Aufgabe HT 1 - Teilaufgabe 3 · Abitur NRW Niederländisch GK · Haupttermin · neu einsetzend · Weit 2021

Thema: Beurteilen und Stellung nehmen im vorgegebenen Textformat (Beoordeel / Bediscussieer) · Aus der Prüfung GK · Haupttermin · neu einsetzend · Weiterbildungskolleg (2021)

Aufgabenstellung

Situatie

Het Herinneringscentrum Kamp Westerbork spoort jongeren aan om literaire verhalen over het lot van kinderen wereldwijd tijdens de Tweede Wereldoorlog te lezen en die online voor leeftijdsgenoten te beoordelen. Op internet vind je een fragment uit een roman van Els Beerten, waarover je een tekst schrijft voor de website van het herinneringscentrum.

Informatie over de schrijfster en de roman

Els Beerten (*1959) schrijft jeugdliteratuur en komt uit Vlaanderen. De roman “Allemaal willen we de hemel” speelt zich af tijdens en na de Tweede Wereldoorlog in Vlaanderen. Het draait om het lot van de leden van de familie Claessen tijdens de Duitse bezetting van België tussen 1940 en 1944. Het fragment uit het hoofdstuk “Spannend” richt zich op de gevolgen van die bezetting. Remi, de jongste zoon van het gezin, zorgt samen met zijn bijna volwassen broer Jef voor de tuin. Die taak hebben ze van hun vader gekregen.

Els Beerten: Allemaal willen we de hemel

Ik wil radijsjes en radijsjes en radijsjes in de tuin, en als ik dat tegen Jef vertel, lacht hij me uit. Radijsjes doen een maag honger krijgen, zegt hij; dikke kolen, die gaan we planten. Groene en witte en rode kolen. Terwijl hij wéét dat ik geen kool lust. En spruitjes, zegt hij, duizenden spruitjes. Daar moet ik ook al van overgeven. Hij kan op zijn kop gaan staan met zijn kolen en zijn spruitjes. Hij denkt echt dat hij alles mag nu hij een medaille 1 heeft gekregen. Vloeken en pesten en schoppen en ellendige dingen zeggen. Ik ben blij dat ik weer elke dag gewoon naar school kan. Blij dat ik onze Jef zijn zuur gezicht even niet zie.

Tijdens de oorlog bleven we vaak thuis van school. Er hangt gevaar in de lucht, zei mijn moeder dan. En dat ik niet bang moest zijn. Maar ik was nooit bang.

Op een keer kwamen vreemde mannen onze klas binnen, ze droegen allemaal een zwart uniform en ze zeiden tegen onze meester dat hij moest meekomen. Hij moest gaan vechten in Duitsland, zeiden de mannen tegen ons, en dat we ons geen zorgen moesten maken, er kwam wel een nieuwe meester.

Onze meester is nooit meer teruggekomen. Op een dag werd er op school verteld dat hij in Duitsland gestorven was, al na een maand of zo na zijn vertrek. Daar schrok ik zo van. Hij moet erg ziek geweest zijn, dat hij zo gauw doodging. En ik had niks aan hem gezien.

De nieuwe was maar een rare. We moesten de hele tijd Duitse liedjes leren. Hij was duizend keer strenger dan de vorige. Dus hebben we al die Duitse liedjes snel geleerd. Toen de oorlog voorbij was, vergat ik ze meteen. Dat vergeten gebeurde gemakkelijk, want telkens als ik er een begon te zingen kreeg ik thuis zo'n mep rond mijn kop dat ik er draaierig van werd. En van zulke meppen vlogen de Duitse liedjes gewoon mijn hoofd uit. Het duurde niet lang of mijn hoofd was weer leeg. Nu ja, niet helemaal leeg, natuurlijk. Dat kan namelijk niet, denk ik toch.

Bij ons is de oorlog al in september afgelopen, maar in Duitsland is hij nog bezig, zegt mijn vader. Maar dat het daar ook niet lang meer zal duren. En dat het dan feest in de hele wereld zal zijn omdat die Duitse smeerlappen dik verloren hebben.

Ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik mis de oorlog. Ik vond het altijd spannend als ze gingen bombarderen. Aan het einde van de straat was een huis met een grote schuilkelder, daar mochten we dan met zijn allen in. En als we daar dan bij elkaar zaten, dan sloeg mijn moeder haar armen om me heen en fluisterde ze verhalen in mijn oor.

Ik ging wel eens aan de Duitse soldaten vragen of ze alstublieft misschien die nacht weer gingen bombarderen. Ze zeiden nooit veel terug. Soms bombardeerden ze die nacht, soms niet. Toen er op een keer een huis in onze straat in brand vloog, heb ik het maar niet meer gevraagd.

Het is toch maar goed dat ze weg zijn.

1 Jef heeft een medaille voor een heldhaftige daad gekregen.

bron: Beerten, Els: Allemaal willen we de hemel. Amsterdam: Querido, dertiende druk 2019 (eerste druk 2008), p. 35 – 36

Opdracht: Maak een verslag over het tekstfragment uit "Allemaal willen we de hemel" van Els Beerten.

•

Beoordeel aan de hand van je analyse en je kennis van de Tweede Wereldoorlog of het verhaal jonge lezers nieuwe inzichten geeft in het lot van kinderen in oorlogstijd. Bespreek hierbij ook de gedachte van Remi “Ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik mis de oorlog”. (14 Punkte)

Aufgabenstellung: Aufgabe HT 1 - Teilaufgabe 3 · Abitur NRW Niederländisch GK · Haupttermin · neu einsetzend · Weit 2021

Lösung

Nach den offiziellen Korrekturhinweisen

Beoordeel aan de hand van je analyse en je kennis van de Tweede Wereldoorlog of het verhaal jonge lezers nieuwe inzichten geeft in het lot van kinderen in oorlogstijd. Bespreek hierbij ook Remi's gedachte “Ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik mis de oorlog”.

Lösung: Een gedifferentieerde beoordeling behandelt de volgende punten: 1. Beargumenteerd standpunt over de geschiktheid van het fragment (6 punten): - Positief: Het kinderperspectief maakt het onvoorstelbare (oorlog, collaboratie, dwangarbeid) invoelbaar; wekt empathie en creëert nabijheid; de eenvoudige taal maakt complexe materie toegankelijk voor jongere lezers. - Kritisch/Afwijzend: Gevaar voor bagatellisering of verharmlosing van oorlogsmisdaden door de naïeve blik; zonder historische voorkennis begrijpt een jonge lezer mogelijk niet wat er écht met de schoolmeester gebeurde of waarom bombardementen levensgevaarlijk zijn. 2. Duiding van het citaat 'Ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik mis de oorlog' (4 punten): - Biedt een onconventioneel inzicht: kinderen ervaren oorlog niet puur ideologisch, maar associëren gevaarlijke situaties soms met intense geborgenheid (moeder in de schuilkelder) of spanning/avontuur. - Gevaar van een bagatelliserende uitspraak die om historische contextualisering vraagt. 3. Integratie van relevante historische achtergrondkennis over WO II (4 punten): - Kennis van het dagelijks leven van kinderen tijdens de Duitse bezetting van België/Vlaanderen (tekorten, spanningen in het gezin, collaboratie/verzet). - Beeld van Duitsland en het einde van de bezetting in 1944.

Die ausführliche Erklärung Schritt für Schritt (mit KI) gibt es mit Premium. Premium

Löse sie direkt hier: automatische Korrektur, Hinweise und Lösung Schritt für Schritt.

‹ Aufgabe HT 3 - Klausurteil A - Deelopdracht 3 · GK · Haupttermin · neu einsetzend 2021 · Aufgabe HT 2 - Teilaufgabe 3 · GK · Haupttermin · neu einsetzend · Weit 2021 ›

Mehr Aufgaben zu Beurteilen und Stellung nehmen im vorgegebenen Textformat (Beoordeel / Bediscussieer)