Aufgabe HT 2 - Deel A.2 - Analyse van een zakelijke tekst · Abitur NRW Niederländisch GK · Haupttermin · fortgeführt 2021

Thema: Analyse von Sachtexten, Karikaturen und Grafiken (standpunt en argumentatie) · Aus der Prüfung GK · Haupttermin · fortgeführt (2021)

Aufgabenstellung

Situatie

Nadat je van school bent gekomen, doe je mee aan een zomercursus van het Indisch Herinneringscentrum in Den Haag, getiteld “Discriminerend versus politiek correct taalgebruik – hoe zeg je het goed in een postkoloniale samenleving?”. Om een bredere kijk te krijgen, zijn er ook jongeren uit andere landen uitgenodigd.

De organisatoren stellen een reader samen met informatieve en motiverende teksten voor gebruik in de cursus. Daarom is aan alle deelnemers gevraagd om vooraf één mogelijk geschikt stuk materiaal te onderzoeken en te beoordelen. Jouw opdracht betreft een tekst van Lara Nuberg.

Informatie over de schrijver en de tekst

Lara Nuberg (*1990, Amsterdam) is historica en schrijft sinds oktober 2017 de blog “Gewoon een Indisch meisje”. Ze thematiseert in haar teksten problemen en kansen van haar Indisch-zijn binnen de Nederlandse samenleving.

Lara Nuberg: To Pinda 1 or not to Pinda – That’s the question 2

‘Vuile pinda-poep-mevrouw!’ Dat is wat de kinderen in de jaren zestig riepen naar mijn oma in de straten van Amsterdam Bos en Lommer 3. Mijn moeder was nog een kleuter, hield stevig de hand vast van de vrouw wiens huidskleur 4 ook zij had geërfd en perste haar lippen in een gevecht tegen de tranen stevig op elkaar. Ze huilde niet op straat, dat bewaarde ze [5] voor thuis, achter een gesloten buitendeur. ‘Ze mogen je niet zo noemen!’ snikte ze telkens zodra ze binnen kwamen. Mijn oma lachte steevast en drukte haar dochter dicht tegen zich aan. ‘Trek je er niks van aan,’ zei ze. ‘Dit zijn gewoon hele domme kinderen. Wij staan daar boven.’

Toen ik klein was vertelde mijn moeder dit verhaal regelmatig. Net als dat ze bij de slager [10] als kind vaak een plakje worst kreeg aangeboden met de vraag of ze soms teveel dropjes had gegeten of haar ogen niet had gewassen – ze waren immers zo zwart. ‘Ik antwoordde nooit,’ vertelde mijn moeder altijd. ‘Ik was zo verlegen. Ik keek die slager waarschijnlijk nogal verbaasd aan en kroop achter mijn moeders benen. De mensen toen waren niks gewend.’ Ook wij lachten er vervolgens om, om datgene wat inmiddels een anekdote was geworden. Wat [15] een sukkels, die Nederlanders.

Vijftig jaar nadat de woorden vuil, pinda en poep als een vanzelfsprekend trio door de straten van Nederland galmden en twintig jaar nadat ze klonken aan de rand van mijn bed als verhaaltje voor het slapen gaan of in de auto als verhaaltje voor onderweg, is daar nu het eenmalige magazine PINDA 5. De titel kwam nota bene 6 tot stand in een Indische herenclub, [20] waar ook mijn oom in zat – de zoon van de vuile pinda-poep-mevrouw.

Toen ik gevraagd werd om een aantal artikelen voor het blad te schrijven, hoefde ik daar niet eens over na te denken. Natúúrlijk, grappig zo’n woordspeling op LINDA 7, was mijn eerste gedachte. Zonder dat ik erbij stil stond was het racisme en het overlevingsmechanisme uit de jaren vijftig en zestig verworden tot een echte grap. Een woord met een knipoog, een [25] woord waar we luchtig over lachen. Een woord dat we zelfs af en toe zelf gebruiken – naar elkaar, naar schattige Indische kindjes. ‘Ben ik ook een pinda?’ vroeg mijn broertje ooit omdat hij minder donker is dan ik. ‘Natuurlijk,’ zei mijn moeder. ‘Als Lara dat is, dan ben jij dat ook.’ Hij was opgelucht, opgelucht omdat hij erbij hoorde – bij de familie.

Pas toen het blad aangekondigd werd op Facebook, werd ik dankzij verschillende reacties [30] weer geconfronteerd met de negatieve gevoelens en herinneringen die het woord ‘pinda’ bij velen nog altijd oproept. Plotseling was daar ook dat trio weer – vuil, pinda, poep – het beeld van mijn verlegen moeder als kleuter achter de benen van mijn oma, de tranen waarvan je als kind niet weet dat ze voortkomen uit macht versus onmacht, van meerderheid versus minderheid; uit het feit dat terug schelden met ‘bleekscheet’ of ‘kaaskop’ uiteindelijk nooit [35] hetzelfde effect heeft.

Hoeveel witte kinderen zullen hun tranen hebben moeten inhouden omdat hun moeder of zijzelf voor bleekscheet 8 werden uitgemaakt door een groepje Indische kinderen op straat?

Nu het magazine verschijnt en het woord PINDA in hoofdletters boven een groep bruine mensen op de cover prijkt, als een stempel, als een label, als een scheldwoord, als een [40] geuzennaam 9, als een koosnaam, voel ik me er toch wat anders bij dan een paar maanden geleden. Pinda is voor mensen met een achtergrond in voormalig Nederlands-Indië een woord met een lading; een woord waarvan we de geschiedenis niet mogen weglachen, alleen al omdat de echo ervan nog altijd doorklinkt in het onbegrip, de onwetendheid en de stilte in onze geschiedenisboeken.

[45] Ongeacht hoe je het woord als Indische Nederlander zelf gebruikt achter die befaamde gesloten buitendeur, vraag ik me nu af of het een handige titel is voor een blad. Prikkelend 10 is het in ieder geval wel – NRC 11 heeft er al aandacht aan besteed, BNN-VARA 12 belde me – en nu er geen weg meer terug is kan iedereen die eraan heeft meegewerkt er maar beter het beste van maken: Als een kickstarter om te praten over de geschiedenis van die bruine [50] mensen die ‘tenminste tegen een grapje kunnen.’

Er wordt weleens gezegd dat zelfspot het schild is waarmee je jezelf kan beschermen tegen racisme. Hoewel ik het daar niet mee eens ben – de enige bescherming tegen racisme is volgens mij het uitbannen ervan – ga ik met Pinda die zelfspot toch nog één keer gebruiken. Als wapen. Als doodsteek 13 van de onwetendheid die nog altijd de kop op steekt als het gaat [55] om de geschiedenis van Nederland in Indonesië.

Noem het naïef, maar ik hoop toch dat het lukt.

bron: Nuberg, Lara: To pinda or not to Pinda – That’s the question. Gewoon een Indisch meisje, 18 september 2019 ( Gewoon een Indisch meisje: een Nederlandstalige blog)

1 de pinda: nootje; belangrijk agrarisch product uit de koloniale tijd

2 To Pinda or not to Pinda – That’s the question: toespeling op “To be, or not to be, that is the question” in William Shakespeares toneelstuk “Hamlet”

3 Bos en Lommer: stadsdeel van Amsterdam

4 wiens huidskleur: van wie de huidskleur

5 PINDA: een magazine ván en óver Nederlanders met een Indische achtergrond. De titel werd vanaf de tweede uitgave gewijzigd naar PINDAH. Dit woord betekent in het Indonesisch onder meer „verhuizing“.

6 nota bene: let wel!

7 LINDA is een in 2003 opgericht vrouwentijdschrift rondom (en in nauwe samenwerking met) tv-persoonlijkheid Linda de Mol.

8 de bleekscheet: scheldwoord voor mensen met een blanke huidskleur

9 de geuzennaam: taalwetenschappelijke term voor een scheldwoord dat de beledigde als erenaam is gaan gebruiken

10 prikkelend: irriterend

11 NRC: landelijke Nederlandse krant

12 BNN-VARA: Nederlandse televisiezender

13 de doodsteek geven (uitdrukking): een vernietigende slag toebrengen

Opdracht (Teilaufgabe 2): Onderzoek grondig welk standpunt de schrijfster inneemt en welke argumenten zij geeft vóór en tégen de titel van het magazine Pinda. Betrek daarbij de manier waarop zij haar argumenten opbouwt. [20 Punkte]

Analyseer in je antwoord: 1) de positie die de schrijfster inneemt, 2) haar argumenten vóór, 3) haar argumenten tegen, en 4) de manier van argumenteren (argumentatiewijze en -functie).

Aufgabenstellung: Aufgabe HT 2 - Deel A.2 - Analyse van een zakelijke tekst · Abitur NRW Niederländisch GK · Haupttermin · fortgeführt 2021

Lösung

Nach den offiziellen Korrekturhinweisen

Onderzoek grondig welk standpunt de schrijfster inneemt en welke argumenten zij geeft vóór en tégen de titel van het magazine Pinda. Betrek daarbij de manier waarop zij haar argumenten opbouwt.

Lösung: 1. Standpunt van de auteur (3 punten): De schrijfster staat kritisch tegenover het woord 'pinda', maar rechtvaardigt het eenmalige gebruik ervan als boegbeeld/kickstarter voor het blad om een debat over de verzwegen koloniale geschiedenis op gang te brengen. 2. Argumenten vóór de titel (6 punten): - Het woord wordt hedendaags binnen de eigen gemeenschap ook gebruikt als grap, koosnaam of geuzennaam. - De titel is bedacht door leden van de Indische gemeenschap zelf (haar oom in een Indische herenclub). - Het bewuste spel met dubbelzinnigheid genereert publiciteit en media-aandacht voor de geschiedenis van Indische Nederlanders. - Humor en zelfspot dienen als beproefd schild/wapen tegen racisme. 3. Argumenten tegen de titel (6 punten): - Risico op een twijfelachtige bagatellisering/verharmlosing van een historisch beladen, racistisch scheldwoord. - Het oproepen van pijnlijke herinneringen en negatieve gevoelens bij oudere generaties binnen de gemeenschap. - Het omslagbeeld (het woord PINDA boven een groep bruine mensen) kan latent racistisch overkomen. - Zelfspot is uiteindelijk geen effectief middel om racisme structureel uit te bannen. 4. Argumentatiewijze en functie (5 punten): - Persoonlijke/familiaire anekdotes (verhaal van oma en moeder) tonen de kwetsende impact van discriminatie aan. - Tijdsaanduidingen benadrukken de (schijnbare) afstand tussen het historische racisme en het heden. - Zelfreflectie en bekentenis van haar eigen eerste, oppervlakkige reactie. - Verwijzing naar journalistieke belangstelling (NRC, BNN-VARA) als bewijs van het publiciteitseffect.

Die ausführliche Erklärung Schritt für Schritt (mit KI) gibt es mit Premium. Premium

Löse sie direkt hier: automatische Korrektur, Hinweise und Lösung Schritt für Schritt.

‹ Aufgabe HT 2 - Teilaufgabe 2: Analyse von Sachtexten · LK · Haupttermin · fortgeführt 2022 · Aufgabe HT 2 - Klausurteil A - Deelopdracht 2 · GK · Haupttermin · neu einsetzend 2021 ›

Mehr Aufgaben zu Analyse von Sachtexten, Karikaturen und Grafiken (standpunt en argumentatie)