Aufgabe HT 1 - Opdracht 2 · Abitur NRW Niederländisch LK · Haupttermin · fortgeführt 2023

Thema: Analyse literarischer Texte (Karakteriseer, literaire middelen) · Aus der Prüfung LK · Haupttermin · fortgeführt (2023)

Aufgabenstellung

Klausurteil A

Informatie over de auteur en de tekst

„Schutkleur“ is de eerste roman die Bernadette Heiligers (*1952, Curaçao) in het Nederlands heeft geschreven. Het boek volgt Corine, een Curaçaose vrouw, die op het eiland gesprekken voert met uiteenlopende inwoners. In dit fragment ontmoet ze Wilfried, een bekende die enkele jaren geleden vanuit Nederland naar Curaçao is verhuisd. Naast zijn werk als hoofdopzichter bij een aannemersbedrijf heeft hij een eigen restaurant, een grillterras. Op dat terras hebben ze afgesproken.

Bernadette Heiligers: Schutkleur

Wilfried komt breed glimlachend bij Corine zitten. Ondanks de dunne, zurige damp die in

de hitte altijd om hem heen hangt, mag Corine hem erg graag.

“Zie je die auto daar?” glundert hij. “Van mij.”

“Ik dacht dat je in een vrachtwagen reed.”

5 “Ook. Ook. Maar van de marinade 1 heb ik een spiksplinternieuwe auto gekocht. Dat had ik

me drie jaar geleden niet kunnen voorstellen. In Schiedam was het vijf kilometer op de fiets

naar mijn werk en terug.”

Corine beseft hoe weinig ze eigenlijk van hem weet. Schiedam? Hoe is hij hier terechtgekomen?

“Ik was hier op vakantie,” zegt Wilfried. “Ze waren net het zwembad bij het hotel aan het

10 repareren. Ik vroeg de aannemer voor de grap of hij nog een paar handen kon gebruiken.

Wist ik veel dat hij het serieus nam. Van het een kwam het ander en binnen een paar weken

was ik hier terug. Maar ik voel me niet op mijn gemak bij Heldringa Constructie. Nooit

eerder een leidinggevende functie gehad en hier ineens, pats boem, word ik opzichter.”

[...]

15 “Als je van dit terras een auto kan kopen, kan je er straks misschien ook van leven,” zegt

Corine. “Dan kan je helemaal uit de bouw stappen.”

“Maar ik zie mezelf niet voorgoed blijven. De mentaliteit van de mensen hier joh... Die is

niet bepaald... nou ja.”

Corine herkent de aarzeling in zijn ogen terwijl hij haar onderzoekend aankijkt.

20 “Wat is ermee?”

“Ach, een zootje slome lapzwansen zijn 't hier,” valt Wilfried uit. “Moet je hierachter zien.

Daar hebben ze vijf krotjes kriskras op een stuk grond neergezet. Gewoon vóór, achter en

naast het hoofdhuis.”

“Zo raar is dat niet hoor,” zegt Corine. “Het komt wel vaker voor dat volwassen kinderen een

25 huisje optrekken in de kurá 2 van hun ouders. Vooral buiten de stad.”

“Dat zal best,” werpt Wilfried tegen. “Nu zijn ze kwaad dat ik die lap grond ernaast wil

gebruiken om er appartementen aan de zeekant op te zetten. Geen greintje dankbaarheid dat

ik in deze droge uithoek investeer.”

“Waarom zouden ze blij zijn als je hun vrije uitzicht wegneemt?”

30 “Wie zegt dat het uitzicht van hen is?” vraagt Wilfried. “Er is toch een kadasterkantoor op

het eiland? Ik zei dus, laat maar eens zien dat jullie hier mogen wonen en hoe de grens

precies loopt. Er kwam een vaag verhaal over erfenissen en geiten die in de omringende

mondi 3 naar eten moeten zoeken.”

“Tja, als er steeds stukken mondi verdwijnen, wordt het moeilijk om geiten te houden. Die

35 beesten zijn voor deze mensen ook een soort investering, Wilfried.”

“Je wil die paar geiten toch niet vergelijken met een degelijk stuk ontwikkeling? Dat is nou

precies jullie probleem, Corine. Altijd maar op de rem trappen. Wel van alles willen, maar

er iets voor overhebben? Ho maar. [...] Denk je dat er dan nog één investeerder zijn geld

steekt in de ontwikkeling van het kustgebied? Als je eiland aan de grond zit, moet je een

40 toontje lager zingen.”

“Ai nee, Wilfried, jullie sluiten Scheveningen toch ook niet af als rijke sjeiks daar hotels

willen neerzetten?”

Zelfs hierboven, op de klip, hoor je de golven ruisend het strand op rollen en weer opgezogen

worden door de zee. Vanavond had Wilfried dat geluid graag wat zachter willen zetten.

45 Corine valt hem tegen. Hij neemt zich voor om zich wat voorzichtiger uit te laten als hij

onder de lokale mensen is, maar als hij haar vanuit zijn ooghoeken zo onbevangen naar hem

ziet kijken, gaat hij er toch op in.

“In Nederland zou dat niet hoeven, die stranden afsluiten. Maar hier zetten die lui hun

schreeuwerige muziek keihard aan. Of ze staan met drie generaties uitgebreid op het strand

50 te koken. Je drijft haast weg op die vette geur van kippenpoten. Het kan ze allemaal niks

schelen. Onaangepast gedrag, noem ik dat.”

“Ik probeer me voor te stellen hoe jullie je in Scheveningen aan de sjeiks zouden

aanpassen,” plaagt Corine. “Alle vrouwen in zedige badpakken, niet meer zoenen in het

openbaar en geen alcohol op het strand.”

55 “Doe niet zo stom. Wij leggen hier toch geen achterlijke normen aan jullie op? Ik heb het

over gewone omgangsvormen.”

“Europese omgangsvormen, bedoel je.”

“En wat dan nog? Nu even eerlijk, Corine. Je wilt toch niet ontkennen dat Europeanen

beschaafder zijn? Natuurlijk zijn er uitzonderingen. Jou heb ik hoog zitten. In Nederland

60 gestudeerd, meen ik. Ach, hè, zo bedoel ik het niet. Sommige mensen hier hebben van

zichzelf al een zekere beschaving. Maar ik bedoel in het algemeen. Toch?”

Laat maar waaien, spreekt Corine zichzelf toe. Waarom gaat mijn hart zo stom tekeer? “Ze

doen het niet expres,” zegt oom Henry altijd. Corine betwijfelt of oom Henry wel zo nuchter

is als hij zich voordoet. In 1999 werd hij door een Rotterdamse documentairemaker

65 geïnterviewd over “De ontmoeting van culturen”. De ontmoeting hield in dat de Europeanen

het Caribische gebied vijfhonderd jaar eerder hadden veroverd.

Oom Henry dacht dat hij zijn emoties in bedwang kon houden als hij goed was voorbereid.

Hij schreef van tevoren enkele zinnen op en oefende de hele dag. Zelfs Corine kon de zinnen

dromen. Maar bij de opname vielen de woorden als vierkante stenen uit oom Henry’s mond.

70 “De Europeanen,” begon hij met overslaande stem, “zijn onuitgenodigd alle continenten

binnengetrokken en hebben gepakt wat ze pakken konden. Ze zijn zo zeker van hun

superioriteit dat ze die misdaden niet als misdaden zien. Kijk in hun geschiedenisboeken.

Daarin beschrijven ze zichzelf als helden en hun slachtoffers als ellendelingen.”

“Nou Corine, zeg eens wat,” zegt Wilfried.

75 “Het wordt al laat. Zullen we afrekenen? Ik moet naar huis.”

“Hè, zie je wel? Nu lijkt het net alsof ik zo’n ongevoelige makamba 4 ben.”

“Dat ben je helemaal niet, Wilfried. Daar word ik juist zo moedeloos van. Dat er hele goede

mensen zijn, die au fond 5 hetzelfde denken als hele foute mensen.”

1 de marinade: bedoeld zijn hier de inkomsten van het grillterras

2 kurá (Papiamentu, taal in Curaçao): binnenplaats, een open ruimte omringd door gebouwen, vaak tussen voor- en achterhuis

3 mondi (Papiamentu): wild gebied op het eiland

4 makamba (Papiamentu): scheldwoord voor Nederlander

5 au fond (Frans): in feite, in werkelijkheid

bron: Heiligers, Bernadette: Schutkleur. Haarlem: In de Knipscheer 2015, p. 105 – 110

Opdracht: Schrijf een artikel naar aanleiding van het fragment uit de roman "Schutkleur" van Bernadette Heiligers.

• Karakteriseer hoe Wilfried zich opstelt ten opzichte van de bevolking van Curaçao en hoe de verhouding tussen de twee personages is. Besteed daarbij aandacht aan Heiligers’ taalgebruik en andere literaire middelen. (20 Punkte)

Aufgabenstellung: Aufgabe HT 1 - Opdracht 2 · Abitur NRW Niederländisch LK · Haupttermin · fortgeführt 2023

Lösung

Nach den offiziellen Korrekturhinweisen

Karakteriseer hoe Wilfried zich opstelt ten opzichte van de bevolking van Curaçao en hoe de verhouding tussen de twee personages is. Besteed daarbij aandacht aan Heiligers’ taalgebruik en andere literaire middelen.

Lösung: De analyse behandelt systematisch: 1. Wilfrieds houding: gekenmerkt door koloniaal superioriteitsdenken (neerbuigendheid ten aanzien van arbeidsethos en landgebruik, eis van dankbaarheid voor zijn investering, eis tot aanpassing aan Nederlandse normen, superioriteitsgevoel over Europese beschaving en zakeninzicht). 2. De relatie tussen de personages: een wankel evenwicht tussen sympathie/waardering en conflictueus onbegrip; Corines beheerste maar scherpe repliek tegenover Wilfrieds tactloosheid en slachtofferrol. 3. Taalgebruik: Papiamentu-begrippen (kurá, mondi, makamba) voor lokale context; 'wij - zij'-constructies; denigrerende woordkeus door Wilfried ('zootje slome lapzwansen', 'onaangepast gedrag'); spreektaal/interjecties ('pats boem', 'nou ja'). 4. Literaire middelen: alwetende verteller die inzicht geeft in beider gevoelens; flashback naar oom Henry ter illustratie van postkoloniale patronen; retorische vragen van Corine.

Die ausführliche Erklärung Schritt für Schritt (mit KI) gibt es mit Premium. Premium

Löse sie direkt hier: automatische Korrektur, Hinweise und Lösung Schritt für Schritt.

‹ Aufgabe HT 1 - Deelopgave 2 · GK · Haupttermin · neu einsetzend · Weit 2023 · Aufgabe HT 1 - Klausurteil A (Teilaufgabe 2) · GK · Haupttermin · fortgeführt 2022 ›

Mehr Aufgaben zu Analyse literarischer Texte (Karakteriseer, literaire middelen)