Aufgabe HT 2 - Teilaufgabe 4: Sprachmittlung · Abitur NRW Niederländisch LK · Haupttermin · fortgeführt 2022

Thema: Sprachmittlung Deutsch → Niederländisch · Aus der Prüfung LK · Haupttermin · fortgeführt (2022)

Aufgabenstellung

Situatie

Het Europees Jongerenparlement in Brussel roept jongeren op om op een blog te schrijven over de identiteit in de Europese landen en om elkaar leestips te geven. De centrale vraag luidt: “Wie bepaalt onze culturele identiteit?” Jij doet mee en presenteert op basis van een artikel uit het Belgische tijdschrift Knack de situatie in België.

Informatie over de auteurs en de tekst

Ivan De Vadder werkt als politiek journalist bij de VRT, de Vlaamse Radio- en Televisieomroep in België. Jan Callebaut is marketingspecialist. De VRT voerde een omvangrijk onderzoek uit naar de verandering van Vlaanderen in tien jaar tijd; de twee auteurs schreven hierover het boek “Het DNA van Vlaanderen”. Het Belgische weekblad “Knack” presenteert zijn lezers dit fragment als voorpublicatie.

Ivan De Vadder en Jan Callebaut: ‘Zes op tien is trots op Vlaanderen’

Identiteit is een belangrijk gegeven geworden in de politiek. Niet onterecht. Bijna drie kwart

van de ondervraagde Vlamingen vindt van in het begin van ons onderzoek, in het jaar 2009,

dat het ‘als Vlamingen belangrijk is om onze identiteit te kunnen beleven’. Er is nauwelijks

verschil in de scores tussen de jaren door, maar in de loop van de jaren schuift de stelling

5 telkens op naar een hogere – en dus belangrijkere plaats – in de rangschikking. Bovendien

is de Vlaming best ‘trots op Vlaanderen’. Die vraag werd zowel in 2014 als in 2019 gesteld,

en telkens gaat ongeveer 60 procent van de Vlamingen akkoord met die stelling.

Ook de groep mensen die niet akkoord gaat met deze stelling, blijft even groot. Nog opvallend

is dat de groep mensen die ‘trots zijn op Vlaanderen’ groter is dan de groep mensen die

10 aangeeft dat ze ‘trots zijn op België’. [...] Die dubbele identiteit is op zich geen paradox, het

is al langer duidelijk en aanvaard dat ‘identiteit’ een gelaagd gegeven is, meestal wordt het

beeld van een lasagne erbij gehaald. Dat deed trouwens ook de nieuwe minister-president van

de Vlaamse regering, Jan Jambon, wanneer hij in het college aan de Gentse universiteit voor

de eerstejaarsstudenten van politicoloog Carl Devos (oktober 2019) zijn ‘lagen’ opsomde.

15 Jambon noemt zich ‘Limburger van afkomst’, en somt voorts op: ‘Ik ben geboren in Genk, ik

woon nu in Brasschaat, ik identificeer mij heel fel met die gemeente, met Brasschaat; ik

voel mij Vlaming, ik ben natuurlijk ook Europeaan, en mocht ik ooit in de ruimte gaan

reizen en je komt er andere leven- de wezens tegen met wie je ene gesprek kan voeren, dan

zou ik zeggen: “Hé, ik ben van de Aarde.”’

20 In de lasagne van Jan Jambon ontbreekt dus de ‘Belgische’ laag, en dat is natuurlijk geen

toeval voor de Vlaams-nationalist die hij is. Het is dan ook geen verrassing dat de nieuwe

Vlaamse regering, onder leiding van Jan Jambon, terugkeert naar een duidelijker nadruk op

Vlaamse natievorming. Volgens politicoloog Dave Sinardet in De Standaard 1 is die klemtoon

niet nieuw. ‘Het is veeleer een terugkeer naar de identiteitspolitiek van de rooms-rode Vlaamse

25 regeringen-Van den Brande uit de jaren 90. Misschien viel het woord “natie” niet zo vaak,

maar de constructie van de Vlaamse identiteit was toen al een centrale missie.’

Onder leiding van minister-president Luc Van den Brande 2 werd de Vlaamse identiteit ook

toen aangescherpt: de officiële Vlaamse symbolen (wapen- schild, vlag, volkslied...) werden

opgenomen in de eindtermen 3, de BRTN (Belgische Radio en Televisie Nederlandstalige

30 Uitzendingen) werd omgedoopt tot de Vlaamse Radio en Televisie en werd aangemaand

niet langer over de Belgische maar over de Vlaamse kust te spreken.

[...]

Belangrijke instrumenten om die ‘Vlaamse identiteit complexloos te kunnen beleven’ zijn

wat het regeerakkoord 4 de ‘gedeelde symbolen’ noemt. En de canon 5 van Vlaanderen neemt

35 daar een belangrijke plaats in. De Vlaamse regering wil, gesterkt door het succes van het

Nederlandse voorbeeld, een Vlaamse canon opstellen. Een groep onafhankelijke experts moet

die op wetenschappelijke basis opstellen. ‘Het gaat om een lijst van ankerpunten uit onze

Vlaamse cultuur, geschiedenis en wetenschappen, die zowel in het onderwijs als in het kader

van inburgeringstrajecten ter ondersteuning gebruikt worden.’ En de Vlaamse regering wil

40 die canon ondersteunen met een Museum van de Vlaamse Geschiedenis, en vraagt dat ook

de VRT 6 (meer) bijdraagt aan de Vlaamse identiteit.

Zo’n Museum van de Vlaamse Geschiedenis mag dan een nieuwe instelling zijn, de Vlaamse

regering verwacht van alle bestaande musea en archiefinstellingen dat ze mee ‘het verhaal

van ons gedeeld verleden en de opbouw van onze Vlaamse identiteit’ vertellen. Tenslotte

45 hebben die instellingen ‘objecten, kunstwerken, boeken en documenten uit het verleden

bewaard voor het heden en voor de generaties na ons’.

De Vlaamse regering vindt dat de VRT moet ‘meer dan ooit focussen’ op het versterken van

de Vlaamse identiteit. Dat moet onder meer gebeuren door ‘het hoogste belang aan de

Nederlandse standaardtaal’ te hechten en ook duidelijk te maken in het aanbod dat de openbare

50 omroep brengt.

En ten slotte is er natuurlijk de Vlaamse feestdag. Op die dag, zegt het Vlaamse regeerakkoord,

organiseren we ‘zelfbewust en zonder schroom voor onze identiteit en symbolen jaarlijks een

breed toegankelijke 11 juliviering op de Brusselse Grote Markt, een Vlaams volksfeest met

maximale zichtbaarheid in de media.’ De ondervraagde Vlaming heeft daar wellicht geen

55 problemen mee: 70 procent onder hen zegt expliciet ’zich thuis te voelen in Vlaanderen’.

Tussen 2014 en 2019 is er weinig verschil wat betreft de groep Vlamingen ‘die trots is op

Vlaanderen’ (of niet) en de groep Vlamingen ‘die trots is op België’ (of niet). De twee vragen

scoren alleen beter in de rangschikking, we vinden vooral de vraag ‘trots op België’ op een

veel hogere plaats terug dan in 2014.

60 Al zijn er intussen ook net iets meer Vlamingen dan in 2014 opgestaan, die toegeven dat

‘het woord Vlaming voor hen een wat negatieve kant’ heeft.

bron: Callebaut, Jan en De Vadder, Ivan: ‘Zes op tien is trots op Vlaanderen’. Knack, 12 mei 2020 ( Knack: Nederlandstalig Belgisch weekblad)

Im Original enthaltene fehlerhafte Schreibungen wurden korrigiert.

1 De Standaard is een Nederlandstalig Belgisch dagblad.

2 Luc Van den Brande was minister-president van Vlaanderen van 1992 tot 1999 en is voorvechter van meer Vlaamse zelfstandigheid.

3 Eindtermen leggen vast wat er op school geleerd moet worden.

4 het regeerakkoord: de vastgelegde beleidsbeslissingen voor de periode 2019-2024

5 De canon van Vlaanderen moet een lijst van de belangrijkste namen en gebeurtenissen uit de Vlaamse cultuur en geschiedenis worden en zal in het onderwijs en voor de inburgering in Vlaanderen worden gebruikt.

6 VRT: Vlaamse Radio- en Televisieomroep: openbare organisatie voor radio en tv in Nederlandstalig België

Klausurteil B: Sprachmittlung isoliert

Opdracht

Je maakt kennis met Yves De Haen, die een blogbijdrage over Duitsland wil schrijven. Hij is op een artikel over de Oost-Duitse identiteit gestuit en vraagt jou om ondersteuning. Schrijf hem een brief waarin je uitlegt op welke manier de jonge generatie in Oost-Duitsland haar eigen identiteit ervaart. [18 Punkte]

Constanze Hertel: Ich bin „Ossi“: Was heißt das überhaupt?

Jacob ist 26, aufgewachsen in Belgien. Und er bezeichnet sich als „Ossi“ – weil seine Mutter eine Magdeburgerin ist. Doch was ist eigentlich typisch „ostdeutsch“? Und wie kann man sich darauf beziehen, selbst wenn man die DDR nur noch vom Hörensagen kennt?

Die Sachsenbrücke im Leipziger Clara-Park: Junge Leute lehnen am Geländer, trinken Flaschenbier und genießen das Nichtstun. Die meisten von ihnen studieren an der Uni. Die hat in den letzten Jahren einen echten Boom erlebt, ist beliebt bei Abiturienten aus dem Westen und dem Osten Deutschlands. Spielt es da noch eine Rolle, woher man kommt?

Für Johanna, 25, spielt das keine Rolle. Aber sie weiß, dass es für viele Gleichaltrige durchaus ein Thema ist.

„Ich fühle mich nicht wie ein Ossi, aber ich glaube das machen viele noch, auch in unserer Generation. Was ich total schade finde.“

Johanna, 25

Johanna hat aber trotzdem ein Problem mit ihrer Herkunft: Sie kommt nämlich aus Bautzen. Viele verbinden die ostdeutsche Stadt mit den Ausschreitungen Rechtsextremer, die 2016 Asylbewerber geprügelt und durch die Stadt gejagt hatten. Die Vorfälle waren in den Schlagzeilen, und das wirkt nach, meint Michael Lühmann vom Göttinger Institut für Demokratieforschung. Denn es stigmatisiere automatisch auch diejenigen, die damit nichts zu tun haben oder sogar gegen Rechtsextremismus eintreten.

„Wir müssen anerkennen, dass im Osten Deutschland bis zu 80 Prozent der Menschen demokratische Parteien wählen. Und da ist das Urteil des rechtsextremen Ossis etwas, wo sich auch die zurückgesetzt fühlen, die aktiv in Ostdeutschland gegen rechtsextreme Strukturen kämpfen.“

Michael Lühmann, Göttinger Institut für Demokratieforschung

Wer einfach in eine Schublade gesteckt wird, nur weil er aus dem Osten kommt, der könnte sich denken: „So wie ihr uns seht, uns Ostdeutsche, stimmt das nicht.“ Und so kann es passieren, dass sich plötzlich junge Leute wieder als Ossis sehen – aus Trotz oder Solidarität. Das belegt auch eine Studie der Humboldt Universität Berlin.

Um sich als Ossi zu fühlen, braucht es aber nicht immer die Debatte um Rechtsextremismus im Osten. Unterschiede gibt es für viele auch, weil sie schlicht anders aufgewachsen sind – oder das zumindest meinen. Robert beispielsweise, der mit seinem Freund auf der Sachsenbrücke sitzt, sagt: „Die Erziehung ist halt komplett unterschiedlich und dieser Gemeinschaftssinn. Das darf man nicht unter den Teppich kehren.“ Auch im Arbeitsleben gebe es Unterschiede: Leute aus dem Osten seien weniger selbstbewusst im Job, meint er.

„Du erkennst das an der Art und Weise, an dem Selbstbewusstsein, an dem Anspruch Führungspositionen übernehmen zu wollen. Das ist ja auch bundesweit ein Problem. Da lässt man den Ossi einfach nicht ran.“

Robert

Wer sich als Ossi identifiziert, grenzt sich vom Westen ab – und findet immer auch Punkte, die im Osten besser als im Westen laufen. Einen Grund, warum das bei jungen Leuten wieder häufiger vorkommt, kennt Hendrik Berth. Er ist Psychologe und Professor an der TU Dresden und hat sich mit den Auswirkungen der Wende beschäftigt. Im Nachhinein, meint er, wird vieles verklärt.

„Wir haben ein Phänomen, dass die DDR mit jedem Jahr, in dem sie nicht mehr existiert, immer besser wahrgenommen wird, Dinge positiver erlebt werden, als sie damals waren und auch weitergegeben werden. Vielleicht auch als typisch ostdeutscher Wert, den es zu erhalten gilt.“

Hendrik Berth, Psychologe an der TU Dresden

[...]

Was also jeder Einzelne als „typisch ostdeutsch“ empfindet und was nicht, das ist durchaus unterschiedlich. Und das sei auch kein Wunder, meint Demokratieforscher Michael Lühmann: „Man hat zwar eine gemeinsame geteilte Geschichte“, sagt er. Aber es gebe auch im Osten politisch-kulturelle Unterschiede, etwa im Norden und im Süden oder auch von Stadt zu Stadt.

Quelle: Hertel, Constanze: Ich bin „Ossi“: Was heißt das überhaupt? Deutschlandfunk Nova, 30. August 2019.

Aufgabenstellung: Aufgabe HT 2 - Teilaufgabe 4: Sprachmittlung · Abitur NRW Niederländisch LK · Haupttermin · fortgeführt 2022

Lösung

Nach den offiziellen Korrekturhinweisen

Schrijf een brief waarin je uitlegt op welke manier de jonge generatie in Oost-Duitsland haar eigen identiteit ervaart.

Lösung: Brief gerelateerd aan de situatie (aanhef, inleiding over het doel van de brief, kern, afsluiting). Kernpunten uit de tekst: - Sommige jongeren wijzen het etiket 'Ossi' af (bijv. Johanna), terwijl anderen er juist waarde aan hechten of zich erdoor verbonden voelen. - Jongeren voelen zich soms gestigmatiseerd door het vooroordeel dat Oost-Duitsers rechtsextreem zouden zijn (bijv. reputatie van steden zoals Bautzen, terwijl tot 80% democratisch stemt); dit leidt uit trots of solidariteit juist tot hernieuwde identificatie als 'Ossi'. - Ervaren verschillen in opvoeding en gemeenschapszin ten opzichte van West-Duitsland. - Gevoel van achterstelling op de arbeidsmarkt en minder zelfbewustzijn/minder leidinggevende posities. - Verheerlijking of nostalgie ten aanzien van het DDR-verleden onder jongeren die het zelf niet meegemaakt hebben (positievere beeldvorming van waarden). - Individuele en regionale verschillen binnen Oost-Duitsland: identiteit is niet homogeen.

Die ausführliche Erklärung Schritt für Schritt (mit KI) gibt es mit Premium. Premium

Löse sie direkt hier: automatische Korrektur, Hinweise und Lösung Schritt für Schritt.

‹ Aufgabe HT 1 - Teilaufgabe 4: Sprachmittlung · LK · Haupttermin · fortgeführt 2022 · Aufgabe HT 3 - Teilaufgabe 4: Sprachmittlung · LK · Haupttermin · fortgeführt 2022 ›

Mehr Aufgaben zu Sprachmittlung Deutsch → Niederländisch