanval van de VOC. “De precieze cijfers zijn niet bekend, maar duizenden, misschien wel vijftienduizend inwoners van Banda zijn door zijn troepen gedood of verbannen.”
Het is een van de gewelddadigste episodes uit de VOC-tijd, zegt de hoogleraar. “Zelfs het bestuur van de VOC riep hem toentertijd op het matje, dat hij te ver was gegaan. Maar de kritiek ging niet diep. Hij kreeg een mooie bonus en zij bleven hem steunen, omdat hij als een goede bestuurder gold.”
In zijn eigen tijd had Coen dus de reputatie van een krachtdadig bestuurder, die af en toe wat te ver ging. Premier Mark Rutte benoemde die twee kanten onlangs ook en sprak van de verschillende kanten van de VOC-man, ‘zoals aan de ene kant een visionair bestuurder’. Precies om die andere kant, de duizenden doden, vindt Marisella de Cuba het onverklaarbaar dat Coen nog steeds op zijn sokkel staat. “Midden op het plein, neerkijkend op iedereen. Dat kan gewoon echt niet meer: hij was een massamoordenaar en een genocidepleger. Dat we Hitler niet plaatsen, maar Coen wel oké vinden. Ik kan daar niet bij.”
De Cuba is actief in de stichting We Promise, die zich inzet tegen racisme, discriminatie en ongelijkheid in West-Friesland. Samen met Building the Baileo 3 en Dekolonisatie Netwerk 4 voert zij vrijdag actie in Hoorn om het beeld van Coen uit zicht te krijgen.
“Wat mij betreft wordt het in een museum gezet, in de juiste context. Feit is dat de geschiedenis nu wordt verzwegen. Het beeld staat op een plein en iedereen loopt er maar gewoon langs. Het is nu echt tijd dat die onzin voorbij is. Al jaren voeren we hier gesprekken over, probéren we hier gesprekken over te voeren.”
Het is schandalig dat mensen om gelijkwaardigheid moeten vragen, zegt De Cuba. “Maar als we de handen ineen slaan en samenwerken, dan denk ik dat we echt wel verandering brengen in dit land.”
Over het verplaatsen van het beeld valt wat Hendrik Op 5 betreft niet te praten. Hij is organisator van de tegendemonstratie: Coen is OK! “We zijn in Nederland open en tolerant”, zegt hij. “Maar we zijn er zelf ook nog met onze eigen tradities en cultuur.”
Dat anderen het standbeeld weg willen hebben, is voor hem een brug te ver. “Het beeld moet gewoon blijven staan waar het staat. In 2012 was dit al onderwerp van gesprek in de gemeenteraad. Toen is iedereen akkoord gegaan met een plaquette waarop ook de slechte kanten van Coen staan. Dat is genoeg wat mij betreft.”
[…]
1 de Roode Steen: De Roode Steen is de naam van een plein in het centrum van Hoorn. In het midden staat het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen.
2 (de) Molukse eilanden: een eilandengroep in Indonesië
3 Building the Baileo: vereniging voor het cultuurbehoud van de Molukse cultuur in Nederland
4 Dekolonisatie Netwerk: organisatie voor vereffening van gevolgen van kolonisatie in voormalig Nederlands-Indië
5 Hendrik Op is een pseudoniem; zijn echte naam is bekend bij de redactie.
bron: Moet standbeeld JP Coen weg? Dit is waarom (en waarom niet). RTL Nieuws, 18 juni 2020 ( RTL Nieuws: Nederlandse televisiezender)
M 2: Arend van Dam: Nieuw standbeeld J.P. Coen in Hoorn
Informatie over de karikaturist en de karikatuur
Arend van Dam (*1945) is een Nederlandse striptekenaar en karikaturist. In deze karikatuur geeft hij zijn mening over de recente kritiek op het koloniale verleden en laat Jan Pieterszoon Coen (geboren in Hoorn) aan de schandpaal zien. Een schandpaal werd in het verleden gebruikt om veroordeelde misdadigers te straffen.
bron: Van Dam, Arend: Nieuw standbeeld J.P. Coen in Hoorn. Joop, 22 juni 2020 ( Joop: opiniesite van de publieke omroep BNNVARA)
Klausurteil A: Leseverstehen und Schreiben integriert
•
Stel aan de hand van M 1 voor welke rol Jan Pieterszoon Coen speelde in het Nederlandse kolonialisme. [10 Punkte]
Aufgabe HT 2 - Klausurteil A (Teilaufgabe 2) · Analyse von Sachtexten, Karikaturen und Grafiken (standpunt en argumentatie)
Situatie
Je vriend Daan uit Nederland vertegenwoordigt de jongeren van de stad Hoorn in de provincie Noord-Holland. Hij werkt aan het thema “Verwerking van het vroegere kolonialisme in Nederland”.
Samen met het jeugdparlement wil hij zorgen voor meer aandacht voor het slavernijverleden van de oude havenstad Hoorn. Daarvoor wil hij in het centrum informatieborden met karikaturen ophangen om de aandacht te trekken. Als vriend uit het buitenland word je daarom gevraagd je mening te geven over de recente discussie (M 1) en over een bepaalde karikatuur (M 2).
Klausurteil A
Informatie over de auteur en de tekst
De redactie van RTL Nieuws – een Nederlands nieuwsprogramma – publiceerde deze tekst op haar website in verband met een publiek debat over Jan Pieterszoon Coen in Nederland. Ook elders in Europa en de Verenigde Staten werd de afgelopen tijd over de toekomst van koloniale standbeelden gediscussieerd.
M 1: Moet standbeeld JP Coen weg? Dit is waarom (en waarom niet)
Weinig historische figuren liggen momenteel zo onder vuur als Jan Pieterszoon Coen. Wat maakt zijn standbeeld in Hoorn omstreden en waarom willen sommigen dat het juist wél blijft staan?
Vrijdag wordt gedemonstreerd in Hoorn door tegen- én voorstanders van het standbeeld. Niet op het plein zelf waar het beeld staat, dat is al te vol met terrassen, maar elders in de binnenstad. Hoorn verwacht zo’n 600 demonstranten.
Coen was een van de eerste gouverneurs van wat later Indonesië is gaan heten, zegt Gert Oostindie, hoogleraar koloniale en postkoloniale geschiedenis aan de Universiteit Leiden. “Hij is in feite de grondlegger van de Nederlandse kolonie en lang – letterlijk – op een voetstuk gezet.”
Dat zijn naam en daarmee zijn beeltenis de afgelopen jaren in opspraak is geraakt, komt volgens Oostindie omdat we nu anders tegen de koloniale geschiedenis aankijken dan 30 of 100 jaar geleden.
“Aan het einde van de 19e eeuw zijn in Nederland veel beelden neergezet, als onderdeel van de natievorming, om te laten zien dat men trots was op wat Nederland had bereikt, inclusief het kolonialisme. Tegenwoordig zijn we veel kritischer op het kolonialisme; degene die eerst alle lof kreeg, is nu de grote boosdoener.”
In het geval van Coen is dat zeker niet onterecht. “Hij staat bekend als ‘de slachter van Banda’”, zegt Oostindie. “Een van de Molukse eilanden 2 waar nootmuskaat verbouwd werd. Nederland wilde een monopolie op de handel daarin en dacht dat te krijgen, maar de lokale bevolking bleef ook met andere partijen handel drijven.”
Dat leidde tot een conflict waarbij een aantal VOC-militairen in een hinderlaag werd gelokt en de dood vonden. Coen leidde daarna de aanval van de VOC. “De precieze cijfers zijn niet bekend, maar duizenden, misschien wel vijftienduizend inwoners van Banda zijn door zijn troepen gedood of verbannen.”
Het is een van de gewelddadigste episodes uit de VOC-tijd, zegt de hoogleraar. “Zelfs het bestuur van de VOC riep hem toentertijd op het matje, dat hij te ver was gegaan. Maar de kritiek ging niet diep. Hij kreeg een mooie bonus en zij bleven hem steunen, omdat hij als een goede bestuurder gold.”
In zijn eigen tijd had Coen dus de reputatie van een krachtdadig bestuurder, die af en toe wat te ver ging. Premier Mark Rutte benoemde die twee kanten onlangs ook en sprak van de verschillende kanten van de VOC-man, ‘zoals aan de ene kant een visionair bestuurder’. Precies om die andere kant, de duizenden doden, vindt Marisella de Cuba het onverklaarbaar dat Coen nog steeds op zijn sokkel staat. “Midden op het plein, neerkijkend op iedereen. Dat kan gewoon echt niet meer: hij was een massamoordenaar en een genocidepleger. Dat we Hitler niet plaatsen, maar Coen wel oké vinden. Ik kan daar niet bij.”
De Cuba is actief in de stichting We Promise, die zich inzet tegen racisme, discriminatie en ongelijkheid in West-Friesland. Samen met Building the Baileo 3 en Dekolonisatie Netwerk 4 voert zij vrijdag actie in Hoorn om het beeld van Coen uit zicht te krijgen.
“Wat mij betreft wordt het in een museum gezet, in de juiste context. Feit is dat de geschiedenis nu wordt verzwegen. Het beeld staat op een plein en iedereen loopt er maar gewoon langs. Het is nu echt tijd dat die onzin voorbij is. Al jaren voeren we hier gesprekken over, probéren we hier gesprekken over te voeren.”
Het is schandalig dat mensen om gelijkwaardigheid moeten vragen, zegt De Cuba. “Maar als we de handen ineen slaan en samenwerken, dan denk ik dat we echt wel verandering brengen in dit land.”
Over het verplaatsen van het beeld valt wat Hendrik Op 5 betreft niet te praten. Hij is organisator van de tegendemonstratie: Coen is OK! “We zijn in Nederland open en tolerant”, zegt hij. “Maar we zijn er zelf ook nog met onze eigen tradities en cultuur.”
Dat anderen het standbeeld weg willen hebben, is voor hem een brug te ver. “Het beeld moet gewoon blijven staan waar het staat. In 2012 was dit al onderwerp van gesprek in de gemeenteraad. Toen is iedereen akkoord gegaan met een plaquette waarop ook de slechte kanten van Coen staan. Dat is genoeg wat mij betreft.”
[…]
1 de Roode Steen: De Roode Steen is de naam van een plein in het centrum van Hoorn. In het midden staat het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen.
2 (de) Molukse eilanden: een eilandengroep in Indonesië
3 Building the Baileo: vereniging voor het cultuurbehoud van de Molukse cultuur in Nederland
4 Dekolonisatie Netwerk: organisatie voor vereffening van gevolgen van kolonisatie in voormalig Nederlands-Indië
5 Hendrik Op is een pseudoniem; zijn echte naam is bekend bij de redactie.
bron: Moet standbeeld JP Coen weg? Dit is waarom (en waarom niet). RTL Nieuws, 18 juni 2020 ( RTL Nieuws: Nederlandse televisiezender)
M 2: Arend van Dam: Nieuw standbeeld J.P. Coen in Hoorn
Informatie over de karikaturist en de karikatuur
Arend van Dam (*1945) is een Nederlandse striptekenaar en karikaturist. In deze karikatuur geeft hij zijn mening over de recente kritiek op het koloniale verleden en laat Jan Pieterszoon Coen (geboren in Hoorn) aan de schandpaal zien. Een schandpaal werd in het verleden gebruikt om veroordeelde misdadigers te straffen.
bron: Van Dam, Arend: Nieuw standbeeld J.P. Coen in Hoorn. Joop, 22 juni 2020 ( Joop: opiniesite van de publieke omroep BNNVARA)
Klausurteil A: Leseverstehen und Schreiben integriert
•
Verklaar de maatschappelijke discussie over het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen in Hoorn en de uiteenlopende standpunten die in M 1 en M 2 zichtbaar worden. Betrek hierbij ook de manier waarop de karikatuur is vormgegeven. [18 Punkte]
Aufgabe HT 2 - Klausurteil A (Teilaufgabe 3) · Beurteilen und Stellung nehmen im vorgegebenen Textformat (Beoordeel / Bediscussieer)
Situatie
Je vriend Daan uit Nederland vertegenwoordigt de jongeren van de stad Hoorn in de provincie Noord-Holland. Hij werkt aan het thema “Verwerking van het vroegere kolonialisme in Nederland”.
Samen met het jeugdparlement wil hij zorgen voor meer aandacht voor het slavernijverleden van de oude havenstad Hoorn. Daarvoor wil hij in het centrum informatieborden met karikaturen ophangen om de aandacht te trekken. Als vriend uit het buitenland word je daarom gevraagd je mening te geven over de recente discussie (M 1) en over een bepaalde karikatuur (M 2).
Klausurteil A
Informatie over de auteur en de tekst
De redactie van RTL Nieuws – een Nederlands nieuwsprogramma – publiceerde deze tekst op haar website in verband met een publiek debat over Jan Pieterszoon Coen in Nederland. Ook elders in Europa en de Verenigde Staten werd de afgelopen tijd over de toekomst van koloniale standbeelden gediscussieerd.
M 1: Moet standbeeld JP Coen weg? Dit is waarom (en waarom niet)
Weinig historische figuren liggen momenteel zo onder vuur als Jan Pieterszoon Coen. Wat maakt zijn standbeeld in Hoorn omstreden en waarom willen sommigen dat het juist wél blijft staan?
Vrijdag wordt gedemonstreerd in Hoorn door tegen- én voorstanders van het standbeeld. Niet op het plein zelf waar het beeld staat, dat is al te vol met terrassen, maar elders in de binnenstad. Hoorn verwacht zo’n 600 demonstranten.
Coen was een van de eerste gouverneurs van wat later Indonesië is gaan heten, zegt Gert Oostindie, hoogleraar koloniale en postkoloniale geschiedenis aan de Universiteit Leiden. “Hij is in feite de grondlegger van de Nederlandse kolonie en lang – letterlijk – op een voetstuk gezet.”
Dat zijn naam en daarmee zijn beeltenis de afgelopen jaren in opspraak is geraakt, komt volgens Oostindie omdat we nu anders tegen de koloniale geschiedenis aankijken dan 30 of 100 jaar geleden.
“Aan het einde van de 19e eeuw zijn in Nederland veel beelden neergezet, als onderdeel van de natievorming, om te laten zien dat men trots was op wat Nederland had bereikt, inclusief het kolonialisme. Tegenwoordig zijn we veel kritischer op het kolonialisme; degene die eerst alle lof kreeg, is nu de grote boosdoener.”
In het geval van Coen is dat zeker niet onterecht. “Hij staat bekend als ‘de slachter van Banda’”, zegt Oostindie. “Een van de Molukse eilanden 2 waar nootmuskaat verbouwd werd. Nederland wilde een monopolie op de handel daarin en dacht dat te krijgen, maar de lokale bevolking bleef ook met andere partijen handel drijven.”
Dat leidde tot een conflict waarbij een aantal VOC-militairen in een hinderlaag werd gelokt en de dood vonden. Coen leidde daarna de aanval van de VOC. “De precieze cijfers zijn niet bekend, maar duizenden, misschien wel vijftienduizend inwoners van Banda zijn door zijn troepen gedood of verbannen.”
Het is een van de gewelddadigste episodes uit de VOC-tijd, zegt de hoogleraar. “Zelfs het bestuur van de VOC riep hem toentertijd op het matje, dat hij te ver was gegaan. Maar de kritiek ging niet diep. Hij kreeg een mooie bonus en zij bleven hem steunen, omdat hij als een goede bestuurder gold.”
In zijn eigen tijd had Coen dus de reputatie van een krachtdadig bestuurder, die af en toe wat te ver ging. Premier Mark Rutte benoemde die twee kanten onlangs ook en sprak van de verschillende kanten van de VOC-man, ‘zoals aan de ene kant een visionair bestuurder’. Precies om die andere kant, de duizenden doden, vindt Marisella de Cuba het onverklaarbaar dat Coen nog steeds op zijn sokkel staat. “Midden op het plein, neerkijkend op iedereen. Dat kan gewoon echt niet meer: hij was een massamoordenaar en een genocidepleger. Dat we Hitler niet plaatsen, maar Coen wel oké vinden. Ik kan daar niet bij.”
De Cuba is actief in de stichting We Promise, die zich inzet tegen racisme, discriminatie en ongelijkheid in West-Friesland. Samen met Building the Baileo 3 en Dekolonisatie Netwerk 4 voert zij vrijdag actie in Hoorn om het beeld van Coen uit zicht te krijgen.
“Wat mij betreft wordt het in een museum gezet, in de juiste context. Feit is dat de geschiedenis nu wordt verzwegen. Het beeld staat op een plein en iedereen loopt er maar gewoon langs. Het is nu echt tijd dat die onzin voorbij is. Al jaren voeren we hier gesprekken over, probéren we hier gesprekken over te voeren.”
Het is schandalig dat mensen om gelijkwaardigheid moeten vragen, zegt De Cuba. “Maar als we de handen ineen slaan en samenwerken, dan denk ik dat we echt wel verandering brengen in dit land.”
Over het verplaatsen van het beeld valt wat Hendrik Op 5 betreft niet te praten. Hij is organisator van de tegendemonstratie: Coen is OK! “We zijn in Nederland open en tolerant”, zegt hij. “Maar we zijn er zelf ook nog met onze eigen tradities en cultuur.”
Dat anderen het standbeeld weg willen hebben, is voor hem een brug te ver. “Het beeld moet gewoon blijven staan waar het staat. In 2012 was dit al onderwerp van gesprek in de gemeenteraad. Toen is iedereen akkoord gegaan met een plaquette waarop ook de slechte kanten van Coen staan. Dat is genoeg wat mij betreft.”
[…]
1 de Roode Steen: De Roode Steen is de naam van een plein in het centrum van Hoorn. In het midden staat het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen.
2 (de) Molukse eilanden: een eilandengroep in Indonesië
3 Building the Baileo: vereniging voor het cultuurbehoud van de Molukse cultuur in Nederland
4 Dekolonisatie Netwerk: organisatie voor vereffening van gevolgen van kolonisatie in voormalig Nederlands-Indië
5 Hendrik Op is een pseudoniem; zijn echte naam is bekend bij de redactie.
bron: Moet standbeeld JP Coen weg? Dit is waarom (en waarom niet). RTL Nieuws, 18 juni 2020 ( RTL Nieuws: Nederlandse televisiezender)
M 2: Arend van Dam: Nieuw standbeeld J.P. Coen in Hoorn
Informatie over de karikaturist en de karikatuur
Arend van Dam (*1945) is een Nederlandse striptekenaar en karikaturist. In deze karikatuur geeft hij zijn mening over de recente kritiek op het koloniale verleden en laat Jan Pieterszoon Coen (geboren in Hoorn) aan de schandpaal zien. Een schandpaal werd in het verleden gebruikt om veroordeelde misdadigers te straffen.
bron: Van Dam, Arend: Nieuw standbeeld J.P. Coen in Hoorn. Joop, 22 juni 2020 ( Joop: opiniesite van de publieke omroep BNNVARA)
Klausurteil A: Leseverstehen und Schreiben integriert
•
Beoordeel, uitgaand van je analyse en je kennis van het postkolonialisme in Nederland, in hoeverre de karikatuur (M 2) bruikbaar is om de aandacht voor het thema te trekken op de geplande informatieborden. [14 Punkte]
Aufgabe HT 2 - Klausurteil B · Sprachmittlung Deutsch → Niederländisch
Situatie
Je vriend Daan uit Nederland vertegenwoordigt de jongeren van de stad Hoorn in de provincie Noord-Holland. Hij werkt aan het thema “Verwerking van het vroegere kolonialisme in Nederland”.
Samen met het jeugdparlement wil hij zorgen voor meer aandacht voor het slavernijverleden van de oude havenstad Hoorn. Daarvoor wil hij in het centrum informatieborden met karikaturen ophangen om de aandacht te trekken. Als vriend uit het buitenland word je daarom gevraagd je mening te geven over de recente discussie (M 1) en over een bepaalde karikatuur (M 2).
Klausurteil A
Informatie over de auteur en de tekst
De redactie van RTL Nieuws – een Nederlands nieuwsprogramma – publiceerde deze tekst op haar website in verband met een publiek debat over Jan Pieterszoon Coen in Nederland. Ook elders in Europa en de Verenigde Staten werd de afgelopen tijd over de toekomst van koloniale standbeelden gediscussieerd.
M 1: Moet standbeeld JP Coen weg? Dit is waarom (en waarom niet)
Weinig historische figuren liggen momenteel zo onder vuur als Jan Pieterszoon Coen. Wat maakt zijn standbeeld in Hoorn omstreden en waarom willen sommigen dat het juist wél blijft staan?
Vrijdag wordt gedemonstreerd in Hoorn door tegen- én voorstanders van het standbeeld. Niet op het plein zelf waar het beeld staat, dat is al te vol met terrassen, maar elders in de binnenstad. Hoorn verwacht zo’n 600 demonstranten.
Coen was een van de eerste gouverneurs van wat later Indonesië is gaan heten, zegt Gert Oostindie, hoogleraar koloniale en postkoloniale geschiedenis aan de Universiteit Leiden. “Hij is in feite de grondlegger van de Nederlandse kolonie en lang – letterlijk – op een voetstuk gezet.”
Dat zijn naam en daarmee zijn beeltenis de afgelopen jaren in opspraak is geraakt, komt volgens Oostindie omdat we nu anders tegen de koloniale geschiedenis aankijken dan 30 of 100 jaar geleden.
“Aan het einde van de 19e eeuw zijn in Nederland veel beelden neergezet, als onderdeel van de natievorming, om te laten zien dat men trots was op wat Nederland had bereikt, inclusief het kolonialisme. Tegenwoordig zijn we veel kritischer op het kolonialisme; degene die eerst alle lof kreeg, is nu de grote boosdoener.”
In het geval van Coen is dat zeker niet onterecht. “Hij staat bekend als ‘de slachter van Banda’”, zegt Oostindie. “Een van de Molukse eilanden 2 waar nootmuskaat verbouwd werd. Nederland wilde een monopolie op de handel daarin en dacht dat te krijgen, maar de lokale bevolking bleef ook met andere partijen handel drijven.”
Dat leidde tot een conflict waarbij een aantal VOC-militairen in een hinderlaag werd gelokt en de dood vonden. Coen leidde daarna de aanval van de VOC. “De precieze cijfers zijn niet bekend, maar duizenden, misschien wel vijftienduizend inwoners van Banda zijn door zijn troepen gedood of verbannen.”
Het is een van de gewelddadigste episodes uit de VOC-tijd, zegt de hoogleraar. “Zelfs het bestuur van de VOC riep hem toentertijd op het matje, dat hij te ver was gegaan. Maar de kritiek ging niet diep. Hij kreeg een mooie bonus en zij bleven hem steunen, omdat hij als een goede bestuurder gold.”
In zijn eigen tijd had Coen dus de reputatie van een krachtdadig bestuurder, die af en toe wat te ver ging. Premier Mark Rutte benoemde die twee kanten onlangs ook en sprak van de verschillende kanten van de VOC-man, ‘zoals aan de ene kant een visionair bestuurder’. Precies om die andere kant, de duizenden doden, vindt Marisella de Cuba het onverklaarbaar dat Coen nog steeds op zijn sokkel staat. “Midden op het plein, neerkijkend op iedereen. Dat kan gewoon echt niet meer: hij was een massamoordenaar en een genocidepleger. Dat we Hitler niet plaatsen, maar Coen wel oké vinden. Ik kan daar niet bij.”
De Cuba is actief in de stichting We Promise, die zich inzet tegen racisme, discriminatie en ongelijkheid in West-Friesland. Samen met Building the Baileo 3 en Dekolonisatie Netwerk 4 voert zij vrijdag actie in Hoorn om het beeld van Coen uit zicht te krijgen.
“Wat mij betreft wordt het in een museum gezet, in de juiste context. Feit is dat de geschiedenis nu wordt verzwegen. Het beeld staat op een plein en iedereen loopt er maar gewoon langs. Het is nu echt tijd dat die onzin voorbij is. Al jaren voeren we hier gesprekken over, probéren we hier gesprekken over te voeren.”
Het is schandalig dat mensen om gelijkwaardigheid moeten vragen, zegt De Cuba. “Maar als we de handen ineen slaan en samenwerken, dan denk ik dat we echt wel verandering brengen in dit land.”
Over het verplaatsen van het beeld valt wat Hendrik Op 5 betreft niet te praten. Hij is organisator van de tegendemonstratie: Coen is OK! “We zijn in Nederland open en tolerant”, zegt hij. “Maar we zijn er zelf ook nog met onze eigen tradities en cultuur.”
Dat anderen het standbeeld weg willen hebben, is voor hem een brug te ver. “Het beeld moet gewoon blijven staan waar het staat. In 2012 was dit al onderwerp van gesprek in de gemeenteraad. Toen is iedereen akkoord gegaan met een plaquette waarop ook de slechte kanten van Coen staan. Dat is genoeg wat mij betreft.”
[…]
1 de Roode Steen: De Roode Steen is de naam van een plein in het centrum van Hoorn. In het midden staat het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen.
2 (de) Molukse eilanden: een eilandengroep in Indonesië
3 Building the Baileo: vereniging voor het cultuurbehoud van de Molukse cultuur in Nederland
4 Dekolonisatie Netwerk: organisatie voor vereffening van gevolgen van kolonisatie in voormalig Nederlands-Indië
5 Hendrik Op is een pseudoniem; zijn echte naam is bekend bij de redactie.
bron: Moet standbeeld JP Coen weg? Dit is waarom (en waarom niet). RTL Nieuws, 18 juni 2020 ( RTL Nieuws: Nederlandse televisiezender)
M 2: Arend van Dam: Nieuw standbeeld J.P. Coen in Hoorn
Informatie over de karikaturist en de karikatuur
Arend van Dam (*1945) is een Nederlandse striptekenaar en karikaturist. In deze karikatuur geeft hij zijn mening over de recente kritiek op het koloniale verleden en laat Jan Pieterszoon Coen (geboren in Hoorn) aan de schandpaal zien. Een schandpaal werd in het verleden gebruikt om veroordeelde misdadigers te straffen.
bron: Van Dam, Arend: Nieuw standbeeld J.P. Coen in Hoorn. Joop, 22 juni 2020 ( Joop: opiniesite van de publieke omroep BNNVARA)
Klausurteil B: Sprachmittlung isoliert
Opdracht:
Daan is blij dat je hem hebt geholpen. Nu wil hij meer weten over het kolonialisme en over de Duitse samenleving. Je komt een artikel tegen over de rol van de kerk in het koloniale proces in Duitsland. Schrijf een brief aan Daan waarin je uitlegt welke rol kerkelijke vertegenwoordigers volgens de auteur van het artikel in Duitsland in dit proces hebben gespeeld.
Aufgabe HT 3 - Klausurteil A (Teilaufgabe 1) · Textverständnis: Inhalte wiedergeben (Vat samen / Stel voor)
Situatie
Het Vlaams-Nederlandse Huis van de Buren is voor de Week van het Nederlands op zoek naar geschikte sprekers die publiekelijk willen vertellen over de plaats van het Nederlands in België. Jongeren die Nederlands leren, bepalen wie er een uitnodiging krijgt. Jij maakt deel uit van deze groep en beoordeelt aan de hand van een artikel uit 2020 of onderzoekster Laurence Mettewie geschikt is om een lezing te geven.
Informatie over de schrijfster en het artikel
Laurence Mettewie is professor voor Nederlandse taal en meertaligheid aan de Universiteit van Namen in Wallonië. Ze is expert over talenonderwijs en taalbeleid op school. Dit artikel verscheen in “Neerlandia”, het tijdschrift van het “Algemeen Nederlands Verbond” (ANV), een vereniging die de samenwerking tussen Nederland en Vlaanderen op elk gebied wil bevorderen.
Laurence Mettewie: Wordt Nederlands een verplicht vak in Wallonië?
1
In de algemene beleidsverklaring van september 2019 2 verraste de kersverse 3 regering van de
Franstalige gemeenschap (PS, Ecolo, MR 4) met een ambitieuze alinea over de uitbouw en
ondersteuning van moderne talen in het onderwijs. Op het einde van het lijstje goede
voornemens toverde de regering nog een konijn uit de hoed: binnen het eerste jaar van de
5 regeerperiode wordt een breed publiek debat georganiseerd (met de ‘betrokkenen’), om na
te gaan of het wenselijk is om een van de twee andere nationale talen (Nederlands of Duits)
te verplichten als eerste moderne taal. Die zal namelijk vanaf 2022 – overal in Franstalig
België – verplicht worden vanaf het derde jaar van het basisonderwijs, waardoor er op dat
ene niveau ruimte is voor nieuw taalbeleid. Dit is een zeer voorzichtige, maar niet minder
10 symbolische zet, want in Franstalig België is de positie van het Nederlands niet al te rooskleurig.
In Wallonië is het leren van een moderne taal momenteel verplicht vanaf het vijfde jaar van
het basisonderwijs. Vroeger beginnen mag als de school daar de nodige middelen en een
draagvlak 5 voor heeft. In de Franstalige scholen in Brussel en de faciliteitengemeenten 6 moet
het vanaf het derde en mag het vanaf het eerste jaar van het basisonderwijs. Daar is ook
15 wettelijk bepaald dat die taal het Nederlands is, terwijl leerlingen in Waalse scholen de keuze
hebben tussen Nederlands, Duits en Engels, zowel in het middelbaar als in het basisonderwijs.
De cijfers bij de eerstejaars van het middelbaar onderwijs liegen er niet om: Engels is veruit
het populairst (59% in 2015 – 2016), gevolgd door Nederlands (37%) en Duits (2%).
[...]
20 Opvallend is trouwens dat in het voorstel naast het Nederlands ook het Duits besproken zou
worden, vermoedelijk om dit heikele communautaire thema 7 bespreekbaar te maken. De
hamvraag 8 blijft echter door wie dit voorstel gedragen wordt en waarom. De
verkiezingsprogramma’s van de Franstalige partijen brengen duidelijkheid.
De christendemocratische partij (cdH) van de vorige minister van Onderwijs houdt de boot
25 af 9 en uit eerdere reacties blijkt dat cdH liever de keuze aan de ouders overlaat. Ook in de
eerste formatienota (note coquelicot) waarbij cdH betrokken was, stond niets over de
taalkeuze. De socialistische partij (PS) van de huidige minister lijkt talen vooral als een troef te
zien voor de toeristische sector. Défi, een partij die sterk de belangen van Franstaligen
behartigt, wil meertaligheid bevorderen via het immersieonderwijs 10, maar richt verder zijn
30 pijlen op het verdedigen van de rechten van regionale talen en talen van minderheden, waarbij
het vooral om het Frans in Vlaanderen draait. De liberalen (MR) vermelden wel expliciet het
stimuleren van de kennis van de andere nationale taal, het Nederlands, maar ook het Duits.
Hierbij gaat het erom de arbeidskansen te verhogen, de samenwerking tussen de regio’s uit te
bouwen en de economische groei te stimuleren. Ook zij zijn voorstanders van
35 immersieonderwijs. Ecolo, de groenen, onderstreept het belang van talen en van
immersiescholen. De parlementaire vraag over het opstarten van het taalkuezedebat komt
dan ook van een Ecolo-parlementslid, die zijn eis op het Nederlands toespitst. Daarbij
benadrukt hij hoe essentieel dit debat is binnen de hervormingen inzake onderwijskwaliteit
en hoe de eenheid en toekomst van het land op het spel staan. Als enige tweetalige partij in
40 België benadrukt de extreemlinkse PTB-PvdA het belang van de wederzijdse talenkennis
binnen de Belgische context. Ze stelt daarom expliciet voor om de kennis van het Nederlands
in Wallonië te bevorderen en om – met het oog op tweetaligheid voor iedereen in Brussel –
immersieonderricht te veralgemenen. Onderwijs en talenkennis zien ze als een maatschappelijke
en economische springplank, die ook de zwaksten moet vooruithelpen.
45 Kortom, het project om het Nederlands (en het Duits) een bevoorrechte plaats de geven in het
talenonderwijs, lijkt een brug te slaan tussen aan de ene kant de liberale en aan de andere
kant de groene en extreemlinkse partijen. Vanuit verschillende perspectieven stromen hun
beweegredenen samen: betere toekomstperspectieven voor individuen, voor bedrijven aan
weerskanten van de taalgrens, maar ook voor België. Deze bezorgdheid is niet nieuw en
50 past in een historisch perspectief.
Wel blijven er nog veel vragen over. Komt het debat er echt of wordt het langer uitgesteld?
Zien de ‘betrokkenen’ de relevantie van het opleggen van de nationale talen of kiezen ze
gemakshalve voor English-only? Zou verplicht Nederlands of Duits alleen in het derde en
vierde leerjaar gelden of tot alle onderwijsniveaus uitgebreid worden? Komen er middelen
55 voor het ondersteunen en dynamiseren van het taalvak Nederlands? Hoe vinden we voldoende
(gepassioneerde) leraren Nederlands, terwijl er nu al een tekort is van zo’n 35%?
Dat het Nederlands als mogelijk verplicht taalvak op de agenda staat, is in ieder geval een
grote symbolische stap voorwaarts.
bron: Mettewie, Laurence: Wordt Nederlands een verplicht vak in Wallonië? Tijdschrift Neerlandia 1 (2020), jaargang 124
1 Mais oui, avec plaisir (Frans): Jazeker, graag! De cartoon is deel van het artikel.
2 Na de verkiezingen van 26 mei 2019 hebben de gemeenschapsregeringen in de beleidsverklaringen hun politieke beslissingen voor de regeerperiode 2019 t/m 2024 vastgelegd.
3 kersvers: zeer vers, nieuw
4 PS, Ecolo en MR zijn Franstalige politieke partijen in Wallonië (zie later in de tekst).
5 het draagvlak: hier: interesse bij leerlingen, ouders en leerkrachten
6 In een faciliteitengemeente worden diensten ook in een andere landstaal aangeboden, alhoewel ze in een eentalig gebied ligt.
7 dit heikele communautaire thema: het thema waarover de gemeenschappen het niet eens zijn
8 de hamvraag: de belangrijkste vraag
9 de boot afhouden (gezegde): afwachten, niets doen
10 het immersieonderwijs / immersieonderricht: onderwijs waarin er lessen in een andere taal gegeven worden
Opdracht: Maak voor de juryleden een verslag naar aanleiding van het artikel “Wordt Nederlands een verplicht vak in Wallonië?” van Laurence Mettewie.
•
Stel voor wat de regering van de Franstalige gemeenschap van plan is. (8 Punkte)
Aufgabe HT 3 - Klausurteil A (Teilaufgabe 2) · Analyse von Sachtexten, Karikaturen und Grafiken (standpunt en argumentatie)
Situatie
Het Vlaams-Nederlandse Huis van de Buren is voor de Week van het Nederlands op zoek naar geschikte sprekers die publiekelijk willen vertellen over de plaats van het Nederlands in België. Jongeren die Nederlands leren, bepalen wie er een uitnodiging krijgt. Jij maakt deel uit van deze groep en beoordeelt aan de hand van een artikel uit 2020 of onderzoekster Laurence Mettewie geschikt is om een lezing te geven.
Informatie over de schrijfster en het artikel
Laurence Mettewie is professor voor Nederlandse taal en meertaligheid aan de Universiteit van Namen in Wallonië. Ze is expert over talenonderwijs en taalbeleid op school. Dit artikel verscheen in “Neerlandia”, het tijdschrift van het “Algemeen Nederlands Verbond” (ANV), een vereniging die de samenwerking tussen Nederland en Vlaanderen op elk gebied wil bevorderen.
Laurence Mettewie: Wordt Nederlands een verplicht vak in Wallonië?
1
In de algemene beleidsverklaring van september 2019 2 verraste de kersverse 3 regering van de
Franstalige gemeenschap (PS, Ecolo, MR 4) met een ambitieuze alinea over de uitbouw en
ondersteuning van moderne talen in het onderwijs. Op het einde van het lijstje goede
voornemens toverde de regering nog een konijn uit de hoed: binnen het eerste jaar van de
5 regeerperiode wordt een breed publiek debat georganiseerd (met de ‘betrokkenen’), om na
te gaan of het wenselijk is om een van de twee andere nationale talen (Nederlands of Duits)
te verplichten als eerste moderne taal. Die zal namelijk vanaf 2022 – overal in Franstalig
België – verplicht worden vanaf het derde jaar van het basisonderwijs, waardoor er op dat
ene niveau ruimte is voor nieuw taalbeleid. Dit is een zeer voorzichtige, maar niet minder
10 symbolische zet, want in Franstalig België is de positie van het Nederlands niet al te rooskleurig.
In Wallonië is het leren van een moderne taal momenteel verplicht vanaf het vijfde jaar van
het basisonderwijs. Vroeger beginnen mag als de school daar de nodige middelen en een
draagvlak 5 voor heeft. In de Franstalige scholen in Brussel en de faciliteitengemeenten 6 moet
het vanaf het derde en mag het vanaf het eerste jaar van het basisonderwijs. Daar is ook
15 wettelijk bepaald dat die taal het Nederlands is, terwijl leerlingen in Waalse scholen de keuze
hebben tussen Nederlands, Duits en Engels, zowel in het middelbaar als in het basisonderwijs.
De cijfers bij de eerstejaars van het middelbaar onderwijs liegen er niet om: Engels is veruit
het populairst (59% in 2015 – 2016), gevolgd door Nederlands (37%) en Duits (2%).
[...]
20 Opvallend is trouwens dat in het voorstel naast het Nederlands ook het Duits besproken zou
worden, vermoedelijk om dit heikele communautaire thema 7 bespreekbaar te maken. De
hamvraag 8 blijft echter door wie dit voorstel gedragen wordt en waarom. De
verkiezingsprogramma’s van de Franstalige partijen brengen duidelijkheid.
De christendemocratische partij (cdH) van de vorige minister van Onderwijs houdt de boot
25 af 9 en uit eerdere reacties blijkt dat cdH liever de keuze aan de ouders overlaat. Ook in de
eerste formatienota (note coquelicot) waarbij cdH betrokken was, stond niets over de
taalkeuze. De socialistische partij (PS) van de huidige minister lijkt talen vooral als een troef te
zien voor de toeristische sector. Défi, een partij die sterk de belangen van Franstaligen
behartigt, wil meertaligheid bevorderen via het immersieonderwijs 10, maar richt verder zijn
30 pijlen op het verdedigen van de rechten van regionale talen en talen van minderheden, waarbij
het vooral om het Frans in Vlaanderen draait. De liberalen (MR) vermelden wel expliciet het
stimuleren van de kennis van de andere nationale taal, het Nederlands, maar ook het Duits.
Hierbij gaat het erom de arbeidskansen te verhogen, de samenwerking tussen de regio’s uit te
bouwen en de economische groei te stimuleren. Ook zij zijn voorstanders van
35 immersieonderwijs. Ecolo, de groenen, onderstreept het belang van talen en van
immersiescholen. De parlementaire vraag over het opstarten van het taalkuezedebat komt
dan ook van een Ecolo-parlementslid, die zijn eis op het Nederlands toespitst. Daarbij
benadrukt hij hoe essentieel dit debat is binnen de hervormingen inzake onderwijskwaliteit
en hoe de eenheid en toekomst van het land op het spel staan. Als enige tweetalige partij in
40 België benadrukt de extreemlinkse PTB-PvdA het belang van de wederzijdse talenkennis
binnen de Belgische context. Ze stelt daarom expliciet voor om de kennis van het Nederlands
in Wallonië te bevorderen en om – met het oog op tweetaligheid voor iedereen in Brussel –
immersieonderricht te veralgemenen. Onderwijs en talenkennis zien ze als een maatschappelijke
en economische springplank, die ook de zwaksten moet vooruithelpen.
45 Kortom, het project om het Nederlands (en het Duits) een bevoorrechte plaats de geven in het
talenonderwijs, lijkt een brug te slaan tussen aan de ene kant de liberale en aan de andere
kant de groene en extreemlinkse partijen. Vanuit verschillende perspectieven stromen hun
beweegredenen samen: betere toekomstperspectieven voor individuen, voor bedrijven aan
weerskanten van de taalgrens, maar ook voor België. Deze bezorgdheid is niet nieuw en
50 past in een historisch perspectief.
Wel blijven er nog veel vragen over. Komt het debat er echt of wordt het langer uitgesteld?
Zien de ‘betrokkenen’ de relevantie van het opleggen van de nationale talen of kiezen ze
gemakshalve voor English-only? Zou verplicht Nederlands of Duits alleen in het derde en
vierde leerjaar gelden of tot alle onderwijsniveaus uitgebreid worden? Komen er middelen
55 voor het ondersteunen en dynamiseren van het taalvak Nederlands? Hoe vinden we voldoende
(gepassioneerde) leraren Nederlands, terwijl er nu al een tekort is van zo’n 35%?
Dat het Nederlands als mogelijk verplicht taalvak op de agenda staat, is in ieder geval een
grote symbolische stap voorwaarts.
bron: Mettewie, Laurence: Wordt Nederlands een verplicht vak in Wallonië? Tijdschrift Neerlandia 1 (2020), jaargang 124
1 Mais oui, avec plaisir (Frans): Jazeker, graag! De cartoon is deel van het artikel.
2 Na de verkiezingen van 26 mei 2019 hebben de gemeenschapsregeringen in de beleidsverklaringen hun politieke beslissingen voor de regeerperiode 2019 t/m 2024 vastgelegd.
3 kersvers: zeer vers, nieuw
4 PS, Ecolo en MR zijn Franstalige politieke partijen in Wallonië (zie later in de tekst).
5 het draagvlak: hier: interesse bij leerlingen, ouders en leerkrachten
6 In een faciliteitengemeente worden diensten ook in een andere landstaal aangeboden, alhoewel ze in een eentalig gebied ligt.
7 dit heikele communautaire thema: het thema waarover de gemeenschappen het niet eens zijn
8 de hamvraag: de belangrijkste vraag
9 de boot afhouden (gezegde): afwachten, niets doen
10 het immersieonderwijs / immersieonderricht: onderwijs waarin er lessen in een andere taal gegeven worden
Opdracht: Schrijf voor de juryleden een verslag over het artikel “Wordt Nederlands een verplicht vak in Wallonië?” van Laurence Mettewie.
•
Preciseer welke betekenis Laurence Mettewie aan deze plannen toekent voor het Nederlands in België. Besteed daarbij ook aandacht aan de opbouw en de stijl van haar artikel. (20 Punkte)
Aufgabe HT 3 - Klausurteil A (Teilaufgabe 3) · Beurteilen und Stellung nehmen im vorgegebenen Textformat (Beoordeel / Bediscussieer)
Situatie
Het Vlaams-Nederlandse Huis van de Buren is voor de Week van het Nederlands op zoek naar geschikte sprekers die publiekelijk willen vertellen over de plaats van het Nederlands in België. Jongeren die Nederlands leren, bepalen wie er een uitnodiging krijgt. Jij maakt deel uit van deze groep en beoordeelt aan de hand van een artikel uit 2020 of onderzoekster Laurence Mettewie geschikt is om een lezing te geven.
Informatie over de schrijfster en het artikel
Laurence Mettewie is professor voor Nederlandse taal en meertaligheid aan de Universiteit van Namen in Wallonië. Ze is expert over talenonderwijs en taalbeleid op school. Dit artikel verscheen in “Neerlandia”, het tijdschrift van het “Algemeen Nederlands Verbond” (ANV), een vereniging die de samenwerking tussen Nederland en Vlaanderen op elk gebied wil bevorderen.
Laurence Mettewie: Wordt Nederlands een verplicht vak in Wallonië?
1
In de algemene beleidsverklaring van september 2019 2 verraste de kersverse 3 regering van de
Franstalige gemeenschap (PS, Ecolo, MR 4) met een ambitieuze alinea over de uitbouw en
ondersteuning van moderne talen in het onderwijs. Op het einde van het lijstje goede
voornemens toverde de regering nog een konijn uit de hoed: binnen het eerste jaar van de
5 regeerperiode wordt een breed publiek debat georganiseerd (met de ‘betrokkenen’), om na
te gaan of het wenselijk is om een van de twee andere nationale talen (Nederlands of Duits)
te verplichten als eerste moderne taal. Die zal namelijk vanaf 2022 – overal in Franstalig
België – verplicht worden vanaf het derde jaar van het basisonderwijs, waardoor er op dat
ene niveau ruimte is voor nieuw taalbeleid. Dit is een zeer voorzichtige, maar niet minder
10 symbolische zet, want in Franstalig België is de positie van het Nederlands niet al te rooskleurig.
In Wallonië is het leren van een moderne taal momenteel verplicht vanaf het vijfde jaar van
het basisonderwijs. Vroeger beginnen mag als de school daar de nodige middelen en een
draagvlak 5 voor heeft. In de Franstalige scholen in Brussel en de faciliteitengemeenten 6 moet
het vanaf het derde en mag het vanaf het eerste jaar van het basisonderwijs. Daar is ook
15 wettelijk bepaald dat die taal het Nederlands is, terwijl leerlingen in Waalse scholen de keuze
hebben tussen Nederlands, Duits en Engels, zowel in het middelbaar als in het basisonderwijs.
De cijfers bij de eerstejaars van het middelbaar onderwijs liegen er niet om: Engels is veruit
het populairst (59% in 2015 – 2016), gevolgd door Nederlands (37%) en Duits (2%).
[...]
20 Opvallend is trouwens dat in het voorstel naast het Nederlands ook het Duits besproken zou
worden, vermoedelijk om dit heikele communautaire thema 7 bespreekbaar te maken. De
hamvraag 8 blijft echter door wie dit voorstel gedragen wordt en waarom. De
verkiezingsprogramma’s van de Franstalige partijen brengen duidelijkheid.
De christendemocratische partij (cdH) van de vorige minister van Onderwijs houdt de boot
25 af 9 en uit eerdere reacties blijkt dat cdH liever de keuze aan de ouders overlaat. Ook in de
eerste formatienota (note coquelicot) waarbij cdH betrokken was, stond niets over de
taalkeuze. De socialistische partij (PS) van de huidige minister lijkt talen vooral als een troef te
zien voor de toeristische sector. Défi, een partij die sterk de belangen van Franstaligen
behartigt, wil meertaligheid bevorderen via het immersieonderwijs 10, maar richt verder zijn
30 pijlen op het verdedigen van de rechten van regionale talen en talen van minderheden, waarbij
het vooral om het Frans in Vlaanderen draait. De liberalen (MR) vermelden wel expliciet het
stimuleren van de kennis van de andere nationale taal, het Nederlands, maar ook het Duits.
Hierbij gaat het erom de arbeidskansen te verhogen, de samenwerking tussen de regio’s uit te
bouwen en de economische groei te stimuleren. Ook zij zijn voorstanders van
35 immersieonderwijs. Ecolo, de groenen, onderstreept het belang van talen en van
immersiescholen. De parlementaire vraag over het opstarten van het taalkuezedebat komt
dan ook van een Ecolo-parlementslid, die zijn eis op het Nederlands toespitst. Daarbij
benadrukt hij hoe essentieel dit debat is binnen de hervormingen inzake onderwijskwaliteit
en hoe de eenheid en toekomst van het land op het spel staan. Als enige tweetalige partij in
40 België benadrukt de extreemlinkse PTB-PvdA het belang van de wederzijdse talenkennis
binnen de Belgische context. Ze stelt daarom expliciet voor om de kennis van het Nederlands
in Wallonië te bevorderen en om – met het oog op tweetaligheid voor iedereen in Brussel –
immersieonderricht te veralgemenen. Onderwijs en talenkennis zien ze als een maatschappelijke
en economische springplank, die ook de zwaksten moet vooruithelpen.
45 Kortom, het project om het Nederlands (en het Duits) een bevoorrechte plaats de geven in het
talenonderwijs, lijkt een brug te slaan tussen aan de ene kant de liberale en aan de andere
kant de groene en extreemlinkse partijen. Vanuit verschillende perspectieven stromen hun
beweegredenen samen: betere toekomstperspectieven voor individuen, voor bedrijven aan
weerskanten van de taalgrens, maar ook voor België. Deze bezorgdheid is niet nieuw en
50 past in een historisch perspectief.
Wel blijven er nog veel vragen over. Komt het debat er echt of wordt het langer uitgesteld?
Zien de ‘betrokkenen’ de relevantie van het opleggen van de nationale talen of kiezen ze
gemakshalve voor English-only? Zou verplicht Nederlands of Duits alleen in het derde en
vierde leerjaar gelden of tot alle onderwijsniveaus uitgebreid worden? Komen er middelen
55 voor het ondersteunen en dynamiseren van het taalvak Nederlands? Hoe vinden we voldoende
(gepassioneerde) leraren Nederlands, terwijl er nu al een tekort is van zo’n 35%?
Dat het Nederlands als mogelijk verplicht taalvak op de agenda staat, is in ieder geval een
grote symbolische stap voorwaarts.
bron: Mettewie, Laurence: Wordt Nederlands een verplicht vak in Wallonië? Tijdschrift Neerlandia 1 (2020), jaargang 124
1 Mais oui, avec plaisir (Frans): Jazeker, graag! De cartoon is deel van het artikel.
2 Na de verkiezingen van 26 mei 2019 hebben de gemeenschapsregeringen in de beleidsverklaringen hun politieke beslissingen voor de regeerperiode 2019 t/m 2024 vastgelegd.
3 kersvers: zeer vers, nieuw
4 PS, Ecolo en MR zijn Franstalige politieke partijen in Wallonië (zie later in de tekst).
5 het draagvlak: hier: interesse bij leerlingen, ouders en leerkrachten
6 In een faciliteitengemeente worden diensten ook in een andere landstaal aangeboden, alhoewel ze in een eentalig gebied ligt.
7 dit heikele communautaire thema: het thema waarover de gemeenschappen het niet eens zijn
8 de hamvraag: de belangrijkste vraag
9 de boot afhouden (gezegde): afwachten, niets doen
10 het immersieonderwijs / immersieonderricht: onderwijs waarin er lessen in een andere taal gegeven worden
Opdracht: Stel voor de juryleden een verslag op over het artikel “Wordt Nederlands een verplicht vak in Wallonië?” van Laurence Mettewie.
•
Beoordeel, uitgaande van je analyse en je kennis van de taalsituatie in België, of Laurence Mettewie in aanmerking komt om uitgenodigd te worden voor een lezing tijdens de Week van het Nederlands. (14 Punkte)
Aufgabe HT 3 - Klausurteil B · Sprachmittlung Deutsch → Niederländisch
Situatie
Het Vlaams-Nederlandse Huis van de Buren is voor de Week van het Nederlands op zoek naar geschikte sprekers die publiekelijk willen vertellen over de plaats van het Nederlands in België. Jongeren die Nederlands leren, bepalen wie er een uitnodiging krijgt. Jij maakt deel uit van deze groep en beoordeelt aan de hand van een artikel uit 2020 of onderzoekster Laurence Mettewie geschikt is om een lezing te geven.
Informatie over de schrijfster en het artikel
Laurence Mettewie is professor voor Nederlandse taal en meertaligheid aan de Universiteit van Namen in Wallonië. Ze is expert over talenonderwijs en taalbeleid op school. Dit artikel verscheen in “Neerlandia”, het tijdschrift van het “Algemeen Nederlands Verbond” (ANV), een vereniging die de samenwerking tussen Nederland en Vlaanderen op elk gebied wil bevorderen.
Laurence Mettewie: Wordt Nederlands een verplicht vak in Wallonië?
1
In de algemene beleidsverklaring van september 2019 2 verraste de kersverse 3 regering van de
Franstalige gemeenschap (PS, Ecolo, MR 4) met een ambitieuze alinea over de uitbouw en
ondersteuning van moderne talen in het onderwijs. Op het einde van het lijstje goede
voornemens toverde de regering nog een konijn uit de hoed: binnen het eerste jaar van de
5 regeerperiode wordt een breed publiek debat georganiseerd (met de ‘betrokkenen’), om na
te gaan of het wenselijk is om een van de twee andere nationale talen (Nederlands of Duits)
te verplichten als eerste moderne taal. Die zal namelijk vanaf 2022 – overal in Franstalig
België – verplicht worden vanaf het derde jaar van het basisonderwijs, waardoor er op dat
ene niveau ruimte is voor nieuw taalbeleid. Dit is een zeer voorzichtige, maar niet minder
10 symbolische zet, want in Franstalig België is de positie van het Nederlands niet al te rooskleurig.
In Wallonië is het leren van een moderne taal momenteel verplicht vanaf het vijfde jaar van
het basisonderwijs. Vroeger beginnen mag als de school daar de nodige middelen en een
draagvlak 5 voor heeft. In de Franstalige scholen in Brussel en de faciliteitengemeenten 6 moet
het vanaf het derde en mag het vanaf het eerste jaar van het basisonderwijs. Daar is ook
15 wettelijk bepaald dat die taal het Nederlands is, terwijl leerlingen in Waalse scholen de keuze
hebben tussen Nederlands, Duits en Engels, zowel in het middelbaar als in het basisonderwijs.
De cijfers bij de eerstejaars van het middelbaar onderwijs liegen er niet om: Engels is veruit
het populairst (59% in 2015 – 2016), gevolgd door Nederlands (37%) en Duits (2%).
[...]
20 Opvallend is trouwens dat in het voorstel naast het Nederlands ook het Duits besproken zou
worden, vermoedelijk om dit heikele communautaire thema 7 bespreekbaar te maken. De
hamvraag 8 blijft echter door wie dit voorstel gedragen wordt en waarom. De
verkiezingsprogramma’s van de Franstalige partijen brengen duidelijkheid.
De christendemocratische partij (cdH) van de vorige minister van Onderwijs houdt de boot
25 af 9 en uit eerdere reacties blijkt dat cdH liever de keuze aan de ouders overlaat. Ook in de
eerste formatienota (note coquelicot) waarbij cdH betrokken was, stond niets over de
taalkeuze. De socialistische partij (PS) van de huidige minister lijkt talen vooral als een troef te
zien voor de toeristische sector. Défi, een partij die sterk de belangen van Franstaligen
behartigt, wil meertaligheid bevorderen via het immersieonderwijs 10, maar richt verder zijn
30 pijlen op het verdedigen van de rechten van regionale talen en talen van minderheden, waarbij
het vooral om het Frans in Vlaanderen draait. De liberalen (MR) vermelden wel expliciet het
stimuleren van de kennis van de andere nationale taal, het Nederlands, maar ook het Duits.
Hierbij gaat het erom de arbeidskansen te verhogen, de samenwerking tussen de regio’s uit te
bouwen en de economische groei te stimuleren. Ook zij zijn voorstanders van
35 immersieonderwijs. Ecolo, de groenen, onderstreept het belang van talen en van
immersiescholen. De parlementaire vraag over het opstarten van het taalkuezedebat komt
dan ook van een Ecolo-parlementslid, die zijn eis op het Nederlands toespitst. Daarbij
benadrukt hij hoe essentieel dit debat is binnen de hervormingen inzake onderwijskwaliteit
en hoe de eenheid en toekomst van het land op het spel staan. Als enige tweetalige partij in
40 België benadrukt de extreemlinkse PTB-PvdA het belang van de wederzijdse talenkennis
binnen de Belgische context. Ze stelt daarom expliciet voor om de kennis van het Nederlands
in Wallonië te bevorderen en om – met het oog op tweetaligheid voor iedereen in Brussel –
immersieonderricht te veralgemenen. Onderwijs en talenkennis zien ze als een maatschappelijke
en economische springplank, die ook de zwaksten moet vooruithelpen.
45 Kortom, het project om het Nederlands (en het Duits) een bevoorrechte plaats de geven in het
talenonderwijs, lijkt een brug te slaan tussen aan de ene kant de liberale en aan de andere
kant de groene en extreemlinkse partijen. Vanuit verschillende perspectieven stromen hun
beweegredenen samen: betere toekomstperspectieven voor individuen, voor bedrijven aan
weerskanten van de taalgrens, maar ook voor België. Deze bezorgdheid is niet nieuw en
50 past in een historisch perspectief.
Wel blijven er nog veel vragen over. Komt het debat er echt of wordt het langer uitgesteld?
Zien de ‘betrokkenen’ de relevantie van het opleggen van de nationale talen of kiezen ze
gemakshalve voor English-only? Zou verplicht Nederlands of Duits alleen in het derde en
vierde leerjaar gelden of tot alle onderwijsniveaus uitgebreid worden? Komen er middelen
55 voor het ondersteunen en dynamiseren van het taalvak Nederlands? Hoe vinden we voldoende
(gepassioneerde) leraren Nederlands, terwijl er nu al een tekort is van zo’n 35%?
Dat het Nederlands als mogelijk verplicht taalvak op de agenda staat, is in ieder geval een
grote symbolische stap voorwaarts.
bron: Mettewie, Laurence: Wordt Nederlands een verplicht vak in Wallonië? Tijdschrift Neerlandia 1 (2020), jaargang 124
1 Mais oui, avec plaisir (Frans): Jazeker, graag! De cartoon is deel van het artikel.
2 Na de verkiezingen van 26 mei 2019 hebben de gemeenschapsregeringen in de beleidsverklaringen hun politieke beslissingen voor de regeerperiode 2019 t/m 2024 vastgelegd.
3 kersvers: zeer vers, nieuw
4 PS, Ecolo en MR zijn Franstalige politieke partijen in Wallonië (zie later in de tekst).
5 het draagvlak: hier: interesse bij leerlingen, ouders en leerkrachten
6 In een faciliteitengemeente worden diensten ook in een andere landstaal aangeboden, alhoewel ze in een eentalig gebied ligt.
7 dit heikele communautaire thema: het thema waarover de gemeenschappen het niet eens zijn
8 de hamvraag: de belangrijkste vraag
9 de boot afhouden (gezegde): afwachten, niets doen
10 het immersieonderwijs / immersieonderricht: onderwijs waarin er lessen in een andere taal gegeven worden
Klausurteil B: Sprachmittlung isoliert
Opdracht: Willem Bongers-Dek, die werkzaam is bij het Huis van de Buren, interesseert zich voor het Duitse onderwijssysteem en voor de mening van de Duitsers hierover. Kort geleden ben je online op een interessant artikel gestuit.
Schrijf hem een brief waarin je uitlegt wat het probleem is met het Duitse federale onderwijssysteem en hoe de Duitsers over het onderwijssysteem als geheel denken. [18 Punkte]
Bernd Kramer: Gebt dem Bund das Kommando!
Man könnte meinen, in Deutschland grassierten derzeit 16 Varianten des neuartigen Coronavirus, so unterschiedlich reagieren die Länder, so unterschiedlich reagieren vor allem auch ihre Bildungspolitiker. In Nordrhein-Westfalen zum Beispiel hielt die zuständige Ministerin das Virus für so gefährlich, dass sie einer Million Jugendlichen an weiterführenden Schulen für die erste Zeit nach den Ferien auch im Unterricht eine Maske verordnete. Andere Länder verlangen einen Mund-Nasen-Schutz nur auf den Fluren, in Sachsen dürfen die Schulen dagegen selbst entscheiden.
So groß ist das Durcheinander, dass sogar die Bundeskanzlerin vor Kurzem den Kultusministern dringend empfahl, sich auf einheitliche Hygienepläne zu verständigen. Und nicht nur in Corona-Zeiten sind die Unterschiede zwischen den Ländern enorm. Meistens dauert die Grundschule vier Jahre, manchmal aber auch sechs. Manche Länder haben die Hauptschule abgeschafft, andere nur umbenannt. In einem Land schaffen viele Menschen das Abitur, im nächsten wenige. Mal ist die Zahl der Schulabbrecher hoch, mal niedrig.
Nun zeigt eine Umfrage, auf wie wenig Sympathie der Bildungsföderalismus bei den Deutschen stößt. Das Münchner Ifo-Institut hat dafür gut 10 000 repräsentativ ausgewählte Erwachsene befragt. 60 Prozent sagen demnach: Die wichtigsten bildungspolitischen Entscheidungen sollte der Bund treffen.
Die Ifo-Fachleute untersuchten auch, in welchen Bereichen es den Menschen besonders wichtig ist, dass Berlin das Sagen hat. Vor allem die Verantwortung für Lehrpläne und Prüfungen sähen die Deutschen am liebsten beim Bund, den Schulen vor Ort würden sie dagegen die Auswahl ihres Personals überlassen. „Interessanterweise gibt es kein Aufgabengebiet, bei dem sich eine klare Mehrheit für die Verantwortung der Länder ausspricht“, sagt Ifo-Ökonom Philipp Lergetporer.
Das mag auch daran liegen, dass es vielen Menschen schwerfällt zu beurteilen, ob die Verantwortlichen in ihren Bundesländern überhaupt gute Arbeit leisten. Darauf deutet ein kleines Experiment hin, das die Ifo-Forscher in ihre Umfrage einbauten. Sie wollten wissen, wie zufrieden die Befragten mit der Bildungspolitik im jeweiligen Bundesland sind. Stellten sie die Frage ohne weitere Erläuterung, fielen die Ergebnisse relativ ähnlich aus.
Einem Teil der Befragten gaben die Ifo-Forscher allerdings zusätzliche Informationen darüber, wie gut die Schülerinnen und Schüler im jeweiligen Bundesland bei einer deutschlandweiten Leistungsstudie abschnitten. In dem Fall gingen die Einschätzungen sofort auseinander: In den Ländern der Spitzengruppe wurde die Arbeit der Bildungspolitiker mit einem Mal positiver bewertet, in der Schlussgruppe dagegen deutlich negativer.
Dass die Meinung der Menschen sich durch den Hinweis so sehr ändert, bedeutet für die Bildungspolitik nichts Gutes, befürchtet Forscher Lergetporer: „Dieses Ergebnis legt nahe, dass es für politische Karrieren nicht unbedingt vorteilhaft ist, wenn die Schülerleistungen wirklich über Ländergrenzen hinweg vergleichbar sind.“ Die Verantwortlichen in den Ländern hätten somit einen starken Anreiz, einen Vergleich ihrer Schulsysteme zu erschweren.
Und so passiert es auch. Die Kultusminister lassen zwar regelmäßig die Kompetenzen ihrer Schülerinnen und Schüler in wichtigen Fächern wie Mathematik oder Deutsch vom Institut zur Qualitätsentwicklung im Bildungswesen (IQB) in Berlin nach einheitlichen Kriterien testen und veröffentlichen die Ergebnisse auch – allerdings im Abstand von mehreren Jahren, kritisiert Bildungsökonom Lergetporer.
Andere Wissenschaftler wiederum können die Daten aus den IQB-Tests nicht einfach so für sich nutzen: Länderrankings sind ihnen grundsätzlich verboten; und wollen Forschende in ihren Studien einzelne Bundesländer explizit einander gegenüberstellen, müssen sie zuvor ausführlich darlegen, warum das „aus wissenschaftlichen Gründen zwingend notwendig erscheint“, wie es in den Vorgaben des IQB heißt. „Bildungsforschern wird es sehr schwer gemacht, die Politik der einzelnen Bundesländer mit den verfügbaren Daten zu untersuchen und die Wirkung ihrer Maßnahmen miteinander zu vergleichen“, sagt Lergetporer. Dabei gäbe es durchaus eine überdeutliche Mehrheit für noch häufigere bundesweite Schulvergleiche inklusive Ranking, wie die Ifo-Umfrage zeigt: 76 Prozent sind für weitere Schultests zum Bundesländervergleich.
Quelle: Kramer, Bernd: Gebt dem Bund das Kommando! Süddeutsche Zeitung, 02.09.2020
Du kannst auch nach Themen lernen
Übe ein Thema mit gemischten Aufgaben aus den Prüfungen aller Jahre.
- Textverständnis: Inhalte wiedergeben (Vat samen / Stel voor) · 32 Aufgaben · 95 % Wahrscheinlichkeit
- Beurteilen und Stellung nehmen im vorgegebenen Textformat (Beoordeel / Bediscussieer) · 32 Aufgaben · 95 % Wahrscheinlichkeit
- Sprachmittlung Deutsch → Niederländisch · 32 Aufgaben · 95 % Wahrscheinlichkeit
- Analyse von Sachtexten, Karikaturen und Grafiken (standpunt en argumentatie) · 18 Aufgaben · 95 % Wahrscheinlichkeit
- Analyse literarischer Texte (Karakteriseer, literaire middelen) · 14 Aufgaben · 95 % Wahrscheinlichkeit
Andere Prüfungen 2022
GK · Haupttermin · neu einsetzend (2022) · GK · Haupttermin · neu einsetzend · Weiterbildungskolleg (2022) · LK · Haupttermin · fortgeführt (2022)